Waarom de papieren krant de beste bescherming is tegen nepnieuws

De bewust digibete burger

Foto de Volkskrant

'Dat zijn niet mijn zinnen, dat zijn die van Derk Jan Eppink!', schreeuwde ik. Daarna schrok ik wakker. Er bleek niets aan de hand: in de verkreukelde Volkskrant naast het bed waren de zinnen in mijn stuk nog gewoon van mij. Er waren geen passages toegevoegd, er waren geen happen uit genomen, niemand was gaan copy-pasten - zelfs de strekking van het stuk was niet veranderd. Ineens wist ik dat de papieren krant toekomst heeft, dat ik één merite over het hoofd had gezien.

Hoe had ik nu kunnen dromen dat een stuk van Derk Jan Eppink door een stuk van mij heen was gemixt? Misschien kwam het door een stuk van een digitaal begaafde collega over hoe verrekte makkelijk je tegenwoordig nepnieuws produceert en verspreidt en voorziet van logo's van bekende kwaliteitskranten. 'Op internet barst het van de handige hulpmiddeltjes.'

Dat mocht ik al een keer ondervinden toen die hulpmiddeltjes nog in de kinderschoenen stonden. In 2006 was ik correspondent toen ik op een middag in Boekarest een telefoontje kreeg: 'Waarom pleit je ineens tegen Roemeens EU-lidmaatschap?' Ik zei: 'Ik weet nergens van.' 'Moet je eens online gaan.' Daar zag ik het: iemand was gaan copy-pasten en had een digitaal stuk voorzien van mijn naam en een Volkskrant-logo.

Copy-paste: het gebeurt óók dat ik zinnen van mezelf digitaal terugvind onder andermans naam. Dat vind ik nooit zo erg: beter dat iemand anders ineens schrijft wat ik schrijf dan dat ik ineens schrijf wat iemand anders schrijft. Maar mij stellen ze niet meer gerust met berichten over digitale veiligheid en betrouwbare sites. Elke charlatan kan klikken met een muis. Weinig charlatans investeren in 2017 nog in een drukpers. Graag word ik betaald voor de reclameslogan: 'De papieren krant: uw bescherming tegen nepnieuws.' Zorg wel dat geen enkel stuk online heef gestaan vóór het wordt gedrukt.

Meer over