Waarom de oppositie in Hongarije weinig kans maakt premier Viktor Orbán te onttronen

Tegenstanders moeten over drie horden

De Hongaarse premier Viktor Orbán koerst af op een derde termijn. Het moet gek lopen wil de 54-jarige machtspoliticus zondag bij de parlementsverkiezingen verliezen. De vraag is wel hoe groot zijn winst wordt.

Protest in Boedapest tegen premier Orbán en zijn Fidesz-partij in aanloop naar de Hongaarse parlementsverkiezingen van komende zondag. Foto Reuters

Haalt zijn rechts-nationalistische Fidesz-partij weer een tweederde meerheid zoals vier jaar geleden, wordt het een absolute meerderheid (de helft van de zetels plus één) of blijft Fidesz de grootste maar moeten ze een coalitie vormen? Omdat een fors deel van de kiezers nog zweeft, zijn politieke analisten voorzichtig met hun voorspellingen.

Alles minder dan een absolute meerderheid zou voor Orbán een nederlaag zijn. Maar of de andere partijen hem daarvan af kunnen houden, is zeer de vraag. En daar zijn drie belangrijke redenen voor.

1) Onderlinge verdeeldheid

Zeker de helft van de kiezers wil van Orbán af. Hun makke: ze zijn verdeeld over zeker vier partijen die kibbelend over straat gaan. Er zijn de socialisten (MSZP), de groenen (LMP), de democraten (DK) en er is Jobbik, een partij die verwoede pogingen doet af te komen van zijn extreem-rechtse imago. ‘Er is geen verenigend plan, geen verenigend gezicht’, zegt Gábor Györi, politiek analist bij denktank Policy Solutions.

Van links tot rechts in het politieke spectrum zitten partijen in een spagaat. Aan de ene kant willen ze hun politiek profiel oppoetsen, aan de andere kant dwingt de dominantie van Orbán hen tot samenwerking op kieslijsten. Voeg je die twee wensen samen, dan krijg je een onverkoopbare boodschap: wij zijn uniek én we gaan op in het grote geheel. ‘Veel oppositieleden beschouwen deze verkiezingen bij voorbaat als verloren’, zegt Györi. ‘Ze zijn aan het bouwen voor over vier jaar, de verkiezingen van 2022.’

Jobbik geldt als het meest kansrijke en tegelijk meest controversiële alternatief voor Fidesz. Lijsttrekker Gábor Vona (39) probeert de voorbije jaren een draai naar het midden te maken. De oude Vona was openlijk antisemitisch, homofoob en vijandig naar de Roma. De nieuwe Vona noemt zichzelf ‘modern conservatief’ en zegt dingen als: ‘We moeten bruggen slaan naar linkse kiezers.’ Linkse kiezers, onderstreepte hij, niet linkse partijen. Die beschouwt Vona, kijkend naar MSZP en DK, als zielige krachten uit een voorbije eeuw.

2) Kieswet bevoordeelt Fidesz

Waarom samenwerking cruciaal is, wordt duidelijk als je naar het razend complexe kiesstelsel kijkt. Orbán kwam in 2012 met een geheel nieuwe kieswet die zijn eigen Fidesz-partij een enorm voordeel geeft. Hij liet de kiesdistricten hertekenen in zijn voordeel, en creëerde een ‘winnaarsbonus’ voor de grootste partij per kiesdistrict. Een pervers effect, zo zeggen waarnemers. Om een vuist te maken hadden oppositiepartijen in tientallen kiesdistricten met één gezamenlijke kandidaat moeten komen. Dat is ze niet gelukt.

Het effect wordt zichtbaar wanneer je de uitslagen van 2010 (vóór de wijziging) en 2014 (erna) naast elkaar legt. In 2014 kreeg Orbán 600 duizend stemmen minder dan vier jaar ervoor, een daling van een kwart. Maar in zetelaantal daalde hij slechts 1 procent. In het parlement behield hij zo zijn tweederde meerderheid. Saillant detail: bij twee verkiezingen die Orbán verloor (2002 en 2006), kreeg hij meer stemmen dan in 2014.

Waarnemers van de internationale toezichthouder OVSE kwamen met een keihard rapport. Het systeem geeft Fidesz volgens hen een ‘buitensporig voordeel’ en maakt de grens tussen partij en staat diffuus. Kim Lane Scheppele, Hongarije-kenner verbonden aan Princeton, spreekt van een ‘constitutionele dictatuur.’

Een vergelijkbaar voordeel behaalt Fidesz bij het campagne voeren: billboards langs de wegen reserveerde de partij ver voor de verkiezingen via bevriende oligarchen. Het zijn mensen dichtbij Orbán die goed aan de campagne verdienen. Naar de gezichten van de oppositie moet je als automobilist goed zoeken.

3) Fidesz dicteert de campagne

Een derde horde is de wijze waarop Orbán het debat domineert met zijn eigen verkiezingsthema’s. Dat zijn er twee: migratie en George Soros, de steenrijke Amerikaanse filantroop. Op de nationale radio verklaarde Orbán vorige week dat er tweeduizend ‘huurlingen’ in het land zijn die erop uit zijn ‘deze regering omver te werpen’ en ‘een pro-immigratie kabinet’ te installeren dat zijn oren laat hangen naar Soros. Namen van die huurlingen noemde hij niet, waardoor het allemaal nogal sinister klonk.

Oppositiepartijen krijgen nauwelijks de kans thema’s op de agenda te zetten. De publieke omroep is stevig in handen van Fidesz. Omroepbazen laten hun redacteuren precies opschrijven wat de regering verlangt, zo onthulde tv-station Al Jazeera recentelijk. ‘Als iets politiek gevoelig is, krijg ik instructies’, zei een (anonieme) medewerker van de publieke omroep. ‘Soms krijg ik een heel artikel kant-en-klaar en is het een kwestie van knippen en plakken.’

Slechts een handvol kleine kranten en websites is nog onafhankelijk. ‘Maar veel kiezers op het platteland gebruiken geen internet’, aldus analist Gábor Györi. ‘Zij luisteren vooral naar de radio en die stations zijn bijna allemaal in handen van mensen rond Fidesz.’

Magyar Nemzet is een krant die nog wel kritisch bericht. In aanloop naar de verkiezingen kwam ze met brisante onthullingen over zelfverrijking binnen de regering. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het om informatie afkomstig van zakenman Lajos Simicska, de eigenaar van de krant. Hij was 35 jaar lang Orbáns beste vriend en heeft na een grote ruzie wraak gezworen. De oppositie hoopt dat de onthullingen Orbán stemmen gaan kosten. Zondag weten ze het antwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.