Waarom de onvrede hier zo veel groter is

Hoe komt het dat het met het ongenoegen in Nederland zo veel erger is gesteld dan in landen om ons heen? De politiek is hier een mengelmoes van inhoud en entertainment. En feiten tellen minder dan gevoel.

'Zelfbeklag, klagen en kritiek staan in hoog aanzien in de vaderlandse geschiedenis', aldus historicus Herman Pleij in zijn Kleine mentaliteitsgeschiedenis van de Nederlander. Neem alleen al het Wilhelmus. Dat is geen pompeus volkslied over de glorie van de natie, maar eerder een klagerige hymne over Willem van Oranjes tegenslagen.


En sinds tien jaar staat het zwart op wit. Onze chagrijnige 'volksaard' is niet louter folklore meer - hij duikt nu ook op in de statistieken.


Nergens in Europa bestaat zo'n groot gat tussen wat mensen verwachten van de nationale economie en hun eigen financiële situatie. Volgens recente cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) denkt slechts 30 procent van de Nederlanders straks zelf met minder geld te moeten rondkomen. Nergens in Europa vrezen zo weinig mensen voor hun baan. Maar merkwaardig genoeg maakt maar liefst 64 procent van de Nederlanders zich grote zorgen over de economie als geheel. Alleen in Portugal en Griekenland zijn er meer zwartkijkers, maar daar zijn veel meer mensen - en niet ten onrechte - ook somber over de eigen financiële toekomst.


Nederland staat in de Europese pessimisme-top 3. Dat is bizar, vooral als we ons realiseren dat Nederland na Luxemburg het rijkste land van de Europese Unie is. Van welvaart tot welzijn, in vrijwel alle ranglijstjes behoren we tot de internationale top. Een verslaggever van de Belgische krant De Standaard verbaasde zich afgelopen week nog over de enorme zorgen die Nederlanders zich maken over de crisis. 'Het lijkt wel een obsessie.'


Het Schnabel-effect

Het is de economische versie van de paradox die Paul Schnabel, directeur van het SCP, al in 2004 formuleerde: 'Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht'. Nergens in Europa gaapt zo'n groot gat tussen de beleving van het 'wij' en het 'mij'. En dat nu al zo'n tien jaar. Schnabels uitspraak is inmiddels bijna een cliché. Toch is er nog altijd één vraag onbeantwoord: waarom is ons collectieve chagrijn zo veel groter dan in andere landen?


Let wel: het Schnabel-effect bestaat in veel meer landen. In het Engels wordt ook wel gesproken van de 'optimism gap'. De gebruikelijke verklaring is dat mensen optimistischer zijn over zaken waar ze zelf controle op (denken te) kunnen uitoefenen. Het SCP noemt ook 'de bezuinigingen', 'het besluiteloze optreden van regeringen' en 'de negatieve berichtgeving in de media'.


Maar bezuinigingen en besluiteloze regeringen maken Nederland niet bepaald uniek. Ook andere veel genoemde factoren als individualisering, secularisering en de opmars van het marktdenken verklaren de plotselinge omslag van ongeveer tien jaar geleden niet. Ze verklaren misschien wel de optimism gap die in het hele Westen is ontstaan, maar niet waarom Nederland onlangs koploper is geworden. Zo lijkt Denemarken in economisch, demografisch en sociaal opzicht erg op Nederland, maar de Deense optimism gap is veel kleiner.


We moeten de verklaring voor het uitzonderlijke Nederlandse chagrijn daarom ergens anders zoeken: in de aard van ons publieke debat. 'Dat is hier hijgeriger dan waar ook', zegt Schnabel. 'De Nederlandse politiek is een merkwaardige mengelmoes van inhoud en entertainment geworden. Ook de publieke omroep is daar in meegegaan, meer dan in andere landen. Als je Paul Witteman en Jeroen Pauw tien jaar geleden had verteld dat ze een soort Barend en Van Dorp zouden gaan maken dan denk ik dat ze met afschuw hadden gereageerd.'


Belangrijke aanwijzing: de veranderingen in het publieke debat kwamen ook zo'n tien jaar geleden op gang.


De geboorte van het volkschagrijn

Het is al eens geconstateerd door sociologen als Herman Vuijsje en Gabriël van den Brink: Nederland loopt vaak wat achter, maar áls de dingen hier hun beloop krijgen, gaan ze ook hard. Dat gold voor de opkomst van de hippies in de jaren zestig, maar ook voor de Fortuynrevolte, tien jaar geleden.


Achteraf is vaak gesproken over de sluimerende onvrede van de jaren negentig, waarvoor de managers van Paars doofstom zouden zijn geweest. Maar ook de onderzoekers van het SCP hebben die vermeende onvrede toen niet opgemerkt. In 1999, gedurende de hoogtijdagen van Paars II, werd nog een torenhoog vertrouwen in het kabinet, de ambtenarij en de Tweede Kamer gemeten. Volgens de hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens publiceerde alleen het communistische Noord-Korea vergelijkbare vertrouwenscijfers.


Drie jaar later was het vertrouwen gehalveerd. Toen het SCP in 2002 moest verklaren hoe deze aardverschuiving tot stand was gekomen, zat het met de handen in het haar. Dat er al langer enige onvrede bestond over de misdaadbestrijding en het immigratiebeleid wisten de onderzoekers wel. Maar dat was toch niet genoeg om de hele boel ineens op zijn kop te zetten? Het planbureau had bovendien netjes gerapporteerd over de onvrede rondom criminaliteit en immigratie. Sterker nog, begin 1999 had Schnabel nog een lezing verzorgd met de titel 'De multiculturele illusie'. Dat was ruim voor Paul Scheffer met zijn 'multiculturele drama' kwam.


Eind jaren negentig viel de onvrede over criminaliteit en immigratie nog in het niet bij de grote tevredenheid van Nederlanders over hun eigen leven én bestuur. De val van de Twin Towers, en de tragische dood van Pim Fortuyn deden in korte tijd de zorgen over criminaliteit en immigratie uitgroeien tot nationale hoofdbrekens, zoals dat in geen ander land gebeurde.


De kloof

Al tijdens de Fortuyn-revolte begon de discussie over waar het nationale onbehagen vandaan was gekomen. Het duurde niet lang of de inmiddels beruchte 'kloof tussen de burger en de politiek' werd als belangrijkste boosdoener aangewezen. Over de remedie bestond grote eensgezindheid: de belevingswereld van 'de gewone man' moest worden binnengedrongen. Politici van links tot rechts gaan sindsdien tot het uiterste - tot Hyves, Ik Hou van Holland, Ibiza en de polonaise aan toe - om de kloof te dichten.


Gek genoeg lijken al deze pogingen eerder tot een nog grotere onvrede te hebben geleid. Politici zien maar één manier om dichter bij de burger te komen: via de media. Deze worden gedreven door hun eigen logica, van kijk-, luister- en oplagecijfers. In die logica doet slecht nieuws het stukken beter dan goed nieuws. Bij zijn vertrek in 2010 stelde premier Balkenende dat de media 'te hyperig' zijn geworden. Politicoloog Rens Vliegenthart concludeerde onlangs dat de aandacht voor conflicten ('gedoe') en de laatste peilingen inderdaad fors is toegenomen. Sterker nog: er wordt nergens zoveel aandacht besteed aan peilingen als in Nederland.


Toch is de hyperigheid ook politici zelf aan te rekenen. Zij zijn veel toegankelijker voor de media dan hun buitenlandse collega's. 'Een premier die live in een talkshow gaat zitten, dat is elders echt ondenkbaar', denkt Schabel. 'Of denk aan Rutger Castricum, ik ken geen ander land waar ze zo iemand in het parlement zouden toelaten.' Volgens Schnabel zit het ook in ons politieke systeem: 'Het partijstelsel zet Kamerleden aan tot het creëren van mediarelletjes om hoog op de lijst te komen. Zulke perverse prikkels zijn in Nederland veel sterker dan elders.'


Politiek is drama geworden. Van hoe ver we komen laat de titel van een standaardwerk over de Nederlandse politieke geschiedenis goed zien: Land van kleine gebaren. Het boek verscheen in de stilte voor de storm, 1999. De auteurs konden nog niet bevroeden dat kort daarna niet het kleine, maar het grote gebaar het Binnenhof zou gaan domineren. Politici worden tegenwoordig om de haverklap 'woedend' of zijn iets 'spuugzat'. Tegenstanders worden weggezet als 'flapdrol', 'gevaarlijk' of 'knettergek'.


Symbolisch was het verwijderen van de schrapbepaling uit het Reglement van Orde in 2001. Die was ervoor bedoeld om ruw taalgebruik te kunnen verwijderen uit de Handelingen der Tweede Kamer. In het veranderde medialandschap was de bepaling overbodig geworden, maar het censureren van grove taal werd ook niet meer van deze tijd geacht.


Regentencultuur

Nederlandse politici zijn dus wel erg ver gegaan in hun pogingen dichter bij de burger te komen. Toch duikt ook de oorspronkelijke verklaring voor het volkschagrijn nog op: het zou liggen aan onze hardnekkige 'regentencultuur'. Het lijkt tegenstrijdig, maar is dat juist niet.


In tegenstelling tot veel andere landen heeft Nederland geen gekozen burgemeester en geen referendum. Dat wreekt zich vooral op onderwerpen waar een diepe kloof gaapt tussen de gemiddelde Nederlander en de, doorgaans hoogopgeleide, Tweede Kamer. In de jaren negentig waren dat criminaliteit en immigratie, nu is het vooral Europa. Er is geen betere statistische voorspeller van politieke opvattingen dan het opleidingsniveau. Nemen we een stelling als 'Het EU-lidmaatschap is een goede zaak', dan levert iedere tree op de onderwijsladder extra instemming op. Van de laagstopgeleiden is 32 procent het ermee eens, van de hoogstopgeleiden 79 procent.


Schnabel denkt dat het een teveel aan democratie is, waardoor de onvrede gemakkelijker zijn politieke uitdrukking vindt dan in het buitenland. 'In Nederland kan iedereen zomaar een partijtje beginnen als hij ergens mee zit. Wij zijn een van de weinige landen zonder kiesdrempel.'


Maar er is ook een andere kant: de onvrede is, tot aan het snel mislukte gedoogavontuur, nauwelijks omgezet in politieke macht. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld Denemarken, een land dat veel op Nederland lijkt. Terwijl in Nederland Fortuyn werd vermoord en de LPF ten onder ging, werd de onvrede van de Denen snel in beleid vertaald. Al in 2001 kwam de Deens Volkspartij in een gedoogrol terecht, mét haar anti-immigratie agenda. Misschien nog wel belangrijker is dat de Denen hun eigen munt hebben behouden en veel vaker referenda organiseren. Het enige Nederlandse referendum (over de Europese Grondwet) was een farce, want even later werd het Verdrag van Lissabon (praktisch diezelfde grondwet) alsnog doorgevoerd. Zonder referendum.


Het lijkt erop dat Nederland in het slechtste van twee werelden is beland. Politici die zeggen de kloof te willen overbruggen, schuiven gewillig aan bij RTL Boulevard, maar als het erop aankomt blijven ze regenten en nemen ze het volk op cruciale punten niet serieus.


Gevoelens tellen wel

De economische crisis mag nu dan onze 'obsessie' zijn, het Schnabel-effect is nog altijd het sterkste als het over 'het samenleven' gaat. Ook dat is een unicum in Europa. Bij 'het samenleven' moeten we denken aan 'de groeiende intolerantie en onverdraagzaamheid', 'het gebrek aan respect', 'asociaal gedrag' en 'de ik-cultuur'. Schnabel: 'Het gaat altijd om de verloedering bij de ander en dan vooral bij mensen buiten de eigen buurt en kennissenkring.' Nederlanders vinden hun eigen buurt bijvoorbeeld best schoon. Maar hoe verder de buurt weg is, hoe smeriger ze hem vinden.


'Feiten tellen minder dan gevoel', verzucht Schnabel. Toen onderzoeksbureau Motivaction hem in 2002 verweet ouderwetse onderzoeksmethoden te hanteren, reageerde hij in Trouw dat hij niet inzag 'hoe de overheid beleid zou moeten voeren op basis van het gevoelsleven van de burger'.


Maar dat gebeurt nu wel. Zo richt het veiligheidsbeleid zich inmiddels ook op de onveiligheidsgevoelens. In lijn met het Schnabel-effect gelooft de overgrote meerderheid dat Nederland onveiliger is geworden in de afgelopen tien jaar. Maar mensen zijn zich persoonlijk juist steeds veiliger gaan voelen - wat weer correspondeert met de forse afname van de criminaliteit in dezelfde periode.


Gevoelens als uitgangspunt voor beleid: ook dat is een Nederlands unicum. Maar zo'n aanpak verwart het symptoom met de ziekte. De gevoelenskloof is ontstaan door technocraten die dicht tegen de kiezer leken aan te schurken, maar als het erop aankwam niet thuis gaven. Een oppervlakkig gevoelensbeleid zal ons dan ook niet uit de internationale top van doemdenkers kunnen halen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden