Reconstructie Mariniers naar Zeeland

Waarom de mariniers niet naar Zeeland willen

Zes jaar geleden leek het een simpel besluit: de mariniers verhuizen van Doorn naar een gloednieuwe ­kazerne in Vlissingen. Goed voor het korps, goed voor krimpregio Zeeland. Maar het verzet neemt plots grootse vormen aan: een leegloop bij het korps dreigt en er zijn geluiden over politiek gekonkel.

Mariniers bestormen tijdens een oefening het strand van Vlissingen. Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Op de werkkamer van de minister van Defensie hangt boven de bank een admiraalsportret van Michiel Adriaansz de Ruyter, geschilderd door Ferdinand Bol. Die zal instemmend het hoofd met de zwarte lokken gebogen hebben toen het besluit viel, vermoedt Hans Hillen: goed zo, stuur die mariniers terug naar waar het allemaal begon.

Hillen was in 2012 in het kabinet-Rutte I als minister verantwoordelijk voor het plan de marinierskazerne te verhuizen van Doorn, op de Utrechtse Heuvelrug, naar Vlissingen, 185 kilometer zuidwestelijk. Dat er iets met de mariniers moest gebeuren, daarover was geen discussie. De Van Braam Houckgeestkazerne was verouderd, ruimte om uit te breiden leek er niet te zijn. Na ampel beraad koos Hillen voor Vlissingen, waar ruimte vrijkwam omdat een oude kazerne gesloopt zou worden.

Dat Zeeland een krimpregio is die een dosis van overheidswege geregelde werkgelegenheid goed kan gebruiken, speelde zeker een rol. Maar voor Hillen woog De Ruyter het zwaarst. De 17de-eeuwse admiraal geldt als bedenker van de zeesoldaten waaruit het korps mariniers is voortkomen. Wat was logischer dan hen ­terugbrengen naar de grens van land en water, waar hun kwaliteiten tot hun recht komen en de mogelijk­heden om te oefenen op slik en strand onder handbereik liggen?

Ze zouden er een volgens de jongste inzichten gebouwde kazerne krijgen, met meerdere schietbanen, steigers voor amfibievoertuigen, gym­zalen, een helikopterlandingsplaats – fit for purpose zoals dat in militair jargon heet. Extra voordeel: de opleiding (nu nog in Rotterdam) en de amfibische eenheid (nu nog Texel) zouden er onderdak krijgen. Zowat alle mariniers bij elkaar, met alle kostenbesparing van dien.

Zes jaar later is dat fonkelende project – potentieel uithangbord voor de renaissance van de vaderlandse krijgsmacht – veranderd in een hoofdpijndossier. De mariniers zien zo op tegen een verhuizing dat ze bij bosjes het korps verlaten. ‘Ongeplande uitstroom’, zoals dat bij defensie heet. Volgens eigen onderzoek van defensie uit december 2016 zou 83 procent van de partners niet willen meeverhuizen. De leegloop is zo groot dat de inzetbaarheid van het korps in gevaar kan komen. Mariniers zijn bij het bedrijfsleven geliefd, ze hoeven doorgaans niet naar werk te zoeken.

De Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn biedt tot 2022 onderdak aan het Korps Mariniers. De kazerne is verouderd en ruimte om uit te breiden is er niet. Voor minister Hillen destijds reden op zoek te gaan naar een nieuwe locatie. Foto Marcel van den Bergh

Waslijst aan bedenkingen

Het verzet reikt tot in de hoogste ­regionen. Brigadegeneraal Jeff Mac Mootry, commandant van de mariniers, liet in mariniersblad Qua Patet Orbis ( zo wijd de wereld strekt) optekenen dat ‘bovenmatige uitstroom in combinatie met een wervings­probleem een nachtmerriescenario is.’ Hij vergelijkt de verhuizing met een situatie in een oefening: ‘Soms moet je durven terug te keren.’

In kringen van mariniers wordt actief meegedacht over alternatieven. Zo oppert Marc de Natris, voorzitter van de vereniging van marineofficieren, een multifunctionele kazerne in Vlissingen, voor marechaussee, ­douane en legereenheden die bij een Brexit aan belang winnen. De marinierskazerne in Doorn zou dan alsnog gerenoveerd worden. Een vierdaagse werkweek wordt voorgesteld om de gevolgen van de verhuizing te beperken.

De leegloop van het korps, dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is de zorg over de kwaliteit van de nieuwe kazerne. Jean Debie (vakbond VBM) en Arjen Rozendal (vakbond AFMP) uiten beiden grote twijfels. ‘In 2011 was de inschatting dat dit state of the art ging worden’, zegt ­Debie. Volgens hem vrezen mariniers dat ze straks wekelijks in vracht­wagens naar de Veluwe worden gereden voor oefeningen, omdat de schietbanen bij Vlissingen niet voldoen. Er zou amper met helikopters mogen worden geoefend – zes maal per jaar opstijgen en landen; zwemtrainingen moeten in het gemeentelijk zwembad; marineschepen kunnen alleen aanmeren als er geen koopvaardijschepen liggen; de rupsvoertuigen, toch al aan het eind van hun cyclus, kunnen niet overdekt worden gestald; er komt geen huisvesting voor bezoekende eenheden; pal naast het terrein ligt een rioolzuiveringsinstallatie en staan brandstoftanks. Niet onbelangrijk: het M-Squadron, de antiterrorisme-eenheid van de mariniers, zal niet meeverhuizen omdat die in het midden van het land moet blijven. Debie: ‘Het is een doelredenering geweest; we moesten en zouden naar Vlissingen.’ Rozendal: ‘Ze krijgen een compleet uitgeklede kazerne.’

Spreekverbod

Die waslijst aan bedenkingen wordt onderschreven door de Tijdelijke ­Reorganisatie Medezeggenschapscommissie (TRMC), die de belangen van het personeel behartigt. Die TRMC heeft zijn twijfels vervat in een processtuk van zestig pagina’s, dat vrijdag is ingediend bij het College voor geschillen medezeggenschap defensie. Een toelichting kan niet worden gegeven: sinds 24 april mag de commissie niet meer met de pers praten. Wat advocaat Jasper de Waard wel kan zeggen: ‘De TRMC komt tot de conclusie dat de kazerne absoluut niet fit for purpose wordt.’

Voor dat spreekverbod inging, vertelde commissievoorzitter Bert van de Wakker dat mariniers te weinig inspraak kregen bij de inrichting van de kazerne. ‘Daardoor is medezeggenschap niet meegenomen. Alles is in 2012 onder grote druk van bezuinigingen en overhaast besloten.’ Een oordeel dat in 2012 al door de Algemene Rekenkamer werd geveld, die van een ‘risicovolle beslissing’ sprak. ‘Naar alternatieven is niet lang gezocht. Of met deze keuze op lange termijn geld wordt bespaard, is onzeker.’

Op dit terrein aan de buitenhaven in Vlissingen moet in 2022 de nieuwe Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne komen. Maar hoeveel mariniers verhuizen er straks mee? Foto Marcel van den Bergh

Twee namen duiken steeds op in dit dossier: Hans Hillen en Karla Peijs. Al snel nadat het besluit was gevallen, ging het gerucht dat de kazerne een presentje was van Hillen (CDA) voor zijn partijgenoot, commissaris van – toen nog – de koningin in Zeeland en van 2003 tot 2007 minister van Verkeer en Waterstaat. Een gerucht dat vorig jaar nieuw leven werd ingeblazen door voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes, die in haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ­ravijn een bezoekje aan minister Hillen beschrijft. Die zou haar verteld hebben dat de marinierskazerne ‘toch een mooi afscheidscadeau’ zou zijn voor ‘Karla’, die minder dan een jaar later zou opstappen als commissaris.

Berckmoes, inmiddels Kamerlid af, wil er weinig meer over kwijt dan dat ze blij is dat de kwestie nu wordt onderzocht. ‘Mijn bezwaar tegen het doordrukken van de verhuizing is mijn Waterloo geworden. Maar de geschiedenis is niet ten einde.’ Ze acht een parlementaire enquête naar de verhuizing niet ondenkbaar.

Hans Hillen

Hillen bewaart aan het gesprek met Berckmoes geen enkele herinnering – ‘Schande dat ik de uitlatingen van zo’n warhoofd moet recht praten’ – en staat nog steeds pal achter het besluit. ‘Doorn was opgebruikt en te krap. De gemeente lag dwars, er was veel gezeur, veel wat niet kon of mocht.’ Dat er verhuisd moest worden, stond voor hem vast. Er is nog gekeken of De Peel een optie was, maar de minister had zijn gedachten al snel bepaald: de mariniers moesten weg uit Doorn, naar zee. ‘In Utrecht heb je een café Zeezicht, dichter bij zee kun je daar niet komen.’

Al snel zocht hij contact met Peijs; Defensie en de provincie onderhandelden een half jaar over wat mogelijk was. Terwijl Rutte I al demissionair was, stemde de Tweede Kamer vervolgens vrij soepel in met het voorstel.

Intussen was de gemeente Utrechtse Heuvelrug, waartoe Doorn behoort, nog wel met een alternatief plan gekomen; inclusief renovatie en uitbreiding werd dat op 120 miljoen euro goedkoper becijferd dan Vlissingen. ‘Zo gemakkelijk’, vindt Hillen. ‘Een plan ver voorbij blessuretijd, dat noem ik een show voor de bühne.’ De businesscase is in de Tweede Kamer nooit besproken.

Dat de verhuizing nu zo veel weerstand oproept, komt volgens Hillen doordat het allemaal veel te lang duurt. ‘Zo organiseer je het verzet. Terwijl dat nergens voor nodig is. Alle mariniers die na 2012 tekenden, wisten dat ze naar Vlissingen zouden gaan. Die hebben geen reden te protesteren.’ Dat commandant Mac Mootry ook zijn twijfels uit, noemt hij curieus. ‘Dit is een generaal die zijn mensen als voorbeeld geeft dat je moet inspreken bij een bevel van ­hogerhand. Benieuwd of hij dat te velde ook zo doet.’ De kritiek van de Rekenkamer schrijft hij toe aan ­‘rekenmeesters langs de kant die zelf nooit verantwoordelijkheid nemen.’ De gedachte van vriendjespolitiek werpt Hillen verre van zich. ‘Ik ben ­Erdogan niet, Nederland zit vol controlesystemen om cadeautjes te voorkomen.’

Karla Peijs

Peijs op haar beurt had vooral sociaal-economische motieven om de verhuizing naar Vlissingen hartstochtelijk te bepleiten: ‘Ik zag hier in Zeeland alleen maar achterlichten.’ Ze doelt op de stoet aan rijksdiensten – rechtbank, politie, inspectiediensten, Rijkswaterstaat – die Zeeland verlieten: 1.100 ambtenaren in vijftien jaar, becijferde ze; zelfs de schelpdieren­inspectie zit tegenwoordig in Eindhoven. Van die zorg maakte ze Hillen deelgenoot toen die op werkbezoek kwam. Daarna bleef het anderhalf jaar stil. Totdat in 2011 de telefoon ging: Karla, ik zit met die mariniers­kazerne. Peijs herinnert zich dat ze meteen ja zei en haar Brabantse ambtsgenoot belde, die met De Peel in de race was. Ik zou een moord voor die kazerne doen, had ze gezegd.

Haar aandeel? ‘Niets meer dan Zeeland gunstig stemmen. En zorgen dat er een prachtig terrein werd gevonden. Waar ze volop kunnen oefenen, bij de haven, op het strand, in het open water. Zeg me wat de bezwaren zijn en ik los ze in tien minuten op.’

Restanten van een gesloopte boerderij in het gebied Buitenhaven, waar de nieuwe Marinierskazerne moet komen. Foto Marcel van den Bergh

In de planning zag het er vreemd uit, dat beseft ze. Op donderdag hakte de Kamer de knoop door, op vrijdag was haar afscheidsreceptie in Middelburg. Maar van een cadeautje was volgens haar geen sprake. Dat Hillen haar vorig jaar opvolgde als voorzitter van de NIDV, de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid – zeg maar de lobbyclub van wapenfabrikanten – is toeval. ‘Ik ga niet over m’n opvolging, maar weet wel dat hij niet boven aan het kandidatenlijstje stond.’

Een hardnekkig gerucht dat al in 2012 opdook, wil dat de kazerne een compensatie is voor het onder water zetten van de Hedwigepolder, een voor Zeeland uiterst pijnlijk besluit waarvoor Peijs als verantwoordelijk minister getekend had. Maar ook dat verband is volgens Peijs uit de lucht gegrepen. Ze zegt het zelfs niet te ­kennen: ‘Ik weet niet wat ik hoor. Dit is volstrekt nieuw voor me.’

De mariniers die naar de Kamer ­komen om over de bezwaren tegen Vlissingen te praten, zou ze graag thuis ontvangen. ‘Je kunt een regio met krimp niet in de steek laten. En Zeeland is zo mooi. Het is de laatste onschuldige provincie. Ik zou het ­iedereen gunnen er te wonen.’

Politieke keuze

Sinds een paar maanden heeft ook de Tweede Kamer de marinierskazerne weer in het vizier. Kamerleden ­Gabriëlle Popken (PVV) en Isabelle Diks (GroenLinks) stelden vragen over de onherroepelijkheid van het besluit. Het aanbestedingsproces bereikt pas in juli 2019, bij de gunning, het point of no return, antwoordde staatssecretaris van Defensie Barbara Visser. Tot die tijd ligt niets vast. Maar mocht Defensie de aanbesteding afbreken dan kost dat ‘tientallen miljoenen euro’s’.

Dat er vandaag vier mariniers naar de Kamer komen om toelichting te geven, onder wie Mac Mootry en generaal Van Sprang, is een mogelijke opmaat naar politieke opwinding. Een deel van de commissie Defensie was graag op werkbezoek naar Doorn gegaan, de coalitie hield dat tegen. ‘Zo’n besluit forceren heeft geen zin’, vindt Diks. ‘Dan vergroot je de kans dat ze ontslag nemen. We willen ­weten of het functioneren van het korps in gevaar kan komen.’

GroenLinks heeft nog geen keuze voor of tegen de verhuizing gemaakt. Bij de VVD zijn ze er al wel uit. Kamerlid André Bosman woont in Middelburg en is vanaf het begin bij het dossier betrokken. Voor hem is er één criterium: ‘Is de kazerne fit for purpose? Zo niet, dan wordt er niet verhuisd.’ Zijn begrip voor honkvaste mariniers is beperkt. ‘Dat is een houding waar ik niks mee heb. Vlissingen is niet het andere eind van de wereld.’ Van Mac Mootry had hij dezelfde opstelling verwacht. ‘Ik zou hem een stoere vent vinden als hij had gezegd: ik wil deze kazerne, maar wel fit for purpose.’

Illustratief voor de verhoudingen is dat Bosman pas besloten heeft bij het bezoek van de mariniers aanwezig te zijn toen hij hoorde dat ook Mac Mootry zou komen. Intussen viel dinsdag bij Defensie een brandbrief van tweehonderd jonge officieren op de mat, die zich schrap zetten tegen verhuizing: ‘De keuze tussen gezin en korps is pijnlijk maar eenvoudig.’

De weg naar Zeeland

Augustus 2011: Minister Hillen van Defensie bericht de Kamer dat hij een verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Zeeland onderzoekt. De kazerne moet in 2017 in gebruik worden genomen en is een bezuiniging.

Januari 2012: Gemeente Utrechtse Heuvelrug komt met plan Doorn te renoveren en uit te breiden. Kosten zouden 60 tot 80 miljoen euro lager zijn dan verhuizen.

Augustus 2012: Hillen deelt besluit tot nieuwbouw in Vlissingen met de Kamer. Kosten: 192 miljoen euro.

December 2012: Algemene Rekenkamer noemt verhuizing ‘risicovol’.

Februari 2013: Vastgoedplan voor kazerne krijgt goedkeuring Kamer.

September 2013: De nieuwe minister Hennis wil ook Mariniers Opleidings Centrum uit Rotterdam naar Vlissingen overbrengen. Besluit wordt later teruggedraaid.

Januari 2014: In bijgestelde planning van Defensie stijgen kosten naar 291 miljoen euro. Opleverdatum nu 2019.

Februari 2017: Aanbesteding kazerne in Vlissingen

Begin 2018: Vakbonden AFMP en VBM slaan alarm over leegloop bij mariniers. Enquête wijst uit dat 85,8 procent van de mariniers ‘zeker niet’ naar Zeeland verhuist. ‘Zeker wel’ scoort 0,4 procent.

Mei 2018: Tientallen Zeeuwse bedrijven beginnen lobby om komst kazerne veilig te stellen. Jonge officieren sturen minister brandbrief. Ingebruikneming bijgesteld naar begin 2022.