Reconstructie

Waarom de ic’s niet meer kunnen: reconstructie van een vastgelopen arbeidsmarkt

Nederland stevent weer af op een zorginfarct, mede door het grote personeelstekort. Waarom is het in de afgelopen anderhalf jaar niet gelukt om de ic-capaciteit te vergroten? En waar komt het tekort vandaan?

Op de ic-afdeling in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch is een opmerkelijk laag verloop van personeel. Dat is op de meeste ic’s wel anders: uit onderzoek blijkt dat een op de drie ic-verpleegkundigen in Nederland overweegt te stoppen.  Beeld Jiri Büller
Op de ic-afdeling in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch is een opmerkelijk laag verloop van personeel. Dat is op de meeste ic’s wel anders: uit onderzoek blijkt dat een op de drie ic-verpleegkundigen in Nederland overweegt te stoppen.Beeld Jiri Büller

Als ic-verpleegkundige Rowan Marijnissen bij het begin van haar dienst in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg om 8 uur ’s ochtends haar computer opstart, eist het elektronisch patiëntendossier dat ze van elke patiënt een checklist invult. Is de patiënt acuut verward? Heeft hij pijn? Draagt de patiënt een polsbandje?

Het zijn vragen waarop soms geen zinnig antwoord mogelijk is, de dag is immers pas net begonnen. Maar als Marijnissen de standaard-invulvelden negeert, vallen alarmen en irritante pop-ups haar de rest van de dag lastig. En dus vinkt ze naar eer en geweten de beste optie aan, hoe lastig dat soms ook is.

De verpleegkundigen op de afdeling hebben die overbodige frustratie al talloze keren aangekaart, gevraagd of het systeem de vragen niet om 14 uur kan tonen. Dán is het zinvol.

Zonder resultaat. Het systeem is het systeem, geïmplementeerd van buitenaf, zonder advies of betrokkenheid van de verpleegkundigen, en nu het systeem het systeem is, is het niet de bedoeling dat de verpleegkundigen dat gaan aanpassen. Kan ook helemaal niet trouwens, ze gaan helemaal niet over het systeem waarmee ze dagelijks vele uren moeten werken.

Het is overdreven te stellen dat deze onnodige vinkjes er de oorzaak van zijn dat de Nederlandse ziekenhuizen nu minder ic-bedden tot hun beschikking hebben dan bij de start van de pandemie. Maar het is zeker ook niet zo dat ze er niets mee te maken hebben. Als voorzitter van de beroepsvereniging van ic-verpleegkundigen weet Marijnissen: de zorgen van de verpleegkundigen in Tilburg zijn de zorgen van verpleegkundigen in heel Nederland.

Nu Nederland wederom op een zorginfarct afstevent, is de vraag: waarom is de zorgcapaciteit na anderhalf jaar pandemie alleen maar kleiner geworden? Waarom is het aantal ic-bedden niet uitgebreid, zoals de politiek wenste? 500 miljoen euro heeft het ministerie daarin gestopt. Zonde van het geld?

Het is niet dat er niets is gebeurd. In recordtempo hebben ziekenhuizen nieuwe ic-afdelingen uit de grond gestampt, met alle machines, techniek, leidingen en luchtdrukregulatiesystemen die daarbij horen. Zo’n beetje elke verpleegkundige in Nederland die interesse heeft in werken op de ic, en dat zijn er honderden, is in opleiding tot gediplomeerd ic-verpleegkundige. Andere verpleegkundigen zijn getraind om buddy te worden, zodat zij taken van de ic’ers kunnen overnemen.

Ook de reguliere verpleegafdelingen nemen ic-taken over: ingewikkelde zuurstoftechnieken worden nu ook buiten de ic toegepast, patiënten krijgen slimme pleisters om automatisch vitale waarden als hartslag, bloeddruk en het zuurstofgehalte in het bloed in de gaten te houden, verpleegkundigen worden zelfs uitgeleend aan ouderenzorgorganisaties om daar bij te springen en zo patiënten sneller uit het ziekenhuis te krijgen.

Maar toch. Het is niet genoeg. En dat zagen ze in de zorg van mijlenver aankomen.

Op de ic-afdeling in het Jeroen Bosch Ziekenhuis.  Beeld Jiri Büller
Op de ic-afdeling in het Jeroen Bosch Ziekenhuis.Beeld Jiri Büller

Efficiënt

Voordat de coronacrisis uitbrak, was de Nederlandse ic-zorg efficiënt ingericht. Verdeeld over zo’n zeventig ziekenhuizen had Nederland rond de duizend ic-bedden in gebruik, weinig vergeleken met andere landen om ons heen. Hier gaat een 80-plusser zelden naar de ic, de kans dat iemand op die leeftijd er slechter af komt dan erop gaat, is volop aanwezig. En na een operatie is een ic-opname hier geen standaardzorg, daar zijn ook andere afdelingen in het ziekenhuis op toegerust.

In rustige zorgtijden is dat verstandig, zegt Romke van der Veen, hoogleraar sociologie van de arbeidsmarkt en organisatie en kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER). ‘De stijging van de zorgvraag is omvangrijk, de bevolking vergrijst, patiënten krijgen ingewikkeldere ziektebeelden. We besteden met z’n allen meer dan 100 miljard aan de zorg. In de rijksbegroting gaat het om ongeveer 25 procent. Daarom hebben we ingezet op beheersing van die uitgaven. Dan krijg je een efficiënt georganiseerd systeem, met weinig bufferruimte bij tegenslagen.’

Maar toen het virus zich via Wuhan, Oostenrijkse wintersport en Brabants carnaval razendsnel in Nederland verspreidde, bleek de keerzijde van die efficiëntie – in no time werd de zorg overlopen. Uit alle hoeken en gaten verzamelden de ziekenhuizen bedden, beademingsapparaten en verpleegkundigen, alle reguliere zorg kwam tot stilstand, adrenaline stroomde rijkelijk, beroepstrots en saamhorigheid evenzeer, en zo kwamen er 1.700 ic-bedden beschikbaar, waarvan er in april 2020 op het hoogtepunt van de eerste golf 1.400 door coronapatiënten waren bezet.

Symboolpolitiek

De roep om nog meer ic-bedden leek meer op symboolpolitiek dan op een uitvoerbaar plan, zegt Bianca Buurman, voorzitter van beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). ‘In de Tweede Kamer begonnen partijen tegen elkaar op te bieden. Ging het over 2.400 bedden, zei de ander: we hebben eigenlijk 3.000 bedden nodig. Ik dacht: waar gaat dit over? Hebben die mensen ooit wel in de praktijk gekeken? Vanaf het begin was ons duidelijk dat ook 1.700 ic-bedden structureel niet haalbaar zijn. Dan moet je meer dan verdubbelen, en die verpleegkundigen kun je alleen ergens anders uit de zorg halen. We hadden al een tekort van 40 duizend verpleegkundigen, en opeens moesten we er nog eens 10 duizend extra bij vinden.’

Dat enorme tekort wreekt zich in de anderhalf jaar die volgen op de eerste golf. Als intensivisten en verpleegkundigen afgelopen zomer gaan tellen hoeveel ic-bedden er komende winter maximaal beschikbaar zullen zijn, komen ze uit op 1.350, honderden minder dan een jaar ervoor. En dan alleen voor een korte periode, want eigenlijk is 1.150 de max. Tot onvrede van het ministerie, dat tevergeefs vraagt om een nieuw plan.

Maar ook die 1.350, zegt Armand Girbes, ic-hoofd van het Amsterdam UMC, is ‘pure braafpraterij’. ‘Je komt alleen op dit getal als je dat coûte que coûte wilt doordrukken en ver van de werkvloer afstaat. Ik kan je garanderen dat de zorg, als we naar die aantallen gaan, ver verwijderd is van de ic-kwaliteit die we gewend zijn. De gevolgen op de middellange termijn zullen groot zijn.’

Veel verpleegkundigen zijn uitgevallen tijdens de pandemie. Ze zitten ziek thuis of hebben de zorg verlaten. Want na de eerste golf kwam de inhaalzorg, vervolgens de tweede en de derde golf, en nieuwe inhaalzorg, urgenter dan voorheen, die ook moest doorlopen tijdens de volgende golven. Buurman: ‘Het betekent voor verpleegkundigen dat zij continu niet de kwaliteit van zorg kunnen leveren die ze gewend zijn, continu niet kunnen bieden wat belangrijk is voor de patiënt. Geen familie die aanwezig is bij cruciale gebeurtenissen, geen aandacht voor een patiënt in nood, omdat je door moet. Dat gaat ontzettend aan je knagen.’ Nog afgezien van de vele overuren en constante stortvloed aan appjes met nóg meer verzoeken voor nóg meer invaldiensten.

Uit onderzoek van de academische ziekenhuizen Erasmus MC en Radboudumc bleek deze week dat 40 procent van de ic-verpleegkundingen angst, depressie of posttraumatische klachten ervaart. Een op de drie overweegt te stoppen, een kwart heeft de afgelopen anderhalf jaar een tijdje niet kunnen werken. Ic-afdelingen met 15 tot 20 procent verzuim zijn geen uitzondering.

Op zijn afdeling, zegt Girbes, is het ziekteverzuim nu rond de 11 procent. ‘Dan kun je stoer uitkramen: het zijn allemaal slappelingen. Maar het is beter om na te denken over wat er in de grond mis is met onze zorg. Covid is een katalysator die de fundamentele problemen aan de oppervlakte brengt.’

Personeelskleding in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Beeld Jiri Büller
Personeelskleding in het Jeroen Bosch Ziekenhuis.Beeld Jiri Büller

Personeelstekort

Het meest fundamentele zorgprobleem van allemaal: het personeelstekort. Het zijn niet alleen de ic-afdelingen die met uitval en verloop te kampen hebben. Overal in de zorg gaat het mis. De spoedeisendehulpartsen kwamen vorige week met een noodkreet: we lopen over. Huisartsen publiceerden een alarmistisch manifest: we zitten in een acute crisis. De wijkverpleging, begin oktober: we kunnen steeds meer patiënten geen zorg bieden. De ggz, afgelopen weekend: de wachtlijsten groeien ons boven het hoofd. De jeugdzorg staakte deze week: te hoge werkdruk.

‘We hebben nu een tekort van 80 duizend zorgprofessionals’, zegt SER-lid Van der Veen. ‘Dat loopt de komende jaren op tot 135 duizend.’ Van alle zorgmedewerkers (ruim boven het miljoen) gaat een kwart de komende tien jaar met pensioen.

Tegenslag daarbij: 40 procent van alle afgestudeerden verlaat binnen twee jaar het vak. Er zijn ziekenhuizen, zegt Buurman, waar binnen vijf jaar 60 procent van alle verpleegkundigen hun baan opzegt. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid kwam in september tot een ontnuchterende conclusie: keiharde keuzes zijn nodig, het huidige arbeidsmarktbeleid in de zorg is simpelweg onhoudbaar.

Het zijn deze arbeidsmarktproblemen die Doekle Terpstra de afgelopen vier jaar hebben beziggehouden. Hij is, nog even, voorzitter van de door VWS ingestelde commissie Werken in de Zorg, en publiceerde het ene na het andere alarmistische rapport. Sterker, er liggen nu zo veel alarmistische rapporten op de burelen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (van de SER, van de WRR, van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, van de werkgevers, van de Chief Nursing Officer) dat Terpstra’s commissie onlangs adviseerde onmiddellijk te stoppen met het vragen van adviezen, de commissie op te heffen en als de sodemieter aan de slag te gaan. Dat laatste was vooral gericht aan de zorginstellingen zelf.

‘Het arbeidsmarktprobleem is zo groot, de concurrentie met andere sectoren zo hevig, dat het alleen zorgbreed, in volledige samenwerking kan worden opgelost’, zegt Terpstra via Zoom, zichtbaar geïrriteerd. Maar ja, dan de zorg in Nederland. ‘Die is totaal niet uitgerust voor samenwerking, het is een compleet gefragmenteerde wereld. Zet twee zorgmedewerkers bij elkaar en je hebt een belangenvereniging. Ik loop nu vier jaar rond in de zorg en weet nog steeds niet hoeveel beroeps- en brancheverenigingen er zijn, het is een oerwoud waarin we verdwalen.’

Al die organisaties proberen ‘continu hun eigen wasje op te hangen bij de negentien fracties in de Tweede Kamer. Het ministerie wordt dag in dag uit bevolkt door weet ik welke stampgroepjes uit het hele land.’ En allemaal, zegt Terpstra, pleiten ze alleen voor hun eigen belangen. ‘Maar zorgorganisaties moeten niet wachten op initiatieven uit Den Haag, ze moeten zelf aan de slag’, zegt SER-lid Van der Veen.

Unithoofd Jo van Bussel (Jeroen Bosch Ziekenhuis): ‘Wij zoeken echt de randen van de cao op. Alles om de medewerkers tussen de golven door zo veel mogelijk rust te bieden.’
 Beeld Jiri Büller
Unithoofd Jo van Bussel (Jeroen Bosch Ziekenhuis): ‘Wij zoeken echt de randen van de cao op. Alles om de medewerkers tussen de golven door zo veel mogelijk rust te bieden.’Beeld Jiri Büller

Samenwerking

Dat doen ze maar mondjesmaat. Regionale samenwerking, waarbij zorgmedewerkers bij meerdere instellingen kunnen werken, om zo de nood te ledigen waar die het hoogst is, bestaat heus, maar is nog lang geen usance. Wat vaker voorkomt: zorginstellingen die elkaars medewerkers wegkapen.

In het ene ziekenhuis krijgt een ic-verpleegkundige geen salarisverhoging bij het afronden van de opleiding. Maar het ziekenhuis 30 kilometer verderop biedt twee salarisstapjes erbij. En betaalt gerust – met publiek geld – ook de boete die een verpleegkundige krijgt als die binnen een bepaalde tijd het opleidingsziekenhuis verlaat.

‘Dit gebeurt elke dag’, zegt Terpstra. ‘Instellingen kijken alleen naar hun eigen capaciteit, niemand denkt aan elkaars problemen. Ziekenhuizen moeten hun productie halen, daar zetten ze op in. Dat is inherent aan ons stelsel van marktwerking.’

Maar als je bedenkt dat elke nieuwe medewerker die een ziekenhuis aanneemt ongeveer 35 duizend euro kost aan werven, begeleiden en inwerken, en je ziet dat 40 procent van de afgestudeerde verpleegkundigen binnen twee jaar ander werk aanneemt, dan moet een zorginstelling zich toch realiseren dat de tijd is gekomen om de wensen en voorwaarden van verpleegkundigen serieus te nemen, zegt V&VN-voorzitter Buurman.

Modern werkgeverschap, noemt Terpstra dat. ‘Zorginstellingen vertrouwen nog op de barmhartige Martha, de verpleegkundige die vanuit compassie met de patiënten en intrinsieke motivatie haar diensten doet en geen eisen stelt aan de werkgever. Maar we zitten nu in een ander tijdsgewricht.’

Jarenlang was het heersende mantra in de zorg: de patiënt staat centraal. ‘Daarin hebben we een grote strategische fout gemaakt’, zegt Terpstra, en het is tijd voor een paradigmaverandering. ‘We moeten de zorg inrichten vanuit de autonomie van de zorgprofessional. Niet: wat betekent dit voor oma? Maar: wat betekent dit voor de zorgmedewerker? Pas dan kan die zorgprofessional oma de beste zorg leveren. Doe je dat niet, dan bevestigt dat weer het beeld van de barmhartige Martha die zichzelf wegcijfert.’

Daar hoort bij: ruime opleidings- en loopbaanmogelijkheden voor verpleegkundigen en een volwaardige rol en positie in de zorg, passend bij de complexiteit en onmisbaarheid van het vak.

Dat gaat nog vaak mis, heeft ook ic-verpleegkundige Marijnissen ervaren. ‘Al voor de coronacrisis deelde ik proactief mijn scholingsvragen en loopbaanambities. Vaak zonder gehoor. ‘Jouw tijd komt nog wel’, kreeg ik te horen. Toen ik voorzitter werd van de beroepsvereniging van ic-verpleegkundigen, kreeg ik te horen: moet je dat nou wel doen? Ziekenhuizen vinden het nog altijd heel spannend als een verpleegkundige zich uitspreekt of naast de zorg aan het bed iets anders gaat doen.’

Behapbare werkdruk

In het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam is de afgelopen anderhalf jaar iets opmerkelijks gebeurd. De uitstroom van verpleegkundigen is daar niet hoger dan voor de coronacrisis, en ook het team op de ic is nagenoeg intact gebleven. Een gevolg, denkt Jacqueline van Houwelingen, voorzitter van de Verpleegkundige Adviesraad die bij elk bestuursoverleg meepraat, van een strikte afspraak die het ziekenhuis nu twee jaar hanteert: per dag wordt bekeken hoeveel verpleegkundigen er aan het werk zijn en voor hoeveel patiënten zij – afhankelijk van de zorgzwaarte – kunnen zorgen. ‘Zijn er op een dag minder verpleegkundigen beschikbaar, dan plannen we die dag ook minder patiënten. Zo houden we de werkdruk zo gelijk en behapbaar mogelijk.’

‘Daarin hebben we de afgelopen drie jaar 20 miljoen euro geïnvesteerd’, zegt ziekenhuisdirecteur Peter Langenbach. ‘Een verpleegkundige heeft nu per saldo minder patiënten onder zich, zodat we constant zorg van hoge kwaliteit kunnen leveren. Zowel patiënten als medewerkers plukken hier de vruchten van.’ Om dat voor elkaar te krijgen, moet dus ook de bekostiging van de zorg veranderen, zegt Langenbach. Langdurige contracten met de zorgverzekeraars, die niet meer gebaseerd zijn op aantallen patiënten of ingrepen, maar op zaken als patiënttevredenheid en wachttijden op de spoedeisende hulp.

Toen duidelijk werd dat de ic in het Maasstad zou moeten opschalen, riep teamleider William Boender het hele team bij elkaar. ‘Met verpleegkundigen, artsen en management hebben we berekend welk maximumaantal bedden wij verantwoord zouden vinden in ons ziekenhuis en hoe we de personele bezetting dan zouden kunnen regelen. Zo hielden wij zelf, inclusief de verpleegkundigen, controle over ons werk.’

Het is die zeggenschap die vaak ontbreekt – en die verpleegkundigen zelf in al die rapporten aanmerken als een van de belangrijkste redenen om op te stappen, nog ver voor het salaris. Geen invloed op de vinkjes die gezet moeten worden, de zorg via gestandaardiseerde protocollen, een enorme administratielast om elk stapje te verantwoorden.

Dat gebrek aan zeggenschap, aan autonomie, is een uitwas van ons stelsel, zegt het Amsterdamse ic-hoofd Girbes. ‘Het essentiële gebrek aan ons stelsel is de geringe waardering van de mensen die daadwerkelijk aan het bed staan, ten opzichte van de mensen die er allemaal zijn om te bepalen hoe wij moeten werken en controleren of wij dat wel goed doen. Die hele managerslaag eromheen is een waterhoofd geworden, een enorme bureaucratische last die maakt dat verpleegkundigen 40 procent van hun tijd kwijt zijn aan administratie en minder invloed hebben op hun werk. En de mensen die ervoor zorgen dat zorgmedewerkers geen invloed hebben op hun werk, zijn de mensen met macht. Het verandert dus ook niet.’

Jacqueline van Houwelingen, voorzitter Verpleegkundige Adviesraad in het Maasstad Ziekenhuis: ‘Zijn er op een dag minder verpleegkundigen beschikbaar, dan plannen we die dag ook minder ­patiënten.’ 
 Beeld Jiri Büller
Jacqueline van Houwelingen, voorzitter Verpleegkundige Adviesraad in het Maasstad Ziekenhuis: ‘Zijn er op een dag minder verpleegkundigen beschikbaar, dan plannen we die dag ook minder ­patiënten.’Beeld Jiri Büller

Gedragsverandering

Bij een crisis, zegt Jaap Bonjer, hoogleraar in het Amsterdam UMC en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, blijken die verstikkende protocollen ook te kunnen wegvallen. Neem de eerste covidgolf, of neem de crash van Turkish Airlines in 2009. ‘Dan kunnen we laten zien waartoe we samen in staat zijn. Dan gaat het om de patiënten en niet om de regeltjes.’

Zo’n houding maakt het werk veel aantrekkelijker en zou dagelijkse praktijk moeten zijn, zegt Bonjer. ‘Nu vragen collega’s mij vaak: heb ik hier mandaat voor? Mag dit wel? Dan zeg ik: jongens, wij bepalen dat, alleen wij zorgprofessionals hebben de mogelijkheid om de patiënt te helpen. Nu ben ik afdelingshoofd en hoogleraar, dus het is voor mij wat gemakkelijker om weerstanden te overwinnen. Maar dat zou ook voor een jonge verpleegkundige moeten gelden. Dat vraagt om een enorme gedragsverandering.’

Die moet grotendeels uit de zorg zelf komen, vindt Bonjer. ‘Dat moeten wij zelf als zorgprofessionals organiseren. We kunnen wel roepen: minister De Jonge moet dit en hij moet dat, maar wat moet die man ermee? Als wij nu anders gaan opleiden, verpleegkundigen en artsen samen – niet zo gescheiden als nu – en we gebruiken onze creativiteit en flexibiliteit, dan kunnen wij dit zelf oplossen.’

Daar heb je een zekere onverstoorbaarheid voor nodig. Ook in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch is het verloop onder ic-verpleegkundigen laag: vier zijn er de afgelopen anderhalf jaar weggegaan, op een formatie van tachtig voltijdsbanen. Eentje ging met pensioen, de anderen vertrokken naar commerciële zorgklinieken, waar weekenddiensten niet bestaan.

Grenzen opzoeken

Een kwestie van de grenzen durven opzoeken, zeggen medisch hoofd Peter de Jager (intensivist) en unithoofd Jo van Bussel (al veertig jaar verpleegkundige). Ook zij geloven dat wanneer de arts, de verpleegkundige en de schoonmaker het goed hebben in het ziekenhuis, de kwaliteit van zorg omhooggaat. En dat je dus moet luisteren naar de verpleegkundige. Van Bussel: ‘Doordat we geluisterd hebben naar onze verpleegkundigen, hebben we nu een systeem waarin zij zelf kunnen roosteren. Daarmee hebben ze meer invloed op hun vrije dagen en diensten.’

De Jager: ‘Er gaat veel energie zitten in – en nu begint iedereen natuurlijk te zuchten – een goed teamklimaat. Het gevoel dat je het met elkaar moet doen. Er mogen geen barrières zijn tussen arts en verpleegkundigen. Ook een leerlingverpleegkundige moet mij kunnen beoordelen.’

En de verpleegkundigen in de watten leggen is ook helemaal niet verkeerd. Al in 2017 begon de ic in Den Bosch verse, gezonde maaltijden te leveren voor de nachtdienst. Als extraatje en om de schadelijke gevolgen van het nachtwerk te beperken. De Jager: ‘Ik werd echt uitgelachen door artsencollega’s. Wat een overdreven gedoe. Dat vond ik zelf misschien ergens ook, geef ik eerlijk toe.’ Nu, zegt hij lachend, komt er af en toe een masseur langs op de afdeling.

Durf van de gebaande paden af te wijken, wil Van Bussel maar zeggen. Ook als het gaat om beloning: ‘Wij zoeken echt de randen van de cao op. Meer kinderopvang nodig: wij vergoeden het. Alle verlofmogelijkheden hebben we gebruikt om de medewerkers tussen de golven door zo veel mogelijk rust te bieden. En met toeslagen en premies is echt wel iets te regelen qua beloning.’

Dat salaris, daar wil De Jager het ook nog even over hebben. Elk gesprek met een journalist sluit hij ermee af. ‘Dat moet omhoog, de salariëring is echt onder de maat. Ik snap dat de consequenties groot zijn, want het gaat om veel mensen. Toch had dit de afgelopen twee jaar gewoon geregeld moeten zijn.’ Nu, zegt hij, is het voor verpleegkundigen bijna onmogelijk om zelf meer salaris te eisen, ‘omdat ze dan het gevoel hebben dat ze de coronacrisis misbruiken voor hun eigen belang. Wat totale onzin is.’

Nog altijd zijn er zorgmedewerkers (vooral verplegenden) die zo’n 6 tot 10 procent achterlopen op het marktconforme salaris. Het gekmakendste voorbeeld, vindt ic-hoofd Girbes, is dat van de cliniclown: het startsalaris is 500 euro hoger dan van een verpleegkundige, een verschil dat kan oplopen tot 1.500 euro. ‘Het is niet dat ik dat cliniclowns niet gun. Waar het mij om gaat, is dat de mensen die de schalen hebben opgesteld, het werk van een gespecialiseerd verpleegkundige lager hebben ingeschat. Dat geeft nog maar eens aan dat er fundamenteel iets mis is met ons zorgstelsel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden