Waarom de Grieken vluchtelingen met open armen ontvangen

Het toerisme op Lesbos is ingestort door de vluchtelingen-crisis, toch keren de Grieken zich niet tegen hen. Gastvrijheid is voor de Grieken vanzelfsprekend: 'We waren zelf ooit vluchtelingen uit Turkije.'

De Griekse restauranteigenaar Katharina Koveou te midden van haar gasten, vluchtelingen uit Nepal. Beeld Carlijne Vos / de Volkskrant

Aan de lange gedekte tafel tokkelt een Nepalese migrant op een gitaar. Zijn vrienden die zojuist hebben gehoord dat ze worden uitgezet, staren melancholisch over de glinsterende baai van Ntipi waar de zon langzaam in zee verdwijnt. Voordat ze worden teruggestuurd naar Nepal, wilden de migranten nog een keer terug naar het restaurant van Nikos en Katharina Koveou, waar ze altijd zo warm zijn ontvangen als ze de ellende in het opvangkamp Moria wilden ontvluchten.

Nikos en Katharina zijn een begrip op Lesbos. Het Griekse echtpaar stond al met broodjes en dekens op de stranden klaar toen daar in 2014 de eerste bootjes aankwamen, later bereidden ze dagelijks tweeduizend maaltijden voor de opvangkampen.

Toen die de boel op orde hadden en de catering hadden uitbesteed aan een officieel bedrijf, openden ze dit restaurant aan het water om dagelijks vluchtelingen uit Moria als 'echte gasten' te kunnen ontvangen. Voor Katharina Koveou is het een vanzelfsprekendheid: 'Als iemand bij je aanklopt en om hulp vraagt, doe je de deur open.'

De Griekse gastvrijheid is opmerkelijk. Geen land in Europa heeft zoveel vluchtelingen te verwerken gekregen, toch keert de bevolking zich nauwelijks tegen hen. De eilandbewoners openden hun huizen, brachten eten en vrijwilligers vanuit het hele land stroomden toe. In tegenstelling tot elders in Europa heeft extreemrechts in Griekenland amper voet aan de grond gekregen. Een enkele keer protesteert de fascistische protestpartij Gouden Dageraad met een handjevol aanhangers door de straten van Lesbos, maar niemand lijkt ervan onder de indruk.

Een migrant maakt schoudertassen van achtergelaten reddingsvesten, in het atelier van het Griekse hulpinitiatief Mosaik Support Centre. Beeld Carlijne Vos / de Volkskrant

'Wij begrijpen de positie van de vluchtelingen, we voelen ons solidair', verklaart Marios Andriotis, woordvoerder van de burgemeester van Lesbos. 'Zij kunnen er ook niets aan doen dat ze hier vastzitten op het eiland. De overheid moet ervoor zorgen dat de registratie sneller gaat zodat ze hier weg kunnen. Dat lange wachten is gekmakend.'

Bovendien, voegt Andriotis met enige trots toe: 'Wij weten wat het is om vluchteling te zijn. Veel van onze voorouders stapten van dezelfde bootjes uit Izmir toen ze daar in 1922 waren verjaagd.'

Aan de haven van Mytilini, de hoofdstad van Lesbos, herinneren levensgrote zwart-wit foto's in café Panellinio aan de exodus van Grieks-orthodoxe Christenen uit het ineenstortende Ottomaanse Rijk. Ruim een miljoen Grieken stapten toen aan wal op de Egeïsche eilanden, precies zoals in 2015 een miljoen - vooral Syrische - vluchtelingen uit Turkije dat deden.

Deze ochtend zitten de Grieken zoals gewoon op de terrassen aan de boulevard van de haven, de groepjes passerende migranten van alle nationaliteiten vallen nauwelijks op tussen de aankomende vissers die driftig in de weer zijn met hun netten.

Hoe anders was dat in 2015 toen honderden migranten aan de haven hun kamp hadden opgeslagen, duizenden bootvluchtelingen per dag door hulpverleners uit het water werden geholpen en de indringende beelden van bergen oranje achtergelaten reddingsvesten op de Griekse stranden de wereld over gingen.

Het eiland is er nog steeds niet van bekomen. Het toerisme is met ruim de helft gekrompen, het vliegverkeer zelfs met 85 procent: chartermaatschappijen als Transavia hebben hun rechtstreekse vluchten naar Lesbos geschrapt. Ondernemers klagen steen en been.

'En terecht', vindt ook woordvoerder Andriotis. 'Tegen Europeanen zou ik willen zeggen: als u Griekenland wilt helpen, kom dan alstublieft weer vakantie vieren hier. In toeristische plaatsen als Molivos is geen vluchteling te bekennen. De dramatische beelden van omgeslagen bootjes en achtergelaten zwemvesten zijn volkomen achterhaald, maar ze blijven helaas wel hangen op ieders netvlies.'

Hoewel de honderden toegestroomde hulpverleners en vrijwilligers weliswaar nieuwe inkomsten brengen - net als overigens de gestrande migranten zelf met hun maandelijkse zakgeld van 90 euro - is het nog lang niet wat het geweest is, moppert een taxichauffeur.

In One Happy Family, een huiskamerproject dat door Zwitserse en Griekse vrijwilligers is opgezet om migranten in de opvangkampen iets te doen te geven, roert Mohamoud in een grote pan met eten. 'Ik ben van Griekenland gaan houden', zegt de 40-jarige Syriër die in een vorig leven arts in Damascus was. 'De gastvrije cultuur lijkt op die van ons.'

Mohamoud (40), voormalig arts in Damascus, is nu kok bij het Zwitsers-Griekse huiskamerproject One Happy Family. Beeld Carlijne Vos / de Volkskrant

Mohamoud vluchtte toen hij werd opgeroepen om in het leger van Assad te dienen, maar strandde vorig jaar aan de grens met Macedonië. Hij mocht na lang wachten doorreizen naar Frankrijk maar verkoos Griekenland. Hier op Lesbos kan hij zich nuttig maken. Zodra hij zijn asiel heeft - naar verwachting in september - kan hij zijn gezin laten overkomen uit Damascus. Hij heeft zijn vrouw en kinderen al bijna twee jaar niet gezien.

Aan het strandje bij het restaurant van Nikos en Katharina Koveou testen drie Pakistanen het vissersbootje dat ze hebben opgeknapt en strak in de verf hebben gezet. Ook zij willen graag op Lesbos blijven. Ze hopen als elektricien, kledingmaker en schilder aan de slag te kunnen via het werkgelegenheidsproject dat het echtpaar met steun van onder meer de Nederlandse stichting bethechange@lesbos is begonnen.

Pakistaanse asielzoekers knappen de vissersboot op van restauranteigenaar Nikos Koveou, hun eerste betaalde baan op Lesbos. Beeld Carlijne Vos / de Volkskrant

'Deze mensen zijn teleurgesteld in Europa', zegt Koveou 'Ze hebben het gevoel dat niemand ze wil hebben.'

Met betaald werk hopen de migranten een verblijfsvergunning te krijgen en een plek in de Griekse samenleving te verwerven.

Niet alle Grieken zijn daar even blij mee, geeft Koveou toe. Het land gaat nog steeds door een diep economisch dal, burgers hebben fors moeten inleveren. 'Mensen vragen zich af waar de hulp van Europa was toen zij die nodig hadden. Nu zijn hier allerlei hulporganisaties voor de vluchtelingen en verwachten ze van ons dat wij eindeloos kunnen incasseren. Ik snap die woede wel.'

Tegelijkertijd verbindt het gevoel van in de steek gelaten te zijn, denkt Maria, manager van het vrouwenopvangkamp Kara Tepe, die niet bij haar achternaam genoemd wil worden. 'Toen de migrantenstroom op gang kwam, stonden hier inwoners bij de ingang met een pak luiers of blikjes melkpoeder; vaak oude vrouwtjes met een pensioentje van 300 euro die zelf hun elektriciteitsrekening niet eens meer kunnen betalen. Dan zeiden ze ook nog: 'Sorry, dat het maar zo weinig is.' Wij Grieken weten wat lijden is, net als de vluchtelingen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden