Analyse

Waarom de Duitsers wel een morele discussie voeren over het leveren van zware wapens aan Oekraïne

Terwijl bondskanselier Olaf Scholz deze week in Nederland wapenleveranties aan Oekraïne bespreekt, groeit bij sommige Duitsers de zorg over het morele kompas van het land. Zwenkt Duitsland, na bijna tachtig jaar politiek pacifisme, te abrupt naar almaar verdergaande militaire steun aan een oorlog op het Europese continent?

Remco Andersen
Oekraïense demonstranten vorige week in Berlijn. Beeld AFP
Oekraïense demonstranten vorige week in Berlijn.Beeld AFP

Als de Duitse bondskanselier Olaf Scholz deze week plannen bespreekt met premier Mark Rutte voor verdergaande militaire steun aan Oekraïne, doet hij dat met brede steun van de Duitse bevolking. Maar een prominent smaldeel maakt zich zorgen over de morele koers van Duitsland.

In een open brief eind april riepen 28 denkers en schrijvers de regering op ‘geen zware wapens, direct of indirect’ meer te leveren aan Oekraïne. Ze kregen een storm van kritiek over zich heen. De ondertekenaars – onder wie schrijver en rechter Juli Zeh, auteur en filmmaker Alexander Kluge, en journalist en feminist Alice Schwarzer – vrezen dat steun aan Oekraïne Navo-lid Duitsland tot een partij in het conflict zal maken, met een nucleaire of Derde Wereldoorlog tot gevolg.

Hoewel de briefschrijvers onderkennen dat de oorlog die Rusland voert een schending is van het internationaal recht, en dat er zoiets bestaat als een politieke en morele plicht om niet te zwichten voor agressie, heeft die plicht volgens het complexe epistel ‘politiek-ethische grenzen’. Er zijn nu zo veel burgerdoden gevallen en er is zo veel verwoest, stellen de briefschrijvers, dat zo’n grens is bereikt.

Er moet een compromis komen, een spiraal worden voorkomen. Jürgen Habermas, filosoof en politiek geweten des vaderlands, hekelde in een eigen opiniestuk de emotionele reacties in de ‘schrille, door de media gevoede meningenstrijd’ en maande eveneens tot terughoudendheid.

Is wapens sturen naar Oekraïne een oorlogsmotief voor Poetin?

De reacties op de open brief waren onmiddellijk en onverbiddelijk. Samengevat: de briefschrijvers houden vast aan een naïef pacifisme – waarvan is aangetoond dat het niet werkt toen Rusland op 24 februari Oekraïne binnenviel –, ze missen empathie en pleiten ook nog eens voor capitulatie. Tv-satiricus Jan Böhmermann, de ‘Duitse Arjen Lubach’, tweette dat de brief ook een geruststellend signaal is: ‘Als Poetin Duitsland met kernraketten aanvalt, dan blijft de intellectuele schade in elk geval beperkt.’

Sindsdien regent het kritiek, zowel op de briefschrijvers als op Habermas, uit alle gelederen van de politiek en pers. Weekkrant Die Zeit spande de kroon in een interview met Juli Zeh, een van Duitslands bekendste levende auteurs en denkers, over haar motieven om de open brief te ondertekenen. Daarin wordt onder meer gesuggereerd dat zware wapens voor Oekraïne Rusland een oorlogsmotief geven. Eerste vraag: ‘Mevrouw Zeh, is een vrouw die een minirok draagt medeschuldig als ze wordt verkracht?

Handel durch Wandel; daar werd Duitsland ook rijk van

Toch zou de zorg van de briefschrijvers, hoezeer die nu ook worden veroordeeld, weleens een voorbode kunnen blijken van een discussie die luider gaat klinken als Duitsland over de eerste schok van de Oekraïne-oorlog heen is. Op dit moment is het land vooral bezig het inzicht te verwerken dat het tientallen jaren volgehouden rotsvaste geloof in ‘vrede zonder wapens’ meer op hoop dan op realisme was gebaseerd. In elk geval wat betreft Rusland – met afstand de belangrijkste factor in de Duitse veiligheidsdoctrine.

Duitsland werpt zich al sinds de Ostpolitik van Willy Brandt in de jaren zeventig op als voorvechter van dialoog, economische samenwerking, en internationaal recht als middelen om de vrede te handhaven. Het land leverde geen wapens aan partijen in actieve conflicten. Ook, en juist, wat Rusland betreft was het Duitse beleid gericht op Wandel durch Handel: toenemende (economische) samenwerking als waarborg voor de vrede. Een aangenaam neveneffect was dat Duitsland daar steenrijk van werd.

En toen viel Rusland Oekraïne binnen. Nog geen drie dagen later besloot de Duitse regering Oekraïne te bewapenen én 100 miljard euro extra vrij te maken voor de wederopbouw van de Duitse strijdkrachten – bijna twee keer zoveel als het jaarlijkse Russische defensiebudget. Daarmee maakte de Duitse regering rigoureus een einde aan bijna tachtig jaar politiek pacifisme.

Sindsdien staan de kranten bol van opiniestukken die schaamtevol concluderen: wat zijn wij Duitsers naïef geweest. Afgelopen weekend nog schreef Der Spiegel dat de oorlog in Oekraïne ‘vele levensleugens van de Duitsers begraven heeft. Daaronder de ogenschijnlijke zekerheid dat wie met elkaar praat niet op elkaar schiet. En het idee dat militaire afschrikking middels een goed bewapend leger een concept uit het verleden is.’

Duitsland vreest zichzelf

Maar de verandering gaat nu wel heel snel. En de emotie die ten grondslag ligt aan het Duitse motto van ‘vrede zonder wapens’ is niet veranderd: Duitsland vreest zichzelf. De Duitse buitenland- en veiligheidspolitiek is goeddeels op die vrees gebaseerd. De briefschrijvers, op hun beurt, vrezen niet alleen voor het morele kompas van hun land, maar ook voor de teloorgang van een politieke filosofie die in hun ogen al sinds de jaren vijftig voorkomt dat het land opnieuw ten prooi valt aan de donkere kanten van zijn natuur. Ze vrezen voor de naoorlogse ziel van Duitsland.

Dat verklaart ook waarom deze pijnlijke en moeizame discussie nauwelijks speelt in andere Europese landen die Oekraïne steunen. Veel Britten bijvoorbeeld groeien op met het spiegelbeeld van het Duitse zelfbeeld: de overtuiging dat wat hun land doet per definitie het moreel juiste is.

Nederland wordt evenmin bezwaard door een pijnlijke recente geschiedenis, en is bovendien een veel kleiner land: het kán simpelweg niet eigenhandig het verloop van een oorlog serieus beïnvloeden. Duitsland kan dat wel, als het ervoor kiest zich te ontwikkelen tot een militaire grootmacht die zich op het wereldtoneel kan doen gelden.

Zolang het idee overheerst dat filosoof Habermas, tot woede van zijn critici, omschreef als een al te emotioneel we-moeten-iets-doen-gevoel, is er weinig twijfel over de nieuwe Duitse koers. Maar als het stof in Oekraïne straks is gaan liggen en de tijd voor reflectie aanbreekt, kan in Duitsland weleens de vraag opkomen: durven we echt afscheid te nemen van onze vertrouwde plek in de wereldorde?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden