Waarom cultuur subsidie verdient

In de seventies vond de PvdA-cultuurwoordvoerder subsidies onwenselijk, en als er subsidies waren, zouden die besteed moeten worden aan linkse kunst. Joop Voogd en M. van Hasselt schreven in 1974 in het tijdschrift Socialisme en Democratie: 'Het profijtbeginsel mag wat ons betreft worden toegepast teneinde de financiële overheidssteun geleidelijk te beëindigen, ook al zou dat de ondergang van een deel der traditionele cultuur betekenen. De overheid bevordert cultuur niet als waarde op zichzelf, maar als iets dat bijdraagt tot de gewenste maatschappelijke ontwikkeling, namelijk toenemende sociale gelijkheid en mondiale solidariteit.'

Voogds opvatting bleef een incident; in het beginselprogramma van 1977 is ze niet terug te vinden. De Amsterdamse SDAP-wethouder Emanuel Boekman promoveerde in 1939 op een proefschrift Overheid en Kunst in Nederland, dat ik als minister als uitgangspunt genomen heb voor mijn cultuurnota. Boekman stond op de schouders van SDAP-Kamerlid Kleerekoper die in 1919 in een Tweede Kamerdebat, over toneelsubsidies, zei 'dat de tijd dat de goede kunst object kon zijn van particuliere exploitatie voorbij is, dat de goede kunst is aangewezen op de overheid om haar beoefenaren te kunnen geven wat zij moeten hebben om kunstenaars te kunnen zijn en om de kunst te brengen tot het volk'.


Het is dus ironisch dat de opvatting van rechts anno 2010 teruggaat op die van de PvdA in de grootste gekte van de jaren zeventig.


In het genoemde artikel in 1974 werd de vraag helder gesteld: 'Waarom zijn mensen die niet naar toneel, concerten en musea gaan toch gebonden via belasting daaraan mee te betalen? Welk belang van de samenleving als geheel is gediend met de verbreiding van traditionele cultuur? Wij kunnen geen bevredigend antwoord geven.' Laat ik het toch proberen.


Allereerst de economische argumenten voor subsidie: soms is er sprake van een collectief goed (een beeld in een park), of van externe effecten: museumbezoekers besteden ook geld in de horeca en winkelstraten. Een extern effect is ook dat Nederland bekendstaat als interessant, creatief, cultureel, vrijdenkend, spannend; dat is mede te danken aan onze beeldende kunst, dans, musea, onze muziek; het beïnvloedt ons vestigingsklimaat en onze entree in het buitenland.


Een derde argument is merit goods; in de woorden van Boekman: 'Een kunstpolitiek van de overheid moet erop gericht zijn de belangstelling voor kunst te vergroten en, waar zij niet bestaat, te trachten belangstelling voor kunst te wekken.' De smaak van het publiek is geen onveranderbaar gegeven. Niet alles is appelmoes, pas als je met wat moeite de smaak te pakken hebt gekregen, realiseer je je wat je anders gemist had. Dit roept soms boze reacties op: 'Wie is de overheid dan wel om te bepalen dat die atonale jengelmuziek goed voor mij is.'


Er zou inderdaad een probleem zijn wanneer kunstenaars zich niets gelegen zouden laten liggen aan het publiek. Ik heb me de afgelopen jaren een doodenkele keer gestoord aan iemand die meende dat zijn recht op subsidie geen nader betoog behoefde. Maar ik ben overal in het land bij orkesten geweest die de jeugd de concertzalen intrekken, musea die met sandwichformules veel publiek en kwaliteit combineren. En als er dan loeihard aan wordt getrokken om mensen 'tot het hogere te brengen', dan is het toch geen bezwaar dat er soms ook producties zijn voor kleinere groepen liefhebbers?


Een vierde argument is dat van behoud: de hunebedden moeten we behouden. Het vijfde: niemand weet van zichzelf of hij of zij een toptalent is. De kans is zo klein dat je Janine Jansen bent, dat het niet rendeert om in je eigen artistieke loopbaan te investeren. Dus als we als samenleving prijs stellen op die toppers dan moeten we bijspringen. André Rieu heeft via het gesubsidieerde conservatorium en het gesubsidieerde LSO zijn carrière kunnen beginnen.


Ten slotte als zesde argument de regionale spreiding: als je wilt voorkomen dat alle ambitieuze mensen de regio verlaten, moet je hen ook cultureel wat te bieden hebben. De belastingbetaler betaalt per bezoeker meer mee aan het Orkest van het Noorden of het Limburgs Symfonie Orkest dan aan het Concertgebouworkest; bij de laatste betaalt de bezoeker per kaartje 50 euro en de belastingbetaler ook 50, terwijl in de regio de bezoeker 25 euro betaalt en de belastingbetaler 125. Er gaan in de regio simpelweg minder mensen naar de voorstellingen, en de betaalbereidheid is geringer.


'Als de notaris zonodig naar de opera wil, laat hij zelf zijn kaartje betalen.' Het gekke is dat mensen opeens doen alsof hier geen markt bestaat. Als instellingen de prijzen verdrievoudigen, blijven de bezoekers weg. Dan gaan ze kaskrakers programmeren; wat sneuvelt zijn de experimenten, de starters, de jongere makers.


Het is een sprookje dat je de rijken meer kunt laten betalen door de subsidie te verlagen. Als je rijken meer wilt laten bijdragen, moet je hun inkomstenbelasting verhogen. Als inkomens boven de 150 duizend euro iets meer betalen, een marginaal tarief van 60 procent in plaats van 50, is de jaarlijkse opbrengst 250 miljoen euro. Daarvan kun je de hele korting op de cultuur ongedaan maken. In de verkiezingscampagne riep rechts dat dit een symboolmaatregel was, maar dan is de 200 miljoen korting op de cultuur dat ook.


Als alternatief voor subsidies wordt genoemd: er komt een Wet Geven. Wat daar in komt, weet niemand. Ondertussen schaft de regering de fiscale behandeling van culturele beleggingen af. Giften zijn al aftrekbaar. Ik heb als minister geprobeerd de fiscale ruimte voor cultuurgiften te vergroten, maar de staatssecretaris van Financiën rekende voor dat dat misbruik, constructies en ontduiking zou opleveren. Die Wet Geven is een doekje voor het bloeden.


Het is niet waar dat deze bezuinigingen gunstig zijn voor de lager betaalden. Het CJP gaf generaties jongeren het extra duwtje om een theater in te gaan. Het Nationaal Historisch Museum was bedoeld om gezinnen, en bussen met scholieren dichter bij de cultuur te brengen. Voor nog geen euro per burger per jaar een Nationaal Historisch Museum. We hebben een premier die historicus is, de vicepremier ook, en het eerste wat sneuvelt is het historisch museum! Het zijn de gewone mensen die de weg naar de cultuur niet meer zullen vinden, terwijl yuppen met een stedentripje cultuur gaan snuiven in Berlijn of Barcelona.


Ik heb de argumenten gegeven om eenieder te wapenen tegen deze coalitie, tegen de Filistijnen, de bewindspersonen die het licht uitdoen, de horror-Sinterklazen van de cultuur. Als je alles aan gebruikers toerekent, wat is dan de reden voor het behouden van ongerepte natuur waar toch geen mens komt, condornesten in de Andes, pinguïnkolonies op Antarctica? De vraag is: wil je leven in een land waar we met zijn allen lappen voor cultuur, of een land waar elke zorg om het publieke domein betutteling wordt gevonden.


Ik vraag daarom aan Joop Atsma, tot vorige week voorzitter van het Orkest van het Noorden: Joop, ga jij ze in het noorden vertellen dat ze een linkse hobby zijn, en dat er in Nederland nog maar één orkest overblijft? Maxime: ga jij het sneuvelen van het Historisch Museum uitleggen in Arnhem? Mark Rutte: ga jij de vmbo-klassen vertellen dat die cultuurkaart niets voor hun is? Vrienden, willen jullie dit echt?


Ten slotte hoop. De cultuurbezuiniging is oplopend van 2011 tot 2015: 30, 50, 100, 150 en 200 miljoen euro. Dus laten we hopen, van Limburg tot het Noorden, van de cultuurkaart tot het ballet, van de muziekschool tot de amateurkunst, dat deze coalitie binnen twee jaar knalt.


Ronald Plasterk

Waarom moeten burgers die niet geregeld een museum of theater bezoeken toch voor die voorzieningen betalen? Oud-minister Plasterk van Cultuur doet een poging dat uit te leggen. Dit is een verkorte versie van de Bart Tromplezing die hij vanavond geeft in de Rode Hoed in Amsterdam.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden