Torenflats die er op afstand modern uitzien dienen als ‘bewijs’ van de economische groei in Noord-Korea.

Het economisch potentieel van Noord-Korea

Waarom Chinese ondernemers Noord-Korea het liefst vandaag nog herinrichten tot een onafzienbaar industrieterrein

Torenflats die er op afstand modern uitzien dienen als ‘bewijs’ van de economische groei in Noord-Korea. Beeld Eddo Hartmann

Ondernemers uit China kijken verlekkerd rond in Noord-Korea. Als het regime van Kim Jong-un economische ontwikkeling straks de ruimte geeft, staan zij vooraan. Is hier sprake van een opening? Of is het meer een barst in de ideologische façade?

Op de monumentale Toren van het Juche-Idee bestudeert een vijftal Chinese ondernemers het panorama van de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang. Ze zien de skyline, de brede avenues voor militaire parades en de roze en groen gesausde woonkazernes.

Maar ze zien vooral winst.

‘Straks gaat het hier razendsnel open’, voorspelt een lid van een Zuid-Chinese investeringsgroep. Noem me maar Huang, zegt hij. Liever geen echte naam in een buitenlandse krant, voor je het weet komt er een beschuldiging van overtreding van de internationale sancties tegen Noord-Korea. ‘In China zijn we door de economische hervormingen en welvaart onze collectieve geest kwijtgeraakt. We kunnen een voorbeeld nemen aan de eenheid van de Noord-Koreanen. De beschaving staat op een hoog peil, ze houden hun straten netjes schoon. Die discipline hadden wij vroeger ook. Kom daar maar eens om bij de Chinese jeugd.’

Onafzienbaar industrieterrein

De totalitaire staat kweekt goed opgeleid, perfect gedrild fabriekspersoneel. Dat weten Chinese kledingfabrikanten aan de Noord-Koreaanse grens al jaren, maar na de verharding van de sancties vorig jaar zijn de perfecte arbeiders vertrokken. Meneer Huang zou de Democratische Volksrepubliek Korea (DPRK) het liefst vandaag herinrichten tot een onafzienbaar industrieterrein, vol fabrieken met arbeidskrachten die hard werken voor lage lonen. ‘Nu rondkijken, contacten leggen, dan kunnen we er straks gelijk in.’ Minpuntje is de stroomvoorziening, denkt hij. Pyongyang is afhankelijk van twee aftandse elektriciteitscentrales uit de Sovjet-tijd. Zelfs bij stevige wind is op de 170 meter hoge Toren van het Juche-idee de zwavel van de walmende kolencentrale te ruiken. Veel stadsbewoners hangen tegenwoordig als aanvulling op de kwakkelende staatsstroom goedkope Chinese zonnepaneeltjes aan hun gevels. Dit kreupele systeem houdt geen industriepark aan de gang. Zeker niet op de megalomane schaal die Chinese fabrieksbazen gewend zijn.

Als de sancties worden verzacht en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un inderdaad economische ontwikkeling prioriteit geeft, profiteren de Chinezen, sinds jaar en dag de grootste handelspartner, daar als eerste van. Er bestaat immers slechts een precedent om een rammelende post-planeconomie te transformeren tot een wonder van economische groei en dat is het Chinese model. Geen land is zo bedreven in de kunst binnen vier decennia van niets naar welvaart te gaan. Voor het totalitaire regime in Pyongyang zeer aantrekkelijk is de specifieke Chinese expertise om met al die internationale handel en investeerders toch het rigide eenpartijsysteem in stand te houden. Sterker nog: economische groei versterkt de controle van de Communistische Partij op de samenleving. 1,3 miljard mensen accepteren de alleenheerschappij van de partij in ruil voor een beter leven.

Hoe deze formule werkt heeft de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un dit jaar tijdens drie bezoeken aan China met eigen ogen gezien. De betrekkingen zijn nog nooit zo warm geweest, het stikt dan ook van de Chinezen in de DPRK. Vakantiegangers dingen af op zakken gedroogde paddestoelen bij toeristenstalletjes, als schreeuwerige bloemen lichten hun felgekleurde vrijetijds-kleren de sobere straten van Pyongyang op.

Vintage

Voor Jack Wang, manager van een Beijings bedrijf gespecialiseerd in de organisatie van beurzen, is deze zakenreis een combinatie tussen thuiskomen en tijdreizen. ‘Alle electronica in mijn hotelkamer is made in China. Overal zie ik voorwerpen uit mijn jeugd, die hier als nieuwigheid in de winkel liggen.’ Bijvoorbeeld het lang vergeten specerijenrekje van zijn moeder. Drie bakjes van goedkoop perspex en beige plastic met bijpassende dekseltjes en lepels in een houdertje. Een oude bekende uit de jaren negentig is het telefoonkleedje, een handwerkje van laagjes brokaatstof en gaas, waar een telefoontoestel op rust. Of de lampenkappen van matglas in lelievorm die begin 2000 populair waren bij de Chinese middenklasse.

‘De mentaliteit van Noord-Koreanen is ook vintage, te vergelijken met China begin jaren tachtig, toen onze economie net openging,’ zegt Wang. Zo is het mode om overal een internationaal etiket op te plakken. Hij stapt in een van de acht touringcars met Chinese zakenlui die naar de Internationale Handelsbeurs gaan. Dat lijkt meer een ouderwetse huishoudbeurs, met vooral Noord-Koreaanse bedrijven die noviteiten verkopen als plastic opbergbakken en sportdrankjes op basis van aardappel. Gedateerde keukenelektronica, goedkope pluchen dekens, kleding: allemaal made in China, maar die business kent Wang. ‘Goedkope televisies verkopen gebeurt al jaren. What’s next? Zitten ze in het eerste broze stadium van economische hervormingen? Nog niet eens, denk ik. Het is allemaal erg pril en onduidelijk.’

Bij meervalkwekerij Pyongyang deinst manager Ju Gao-ran (52) terug voor het woord ‘hervorming’. Zijn tweehonderdvijftig collega’s krijgen tegenwoordig loon naar prestatie, maar daar is toch niets kapitalistisch aan? Ook de praktijk dat elke meerval boven het jaarlijkse staatsquotum van 2.000 ton door het bedrijf zelf wordt verkocht of geruild tegen goederen, heeft volgens hem niets met marktwerking te maken. ‘Onze Grote Leider Kim Jong-un heeft toestemming gegeven om overproductie te herinvesteren. Onlangs hebben we machines gekocht om drijvend voer te maken.’

Een rekensommetje: een ton meerval doet 1.000 dollar (870 euro). Dit jaar had de kwekerij 500 ton overproductie. Dat danken we aan het feit dat Kim Jong-un en zijn vader beiden hartstochtelijke kenners van de kweekvisserij zijn, en de fabriek met ‘onvermoeibaar gidswerk ter plekke’ bijstonden, zegt Ju. Deze on the spot guidance wordt herdacht in een ‘historische kamer’. Daar staat de eerste generatie uit Hongarije geïmporteerde meervallen. Opgezet en voor de eeuwigheid bewaard, omlijst door foto’s van Kim Jong-il en Kim Jong-un. Torens van airconditioning houden de kamer op een aangename temperatuur van 19 graden. Dat is niet voor bezoekers: andere fabrieken zetten ventilatoren in een discreet hoekje om koele lucht richting de foto van Kim Jong-un te blazen.

Ultieme drijfveer

Kims instructies uitvoeren is de ultieme drijfveer, maar om het personeel tot het uiterste te motiveren is er een bonussysteem. Manager Ju zegt dat dit niet nieuw is. ‘De ideologie wordt gevolgd door materiële voordelen. Dat kunnen bonussen zijn, maar ook een sportevenement.’ Deze ‘socialistische zakelijke bedrijfsverantwoordelijkheid’ hoort bij het ‘socialistisch bedrijfsmanagementsysteem’ en dateert uit de jaren zestig.

Tenminste, dat beweert top-econoom Son Hyun-sol van de economische faculteit van het instituut voor sociale wetenschappen. Hij helpt onwetenden die overal hervormingen Chinese stijl zien rap uit de droom. ‘China heeft veel reclame gemaakt voor zijn model, maar als hervormingen een voorwaarde voor buitenlandse investeringen zijn, ben ik duidelijk: dat gaat hier niet gebeuren.’

Laat dat socialisme met Chinese karakteristieken maar in China, zegt Son zuinigjes. ‘Wij hebben ons eigen socialisme.’ Want enige bezorgdheid dat met het buitenlandse kapitaal buitenlandse politieke ideeën meekomen die de Noord-Koreaanse ideologie kunnen ondermijnen is er wel, erkent hij. Die lichte twijfel is het toppunt van openheid. Vroeger zou hij ongetwijfeld hebben gezegd dat het onoverwinnelijke Noord-Koreaanse Juche-systeem van extreme zelfvoorzienendheid op ideologisch, militair en economisch terrein immuun voor buitenlandse invloeden is.

‘Ontwikkel kweekvisserij om het volk van vis te voorzien!’ Een cameraploeg wil die slogan op de achtergrond tijdens het voeren van de meervallen. Ri Chung-il van het Koreaanse Nationale Vredecomité die het groepje buitenlandse journalisten begeleidt, maakt zich ongerust. ‘De vissen snappen niet dat ze ineens aan een andere kant van de vijver worden gevoerd. Nu lijkt het net alsof er weinig vis zwemt.’ Aan de rand van de kweekvijver ontspint zich een gesprek in metaforen. Over dappere vissen die naar een andere plek durven te zwemmen. Omdat daar meer voer is. Zijn collega Kim Jong-hun is meer van de directe benadering. ‘Waarom zouden we niet een paar goede elementen van het kapitalisme uitproberen?’ Zolang het maar geen hervormingen worden genoemd, of navolging van het Chinese model.

Hoe de Noord-Koreaanse economie functioneert, blijft vaag, mede door een totaal gebrek aan data. De recentste statistiek over het gemiddeld jaarinkomen dateert uit 2014 – toen was het per hoofd 1.200 dollar, zegt econoom Son. Die wordt kribbig van al dat gezeur over cijfers. ‘Uw vragen geven me het gevoel dat investeerders aarzelen als we niet stante pede allerlei cijfers produceren.’ Het is simpel, zegt hij. Bel je Noord-Koreaanse consultant, zoek een project uit en investeer in een van de vijfentwintig economische zones. Klaar. Niets nieuws onder de zon. Kan al jaren, mits buitenlanders de politieke ideologie van de DPRK respecteren.

‘Bewijzen’

Is Noord-Korea een soort catfish, wat meerval betekent maar ook iemand die zich op sociale media voordoet als een ideale partner voor een relatie, maar nooit zijn ware gezicht laat zien? Of staat de DPRK echt aan de vooravond van een economische omwenteling? Overal worden ‘bewijzen’ van economische groei geëtaleerd. Bijvoorbeeld de nieuwe torenflats die er dankzij een partij schijnwerpers op een afstandje hypermodern uitzien. Maar dat kan al snel in vergelijking met de Sovjet-flats, vermoeide betonbouw die ontelbare keren is overgeverfd. Een ‘bewijs’ van moderniteit bij bedrijven is een controlekamer met een wand met flatscreens met Windowslogo’s en een productieschema met rode en groene lampjes. Drie telefoons – twee zwarte en een rode – wachten op een houten bureau. Zou er ooit iemand bellen? Computerschermen in zalen zonder mensen zijn sowieso onmisbaar in de iconografie van de Noord-Koreaanse economie, net als de fitnesstoestellen die overal te pas en te onpas opduiken.

Beloofde de eerste Noord-Koreaanse dictator Kim Il-sung ‘rijst, vleessoep en huizen met dakpannen’, zijn kleinzoon Kim Jong-un is meer van de zwemparadijzen en ski-resorts. De Wonsan-Mount Kumgang Internationale Toeristen Zone heeft 400 vierkante kilometer bestemd voor recreatievoorzieningen. Volgens een investeringsgids uit 2015 maakt Wonsan zich op voor ‘een miljoen buitenlandse toeristen per jaar’ en een onbekend aantal Noord-Koreanen.

Computerschermen in lege zalen zijn onmisbaar in de iconografie van de Noord-Koreaanse economie. Beeld Eddo Hartmann

Deze stad van 360 duizend inwoners aan de oostkust wordt door persbureau Reuters omschreven als fun and guns: het ene strand voor badgasten, het andere voor artillerieoefeningen en rakettesten. In april wees de Amerikaanse president Donald Trump al op de ‘fantastische stranden’. ‘Dat zie je als ze hun geschut richting de zee afvuren, right? Daar zou je geweldige appartementen kunnen bouwen.’

Het gebeurt al. De kust blikkert ’s nachts van de lasbranders, hijskranen steken uit kolossale vakantieverblijven in aanleg. Zeventig projecten, variërend van restaurants en hotels tot tankstations en rioleringssystemen, wachten op buitenlands geld. Neem de zesde verdieping van het Dienstencentrum, dat voorziet in ‘een zwembad met zeewater, café en restaurant met uitzicht onder een doorschijnend dak dat automatisch opent en sluit’. Dit gebouw ter waarde van 35,75 miljoen dollar zal de vorm van een ‘pareloester’ krijgen en is een joint venture, zoals de meeste projecten. Joint ventures zijn onder de sancties verboden. Alleen de echt uitzinnige plannen, zoals een zeecruise-project, worden volledig buitenlands eigendom.

Masikryong-speed

Uit gesprekken met in de DPRK gespecialiseerde consultants blijkt dat investeerders het geld op de ouderwetse manier, cash, moeten meenemen, want het Noord-Koreaans bankwezen is van de buitenwereld afgesloten door de sancties. Dat ongemak wordt gecompenseerd met het hoge tempo op de bouwputten, of zoals dat in de DPRK heet, de Masikryong-speed. Masikryong is een ski-resort, de parel in de kroon van Kims toeristisch ontwikkelingsbeleid voor Wonsan. De wintersportdroom werd binnen in tien maanden gebouwd door het Noord-Koreaanse leger.

Sinds de opening in 2014 kunnen hier vijfduizend mensen tegelijk – de eigen elite tegen ‘betaalbare tarieven’, buitenlanders tegen 150 dollar per dag  overnachten in knusse kamers in blokhutstijl. Kies maar: eerste klas, tweede klas of een familieappartement. De kleurtjes van het tapijt in de gang zijn schatplichtig aan het Overlook-hotel in de griezelfilm The Shining, en Masikryong is ook net zo leeg.

De begeleiders weten niet of het hotel ooit volledig bezet is geweest. Ze blijven lang dralen in de uitgestorven winkeltjes, zodat iedereen ruim de tijd heeft om de luxeartikelen te bestuderen. Bijna uitdagend staan de flessen Johnnie Walker, vsop-cognac, Italiaanse skibrillen en leren designtassen uitgestald.

Niemand legt uit hoe kratten Coca-Cola Zero, Franse topwijnen en zelfs een complete skilift op een Noord-Koreaanse berghelling terecht zijn gekomen, terwijl een batterij sancties de export van dat soort luxegoederen aan Noord-Korea verbiedt. Wel duidelijk is de boodschap: bedrijven vinden het economisch potentieel van de DPRK blijkbaar onweerstaanbaar.

Reliek

Toen de wereld Kim uit sanctieoverwegingen een kabelbaan weigerde, kwam China te hulp. Het Westen mag dan vinden dat het regime moet worden afgeknepen van luxeprodcuten en een bijbehorende levensstijl, de Volksrepubliek deelt het Noord-Koreaanse standpunt dat skiën een ‘volkssport’ is. Dat maakt een stoeltjeslift tot een onvervreemdbaar mensenrecht. De gondels bergopwaarts zijn tweedehands, na dertig jaar trouwe dienst in het Oostenrijkse Ischgl doorverkocht via China. De gewone stoeltjeslift is ook van Chinese makelij.

Kim Jong-un heeft de Chinese kabelbaan persoonlijk getest. De mythe wil dat niemand dat durfde en hij zich toen heroïsch in zijn eentje naar de bergtop liet transporteren. Zoals alle voorwerpen die in contact zijn geweest met de Kim-dynastie is de plek waar hij zat heilig. De Noord-Koreaanse gidsen worden opgewonden bij het zien van stoel nummer dertien: ‘Die met dat rode gedenkplaatje, dat is de reliek.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.