Waarom België een vrijplaats is voor terroristen

Als in Brussel dinsdag de bommen ontploffen, zijn Belgische terrorisme-experts niet verrast. Politiediensten werken niet samen, de geheime dienst is te klein en politici sussen van alles weg. Gaat dat goed komen?

Beeld afp

Strak interieur, veel glas en nieuwe elektronische borden: metrostation Kunst-Wet oogt dankzij een miljoeneninvestering als nieuw. Reizigers haasten zich hier op dinsdagochtend 22 maart door het industriële decor naar boven. Onder hen veel parlementariërs, op weg naar het nabijgelegen Natieplein 1. In de vroege middag staat voor hen een belangrijke bijeenkomst op de agenda: de Kamercommissie voor geheime diensten wordt bijgepraat over de slechte staat van anti-terrorismedienst OCAD.

Zeshonderd meter verderop daalt Khalid el Bakraoui af naar de perrons van station Maalbeek. Om 09:11 uur drukt hij in een volle metro op het ontstekingsmechanisme van zijn bom. Direct gaat Brussel op slot. Parlementariërs moeten binnenblijven. De bijeenkomst over het disfunctioneren van de terrorismedienst zal die dag niet meer plaatsvinden.

Khalid el Bakraoui maakte deel uit van een zogenoemde 'slapende cel': een groep terroristen die zich laat opgaan in een gemeenschap om op commando toe te slaan. 'Brussel' is niet hun eerste werk. Al ruim een jaar houdt deze groep van minimaal dertig leden België in z'n greep.

Eén terroristencel die in staat blijkt om twee grote aanslagen te plegen en diverse pogingen daartoe te ondernemen; het is uniek, maar typeert ook het Belgische probleem. Het land is niet in staat gebleken de groep een halt toe te roepen, ook al had men de cel al jaren in het vizier. Neem Abdelhamid Abaaoud, een twintiger die in januari 2015 op het punt stond om verschillende politieposten in Verviers aan te vallen.

'Woedend over de gebeurtenissen van deze morgen in Brussel, beschuldig ik België ervan jarenlang een 'wacht-en-kijk-toe'-beleid te hebben uitgevoerd. Nooit kregen de veiligheids-diensten de middelen om hun werk op een professionele manier te doen en zo een aanslag te voorkomen.'

Bernard Snoeck voormalig inlichtingenofficier van het Belgisch leger in zijn blog, op 22 maart

Beeld afp

De aanslag werd op het laatste moment verijdeld door een inval in een safehouse, maar Abaaoud ontkwam en bleek in staat om de reeks aanslagen in Parijs, tien maanden later, te organiseren. Hij stelde de commando's samen, kocht materialen voor de bommen en zorgde voor het vervoer naar Frankrijk. Hoe kan dat?

Er zijn al langer klachten over de Belgische veiligheidsdiensten. Bernard Snoeck, tot drie jaar geleden werkzaam bij de inlichtingendienst van het Belgische leger, schrijft pal na de aanslagen op dinsdagochtend woedend zijn onvrede op in een blog.

'Ik beschuldig politici op alle niveaus ervan dat ze de noodzakelijke middelen voor politie en veiligheidsdiensten niet gaven, dat ze te weinig geld verstrekten en niet zorgden voor wetten die het werk van de diensten bespoedigde.'

Bernard Snoeck voormalig inlichtingenofficier van het Belgisch leger in zijn blog, op 22 maart

Kwijtgeraakte generatie

Brice De Ruyver kent het Belgische veiligheidsapparaat als geen ander. Vanaf april 2000 was hij de nationale veiligheidsadviseur van premier Verhofstadt en vanaf 2003 voorzitter van het coördinerend comité voor inlichtingen en veiligheid.

De Ruyver ziet dat België een generatie aan jongeren is kwijtgeraakt. Dat begon in de jaren negentig. 'Al twintig jaar lang hebben we complete eilanden in de samenleving; no-gozones die zijn afgeschermd van politie en justitie.' Het zijn de wijken in onder andere het westen en zuiden van Brussel. Daar floreert de illegale economie. Jongeren leven van drugs- en wapenhandel. Ze hebben geen opleiding, geen zicht op een baan. 'We hebben vrijhavens in onze rechtsstaat laten ontstaan. Ontoelaatbaar.'

De oorzaak: 'Politie en justitie werden tot 1995 verwaarloosd, politiek en budgettair. Er is altijd veel geld gegaan naar de uitbouw van de welvaartsstaat, te weinig naar de bescherming ervan.' Meer dan 5.000 politieambtenaren kent Brussel, nu verdeeld over zes politiezones. De capaciteit wordt niet goed benut volgens De Ruyver. Politie zit vooral 'in de dure wijken'. 'Er is meer nodig in west en zuid.'

Zoals andere West-Europese landen zag België het terrorisme vooral als een internationale aangelegenheid. De Ruyver: '9/11 zagen wij als een Amerikaans probleem met de moslimwereld, de moord op Van Gogh als een Nederlands probleem. Het heeft ons wel de ogen geopend.' Dit verandert helemaal na de aanslagen in Madrid en Londen. '2005 was een kanteljaar. We kregen te maken met radicalisering in België. We waren nog geen doelwit maar werden gebruikt als doorvoerhaven en schuilplek. Onze internationale instellingen zouden weleens doelwit kunnen zijn, realiseerden we ons.'

Maar ondanks dat die analyse al vroeg werd gemaakt, weten de diensten het aantal radicaliserende jongeren niet te remmen. Dat komt door enkele hardnekkige problemen in het Belgische veiligheidsapparaat. De federale en de lokale politie delen nauwelijks informatie met elkaar, laat staan de geheime dienst Staatsveiligheid (VSSE) en de politie. Burgemeesters van verschillende politieke signatuur weigeren soms met elkaar te praten. Bovendien zijn er capaciteitsproblemen. Om de informatie-uitwisseling te bespoedigen, richt België de coördinerende terrorismedienst OCAD op.

'Ik beschuldig de militaire inlichtingendienst ervan geen analyse-afdeling te hebben ontwikkeld: we verzamelen data maar we analyseren het niet. We zitten met data waarvan we niet weten wat we ermee moeten doen en hebben niet de kwaliteiten om het uit te buiten. Onze 'analisten' zijn eigenlijk operationele dossier-managers.'

Bernard Snoeck voormalig inlichtingenofficier van het Belgisch leger in zijn blog, op 22 maart

Beeld afp

Vanaf 2007 neemt de druk op de veiligheidsdiensten toe. De dossiers worden talrijker en dikker. De Ruyver: 'Het ganse potentieel aan kansloze jongeren in de Brusselse wijken begon zich tegen ons te keren.' Hij concludeert dan al: dit gaan we niet houden. De militaire dienst en de Staatsveiligheid hebben te weinig middelen en te weinig Arabisch sprekend personeel. De Staatsveiligheid, waar ongeveer vijfhonderd mensen werken, krijgt bijvoorbeeld pas in 2006 bevoegdheden voor het afluisteren van telefoons. De Ruyver: 'Er is meermaals bij politici aangeklopt om te zeggen dat de diensten het niet aan konden.'

Alleen, de crisis barst los in 2008 en in plaats van investeren gaan politici bezuinigen. De inlichtingendiensten worden daarbij niet ontzien. De weinig beschikbare middelen om te investeren gaan vooral naar sociaal-economische doelen.

De terrorismedienst OCAD groeit langzaam, het aantal analisten loopt op tot 40. Om de dreigingsanalyses goed te kunnen maken, is de dienst afhankelijk van informatie van veiligheidsdiensten, politie en ministeries. Na analyse van die informatie wordt het dreigingsniveau voor België vastgesteld.

Maar dat is niet de belangrijkste verantwoordelijkheid van het OCAD. Het orgaan heeft een geheime lijst met namen van potentiële terroristen. Volgens strafrechtadvocaat Abderrahim Lahlali, die de afgelopen jaren zeven Syriëstrijders bijstond, staan daar zo'n 800 personen op, onder wie de 130 mannen die reeds uit Syrië terugkeerden. Van alle 800 personen wordt een dreigingsanalyse gemaakt. Maar dat ging de laatste jaren flink mis. Juist daarover zouden de Belgische parlementariërs dinsdag 22 maart worden bijgepraat.

De veiligheidsdiensten stuurden ongefilterde informatie naar het OCAD, blijkt uit mediaberichten, waardoor het orgaan met veel te veel ruwe data werd opgescheept. Ook zou het OCAD zijn eigen regels om analyses te maken zelden hebben nageleefd. Er waren geen duidelijke criteria om de ernst van de dreiging te bepalen. Advocaat Lahlali: 'Zo wist eigenlijk niemand hoe groot het gevaar was van de mannen op die lijst, en dus ook niet hoe strak ze in de gaten moesten worden gehouden.'

Er gaat meer fout in de Belgische terrorismebestrijding. Het rekruteren van mensen uit de doelgroepen, uit de directe omgeving van geradicaliseerde jongeren, lukt niet. 'Hoe kan je moslims in bepaalde wijken onderzoeken als je niet eens in staat bent de informatie die tussen de straatstenen ligt op te rapen?', vraagt Lahlali zich af. 'Men is afhankelijk van tipgevers, personen die geld nodig hebben. De Marokkaanse veiligheidsdienst weet meer uit Molenbeek dan de Belgische.'

De tekst gaat verder onder het beeld.

Moeten de Belgen het zelf doen? 

Na de aanslagen in Parijs van 2015 besloten de Belgische en Franse inlichtingendiensten voor het eerst verbindingsofficieren in elkaars hoofdsteden te stationeren. Tot die tijd was er wel sprake van samenwerking, maar minder intensief. Dat verklaart de Belgische inlichtingendienst VSSE in antwoord op vragen van de Volkskrant.

Het tekent de terughoudendheid in internationale samenwerking tussen inlichtingendiensten. De Belgische dienst onderhoudt wel bilaterale contacten met 93 diensten in 69 landen, verdeeld over de vijf continenten. In dat netwerk gingen in 2015 zo'n 16 duizend berichten over en weer volgens de VSSE.

Het delen van informatie tussen inlichtingendiensten is een heikel punt. Diensten zijn geneigd informatie selectief te delen, uit angst hun bronnen prijs te geven. Ook speelt de zogenoemde 'derde-landregel' mee: landen mogen informatie van een bevriend land niet met anderen delen. Om dit te ondervangen richtten dertig Europese geheime diensten dit voorjaar een platform voor informatieuitwisseling op. Maar dat loopt nog steeds uiterst stroef.

Het straatbeeld in Molenbeek, een week voor de aanslagen.Beeld anp

Gebrek aan analisten

'Binnen een minuut had ik de analyse gemaakt', zegt Luc Verheyden, tot 2010 onderdirecteur van het OCAD. Dertig jaar werkte hij als anti-terrorismedeskundige bij de Belgische overheid. Hij is 's lands meest ervaren terrorismebestrijder. Verheyden is thuis als hij via de radio hoort van 'twee incidenten op luchthaven Zaventem'. De arrestatie van Salah Abdeslam, een vooraanstaand lid van de cel, vier dagen eerder, kan hij niet los zien van de explosies nu. 'Met die aanhouding was de cel niet opgerold of stilgelegd. Er waren twee opties: of Abdeslam was de leider en de cel zou zich anders organiseren of hij was niet de leider en de cel zou laten zien dat die nog operationeel was. De klassieke middelvinger na een arrestatie.'

Het toont volgens Verheyden de 'revolutie' die IS heeft doorgemaakt. De organisatie blijkt in staat zich telkenmale aan te passen. Communiceren gaat volgens Verheyden onder meer via sociale media. 'In een dossier stond hoe dat ging: Abaaoud logde in Syrië in op een profiel op Facebook een schreef een bericht zonder dat te versturen. Iemand anders logde later vanuit België in op hetzelfde account en kon zo het conceptbericht lezen.'

Beeld afp

Doordat de jongeren maanden in hun gemeenschap opgaan, is het complexer hun bewegingen na te gaan. Voor het 24 uur volgen van één persoon zijn zeker 25 analisten nodig. Om alle teruggekeerde Syriëgangers in de gaten te houden, zijn ruim drieduizend mensen nodig. De geheime dienst VSSE beschikt naar verluidt over nog geen vijfhonderd krachten. 'Wij geven geen cijfers over onze capaciteit', zegt de dienst. 'We kunnen wel zeggen dat we een kleine dienst in een klein land zijn.'

Ook De Ruyver ziet dat de jongeren vanuit Syrië worden aangestuurd. 'Zonder back-up vanuit Syrië hadden ze dit nooit voor elkaar gekregen. Het is bedacht en aangestuurd vanuit Syrië.' Hij noemt de daders 'losers'; kleine en grotere criminelen die dankzij IS een doel hebben gekregen.

De Ruyver: 'Abaaoud werd door IS strateeg gemaakt. Er was niks strategisch aan die jongen. Alles werd door Syrië gecoördineerd. Hij was een drugsgebruiker en crimineel zonder doel in zijn leven.' Dat brengt De Ruyver terug naar zijn eerdere analyse. Een generatie kwijtgeraakte jongeren in de Brusselse wijken is een enorm potentieel gebleken voor de jihad. 'Het is geen wonder dat wij relatief de meeste Syriëgangers van Europa hebben.'

Andere geheime diensten

Merkwaardig genoeg stonden veel van de 30 terroristen al op lijsten van verschillende inlichtingendiensten. Neem Ibrahim El Bakraoui, de oudste van de twee broers, die zichzelf opblies op de luchthaven. Hij stond op een Amerikaanse lijst met terreurverdachten, was in het vizier geweest van de Belgische diensten, werd door Turkije opgepakt in Gaziantep en na een waarschuwing uitgezet naar Nederland in juli 2015.

Hij had een stevig crimineel verleden, schoot in 2010 met een kalasjnikov op de politie, kreeg tien jaar cel maar kwam vervroegd vrij en reisde nadat hij uit de gevangenis was gekomen richting Syrië. Turkije meldde zijn uitzetting aan Nederland en België. Toch kon hij, nadat hij 14 juli op Schiphol was geland, in de anonimiteit verdwijnen. Het lijkt een aaneenschakeling van internationale missers.

Ik beschuldig politici ervan nooit de opkomst van de radicale islam te hebben willen begrijpen en deze opzettelijk te hebben genegeerd omdat ze bang waren stemmen te verliezen of niet 'politiek correct' te zijn.

Bernard Snoeck voormalig inlichtingenofficier van het Belgisch leger in zijn blog, op 22 maart

Eigenlijk ging het bij alle zeven Syriëstrijders die de Belgische advocaat Walter Damen verdedigde hetzelfde: 'Ze geraakten voor zichzelf in uitzichtloze omstandigheden en de meesten gingen op de dool. Sommigen hielden zich bezig met criminaliteit. Ze babbelden met bepaalde mensen, vaak internetpredikers. Mensen die je nooit ziet, ook veiligheidsdiensten niet, en die een idee in hun hoofden planten. Het radicaliseren gaat snel, soms binnen een paar weken.'

Tijdens het verloop van hun levens doen de jongens vaak van alles wat ingaat tegen de Koran. Drugsgebruik en -handel, stelen, gewapende overvallen. Naarmate ze de Koran dichter tegen de borst drukken, wordt die levensstijl een steeds zwaardere last. Lahlali: 'Dat zie je ook in het testament van Ibrahim al Bakraoui: hij zag geen uitweg meer. Met een grote daad wilde hij alles goedmaken.'

Tegen die ongrijpbare gedachtegang moeten de veiligheidsdiensten opboksen. Het is daarom van het grootste belang om Syriëgangers bij terugkomst onmiddellijk te ondervragen en indien nodig vast te zetten, vindt Damen. 'Het best kan dit gebeuren buiten een gevangenis, in een strak gecontroleerd deradicaliseringscentrum.'

Dat gaat nu niet goed. Een cliënt van hem kon na terugkomst uit Syrië zeven maanden vrij rondlopen. Na de aanslagen in Parijs werd hij ineens opgepakt. Damen: 'Waarom gebeurde dat niet eerder? Het zijn er gewoon te veel, binnen een dag geraak je van Syrië in Brussel.'

Voor nu is het te laat. De Belgische veiligheidsdiensten moeten alle zeilen bijzetten om de volgende aanslag te voorkomen.

Eigenlijk, zegt De Ruyver, zou 90 procent van het inlichtingenwerk 'preventie' moeten zijn. Nu ligt de volledige nadruk op het 'stoppen van aanslagen'. Verheyden: 'De staatsveiligheid is als een stiefmoeder behandeld. Al zou je nu de capaciteit drastisch verhogen, dan nog duurt het minimaal twee jaar voordat resultaat zichtbaar is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden