ANALYSERacisme

Waarin zit toch de witte angst om over racisme te praten?

Een meisje in roze jas met protestbord ‘One love’ is een van de demonstranten vrijdag in Nijmegen tegen racisme.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ook in Nederland demonstreerden deze week duizenden tegen racisme. Maar liever hebben we het over de rol van de Amsterdamse burgemees­ter, dan een serieus debat te voeren. Waarin zit dan toch de witte angst?

Wat een appjes, hè. Na een week van demonstraties die ver boven verwachting werden bezocht – zo’n 5.000 mensen in Amsterdam, 1.500 in Den Haag en 1.500 in Groningen – praten Nederlanders vooral over de berichtjes die burgemeester Halsema en minister Grapperhaus elkaar stuurden.

Racisme, ja, dat was de reden dat duizenden mensen de straat op gingen en de anderhalvemeterregel negeerden. Hoe kan het dat er zoveel mensen afkomen op een protest tegen racisme, vroegen sommigen zich verrast af. Een exemplarische vraag; racisme is iets van anderen, niet van hier, een debat dat activisten importeren uit Amerika. 

Tweederangs

‘De Amerikaanse protesten resoneren met de gevoelens en ervaringen in Nederland’, zegt cultureel antropoloog Sinan Çankaya, die in zijn nieuwe boek Mijn ontelbare identiteiten structureel racisme inzichtelijk probeert te maken. ‘Ook hier zijn mensen het beu om als tweederangs te worden behandeld.’ 

De kritiek op het protest op de Dam noemt hij deels terecht, er werd inderdaad een risico genomen met de volksgezondheid. Maar: ‘De bagatellisering past in een bredere ontkenning van racisme in Nederland. We grijpen alles aan om het maar niet over racisme te hebben.’

Het debat lijkt vast te zitten in een groef, een vastlopende plaat die telkens het woord ‘racisme’ herhaalt, maar niet meer dan dat. Ja, we hebben het er meer dan ooit over in Nederland, vooral over de vraag of een uiting wel of niet racistisch is, maar een serieus debat komt nauwelijks van de grond. Te moeilijk om over te praten, te ongemakkelijk, te verhit, bij elk verwijt laaien de gemoederen op.

Gemorrel aan het zelfbeeld

Mensen voelen zich persoonlijk aangesproken, zegt Çankaya, en schieten daardoor in het defensief. Bovendien: ‘Het Nederlandse zelfbeeld staat ons in de weg. Nederland zou een open en tolerant land zijn. Als een buitenstaander die je met moeite als gelijke kunt beschouwen je vervolgens vertelt dat er racisme is in Nederland, dan wordt er aan dat zelfbeeld gemorreld.’ 

Racisme ís ook een lastig onderwerp. Het is een fenomeen dat, voor de mensen die het niet aan den lijve ondervinden en zich er naar eigen zeggen niet schuldig aan maken, alleen plaatsvindt in de niet verifieerbare en subjectieve interacties tussen anderen. Een kwaad dat zo overduidelijk verkeerd is dat velen zich niet kunnen voorstellen dat het nog zo wijdverspreid is. Een probleem dat tot uiting komt in onpersoonlijke statistieken, in een log systeem waarvoor tegelijk iedereen en niemand verantwoordelijk is.

Dáárom zijn beelden als die van de dood van George Floyd zo krachtig. Ze maken het ongrijpbare tastbaar, brengen het oneerlijke systeem terug tot een hartverscheurend moment van onnodig menselijk leed. Tot een gezicht op het asfalt, een stem die maar blijft roepen dat hij geen adem kan krijgen. En niemand die luistert.

Kijk, roepen mensen wier ervaringen zo vaak zijn ontkend, kijk dan!

Ontkenning

Zelfs dan zullen mensen nog ontkennen. Ze zeggen dat agent Derek Chauvin getrouwd is met een Aziatische vrouw, dat Floyd besmet was met het coronavirus, dat hij verslaafd was, dat hij is overleden aan hart- en longfalen. Alsof de politieknie maar zijdelings met zijn dood te maken heeft. Alsof het hier geen vermijdbaar onrecht betrof. 

En dus komen de kille statistieken weer van stal. Zomaar een cijfer uit Minneapolis: de politie in die stad gebruikt tegen zwarte mensen zeven keer zo vaak geweld als tegen witte. Slechts 20 procent van de bevolking is er zwart, maar 60 procent van de keren dat de politie gewelddadig wordt – nekklemmen, schoppen, knietjes, stroomstoten, noem maar op – is dat tegen een zwarte verdachte.

In Nederland hebben we ook zat statistieken. Niet zozeer van politiegeweld tegen zwarten, dat staat niet in verhouding tot de Amerikaanse problematiek, maar wel van het racistische systeem. Neem het rapport Liever Mark dan Mohammed: niet-westerse namen hebben 16 procent minder kans om uitgenodigd te worden op een sollicitatie. Zelfs een witte Nederlander met een strafblad maakt meer kans op een baan dan iemand met een Arabische naam zonder strafblad. 

Aantoonbare ongelijkheid

Telkens is de ongelijkheid aangetoond: bij het huren en kopen van een huis, zoeken naar een stage, binnenkomen van een club, staande gehouden en gefouilleerd worden door de politie, uitdelen van celstraffen en opsporen van belastingfraude. In al die gevallen werken een naam en huidskleur die niet direct als Hollands worden geassocieerd tegen je. 

Demonstranten woensdag bij de Rotterdamse Erasmusbrug tijdens een manifestatie tegen racisme en politiegeweld in de VS. Aanleiding is de dood van George Floyd in de Amerikaanse stad Minneapolis. Beeld Marco de Swart / ANP

Dit is allemaal al jaren, decennia soms, bekend. En toch zijn we verrast als mensen zich hier niet thuis voelen, toch verbazen we ons dat racisme méér is dan een bewuste scheldpartij over iemands huidskleur, toch moeten we nog wennen aan het idee dat je geen racist of slecht mens hoeft te zijn om iets racistisch te zeggen. 

Witte kwetsbaarheid

In 2011 muntte academicus Robin DiAngelo de term ‘witte kwetsbaarheid’ om de defensieve reacties van witte mensen te beschrijven als racisme ter sprake wordt gebracht. Witte mensen zijn grootgebracht met het idee geen onderscheid te maken en kleurenblind te zijn, schreef zij in het boek White Fragility. Geen slecht beginsel, maar onmogelijk als je zwart bent en geconfronteerd wordt met je huidskleur. 

In de witte bubbel komt raciaal ongemak niet voor en is men niet gewend erover te praten. Om de goede vrede te bewaren, nemen witte mensen het vaak voor elkaar op bij een beschuldiging van racisme, merkt DiAngelo. Voor zwarte mensen is het dus nog moeilijker om erover te beginnen, zeker in levenden lijve, vandaar dat het debat vooral online in eigen kringen woedt. 

Terwijl het startpunt van een open discussie zo simpel kan zijn. ‘We moeten’, zegt Çankaya, ‘publieke zaken niet zo persoonlijk maken.’ 

Lees ook:

‘De systemische problemen zitten ook in onze samenleving. Ook hier zijn mensen die niet worden beoordeeld op hun toekomst maar op hun afkomst.’ Aldus premier Rutte deze week in reactie op de Nederlandse anti-racismedemonstraties. Op welke momenten in een mensenleven kan afkomst inderdaad een hindernis zijn?

Eerst was er geen racisme, toen was het iets voor een onverbeterlijke minderheid, vervolgens werd erover gezwegen en nu zou het een alledaags verschijnsel zijn. Racisme is tastbaar en ongrijpbaar tegelijkertijd.

Vier demonstranten vertellen waarom zij deelnamen aan het protest tegen racisme in Rotterdam: ‘Wel vijftien keer per week vraagt iemand waar ik vandaan kom.’

Hij heeft ‘grote veranderingen doorgemaakt’ in zijn denken over de hulp van Sinterklaas, zei premier Mark Rutte donderdag in de Tweede Kamer. Hij zei dit tijdens een debat waar werd gesproken over de wereldwijde demonstraties tegen racisme. Vriend en vijand reageerde verrast op de ommezwaai van Rutte, die in 2013 nog stelde dat de kleur van Piet onveranderlijk was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden