Waar zit het verdriet?

Wie van de rechter tbs krijgt opgelegd, is eerst langdurig onderzocht in het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Bijna altijd wordt het advies van de observatiekliniek opgevolgd, maar de laatste tijd klinkt ook kritiek....

Door Ellen de Visser

Meneer M. heeft zich misdragen tijdens de paasbrunch.

De afspraak was dat iedereen zou aanschuiven aan de feestelijk gedekte tafel maar hij kwam pas na afloop, griste een half paasbrood weg en wilde dat in zijn cel opeten. Het is typerend voor de man, daarover zijn de groepsleiders het eens. Ze vinden hem leeg en egoi¿stisch. Niemand van de groep wil nog met hem kaarten.

Het is woensdagmiddag twee uur en op afdeling A van het Pieter Baan Centrum in Utrecht vindt een observatiebespreking plaats over een van de acht tijdelijke bewoners. De psycholoog vertelt hoe de gesprekken verlopen en komt met het resultaat van de intelligentietest. De groepsleiders geven beurtelings hun impressie weer. De psychiater vermoedt een ernstige stoornis. 'Waar zit het verdriet?', vraagt hij zich af. 'Of vindt hij het allemaal echt niet erg?'

Observandi worden ze genoemd, de 32 verdachten in het Pieter Baan Centrum (PBC). Zeven weken lang krijgen ze er alle aandacht. Hun gedrag wordt geanalyseerd, hun persoonlijkheid bestudeerd, hun levensgeschiedenis gereconstrueerd. Doel: achterhalen of ze toerekeningsvatbaar zijn, hoe groot de kans op herhaling is en of behandeling in een tbs-kliniek noodzakelijk is.

Van de ruim drieduizend verdachten die jaarlijks op verzoek van een rechtercommissaris gedragskundig worden onderzocht, komen er slechts 220 in het PBC terecht. De observatiekliniek van het ministerie van Justitie kent geen concurrentie. Opname vindt pas plaats als onderzoek in het huis van bewaring niet voldoet. Vaak gaat het om zware, publiciteitsgevoelige zaken.

Duizenden rapporten heeft de gezaghebbende kliniek sinds de oprichting, 55 jaar geleden, geschreven; 90 procent van de adviezen wordt door de rechtbanken opgevolgd. Maar de onaantastbaarheid wankelt: het afgelopen jaar heeft het Pieter Baan Centrum stevige kritiek te verduren gekregen.

In de zaak van de Haagse verpleegkundige Lucia de B., verdacht van dertien moorden, twijfelde het gerechtshof in Den Haag vorige maand openlijk aan de conclusie van het PBC. Het onderzoek naar een andere moordverdachte werd een week daarvoor door de Rotterdamse rechtbank als onvolledig betiteld omdat die vooral een psychiater-in-opleiding had gesproken. Het Amsterdamse gerechtshof wilde vorig jaar uitleg van twee deskundigen nadat een aantal gedragskundigen publiekelijk had betwijfeld of bij Volkert van der G. wel de juiste diagnose was gesteld. Het hof liet uiteindelijk geen contra-expertise uitvoeren.

De medewerkers van het Pieter Baan Centrum hebben zich meestal afzijdig gehouden in de discussie over hun functioneren. Omdat die werd gevoerd over individuele zaken die bovendien nog onder de rechter waren en ze daar geen toelichting op mogen geven. Die zwijgzaamheid heeft de beeldvorming geen goed gedaan, beseffen ze. 'Als je heel lang niets zegt, krijg je het verwijt hautain te zijn', zegt psycholoog Arjan de Groot. 'We worden beschouwd als een ivoren toren, we krijgen te horen dat we het allemaal zo goed weten.'

Daarom heeft directeur Ton Klinkers besloten tot een publiciteitsoffensief. Een nieuwe website, een uitgebreide voorlichtingsbrochure en veelvuldige excursies van onder meer Kamerleden moeten het imago van een naar binnen gekeerde club bijstellen. Afvaardigingen van het PBC bezoeken daarnaast steeds vaker rechtbanken om, los van concrete strafzaken, uitleg te geven over hun werk. 'Het is lastig om te achterhalen wat rechters van onze rapportages vinden', zegt Klinkers. 'Door naar ze toe te gaan, horen we tenminste eens wat terug.'

Nu rechtbanken kritischer worden en sceptische deskundigen zelfs tips publiceren waarmee advocaten een PBC-rapport onderuit kunnen halen, is het zaak de gouden regel overeind te houden, zegt Klinkers: een onderzoek moet altijd recht doen aan de persoon. 'Daarom voel ik me ook zo gekrenkt door de suggestie dat we hier maar wat aanrommelen. Ik weet hoe gewetensvol we bezig zijn.'

De dag begint met de overdracht. Groepsleiders, medische dienst en bewaking overleggen met de directeur over de gebeurtenissen van het afgelopen etmaal. De vrouw die zichzelf beschadigt, moet naar het ziekenhuis. De chirurg vindt boeien overbodig, de officier van justitie moet daarover beslissen. Een bewoner van afdeling A is naar het academisch ziekenhuis in Utrecht voor hersenonderzoek. Op afdeling C wil een vrouw een vogeltje op haar cel. 'Hadden we laatst niet een vogeltje dat het niet heeft overleefd?', vraagt Klinkers.

Een psychotische man is naar afdeling E overgeplaatst. De vier cellen op die afdeling zijn bedoeld voor verdachten die (tijdelijk) niet in de groep kunnen verblijven,vaak omdat ze te agressief zijn. Klinkers heeft de man de avond ervoor het besluit proberen uit te leggen. 'Een buitengewoon trieste bedoening, de grens tussen waan en realiteit was dun.' Het afdelingshoofd heeft een apart programma gemaakt. 'We gaan straks eerst wat bewegen.'

Doel is altijd een snelle terugkeer naar de groep, zegt Petra Schaftenaar, hoofd van de afdelingen A en B. Want alleen daar kunnen de sociale mogelijkheden en moeilijkheden van de observandi in kaart worden gebracht.

Verdeling van de verdachten over de afdelingen gebeurt aselect, zegt Schaftenaar, lid van de indelingscommissie. Daarop geldt uitzondering: verdachten van een groepsmisdrijf worden altijd bij elkaar geplaatst zodat kan worden bekeken hoe ze op elkaar reageren. 'We hebben hier complete families gehad', zegt Klinkers.

Op de vier afdelingen met elk acht cellen lijkt verschuilen onmogelijk. De kleine leefruimtes zijn gevuld met een zithoek, een eettafel, een keukenblok, een kaart-en een tafeltennistafel. In de hoek van het cellenblok een douche. Op afdeling A hangt een handgeschreven briefje op de deur: 'Wil iedereen na het douchen zijn troep opruimen?' Op een paar korte insluitmomenten na staan tussen half acht 's morgens en half tien 's avonds de celdeuren open. De alledaagse sfeer moet verdachten op hun gemak stellen waardoor ze meer van zichzelf laten zien. Er zijn steeds drie groepsleiders aanwezig die meedoen met kaarten, meehelpen bij de arbeid, meelopen naar de bibliotheek, meeluisteren als de familie op bezoek komt, meegaan met luchten.

Die 'participerende observatie' leidt tot een zekere band tussen groepsleiders en observandi en biedt een schat aan informatie,zegt Schaftenaar. Hoe stellen ze zich op in de groep? Zoeken ze conflicten op of gaan ze die uit de weg? Wie wil en daarvoor geschikt is, krijgt de functie van reiniger en houdt tegen een kleine vergoeding de afdeling schoon. Ook die taak biedt mogelijkheden voor rapportage.

Sportinstructeur Bart de Bruin weet na twintig jaar Pieter Baan Centrum al na een paar weken met wat voor type hij te maken heeft. 'Het mooie van sport is dat je dicht bij je spontaniteit zit, dat je onbewust veel van jezelf toont', zegt hij. In de sportzaal is hij bijna voortdurend bezig situaties te manipuleren. Teams steeds anders samenstellen, bij badminton expres vals spelen, zaalvoetballen en iedereen zelf scheidsrechter laten zijn.

De reacties zijn veelzeggend en het is razend interessant om zo te achterhalen wat mensen triggert, zegt hij. 'Dan doen we iets spannends, met de ogen dicht naar de overkant lopen ofzo, en heeft er plotseling last van zijn arm. En roept een ander: met die gekke spelletjes van jou doe ik niet mee.'

Observatie vormt een van de vier pijlers van het onderzoek. Een maatschappelijk werker doet 'buitenonderzoek' en reconstrueert de levensloop van de verdachte door te spreken met familie, vrienden, huisarts, collega's. Een psycholoog en een psychiater tenslotte verdiepen zich in de persoon van de verdachte.

Beiden spreken minstens eens per week uitgebreid met de verdachte. De psychiater onderzoekt of sprake is van psychiatrische ziektebeelden. De psycholoog houdt zich bezig met de persoonseigenschappen van de verdachte. Als daarvoor aanleiding bestaat, wordt hersenonderzoek gedaan, zegt psycholoog De Groot. Bijvoorbeeld bij verdachten die langdurig drugs hebben gebruikt. 'Dan zie je op een scan dat delen van de hersenen zijn beschadigd.'

Externe deskundigen worden ingeschakeld als het vermoeden bestaat dat cultuurgebonden zaken, zoals eerwraak of voodoo, een rol spelen. Teamleden gebruiken bovendien vaak elkaars informatie, zegt psychiater Duuk Sierink. 'Zo kan uit milieu-onderzoek blijken dat een obervandus bij mij dingen heeft verzwegen. Ik wil dan weten waarom.'

Samenvoeging van alle bevindingen moet uiteindelijk leiden tot een antwoord op de vragen van de rechtbank: is bij de onderzochte sprake van een stoornis of een gebrekkige ontwikkeling, bestaat er een verband met het delict en wat betekent dat voor de mate van toerekeningsvatbaarheid?

'Juridisch gezien gaat het om de kwestie of iemand keuzemomenten had voorafgaand aan het delict', zegt jurist Jos van Mulbregt. 'Waarom niet wegggelopen? Of de politie gebeld?' Centrale vraagstelling, aldus psycholoog De Groot: had de verdachte het ook niet kunnen doen?

Leidraad voor de onderzoekers: nooit proberen te bewijzen dat de verdachte het wheeft gedaan. 'Dat is er in die 55 jaar ingehamerd en dat mag er ook nooit uit', zegt Klinkers. 'Wij moeten ervoor waken dat niet omgekeerd wordt geredeneerd', zegt De Groot. 'Dat verdachten van een afschuwelijk misdrijf niet bij voorbaat als gestoord worden beschouwd. Dan wordt uit de tenlastelegging de stoornis verklaard. Terwijl je eerst de stoornis moet vaststellen en dan pas een eventuele relatie met het delict.'

Vervolg op pagina 14

'Soms hou je een onbegrijpelijk delict over'

Vervolg van pagina 13

De zoektocht naar dat verband is een klus van formaat, erkent Van Mulbregt. 'Daar gaan hier de meeste discussies over.' Soms is het verband overduidelijk, vertelt Sierink. Bijvoorbeeld bij iemand met ernstige wanen die opdracht krijgt van stemmen om zijn vrouw te doden. Maar dat wil nog niet zeggen dat psychoten overal ontoerekeningsvatbaar voor zijn, zegt hij. 'Ze kunnen ook handelen vanuit pure berekening of uit opportunisme.'

Bij verdachten met een persoonlijkheidsstoornis, het overgrote deel in het Pieter Baan Centrum, ligt de oplossing vaak in het zoeken naar patronen in hun gedrag. Het zijn mensen die problemen hebben met het hanteren van emoties, zegt Sierink, en dat uit zich veelal op dezelfde manier in relaties, in het werk. 'Wij registreren hoe dat in het verleden is gegaan, we zien hoe iemand zich hier gedraagt en we kijken of we voorafgaand aan het delict ook zo'n patroon kunnen vinden.'

Om te bepalen hoe wilsvrij verdachten waren op het moment van het delict, zijn de onderzoekers deels afhankelijk van de verdachten zelf. Dat kan moeilijkheden opleveren als verdachten ontkennen, niet willen meewerken of als delicten zich lang geleden hebben afgespeeld. De Groot: 'We krijgen hier ook cold cases, zaken van soms meer dan tien jaar oud. Dan staan we voor een praktisch onmogelijke opgave.'

Na zeven weken onderzoek en vijf keer intensief overleg tussen de teamleden, komt het aan op een eenduidige conclusie en advies. Bij meningsverschillen spelen de seniorpsychiater en de jurist, die de besprekingen voorzit, een cruciale rol. Zij hebben de observandus niet zelf gesproken en proberen de teamleden op een lijn te krijgen. De jurist ziet toe op een volledige en vooral ook begrijpelijke beantwoording van de vragen van de rechter.

Het komt voor dat onderzoekers te weinig informatie hebben om de vraag over het verband tussen stoornis en delict te kunnen beantwoorden, zegt jurist Van Mulbregt. 'Juridisch gezien is de verdachte dan toerekeningsvatbaar. Dan houd je soms een onbegrijpelijk delict over.'

Het juridische begrip toerekeningsvatbaarheid is in de psychologie en de psychiatrie onbekend. De aanpak van het Pieter Baan Centrum kan weliswaar bogen op een lange traditie, maar is niet empirisch onderbouwd. De laatste jaren groeit dan ook de kritiek van wetenschappers die beweren dat het vaststellen van een causaal verband tussen stoornis en misdrijf niet mogelijk is en die de PBC-werkwijze achterhaald vinden omdat te veel nadruk ligt op de psycho-analyse.

De psychiaters en psychologen in het PBC werken op na allemaal in deeltijd, zegt Klinkers, en hebben ook nog een baan in bijvoorbeeld een psychiatrisch ziekenhuis. Hij bedoelt maar: ze staan niet met hun rug naar de wetenschap. Natuurlijk bestaat er geen lineaal waarlangs je kunt bepalen of verdachten vrij waren in hun handelen, zegt jurist Van Mulbregt. Alleen inzicht in hun belevingswereld biedt de kans daarover meer aan de weet te komen. Maar een sofa, zegt psycholoog De Groot, is in het Pieter Baan Centrum, niet te bekennen; de werkwijze, bedoelt hij, is niet louter gestoeld op Freud. De biologische en cognitieve aanpak wordt niet geschuwd.

Maar wie op louter rationele wijze de menselijke natuur in kaart wil brengen, heeft een mechanisch wereldbeeld, meent Klinkers. 'Alsof een stoornis als de temperatuur van het badwater te meten is.'

Voor het bepalen van de mate van toerekeningsvatbaarheid is rubricering van weinig waarde, zegt psychiater Sierink. Een test voor risicotaxatie bijvoorbeeld kan helpen om de kans op herhaling in te schatten. 'Maar we moeten uitkijken dat mensen niet worden gereduceerd tot een score.'

Natuurlijk hoort De Groot ook de klassieke opmerkingen van buitenstaanders die psycho-analyse van verdachten maar niks vinden: 'Zeker vroeger een te kleine zandbak gehad.' Ze maken een denkfout, zegt hij. 'Een slechte jeugd ontschuldigt niet, maar kan latere misstappen wel verklaren, invoelbaar maken dat het zo is gelopen.'

En als ze er op de afdeling echt niet uitkomen, is er altijd nog de sportinstructeur. Bart de Bruin vertelt over de twee teams die laatst tegen elkaar voetbalden. Er gebeurde van es in het veld, zegt hij geestdriftig, maar de collega langs de kant zag het niet. 'Hij zei na afloop: Goh, ze kunnen hier wel hun energie kwijt h

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden