'Waar zijn jullie universiteiten?'; OPMERKELIJK BOEK OVER NEDERLANDS BESTUUR IN NIEUW-GUINEA

DE VROUWEN van de Yaqai-Papoeastam (zuidelijk Nieuw-Guinea) wilden gesnelde koppen, zodat ze hun kinderen namen konden geven. Ze dreigden hun mannen van hun matje te weren, waarna deze een raid ondernamen en met zo'n vijftig hoofden van de Citakstam terugkwamen....

Voor deze paters was het een verschrikking, want toen (in 1959) meende men dit soort gebruiken uitgeroeid te hebben. De paters gaven de schuld ook aan het 'te slappe' bestuur dat de Yaqai te veel vrijheid zou laten. Na KVP-vragen in de Tweede Kamer werd de 'controleur' vervangen, dit tot woede van het korps binnenlandse bestuurders van Nieuw-Guinea.

Kort daarna ging een van de missiepaters in dezelfde streek met een mooie Papoea-onderwijzeres in het oerwoud wonen. Schandaal! De nieuwe controleur wist hem, met zijn geliefde, uit Nieuw-Guinea te verwijderen. De verblijfsvergunning van de pater liep toch net af. De missie was na dit ingrijpen weer diep tevreden over het Nederlandse bestuur. Later kwam de pater, gehuwd, terug. Nu als zendeling van de gereformeerden ex artikel 31.

Zeventien bestuursambtenaren van destijds schreven, onder redactie van hoogleraar ontwikkelingssociologie Pim Schoorl, over hun werk in Nederlands Nieuw-Guinea tussen 1945 en de overdracht van de laatste oostelijke kolonie aan Indonesië op 1 januari 1963. Het is een opmerkelijk en zeer leesbaar boek over een rare periode geworden. De auteurs, later veelal antropoloog, ontwikkelingswerker of ambtenaar geworden en nu gepensioneerd, vertellen goed en enthousiast over hun bijzondere ervaringen van veertig jaar geleden. De nadelen van een bundel - kwalitatief ongelijke en te los hangende bijdragen - blijven hier tot een minimum beperkt.

Ze waren jong, meestal onder de dertig, en hadden niet al te veel waardering voor hun superieuren uit 'een verouderd koloniaal bestuurssysteem met een dikwijls lachwekkende hiërarchische traditie', schrijft Frits Veldkamp. Ze moesten mensen 'uit het Stenen Tijdperk' de tweede helft van de twintigste eeuw in jagen. Want Nederland moest aan de VN, de VS en de verdere wereld laten zien hoeveel beter de Papoea's het bij hen hadden dan bij de Indonesische president Sukarno. Deze eiste het enorme gebied op, nadat Nederland het - goeddeels uit kinnesinne - bij de soevereiniteitsoverdracht van 1949 had behouden.

'Waar zijn jullie universiteiten?', vroeg Robert Kennedy tijdens het finale conflict, nadat hij namens zijn broer Nieuw-Guinea had bekeken. Een pijnlijke vraag, gegeven het feit dat Nederland vrij weinig aan dat enorme en ongezonde gebied ('het gevloekte land') had gedaan. Pim Schoorl: 'Hier werd zeker niet iets groots verricht.'

Na 1950 moest dat in een vloek en een zucht anders, maar wel op een koopje. Twintigers met grote witte petten bestierden een onbegaanbaar territoir van vele malen Nederland. Ze kregen een ambtelijke berisping, toen ze zonder toestemming - maar buiten bezwaar van 's rijks schatkist - een Japans vliegstripje uit de oorlog opknapten. In de Sibilvallei kregen de inwoners ijzeren bijlen als ze hielpen met een vliegstrip, maar de vrouwen kwamen klagen dat de mannen nu veel te snel met hun werk klaar waren en lastig werden. Typisch een vooruitgangsprobleem.

In sommige gevallen, zoals in de Baliemvallei, waren de bestuursambtenaren een soort ontdekkingsreiziger, die door de Papoea's als geesten van hun voorouders werden gezien. Een Papoea-tekst uit 1954: 'Lio, alleen Lio bleef. Hij zag dat de vogel zeer groot was en dat er mokat (geesten) uit zijn buik kwamen.'

Overigens teleurstellende geesten die hun vele rijkdommen niet eerlijk deelden. Pas toen sommige vrouwelijke geesten kinderen baarden, degradeerden ze tot mensen, die overigens nog boeiend genoeg waren. De Dani van de Baliemvallei zongen: 'Wij staan steeds maar bij de tuans te kijken en verwaarlozen onze tuinen'.

In de onder Nederlands bestuur gebrachte gebieden waren de Papoea's vaak weg uit de centrale dorpen. Ze trokken naar hun jacht- en visgronden en naar verre tuintjes. Dit betekende dat bestuur, missie en zending weinig greep op hen hadden en dat er veel schoolverzuim was. In een geval werd een dorpshoofd bestraft voor dat verzuim. Diens 'varkensfeest' werd verboden en uit woede vermoordde hij twee 'schuldige' schoolmeisjes. Dus toch maar gevangenisstraf, hoewel die zelden werd gevreesd. De gevangenis bood immers goede verzorging en verleende status bij terugkeer in het dorp. Bovendien was de opgeslotene een tijdlang veilig voor bloedwraak.

Economische regulering, straffere discipline en regulier onderwijs hoorden bij de 'ontwikkeling'. Op sensitieve wijze beschrijft Hein van der Schoot zijn twijfels daarbij. Veel schoolbezoek leidde zelfs tot honger. Kinderen konden niet meehelpen en hadden buiten schooltijd toezicht van ouderen nodig, die dus ook tuinen en jacht verwaarloosden.

Schoolkinderen leerden allerlei praktische vaardigheden voor het traditionele Papoea-bestaan niet meer en werden dus geen volwaardig stamlid. Sommigen bleven dus 'klant' van zending en missie. Van der Schoot wrijft deze een houding aan van: 'Eerst maar kerstenen, dan zien we verder wel'.

Het boek bevat ook voorbeelden van mooi missie- en zendingswerk, maar de wrevel overheerst toch. Paters en dominees dreigden eerder met politie en gevang en wilden dat het bestuur de Papoea's tot een andere levensstijl dwong. Vaak met dreiging van (vooral KVP-)actie in de Tweede Kamer. De jonge ambtenaren waren duidelijk meer cultuurrelativisten.

Zij weten allerlei magische en soms bloedige bewegingen (cargo cults, waarbij de voorouders via rotan 'telefoondraden' naar hun graven geraadpleegd werden) aan de cultuurschok van de Papoea's. Schoorvoetend - en op breed verzoek - maakte een controleur in de Vogelkop een eind aan een oud gebruik: de gecompliceerde handel in sacrale doeken, die het minder rijke jonge mannen onmogelijk maakte een bruid te krijgen. Elders waren bestuurders blij als ze een rituele oorlog konden vervangen door een, soms in handgemeen ontaardende, voetbalwedstrijd.

Snelle 'beschaving' moest van Den Haag en Hollandia, want de wereld keek scherper toe naarmate het conflict met Sukarno opliep. Vermakelijk zijn de passages over de democratie voor analfabeten die in no time uit de grond moest worden gestampt aan de hand van enorme reglementen uit Den Haag. De meer ontwikkelde Papoea's hadden veel belangstelling voor eigen vlag en volkslied en maakten graag een eigen partij. Wie geen lid werd, 'verloochent zijn land, is een afvallige, een nietsnut, een zondaar'

Het was 'een race tegen de tijd', schrijft Frans Peters. En ook: 'We waren bezig met een goede, rechtvaardige zaak en dat zou uiteindelijk in het politieke duel leiden tot beslissingen ten gunste van de Nederlandse opvattingen, zo geloofden we, of hoopten we.' Niet dus. De Indonesiërs kwamen, 'meer als veroveraars', aldus een VS-waarnemer, en veelbelovende Papoealeiders als Kasiepo en Jouwe werden uitgeschakeld. Wel kwam een Javaanse heerserskaste en groepen Papoea's vluchtten naar het oostelijk deel van het eiland.

De schrijver F. Springer (destijds controleur Carel Schneider) keerde in 1990 terug in zijn, onherkenbaar veranderde, Baliemvallei. In een nostalgisch getint dagboek noteert hij dat het 'geen uitgemaakte zaak' is dat Nederland het al die tijd beter zou hebben gedaan. 'Ons past dus bescheidenheid in ons commentaar.'

In 1960 was bestuurder Jan Broekhuijse gevleid toen een Ohèna-hoofd hem een 'prachtig gekrulde' peniskoker schonk met het verzoek: 'Als je die nu aandoet, hoor je helemaal bij ons.' Hij heeft toch maar van de eer afgezien.

Een prima boek.

Jan Joost Lindner

Pim Schoorl (redactie): Besturen in Nederlands-Nieuw-Guinea - Ontwikkelingswerk in een periode van politieke onrust.

KITLV; ¿ 80,-.

ISBN 90 6718 093 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden