Waar zijn die nieuwe banen dan?

Maarten van der Werf merkt niets van de krapte die er op de arbeidsmarkt zou zijn...

‘Aantal werkloze jongeren daalt’, staat er op de internetsite van de Volkskrant , ‘Economie draait op volle toeren’. En een dag later: ‘Werkloosheid op ongekend laag niveau’. De artikelen en nieuwsberichten over de spanning op de arbeidsmarkt, de oproep aan vrouwen om meer te gaan werken en aan de overheid om meer inspanningen te leveren, vliegen je om de oren. Toch is er iets vreemds aan de hand. Mijn omgeving vertelt een totaal ander verhaal.

Natuurlijk, dit zijn uitzichtloze jaren tachtig niet. Er is werk, er zijn vacatures, er is voor de meesten uiteindelijk wel een baan te vinden. Toch verbaast me de discrepantie tussen de koppen en de ervaringen van mensen om me heen. Die mensen zijn niet lui of dom. Ze zijn hoogopgeleid, werkwillig, niet al te oud en hebben behoorlijk wat werkervaring. Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeggen. Toch hebben ze veel moeite met het vinden van een baan.

Neem Sven. Sven is gepromoveerd archeoloog en heeft een tijd gewerkt als universitair docent. Maar de spoeling is dun in het academische wereldje en zijn contract liep af. Hij disfunctioneerde niet en had geen ruzie – dat zou ik me bij hem zelfs nauwelijks voor kunnen stellen – en hij is bovenal een ontzettend gezellige peer en ongetwijfeld een fijne collega. Toch vond Sven pas na een jaar een nieuwe baan – ver onder zijn niveau en op uitzendbasis.

Dan hebben we Mark. Mark is ook archeoloog, maar besloot al tegen het einde van zijn studie dat de wetenschappelijke wereld niets voor hem was. Hij had op dat moment al een baan in het bedrijfsleven – in mijn vriendenkring is hij zonder twijfel de meest zakelijke en commerciële – functioneerde daar goed en maakte ondertussen zijn studie af. Na enige jaren werken komt Mark echter tot de conclusie dat het commerciële wereldje hem niet meer bevalt. Hij wil overstappen naar een instelling waar het niet alleen om het geld gaat, bijvoorbeeld in de culturele sector. Die stap lijkt moeilijk, zo niet onmogelijk.

In deze beide gevallen gaat het om talentvolle mannen, maar hun archeologische achtergrond maakt werkgevers onmiddellijk kopschuw. En zo ken ik er meer. Archeologen, maar ook historici, sociaal-geografen, sociologen, literatuurwetenschappers en al die anderen die studies hebben gevolgd die niet direct met het bedrijfsleven te maken hebben. Óf ze proberen aan het werk te komen binnen hun eigen werkveld, wat meestal tot niet meer leidt dan allerlei tijdelijke contracten of wat freelance klussen, óf ze willen gewoon een baan die wat uitdaging biedt.

Maar wat blijkt: hun cv is niet ‘zwaar’ genoeg of niet commercieel genoeg, een bemiddelaar stelt ze gewoon niet voor bij een werkgever of het blijft bij wat vaags: ‘past niet in het team’. Ten overvloede: de vacature blijft dikwijls langdurig onvervuld. Hoe is het mogelijk dat alleen al in mijn vriendenkring een handvol nette, intelligente, goed opgeleide en sociale mensen te vinden zijn, die in een overspannen arbeidsmarkt moeilijk een baan vinden en voor wie een overstap naar een ander hoekje van de arbeidsmarkt bijna onmogelijk lijkt?

Om nog maar te zwijgen over de vele hoogopgeleide vluchtelingen, allochtonen, arbeidsgehandicapten en 50-plussers die soms al jarenlang tevergeefs aan werk proberen te komen? Als werkgevers zich kunnen permitteren zoveel mensen aan de kant te laten staan, is de arbeidsmarkt dan overspannen?

Of is er eigenlijk alleen maar een tekort aan jonge, gezonde blanke mannen, die mooie pakken dragen, bedrijfskunde of economie hebben gestudeerd en fulltime beschikbaar zijn?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden