AnalyseCriminaliteit

Waar zijn al die Syrische terroristen waar we in 2015 voor werden gewaarschuwd?

Tijdens een bijeenkomst met burgemeester Aboutaleb protesteren bewoners van het Rotterdamse stadsdeel IJsselmonde in oktober 2015 tegen de komst van een tijdelijk asielzoekerscentrum.Beeld Koen van Weel / ANP

Onder de Syrische vluchtelingen zouden zich vele jihadstrijders bevinden, waarschuwden politici als Geert Wilders. Vrouwen konden niet meer veilig over straat. Wat zeggen de cijfers over de immigranten van toen?

‘Elke dag opnieuw stuurt IS terroristen onze kant op’, signaleerde PVV-leider Geert Wilders. VVD’er Malik Azmani voorzag: ‘Er zullen ook jihadstrijders meekomen die een gevaar vormen voor de veiligheid in Europa.’ Louis Bontes wees er namens de splinterfractie Groep Bontes/Van Klaveren op dat ‘jonge moslimmannen, gewapend met stokken en ijzeren staven’ probeerden Nederland te bereiken.

Het was nogal een doembeeld dat in september 2015 werd geschetst in de Tweede Kamer. Die zomer hadden duizenden Syriërs voet op Nederlandse bodem gezet.

Geert Wilders duidde de massale toestroom van moslimmannen als een ware nachtmerrie. Tussen al die onbekende ‘baardmannen’ zouden talloze terroristen van Islamitische Staat schuilgaan die Nederland zouden opschrikken met gruwelijke aanslagen.

In de Kamer citeerde Wilders uit een brief die hij van een SP-stemmer beweerde te hebben gekregen: ‘Wij willen in ons dorp niet al die testosteronbommen waardoor het voor onze dochters en vrouwen onveilig wordt om over straat te gaan.’

Vijf jaar later gaat de discussie over criminele asielzoekers met name over ‘veiligelanders’: Marokkanen, Algerijnen en Albanezen die doorgaans geen kans maken op een verblijfsvergunning, maar wel van het ene naar het andere Europese land trekken en daarbij relatief vaak misdrijven plegen – vooral winkeldiefstallen en zakkenrollerij.

Uit onderzoek blijkt dat asielzoekers (dus asielmigranten zonder verblijfsvergunning) ongeveer twee keer zo vaak worden verdacht van een misdrijf als de gemiddelde Nederlander. Deels verklaren deskundigen dat uit het feit dat het veelal alleenstaande jongemannen betreft, een demografische groep die sowieso is oververtegenwoordigd in de criminaliteit.

Ook onder de 52 verdachten die werden aangeklaagd na de Keulse nieuwjaarsnacht van 2016, toen meer dan duizend aangiften werden gedaan van diefstal en aanranding, bleken Marokkanen en Algerijnen in de meerderheid.

CBS-cijfers

Maar hoe is het afgelopen met de migranten uit 2015 – naast Syriërs veel Eritreeërs – die uiteindelijk wél een verblijfsvergunning hebben gekregen? Was de angst voor ‘testosteronbommen en terroristen’ gerechtvaardigd?

‘Het is al met al redelijk meegevallen’, zegt Arjen Leerkes, hoogleraar migratie in Maastricht. ‘Als je kijkt naar de CBS-cijfers zie je dat statushouders iets vaker dan gemiddeld verdacht worden van een misdrijf, maar veel minder vaak dan andere jongemannen met een niet-westerse migratieachtergrond.’

Er zijn enkele geruchtmakende zaken geweest, zoals de Syrische statushouder Osama I., die in december 2017 in Maastricht een dubbele moord pleegde. Een paar maanden later stak zijn landgenoot Malek F. in Den Haag drie mensen neer met een mes. En in 2019 mishandelde en verkrachtte de jonge Eritreeër Huruy O. een 68-jarige Amsterdamse vrouw, die later aan haar verwondingen overleed.

In al deze gevallen was sprake van psychiatrische problemen bij de dader en legde de rechter naast een celstraf ook tbs op.

Hoe ernstig ook en hoeveel media-aandacht deze kwesties mogen hebben gegenereerd, statistisch gezien leggen ze weinig gewicht in de schaal. Zoals het CBS het verwoordt: ‘Het aantal verdachte statushouders is te klein om verder te kijken naar het type misdrijf of een verdere verdeling naar nationaliteit.’

Tweede generatie

Volgens hoogleraar Leerkes is het interessanter om te volgen hoe het de kinderen van Syriërs straks vergaat. ‘Problemen met criminaliteit ontstonden bij Turkse en Marokkaanse gastarbeiders vooral bij de tweede generatie.’

Kinderen van migranten voelen zich bijvoorbeeld vaker gediscrimineerd en achtergesteld dan hun ouders, blijkt uit onderzoek. ‘Dat komt doordat zij een sterkere claim hebben op een gelijkwaardige positie in Nederland, ze zijn immers hier geboren. Als zij in de praktijk niet dezelfde kansen krijgen, kan dat tot frustratie leiden.’

Die frustratie, gecombineerd met het opgroeien in een sociaal-economisch achtergesteld milieu, verklaart deels de oververtegenwoordiging in de criminaliteit van jongemannen van niet-westerse afkomst, zegt Leerkes. ‘De vraag is nu hoe dit bij Syrische jongeren zal gaan. Het opleidingsniveau van hun ouders is in vergelijking met de gastarbeiders van toen relatief hoog. Misschien lopen jonge Syriërs hun sociaal-economische achterstand in één generatie in. Maar dat kan ook moeilijker blijken dan gedacht.’

Terugkijkend op de vluchtelingencrisis uit 2015, lijkt de angst dat terroristische bewegingen vanuit het Midden-Oosten ‘sleepers’ naar Europa zouden sturen om aanslagen te plegen ongegrond. ‘Daar hebben we niet veel van gezien’, zegt criminoloog Joris van Wijk, die onderzoek deed naar het herkennen van jihadisten onder asielzoekers. ‘Wat niet wil zeggen dat ze er helemaal niet zijn.’

Hij denkt dat de meeste geradicaliseerden in de regio zelf zijn gebleven. ‘Die zitten nu voor een deel in Koerdische gevangenissen, zonder strafproces, en de hele wereld heeft geen idee wat er met deze mensen moet gebeuren. Dát is volgens mij op dit moment het grootste gevaar voor de nationale veiligheid.’

Terrorismezaken 

Er lopen momenteel wel enkele Nederlandse terrorismezaken tegen Syriërs, zoals de door zijn buren als vriendelijke vluchteling omschreven Ahmad al K. in het Zeeuwse Kapelle. Die wordt verdacht van het leidinggeven aan een terroristische groepering in Syrië. Ook de vluchtelingenbroers Fatah en Aziz al H. hebben zich volgens justitie schuldig gemaakt aan terroristische misdrijven in hun thuisland.

Niet vast is komen te staan of deze verdachten ook aanslagen wilden plegen in Europa. Toch maakt de overheid werk van het uitpluizen van het verleden van asielzoekers, omdat Nederland geen thuishaven wil zijn voor oorlogsmisdadigers.

Uit vrees dat tijdens de chaotische screening in 2015 asielzoekers met een ‘fout verleden’ aan de aandacht zijn ontglipt, is de immigratiedienst IND nu bezig met de herbeoordeling van 12.570 ingewilligde Syrische asielzaken. Eind juni meldde staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel) de tussenstand: in 63 zaken waren verdenkingen van oorlogsmisdrijven geconstateerd, maar slechts in één geval was er ‘voldoende aanleiding’ om de verblijfsvergunning in te trekken.

De uitkomst toont aan hoe lastig het is om bewijs te vergaren voor vermeende misdrijven die in het thuisland zijn gepleegd, stelt criminoloog Van Wijk. ‘Via sociale media kan worden aangetoond dat iemand bepaalde kleding droeg of voor een bepaalde unit heeft gevochten, maar om te bewijzen dat iemand misdrijven heeft gepleegd, ben je vaak afhankelijk van getuigen die nog in de regio zelf zitten of niet meer in leven zijn.’

Hoewel de angst voor inreizende terroristen achteraf gezien misschien niet terecht is geweest, heeft die volgens Van Wijk wel tot blijvende veranderingen geleid. ‘Sociale media van asielzoekers worden gescreend en laptops en telefoons worden standaard uitgelezen. Er vindt de afgelopen jaren veel meer informatiedeling plaats tussen het COA, de IND en de politie.’ Deze zomer was er ophef over het uitwisselen van deze privacygevoelige gegevens. Sommige juristen noemen de aanpak stigmatiserend.

Volgens Van Wijk laat de werkwijze vooral zien dat de uitzonderlijke maatregelen die in een reactie op de vluchtelingencrisis in 2015 zijn genomen ‘zonder veel maatschappelijke discussie staand beleid zijn geworden’.

De vluchtelingencrisis, 5 jaar later

Anderhalf miljoen vluchtelingen zochten in 2015 hun heil in Europa. Wat is er werkelijkheid geworden van alle hoop en vrees? Vijf jaar later onderzoeken we het in een special. Op deze pagina vind je alle stukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden