Waar was Louwes? Niet bij 't Harde

De plek vanwaar Ernst Louwes belde, in de Deventer moordzaak een cruciaal element in de bewijsvoering, stond verkeerd in het politiedossier. De fout werkte door in alle onderzoeken.

AMSTERDAM - Op 9 februari 2004 wordt belastingadviseur Ernest Louwes veroordeeld tot 12 jaar cel voor de moord op zijn cliënte, Jacqueline Wittenberg. Hij zou haar op 23 september 1999 met messteken en verwurging in Deventer hebben gedood. Louwes wordt verdacht omdat het slachtoffer, een vermogende weduwe, hem kort daarvoor heeft benoemd tot executeur-testamentair. Hij wordt na een turbulente strafzaak veroordeeld omdat zijn dna op het slachtoffer zit, en hij kort voor de moord telefoneerde met de vrouw, waarbij zijn telefoon een mast in Deventer aanstraalde.

Vorig jaar diende advocaat Geert-Jan Knoops een herzieningsverzoek in. Voor het eerst krijgt Louwes nu steun van de recherche zelf.

undefined

Telefonieonderzoek

Belastingadviseur Louwes zegt zijn cliënte te hebben gebeld vanaf de A28 bij Harderwijk, vlak voor haar dood. Hij werd niet geloofd; zijn telefoon maakte contact met een telefoonmast bij Deventer, de plaats delict. Wetenschapsfilosoof Ton Derksen ontdekte dat Louwes wel degelijk vanaf de A28 kan hebben gebeld; bijzondere weersomstandigheden maakten aanstraling met een vergelegen mast mogelijk. Ook stonden langs de route geen 'honderden' telefoonmasten, zoals getuige-deskundigen beweerden, maar drie. Zij hadden zich in hun onderzoek naar de weersomstandigheden bovendien in de datum vergist; het slachtoffer was toen al drie maanden dood.

Na het herzieningsverzoek gaf een advocaat-generaal van de hoge raad de recherche opdracht het telefoongesprek opnieuw te onderzoeken. Een van de rechercheurs meldt dat getuige-deskundigen zich niet alleen in de datum van het gesprek hebben vergist; ook de locatie vanwaar Louwes belde is verkeerd in het politiedossier terechtgekomen. Die fout werkte door in alle onderzoeken. In plaats van 'Harderwijk', zoals de verdachte tijdens drie politieverhoren en een rechtszitting verklaarde, gingen alle telecomonderzoekers ervan uit dat hij belde vanuit 't Harde. 'Een cruciaal verschil', rapporteert de recherche. Contact tussen de A28 en de mast in Deventer is mogelijk dankzij 'een corridor tussen de heuvelruggen', die zich uitsluitend bevindt ter hoogte van Harderwijk.

Ook het begrip 'nabuurlijsten' is verkeerd geïnterpreteerd. Onderzoekers vatten dat op als 'nabijgelegen telefoonmasten', maar in 1999, in het 2G-tijdperk, zocht een mobiele telefoon niet de dichtstbijgelegen mast, maar een frequentie. Die kon zowel worden opgepikt van masten dichtbij, als ver weg.

KPN-consultant J. Rijnders, wiens belastende verklaring bijdroeg aan de veroordeling van Louwes, erkent dat hij 'onvoldoende kennis' heeft van frequenties in nabuurlijsten en wist niet dat Louwes belde vanaf een andere locatie dan 't Harde. 'Geconfronteerd met die verklaringen', meldt de recherche, 'is Rijnders van mening dat zijn beschouwingen en die van andere deskundigen over de aannemelijkheid van contact met de telefoonmast in Deventer moet worden herzien'.

Onbekend bewijs

Er woedt een felle discussie over het dna-bewijs tussen Louwes' advocaten en het NFI, het Nederlands Forensisch Instituut. Louwes is veroordeeld omdat zijn dna op de blouse van het slachtoffer is gevonden. Contra-experts beweren dat het NFI daarbij uitging van veel te grote hoeveelheden dna, als gevolg van een foutieve berekening. De werkelijke hoeveelheid zou duiden op vreedzaam contact, als gevolg van een afspraak die Louwes had met zijn cliënte op de dag van de moord.

Een onaangename verrassing volgt op 20 november 2013, in het praatprogramma Pauw & Witteman. Richard Eikelenboom, een ex-medewerker van het NFI, mag er komen praten over de dna-techniek waarmee hij een veroordeelde Amerikaan uit de cel heeft gekregen. Om die techniek toe te lichten, toont hij ineens een foto van de bebloede blouse die Louwes' cliënte droeg op de dag dat ze werd vermoord.

Louwes kent die foto niet. Zijn advocaten trekken ook hun wenkbrauwen op; die foto hebben zij nog nooit gezien, hoewel het Openbaar Ministerie toch nadrukkelijk heeft gemeld dat het NFI alle beschikbare informatie aan de verdediging heeft verstrekt.

Op de foto van de blouse is een 'daderspoor' omcirkeld, waarin Eikelenboom dna van Louwes heeft gevonden, vertelt hij op tv. Maar juist dat spoor is, voor zover zijn advocaten weten, nooit onderzocht. Bovendien ziet hun onderzoeksteam in Eikelenbooms foto juist bewijs dat de blouse jarenlang slecht is bewaard, wat het bewijs ondeugdelijk maakt.

Knoops schrijft een brief aan de hoge raad met vragen aan het NFI: waarom heb ik die foto nooit gezien? Is er nog meer materiaal dat ik niet ken? En: mag een ex-medewerker van het NFI na zijn dienstverband zomaar materiaal meenemen - en publiekelijk tonen - dat gelieerd is aan een strafproces? Hij wacht nog steeds op antwoord.

undefined

Lijkschouwing

Op 11 december 2013 organiseert de recherche, in opdracht van de advocaat-generaal, een bijeenkomst van vijf forensisch artsen en een chemicus in het kantoor van de GGD in Amsterdam. Hun onderzoeksopdracht: wanneer is Jacqueline Wittenberg precies vermoord? De uitslag is opmerkelijk; in Louwes' veroordeling wordt uitgegaan van moord op donderdag 23 september 1999, maar de forensisch artsen constateren, op basis van foto's en onderzoeksverslagen uit die tijd, dat 'de paarsblauwe, in geringe mate wegdrukbare lijkvlekken' op het lichaam 'niet verenigbaar' zijn met de veronderstelde moorddatum. Ook waren Wittenbergs ogen nog te helder toen zij op zaterdag de 25ste werd gevonden.

Daarnaast klopt de ligging van het lijk niet met de positie van lijkvlekken in de handen, concluderen de onderzoekers. Volgens hen is het slachtoffer 'grofweg 6 tot 24 uur' na de moord verplaatst, mogelijk naar de woonkamer vanuit de gang, waar vochtplekken zijn aangetroffen. En er zijn meer aanwijzingen gevonden. Vanwege de daarmee verband houdende daderkennis is een apart proces-verbaal gemaakt van deze bevindingen, dat de hoge raad vooralsnog geheim houdt.

undefined

ACAS en hoge raad

De ACAS, de commissie die afgesloten strafzaken onderzoekt, brengt op 21 januari een advies uit aan de advocaat-generaal: leg alle dna-bevindingen in Knoops' herzieningsverzoek voor aan het NFI en laat beide visies beoordelen door het forensisch laboratorium van het Instituut voor Menselijke Erfelijkheid van de Katholieke Universiteit Leuven. En: Laat de bevindingen van de lijkschouwing toetsen door een patholoog-anatoom.

De ACAS merkt op dat Louwes' dna ook onder de nagels van het slachtoffer is gevonden en dat er geen dna van een andere verdachte op de blouse van het slachtoffer zit. Louwes' advocaten stellen dat ook onder de nagels het dna zo minimaal is dat er geen sprake kan zijn van geweld. Bovendien droeg het slachtoffer tijdens de moord, 's avonds, een vest over haar blouse, die ze 's ochtends niet aanhad.

De ACAS stelt ook dat het herzieningsverzoek geen nieuwe feiten omtrent het telefonieonderzoek bevat, maar is dan nog onwetend van het telecom-onderzoek van de recherche. Nu ligt de zaak bij advocaat-generaal Diederik Aben, die, volgens zijn woordvoerster, 'binnen afzienbare tijd' een besluit neemt. Dan wordt duidelijk of de Deventer moordzaak wordt heropend.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden