Waar / niet waar

Wat werd onlangs beweerd? De bloedverwantschap tussen twee mensen is vast te stellen op basis van hun gezichtsuitdrukking. Wat zegt de wetenschap? Een familiefeestje zal nooit meer hetzelfde zijn.

'De glimlach van een kind spreekt boekdoelen over de ouders.' Met die zoetsappige woorden begonnen lokale dagbladen een opmerkelijk nieuwtje, rechtstreeks overgetikt uit een persbericht van Science Center NEMO. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) hebben een computerprogramma ontwikkeld dat uit gezichten de bloedverwantschap afleidt tussen moeders, zoons, vaders, dochters, broers en zussen. En het is nog nauwkeurig ook.


Met zo'n techniek wordt het in principe kinderspel om te bevestigen of iemand de vader van zijn kinderen is. Er is niet meer nodig dan een cameraatje en een computer. Dat is een stuk simpeler dan een dna-test. Maar is de gezichtenlezer uit Amsterdam echt zo nauwkeurig?


In bepaalde opzichten: jazeker. Bloedverwanten herkennen zoals het programma van Theo Gevers en zijn collega's van de UvA kan, is grensverleggend. Het systeem maakt een filmpje van iemand die lacht en kijkt naar de manier waarop gezichtsspieren bewegen. Zo laat het programma zich niet foppen door oppervlakkige uiterlijke kenmerken. Waar een menselijke toeschouwer geen familieband ziet tussen een kaalgeschoren punkrockerzus en een bebaarde hipsterbroer, ziet de computer dat wel.


En daarmee is het programma erg nauwkeurig, stelt Gevers. In bijna negen op de tien gevallen wordt herkend of twee mensen bloedverwanten zijn. Volgens de Amsterdamse onderzoekers is de vinding handig bij bijvoorbeeld asielaanvragen. Een immigrant moet geregeld aantonen welke van zijn of haar gezinsleden al in Nederland wonen. Zo'n procedure kost weken. Laat de computer erop los en je hebt in no time een nauwkeurige inschatting, aldus Gevers.


Maar nauwkeurig is niet hetzelfde als betrouwbaar. Dat het systeem in negen op de tien gevallen goed aangeeft of iemand de vader of moeder van een kind is, houdt tegelijk in dat één op de tien gevallen ouders ten onrechte worden afgewezen. Ook niet zo fijn is dat het programma één op de tien keer een bloedverwantschap ziet waar die niet bestaat.


Dan moet er natuurlijk keihard uitsluitsel komen. Het Amsterdamse programma kan dat niet geven. Bovendien zijn de alternatieven gewoon beter: niet voor niets biedt het ministerie van Immigratie, Integratie en Asiel sinds 2012 een dna-test bij asielaanvragen die stuklopen op papierwerk.


Wat de bloedverwantherkenner ook tegenzit, is dat de nauwkeurigheid verder daalt wanneer je hem loslaat op grotere groepen mensen die onder andere omstandigheden zijn gefilmd dan in het experiment is gebeurd. Dat wil zeggen: ga ermee op Facebook en overal zullen familieverbanden opduiken die niet bestaan. Ook zullen mensen die wél familie zijn, buiten de boot vallen. Wie als kind is geadopteerd en nu had gehoopt eindelijk zijn biologische ouders te vinden, kan beter zijn hoop laten varen.


Of er zo'n Facebooktoepassing komt, is niet duidelijk, maar inmiddels wordt gewerkt aan een app voor de smartphone. Daarmee kun je thuis controleren of je vader wel echt je vader is. Een prima recept voor een gezellige middag of een regelrecht familiedrama.


Omdat er zoveel vraagtekens bij het nut van de bloedverwantherkenner te zetten zijn, heeft de uitvinding iets weg van een oplossing op zoek naar een probleem. Natuurlijk is het knap onderzoek en wie weet is er straks wel een perfecte toepassing. Toch krijgen we nu de indruk van een verkooppraatje. En dat is deels het geval. De universiteit heeft aandelen in het bedrijf Sightcorp, waaraan de uitvinding straks wordt verhandeld. Zoiets klinkt misschien niet-integer, maar het is een gevolg van kabinetsbeleid: wetenschap moet tegenwoordig geld opleveren.