Waar-moet-je-op-letten-boekjes

Bondig en servicegericht: dat zijn de belangrijkste troeven van de Tipboek-serie, muzieknaslagwerkjes 'met niks dat je niet wilt weten'. Welk mondstuk heb ik nodig?...

Stel, je wilt een drumstel kopen, voor welke houtsoort kies je dan? Niet zo'n gekke vraag, want het geluid van een esdoornhouten én dat van een berkenhouten drumstel, de meest voorkomende materialen, staat in vakkringen als 'transparant' bekend. Verder is, volgens drumstelfabrikanten, berkenhout ideaal voor in de studio en esdoornhout voor live-optredens, zodat je er het beste maar van elk één kunt aanschaffen.

Wie er het Tipboek Drums op naslaat, leest dat er inderdaad verschillen zijn, maar dat je vooral moet afgaan op wat je zelf hoort. 'Een simpele opmerking', beaamt Hugo Pinksterboer, auteur van de succesvolle Tipboek-serie over muziekinstrumenten, 'maar wel gebaseerd op vijftien jaar onderzoek'.

In 1996 kwam hij op het idee van de Tipboekjes, handzame naslagwerkjes 'met niks wat je niet wilt weten'. Pinksterboer was toen hoofdredacteur van de Slagwerkkrant en is auteur van The Cymbal Book, een standaardwerk over bekkens, zoals veel van dat soort boeken 'geschreven met het idee dat het nooit meer verbeterd kon worden'.

En dat is nu precies het probleem van de gangbare literatuur over muziekinstrumenten, zegt Gijs Bierenbroodspot, Pinksterboers compagnon die de serie vormgeeft en illustreert. 'Professionals lopen helemaal leeg als je ze iets over een onderwerp laat vertellen. Voor ons was het juist belangrijk de schifting te maken: wat is er nog interessant voor amateurmusici?'

Bierenbroodspot speelde samen met Pinksterboer in een 'hobby-bandje' toen hij een metalen mondstuk wilde aanschaffen voor zijn saxofoon - dat zou een scherpere klank geven. Omdat muziekwinkeliers hem ingewikkelde technische verhalen vertelden over verschillende soorten mondstukken, ging hij op zoek naar heldere richtlijnen om een keuze te kunnen maken. Die bleken nergens te vinden.

Pinksterboer vertelde hem dat ook voor drummers zulke waar-moet-je op-letten-literatuur niet bestond en begon meteen te schrijven aan het Tipboek Drums. Een jaar later lagen er vijf boekjes, elk zo'n 150 pagina's dik.

Inmiddels zijn dat er dertien in het Nederlands, plus ongeveer vijftig vertalingen in het Engels, Duits, Frans en Spaans, allemaal met een gedeelte voor beginners, tips voor aanschaf en onderhoud, woordenlijsten en 'tipcodes', verwijzingen naar de eigen website waar audiovisuele aanvulling op de tekst wordt geboden. De tekst is consequent in losstaande alinea's geknipt, elk met een eigen kopje, de glasheldere illustraties zijn met de hand overgetrokken foto's.

Oorspronkelijk waren de Tipboeken bedoeld voor beginnende musici, maar al snel bleek de opzet ook aantrekkelijk voor conservatoriumstudenten en beroepsmusici: blijkens enthousiaste citaten op de achterflap steken ook coryfeeën als celliste Quirine Viersen en saxofonist Hans Dulfer er nog iets van op.

Voor elke titel zijn tientallen experts geraadpleegd, een aantal ook als proeflezer. Pinksterboer: 'En allemaal belangeloos. Op de een of andere manier vindt iedereen het de moeite waard.' Zo heeft Ank Reinders, schrijfster van de Sesam Atlas van de Zangkunst uit 1993, hard meegewerkt aan het Tipboek Zang.

Reinders' eigen boek is geschreven voor conservatoriumstudenten, de Tipboeken dus eigenlijk niet, maar inmiddels zijn ze wel verplichte literatuur voor methodieklessen op sommige conservatoria. Op dat van Alkmaar bijvoorbeeld, waar de bibliothecaris elke nieuwe titel in de serie direct aanschaft. Studenten vragen er vaak naar, om even snel iets op te zoeken of een kopietje te maken.

Fluitiste Eleonore Pameijer, een van de proeflezers van het Tipboek Dwarsfluit, is lyrisch over de serie: 'De tips in het fluitboekje zijn echt heel handig, zeker voor beginners.' Dat je nooit je fluit op het randje van een vouwstandaard moet leggen bijvoorbeeld. Maar ook wordt de de mythe van het E-hendeltje ontmanteld: een extra stangetje in het kleppenmechaniek dat de Fis juist weer moeilijker te spelen maakt. Pameijer: 'Iedere fluitdocent heeft daar een mening over, maar Hugo zet die alternatieven gewoon naast elkaar.' Pinksterboer: 'Wij zeggen niet wat je moet denken, maar dát je moet denken.'

Overigens is de Nederlandse muziekliteratuur in de afgelopen decennia in het algemeen ook wel praktischer van aard geworden. Schreven Hans Boschma en Henk Rensink in 1982 nog 250 pagina's over 'toonvorming bij koperblazers', een paar jaar later volgde van dezelfde Boschma Herken je fouten bij het koperblazen.

De Muzikantengids van Jan van der Plas (1997), met hoofdstukken als 'Het kopen van een instrument' en 'Een band oprichten', heeft als ondertitel 'Alles wat je moet weten over de muziekwereld', terwijl het Spectrum-naslagwerk Muziektermen van A tot Z (2000), begrijpelijk voor de beroepsmusicus wil zijn, maar ook voor 'de muziekstudent, de liefhebber en de amateurmusicus'. Dat is andere koek dan Sem Dresdens Algemene Muziekleer uit 1933, waarin Gijs Bierenbroodspot over zijn saxmondstuk niet meer had kunnen vinden dan dat het 'bijna hetzelfde' is als dat van de klarinet ('wordt echter losser in de mond gehouden').

Toch heeft de Tipboekformule niet echt navolging gekregen. Bierenbroodspot: 'We verwachten weinig concurrentie meer. De anderen zijn erg traag.' Maar The Tipbook Company, de tweemansuitgeverij van Bierenbroodspot en Pinksterboer, is ook wel erg snel: in het afgelopen jaar werden 22 titels uitgebracht, waaronder twaalf voor de Amerikaanse markt en zes Franstalige.

Inmiddels zijn er van de dertien Nederlandse titels in totaal zo'n honderdduizend verkocht. Behalve voor de hand liggende titels als Hobo en fagot en Muziektheorie zijn ook de Tipboeken Versterkers en effecten en Muziek voor kinderen (met tips voor ouders: 'Hoe hou ik het leuk?') op til. Bierenbroodspot: 'We hebben onze niche gevonden en overwegen om de formule ook te gebruiken op gebieden buiten de muziek.'

Kritiek op de Tipboek-serie is er nauwelijks. Bondigheid, servicegerichtheid en een zekere objectiviteit zijn de grootste troeven. Belerende frasen in de tekst steken dan ook schril af tegen die achtergrond, zoals in het Tipboek Zang, waar onder het kopje Uitspraak wordt uitgelegd dat 'bij een rapnummer geen hogeschool-Nederlands hoort, terwijl een psalm er niet van opknapt als je het in plat Tilburgs zingt'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden