Waar leidt de Derde Weg eigenlijk heen? Het kapitalisme heeft in zijn zuiverste vorm nooit bestaan, noch werd dat ooit nagestreefd

De Derde Weg van New Labour is boerenbedrog. Als de pleitbezorgers van dit idee niet verder komen dan optimistische economische recepten ontstaat een vacuüm dat door Derdeweggers van een ouder en populistischer soort zal worden opgevuld, meent Tony Judt....

TONY JUDT

IEDER TIJDPERK heeft zijn eigen cliché. Dat van ons is de Derde Weg. Er gaat nauwelijks een week voorbij of een figuur uit het openbare leven in Groot-Brittannië, Duitsland of de VS verwelkomt de Derde Weg: de tijd zou rijp zijn voor een nieuwe, post-ideologische benadering van de politiek.

Sociologen theoretiseren erover, op conferenties wordt de nieuwe koers gepropageerd, presidenten en premiers koesteren zich in de bescheiden ambities ervan. Geen verstandig mens kan ertegen zijn: de oude tijden van de grote projecten, van links en van rechts, is voorgoed voorbij. De politieke doelstellingen van de Derde Weg zijn sober en, zoals een cliché uit het recente verleden luidde, small is beautifull?

Het hele idee berust natuurlijk grotendeels op boerenbedrog. In de Engelstalige wereld is de Derde Weg niet meer dan een nieuw etiketje op een oude verkiezingstaktiek. Men zoekt ergens een middenweg tussen de ideeën onder het electoraat in de hoop er op de korte termijn zoveel mogelijk munt uit te slaan. De regering-Blair, het Europese referentiepunt voor alle ontboezemingen over een Derde Weg, is het natuurlijke kind van Margaret Thatcher (zoals Ronald Reagan een van de verwekkers van Clinton is).

De agressieve Thatcher liet de politieke slinger zo ver doorslaan ten nadele van solidariteit en overheidsbemoeienis dat een 'linkse' regering zich nu voor het eerst rechts van het midden kan positioneren en toch wordt geprezen om haar radicale intenties. Maar in feite maakt ze pas op de plaats en voert ze een warrig beleid. De Derde Weg van nieuw-Labour is opportunisme met een menselijk gezicht.

Wat zou een Derde Weg, mocht die al bestaan, inhouden? Iets anders, zo mogen we aannemen, dan de Eerste en Tweede Weg. En waar stonden die voor? Een kleine en een grote overheid? Kapitalisme en communisme? Dat is het gangbare beeld: in het verleden zouden we enkel de keuze hebben gehad tussen de vrije markt en de commando-economie.

Nu we deze tegenstrijdige doctrines hebben afgeschud, zo gaat de redenering verder, kunnen we de tegenstellingen op een pragmatische wijze overwinnen. Klant-vriendelijke overheden en vrije doch barmhartige markten zullen leiden tot de beste van alle mogelijke werelden, waarin de maatschappelijke keuzen als in een supermarkt liggen uitgestald.

Het kapitalisme is een economisch stelsel met een groot aanpassingsvermogen dat al zo'n vijfhonderd jaar bestaat. Het blijkt te verenigen met allerlei sociale arrangementen. (De VS en Zweden zijn allebei kapitalistisch.) Toch heeft het stelsel in zijn zuiverste vorm - met ongebreidelde markten en een minimale overheid - nooit bestaan, noch werd het ooit serieus nagestreefd. De meningsverschillen draaiden altijd om de vraag welke sociale arrangementen wenselijk en ook mogelijk waren in het kader van de markteconomie.

Op het Europese continent is de Derde Weg een oude bekende. Tussen de wereldoorlogen waren er in Oost-Europa populistische boerenpartijen actief die een Derde Weg propageerden. Ook was het de favoriete leuze van fascistische intellectuelen, in Duitsland en elders, die het fascisme aanprezen als een Derde Weg tussen het anarchistische kapitalisme en de communistische dictatuur.

In de jaren zestig beleefde het begrip een kortstondige come-back als optimistisch alternatief voor de officiële communistische praktijk. Toen werd het idee van een Derde Weg omarmd door Hongaarse en Poolse economen die hun geloof in het collectivisme niet geheel wilden opgeven.

Vandaag de dag heeft het begrip in de voormalige communistische landen geen optimistische, maar een defensieve klank. Voorstanders van de Derde Weg verdedigen boeren en arbeiders die worden bedreigd door de verwoestende concurrentie uit het Westen en door het wegvallen van de publieke voorzieningen.

In West-Europa heeft het conflict tussen de Eerste en de Tweede Weg allang iedere betekenis verloren. Een compromis tussen de ongebreidelde markt en een actieve en grote overheid is daar sedert de Tweede Wereldoorlog de gewoonste zaak van de wereld. Het exacte evenwicht verschilt van land tot land, variërend van overleg tussen werkgevers en werknemers, beperkt staatseigendom tot de sociale-markteconomie in West-Duitsland.

Tot voor kort was dit compromis onomstreden. Zelfs nu nog hebben politici die bezuinigingen aankondigen op de uitkeringen en subsidies, waaraan Westeuropeanen uit alle lagen van de bevolking gehecht zijn geraakt, weinig kans gekozen te worden. Daarom ook heeft de winnaar van de Duitse verkiezingen nauwelijks binnenlandse manoeuvreerruimte.

De sociaal-democraat Gerhard Schröder, die de christen-democratische bondskanselier Kohl versloeg, voerde maandenlang campagne onder de leuze dat hij het 'nieuwe midden' vertegenwoordigde, zonder er precies bij te vertellen wat dat inhield. In diezelfde tijd liet Kohl zich weliswaar openlijker uit over de noodzaak van bezuinigingen, maar ook hij was behoedzaam om de kiezers niet tezeer te ontrieven.

Voor zover Schröder en andere Europese politici al lippendienst bewijzen aan een heroverweging van de rol van de overheid, dan gebeurt dat niet omdat zijzelf of het electoraat op zoek zijn naar een nieuwe politiek. Nee, de reden is dat de jaren van snelle economische groei voorbij zijn. En bij een veel lagere groei zijn de pensioenen en gezondheidszorg die voor de babyboomers in het verschiet liggen, onbetaalbaar.

Wat dit betreft hebben de West-Europeanen een probleem dat overeenkomt met de urgentere problemen in de landen verder naar het Oosten. Het beleid van nationale overheden wordt minder bepaald door mondiale ontwikkelingen dan door de herinneringen van de bevolking. De Europese verzorgingsstaten vormden het antwoord op de economische crisis van de jaren dertig en de daaropvolgende politieke catastrofes.

Politici die zelfs maar een bescheiden ontmanteling van de verzorgingsstaat voorstellen riskeren de woede van de kiezers. Zo moest de Zweedse premier, de sociaal-democraat Goran Persson, vorige week in allerijl vanuit New York, waar hij een academisch congres over de Derde Weg zou bijwonen, naar Stockholm terug omdat zijn gematigde voorstel voor belastinghervormingen door het electoraat was afgestraft - een mooi voorbeeld van hoe de praktijk het wint van de theorie.

Misschien dat de marktkrachten het op de lange termijn zullen winnen. Maar op de lange termijn zijn we allemaal dood, zoals de econoom Keynes ooit opmerkte. Intussen geven de Brits-Amerikaanse Derde Weggers, met hun gepraat over de zegeningen van de ontmanteling van de gecentraliseerde publieke voorzieningen en het sociale vangnet het verkeerde antwoord op een vraag die de meeste Europese kiezers helemaal niet stellen.

Het is één ding om de verwachtingen van de politiek in tijden van welvaart terug te dringen, zoals in de VS en Groot-Brittannië gebeurde. Het is echter iets heel anders om de nadelen van een grote overheid te benadrukken als er alom onzekerheid heerst. De afgelopen eeuw heeft de gevaren van een al te machtige staat aan het licht gebracht. Maar op de praktijk gerichte overheden hebben ook veel goeds gedaan.

Tenzij de huidige pleitbezorgers van een Derde Weg met een maatschappijvisie komen die verder gaat dan hun uiterst optimistische economische recepten, zullen ze een vacuüm in het publieke leven creëren dat door Derde Weggers van een ouder soort zal worden opgevuld. De populistische en xenofobische geneesmiddelen die zij voorstaan, vinden reeds weerklank in Noorwegen, Frankrijk, Oostenrijk, het oosten van Duitsland en in een groot deel van Zuidoost-Europa, om over Rusland nog maar te zwijgen. Louter pragmatisme heeft in het openbare leven nooit volstaan.

Politiek gaat niet alleen over processen. Er moet ook over doelen worden gesproken. Als er al een zoveelste 'weg' moet komen, dan dient die ook de belofte in te houden dat hij ergens toe leidt. En aangezien cliché's nu eenmaal onvermijdelijk schijnen te zijn, moeten we voor de tussentijd een beter vinden.

Tony Judt is hoogleraar Europese studies aan New York University.

The New York Times/ de Volkskrant

Vertaling: Margreet de Boer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden