Waar is God?

In de voorlaatste aflevering van het EO-programma Adieu God? was een jonge vrouw te gast, die ik niet kende, maar vast ergens bekend van was. Zij had iets ergs meegemaakt en zich toen nadrukkelijk afgevraagd: 'Waar is God?' Tijs van den Brink vroeg wat haar was overkomen, veel voorzichtiger dan nodig was, want zij tekende stralend een paar aanhalingstekens in de lucht. 'Zeg maar aangerand', zei ze. 'Zeg maar gewelddadig aangerand.' 'Maar', voegde ze toe, 'als ik naar Syrië kijk, stel ik mezelf precies dezelfde vraag.'


Het is altijd mooi als mensen er rekenschap van geven dat er verschillende soorten leed bestaan, persoonlijk en wereldleed, al gaat er bij de weging van de soorten soms iets mis. Verder bleef haar vraag staan: Waar is Hij eigenlijk?


Tijdens Pinksteren wilde Johan Fretz boodschappen doen, maar trof een dichte deur. Terecht noteerde hij later in zijn column: 'Als je ruim tweeduizend jaar na je dood nog zo veel feestdagen hebt, heb je iets voorgesteld, zoveel is zeker.'


Eigenlijk weten we dus vooral waar Hij niet is. Hij is niet bij gewelddadige aanrandingen, in Syrië of de supermarkt. Hij is vast ook niet in de shariadriehoek of de vreemdelingendetentie, en in Jorwerd hoeven we ook niet meer te zoeken. Waar wel?


Tijs begon ongemakkelijk op zijn stoel te schuiven, wat vreemd is, want je denkt dat EO-presentatoren wel een mondje klaar hebben als hen een veelgestelde vraag bereikt. Misschien vond hij het hovaardig namens Hem te spreken, misschien dacht hij: straks is Hij helemaal niet weg en zwaaien we een thuisblijver uit.


'Ja', zei hij uiteindelijk. 'Soms is Hij er gewoon even niet.'


Ik vond het een goede verklaring. Zo was het, moeilijker moest je het niet maken. Soms was Hij er gewoon even niet, net als een winkelier altijd net als jij iets nodig hebt, alleen hing Hij geen briefje aan de deur.


Laatst zag ik een foto van Syrische lijken. Mannen, vrouwen, kinderen, afgeslacht en op een hoop gegooid. Op de voorgrond lagen twee meisjes, een kleuter en een peuter, de ledematen vreemd gebogen, de gezichten opengereten. Met late krachten had het oudste meisje een hand op de schouder van het kleinste meisje gelegd.


Het was een foto die de vraag naar Zijn whereabouts opriep. Hij kon overal zijn, overal in zitten. Hij kon de oorlog hebben veroorzaakt, de lijken op een hoop hebben gegooid, maar net zo gemakkelijk de kleuter hebben geïnspireerd, of de fotograaf om een beeld te schieten dat van kijkers overste Karremansjes maakt.


Of Hij was gewoon even weg, en dan was het misschien toch een overweging eens een handje toe te schieten. De situatie is erg gecompliceerd. Je moet altijd realistisch zijn - goede bedoelingen hebben vaak heel kwade gevolgen.


God zou het wel weten - om gevolgen lijkt Hij zich nooit echt sappel te hebben gemaakt, maar je kunt je intenties maar beter een beetje op orde hebben als het eenmaal zover is. Volgens mij is Hij - wat ik dan weet van God - een uitgesproken intenties-man.


Twitter @Petermiddendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden