Waar is Goaltjes Piet gebleven?

I NDERDAAD is 1999 het jaar van de lijstjes die er niet toe doen, zoals Vrij Nederland deze week vaststelt....

Spaan was zijn tijd werkelijk ver vooruit. Al in 1998 stelde hij een tophonderd samen van de beste Nederlandse voetballers van deze eeuw. Zijn topelf telt veel overeenkomsten met het elftal dat Cruijff onlangs op verzoek van De Telegraaf samenstelde.

Cruijff, Van Basten, Gullit, Van Hanegem, Neeskens, Rijkaard, Wilkes en Lenstra zijn door beiden goed genoeg bevonden. Cruijff draagt verder Keizer, Krol en Van der Sar voor, spelers die door Spaan werden beloond met respectievelijk de dertiende, vijftiende en zeventigste plaats. Op zijn lijst zijn ze vervangen door Rensenbrink (zevende), Israel (tiende) en Dullens (elfde).

Spaan stimuleerde twee Rotterdamse journalisten, Hugo Borst en Leo Verheul, dit jaar tot een tophonderd van de beste spelers van Feyenoord.

Dat deden ze gewetensvol en aan de hand van zeven criteria. De volgende Feyenoorders werden gekozen in de topelf:

11. Jan Linssen. 10. Johan Cruijff. 9. Eddy Pieters Graafland. 8. Gerard Kerkum. 7. Bas Paauwe. 6. Cor van der Gijp. 5. Wim Jansen. 4. Rinus Israel 3. Puck van Heel. 2. Willem van Hanegem. 1. Coen Moulijn.

Afgaande op de lijsten van Cruijff en Spaan en het boek De Top 500, De beste Nederlandse sporters van de eeuw, zou een topelf van spelers van Ajax er ongeveer zo uit moeten zien, volgens de deskundigen:

11. Sjaak Swart. 10. Gerrie Mühren. 9. Wim Suurbier. 8. Edwin van der Sar. 7. Dennis Bergkamp. 6. Ruud Krol. 5. Piet Keizer. 4. Johan Neeskens. 3. Frank Rijkaard. 2. Marco van Basten. 1. Johan Cruijff.

Suurbier (twintigste bij Spaan) heb ik erbij genomen omdat hij wel een complimentje kan gebruiken. Hij is gedegradeerd tot rapporteur van De Telegraaf bij wedstrijden in de eredivisie en overwoog serieus de schrijver van het aan hem gewijde hoofdstuk in De Top 500 voor het gerecht te slepen.

Dit waarschijnlijk omdat melding werd gemaakt van zijn 'erbarmelijk slechte voorzet' en zijn periode bij Sparta: 'Daar baarde hij meer opzien met zijn Mexicaanse vrouw dan met zijn voetbal.'

De slotconclusie die vermoedelijk de razernij van Suurbier opriep, luidde: 'Suurbier was Suurbier, een onpasseerbare verdediger die als een volwaardig sprinter langs de lijn liep en dan een slechte voorzet afleverde. Betrouwbaar en snel. Meer niet.'

Ik kan me zijn woede voorstellen. Suurbier speelde zestig interlands en twee WK-finales en won met Ajax drie maal de Europa Cup voor landskampioenen. Dat Cruijff in zijn elftal van de eeuw Gullit als rechtsback opstelde, en niet hem, deed zijn stemming geen goed.

Maar het kan nog erger. Waar is bijvoorbeeld Goaltjes Piet gebleven? Niet in de lijst van Spaan of in het boek De Top 500 in ieder geval.

Piet van Reenen is topscorer aller tijden van Ajax. In de periode 1929-1942 maakte hij 273 (tweehonderddrieënzeventig!) doelpunten voor Ajax.

Saai zijn ze, al die lijstjes die momenteel worden afgedrukt, zo voorspelbaar ook en vooral braaf. De samenstellers wanen zich onfeilbaar en presenteren hun lijstjes met een ergerniswekkende wetenschappelijke allure.

Het beste idee is afkomstig van Huub van der Lubbe, de zanger van De Dijk die maandag in Haarlem de helft van zijn droomelftal bekend maakte. De andere helft kon hij door tijdgebrek niet prijsgeven.

Van der Lubbe kiest alleen spelers die hij heeft ontmoet, zoals Richard Witschge. Na een wedstrijd van Ajax tegen Juventus liep hij hem in de Arena een keer tegen het lijf.

Witschge keek hem in het gezicht, zei 'Hee ouwe pik' en liep door. Prompt kreeg hij van Van der Lubbe een plaats in het droomelftal.

Het criterium van Van der Lubbe biedt ongekende mogelijkheden en meer ruimte voor romantiek en herinneringen dan al die traditionele lijstjes.

Mijn topelf:

11. John van 't Schip.

Liep met zijn vrouw te winkelen in de Haarlemse Zijlstraat.

10. Danny Blind.

Keurde de weergave van een interview goed, op één zin na. Van de paar flesjes wijn die hij op de avond voor een wedstrijd dronk, moest 'een flesje wijn' worden gemaakt, anders gingen ze bij Ajax maar rare dingen over hem denken.

9. Gerrie de Goede.

Knipoogde naar mij vlak voordat hij, als speler van Haarlem, de bal wilde ingooien.

8. Jan Mulder.

Sprak mij onlangs aan als meneer Van Onkenhout.

7. Piet van der Kuil.

Woont vlak bij mij.

6. Johan Cruijff.

Zat in Milaan naast me en sloeg op mijn dijbeen. Ook rookte hij mijn halve pakje sigaretten op.

5. Sonny Silooy.

Haalde me op met een Porsche en betaalde vervolgens mijn rekening in een restaurant in Bielefeld.

4. Sjaak Swart.

Achtervolgde me het halve veld over, nadat ik hem de bal door de benen had gespeeld.

3. Piet Huyg.

Belde op om te zeggen dat het was gelukt, het uitrijden van de Elfstedentocht.

2. Kick Smit.

Streek met zijn hand door mijn haar en zei dat ik vooral hard moest blijven trainen.

1. Willem van Hanegem.

Vroeg zich af of ik de School voor Journalistiek wel had afgemaakt. Toen ik vertelde dat ik daar niet eens aan was begonnen, zei hij dat hij dat altijd al had gedacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.