' Waar ik ook ben, het komt altijd goed met mij'

David Cupper (22) werkt in Amsterdam en andere West-Europese steden als 'standbeeld'. Van top tot teen in koperkleur vermaakt hij het komende en gaande publiek met kleine grapjes....

'Ik denk weleens als ik opsta: vandaag heb ik geen zin. Dan ga ik de stad in, loop een beetje met m'n ziel onder de arm, en als ik dan een standbeeld zie dat wel werkt, denk ik: dat had ik ook moeten doen, dan had ik me lekkerder gevoeld. Als ik niet op mijn melkkratten sta, ben ik maar één van al die andere mensen.

'Door dit werk krijg je aandacht. Het is zoals wij nu in dit café zitten: mensen kijken naar ons en vragen zich af: wat doen die twee? Daar krijg je een bepaald soort eigendunk van. Stel dat ik jou gewoon in de kroeg was tegengekomen en we waren een gesprekje begonnen. Dan is het al gauw: wat doe je? Als ik vertel wat ik doe, vinden mensen dat meteen leuk.

'Als ik werk en het gaat goed, dan is dat goed voor mijn zelfvertrouwen. Maar als het eerste wat ik krijg een stuiver is, en mensen blijven maar kleingeld geven, dan heb ik er na een uur geen zin meer in. Dan kan ik wel janken, echt waar, zo weinig zelfvertrouwen is er over. Ik heb weleens gehad dat ik geen mens meer wilde aankijken. Het is zo frustrerend als je geen respect krijgt voor wat je doet.

'Maar belangrijker dan geld is publiek. Ik heb liever minder geld en een goed publiek dan andersom. Ik ben schorpioen, ik blaak in principe van het zelfvertrouwen. Toch is het zo dat hoe harder mensen lachen, hoe meer zelfvertrouwen ik krijg. Ik ken een jongen die aan de drugs is geweest, die psychisch in de problemen zat, maar sinds hij dit werk doet, is het met hem weer goed gekomen.

'Ik ben begonnen door mijn broer. Die ging kraken in Amsterdam en op een gegeven moment had hij honger, hij had geen geld meer. In een driedelig pak, met een roos in zijn hand, ging hij op een tafeltje staan. Toen ik naar Amsterdam kwam, dacht ik: dat kan ik ook. Ik was bij hem in het kraakpand gaan wonen en zag hem elke dag met geld thuiskomen. En hij vond het werk leuk.

'Ik was net achttien. Ik had altijd in Hengelo gewoond, maar ik had er daar een rotzooitje van gemaakt, met drugs en zo. Ik was niet zo'n aardige jongen, laten we het daar op houden. Ik had geen zin meer in school, ik had alles een of twee jaar geprobeerd, havo, mavo, detailhandelschool, sociaal-pedagogisch werk. Niks vond ik leuk, alleen de mavo heb ik afgemaakt.

'Ik ben klein begonnen, met een overall aan. Schmink kreeg ik van iemand uit het publiek. Mijn broer had me tips gegeven, dat je een buiging moet maken en een handje moet geven aan iemand, maar verder begin je gewoon. Je kunt voor de spiegel oefenen, maar dat heb ik nooit gedaan. Mijn leermeester is de straat geweest.

'Er kwam eens een man met twee vrouwen aanlopen. Ik maakte tegen hem het geldgebaar, zo van: dat kost geld, die twee vrouwen. Iedereen om me heen schoot in de lach. Dan denk je achteraf: dat werkte goed. Maar van tevoren bedenk je niks, het floept eruit, het is de situatie die zich voordoet.

'Het begon echt te lopen toen ik na een tijdje een colbert en een das aandeed, die ik in Hengelo overgehouden had aan een stage. Op het Waterlooplein kocht ik een oranje pruik, en ik deed een grote zonnebril op. Toen kreeg ik meer mensen, het scheelt als je er mooier uitziet.

'Er zijn standbeelden die de hele tijd stilstaan, en pas bewegen als ze geld krijgen. Maar stilstaan is moeilijk, en ik merkte ook al snel dat interactie beter werkt. Mensen hadden dat stilstaan zo'n drie jaar geleden wel gezien. De verdiensten werden minder, en toen ben ik iets anders gaan doen. In een zilverkleurige overall bewoog ik als een robot, een buzzer maakte er geluid bij.

'Daar heb ik nooit voor gestudeerd. Op een dag ging ik naar de smartshop voor een dieetsupplement. Je valt ervan af, maar je krijgt er ook energie van. Ik nam twee van die dingen, ben gaan werken en toen is de robot ontstaan. Alleen het idee, hè, daarna ben ik eraan gaan sleutelen. Ik hoefde verder geen pillen te slikken om robot te kunnen zijn.

'Toen het begin dit jaar met de robot even niet liep, ben ik weer standbeeld geworden. Het is voor mij een ruim begrip, want ik sta niet meer zoveel stil. Ja, als er een dood moment is, kun je beter stilstaan, maar als het goedgaat, gebeurt dat niet. Voor jezelf is standbeeld zijn een vorm van meditatie. Je gaat vanzelf nadenken, ook als je beweegt.

'Ik zoek zelf vaak contact. Kijk, alle aandacht is op jou gericht, en ik vestig die aandacht weer op iemand uit het publiek. Dat is het geheim van het vak. De bangerikken moet je hebben. Als je met hen grapjes uithaalt, schrikken ze, en daar lachen andere mensen om. Ik neem natuurlijk niet altijd mensen in de zeik, maar waar het om gaat: mensen lachen om een ander, niet om mij.

'Wat er ook gebeurt, ik praat niet. Dan zou ik uit mijn act vallen. Er loopt bovendien van alles rond op straat, vooral in Amsterdam, en je kunt alles maken, zolang je er maar niet bij praat. Het gebeurt weleens dat mensen voor me staan: "Hé, klootzak, kankerlijer", maar ik zeg niks. Hooguit geef ik een middelvinger. Er kan me toch niks gebeuren, ik heb publiek om me heen.

'Uiteraard schmink ik me, dat hoort erbij. Het getuigt van liefde voor het vak. Op de Dam en het Damrak heb je een ridder en een gladiator die zich niet schminken maar een masker op hebben. Die staan er voornamelijk voor het geld. Begrijp me niet verkeerd, ik sta er ook voor het geld. Maar die jongens vinden schmink te veel moeite.

'Ja, ik vind het niet onprettig voelen. Schmink heeft iets magisch. Als ik schmink opdoe, gaat er een knopje om. Dan gebeurt er iets met me. Ik zal het je sterker vertellen: als ik zonder schmink door de stad loop, voel ik me minder goed, ongemakkelijk tussen al die mensen. Met schmink op ben ik untouchable.

'Standbeeld zijn is niet alleen een beroep, het is een levensstijl. Je kunt gaan en staan waar je wilt, overal neem je je werk mee naartoe. En als je in bed blijft liggen, hoef je je tegenover niemand te verantwoorden. Een vriend van mij wilde ook standbeeld worden, en ik heb hem gewaarschuwd: als je dit eenmaal doet, hou je er niet meer mee op. Je ziet het aan alle standbeelden.

'Afgelopen winter heb ik nog drie maanden iets anders gedaan. Ik was terug bij mijn moeder in Hengelo, ik had een dipje, werkte niet meer met plezier. Dus heb ik wat baantjes gehad, asbest gesaneerd, in de stijgerbouw gewerkt. Het was niet bevredigend. Ik ga echt niet meer voor twaalf, dertien gulden per uur voor iemand anders werken. Als ik als standbeeld het dubbele verdien, ga ik huilend naar huis.

'En die wekker 's ochtends vroeg, dat was zo verschrikkelijk. Dit werk verandert je denken, je wordt een vrijbuiter. Voor de rest van mijn leven ben ik niet meer bang dat ik zonder geld kom te zitten. Waar ik ook ben, het komt altijd goed met mij. Van een krant kan ik nog een pak maken, en mensen willen altijd geëntertaind worden.

'In Amsterdam woon ik in een kraakpand, en als ik ergens anders ben, slaap ik in hotels. Ik heb een klein halfjaar in Zuid-Frankrijk gezeten, een halfjaar in Antwerpen, een halfjaar in Maastricht. Hoe zuidelijker je komt, hoe meer respect mensen hebben voor wat je doet. Ik heb het geprobeerd in Hengelo en Enschede, en het wil wel, maar niet elke dag. Er is te weinig publiek, de mentaliteit is anders. Mensen zeggen: "Wattis dat dan? Kiek toch." Boeren noem ik dat.

'Over het algemeen heb ik meer goede dan slechte dagen. Maar waar door het goed of slecht gaat, weet ik niet. Ik heb onder optimale omstandigheden gewerkt, op zaterdag met mooi weer, aan het eind van de maand waardoor iedereen geld had, en toch ging het niet. En in de sneeuw heb ik heel veel geld verdiend. Ik heb me vaak het hoofd gebroken over een verklaring, maar ik kom er niet uit.

'Standbeelden die het niet goed doen, staan er als een zoutzak bij. Ze hebben geen feeling voor het vak, geen liefde. Als je geen liefde hebt, zien mensen dat. Dit beroep heeft alles met uitstraling te maken. Een beginnend stand beeld, dat zie je ook gelijk. Als ik ergens sta, dan sta ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden