Waar idolen ook gewone mensen kunnen zijn

Sander Westerveld (26, ex-FC Twente en Vitesse) en John Achterberg (29, ex-NAC en Eindhoven) zijn keepers aan de Merseyside, bij Liverpool en Tranmere Rovers....

door Paul Onkenhout en Willem Vissers

HOGE VOORZETTEN

Westerveld: 'Een keeper wordt hier niet zo snel in bescherming genomen. Ik het begin had ik er last van. Ze willen je uittesten hè. Buiten de vijf meter-zone ben je gewoon een speler.

'Ik heb een paar probleempjes gehad met Duncan Ferguson, die speelde toen nog bij Newcastle. Bij elk duel trok hij mijn arm naar beneden. Hee, wat gebeurt hier, zei ik tegen de scheidsrechter. Just stay in the box, zei hij, dan gebeurt er niets.'

Achterberg: 'In de vijf meter-box ben je redelijk veilig. Daarbuiten ben je vogelvrij. Ze knallen er hier keihard in. Maar daar staat tegenover dat verdedigers in Engeland bereid zijn hun leven te geven om de bal te veroveren.

'Ik probeerde er vanaf het begin zelf zo hard mogelijk in te gaan. Voluit er in kletsen. Toen ik bij Tranmere op proef was, liep ik een keer keihard tegen de spits aan. De manager, John Aldridge, zei later dat hij me wilde hebben. Toen ik twee weken later terug kwam, was die spits nog steeds geblesseerd. Dat was geinig.

'Ik heb zelf ook een paar ketsen opgelopen. In het eerste jaar kwam er een keer een hoge bal. Ik roep keeper, maar de voorstopper kopt de bal toch weg. Maar recht de lucht in, buiten de zestien. Ik erheen. Hun spits kwam inlopen, dus ik dacht: dan dat kopduel maar. Tand door mijn lip. Blauw oog. Dat gebeurt hier.'

THE BEATLES

Westerveld: 'Iets van vroeger. Ik heb wel The Best of The Beatles gekocht. Zit nu toevallig in de cd-speler van mijn auto. Een paar liedjes vind ik wel mooi. Misschien is het echt Tukkers, maar die verering... Het zal allemaal wel. Ik ben één keer in dat Beatle-museum hier verderop geweest. Tja. Dan hangt daar een pak van John Lennon. En dan?'

Achterberg: 'Ik ben nog niet in het museum geweest. Wel in Mathew Street, om uit te gaan met de jongens. Daar hebben ze vroeger opgetreden. Met de muziek heb ik niet veel. Als er mensen over zijn, vertel ik ze er wel over.'

Westerveld: 'Alle mensen die me bezoeken willen naar dat museum. Ik ga niet meer mee. Ik zet ze af, drink een kop koffie en wacht tot ze klaar zijn. Mathew Street, de Cavern Club, ik ben er geweest maar het maakt geen enkele indruk op me.'

JOHN ACHTERBERG

Westerveld: 'Na een wedstrijd tegen Everton stond hij plotseling in het spelershome. Ik was het veld uitgestuurd en helemaal over de zeik. Hee, zei hij, hoe is het? Ja goed, zei ik. Ik zat met mijn gedachten nog bij die rode kaart.

'Later, toen we naar de auto liepen, vroeg mijn vriendin wie die Nederlandse man was. Verrek, dat was John Achterberg. Helemaal vergeten.

'Natuurlijk ken ik hem. Hij is Nederlander en speelt bij de derde club van Liverpool. Ik zie hem geregeld keepen. Hij zit wel in een rare situatie: niemand lijkt daar te weten wie de eerste keeper is.'

SANDER WESTERVELD

Achterberg: 'You know, hij wist niet dat ik bij die wedstrijd was. En als ik eruit word gestuurd, ben ik ook gefrustreerd.

'Liverpool is tien keer groter dan Tranmere Rovers. Dus voor hem is de druk om te presteren ook veel groter dan voor mij. Van Liverpool wordt altijd een overwinning verwacht. En als de tegenstander een keer scoort, kijkt iedereen meteen naar achteren.'

DE VERERING

Westerveld: 'Wie bij Liverpool voetbalt is een held. Een god. Maar in een restaurant wachten de mensen keurig tot je klaar bent met eten voordat ze je om een handtekening vragen. Hier kan ik makkelijker over straat dan in Nederland.

'De mensen laten je met rust. In Arnhem vooral was het vaak vervelend. Maar goed, dronken mensen heb je overal. Hier heb ik het voordeel dat de uitsmijters een extra oogje in het zeil houden als ik binnen ben. Maar meestal willen ze je gewoon een hand geven.'

Achterberg: 'Zelfs als speler van Tranmere Rovers ben je een ster. Toen we vorig jaar die Cup-wedstrijden speelden en we na afloop de stad in gingen, knielden er op straat mensen voor me. Dan voel je je wel opgelaten, ja. Zo ver gaan ze. Iedereen hangt om je nek en kust je.'

Westerveld: 'Ik kan me heel goed verplaatsen in de supporters. Chris de Burgh, de zanger, is een Liverpool-supporter. Als hij het spelershome binnenloopt, stoot ik mijn vriendin ook aan. Kijk, Chris de Burgh! Nee, een handtekening vraag ik niet. Mijn vriendin is nog erger. Die zegt: ja, Chris de Burgh, nou en?

'Als jongetje bij Tubanters stond ik vaak naar trainingen van FC Twente te kijken. Ik ging dan naast het doel van Theo Snelders staan. Op een dag liep hij van het veld af en gaf hij mij een paar keepershandschoenen. Daar ben ik weken van ondersteboven geweest.

'Later kwam ik met een stel vrienden Snelders en zijn vrouw tegen in de stad. Hallo, zei hij tegen mij. Mijn vrienden wisten niet wat ze hoorden. Dus als hier een klein mannetje of een omaatje een handtekening vraagt, dan geef ik die. Want dan zie ik mezelf weer naast het doel van Theo Snelders staan.'

LIVERPOOL

Westerveld: 'Ik tekende bij Liverpool en heel veel mensen zeiden hetzelfde: fantastische club, maar dat wonen daar... Industriestad, havenstad, oud, arm, werkeloosheid, altijd regen.

'En dan kom je hier, en dan zie je dit, de oude dokken die fantastisch zijn gerenoveerd, of de binnenstad, en dan blijkt het allemaal enorm mee te vallen. Misschien was dit vroeger een stinkstad, maar nu niet meer. Liverpool is een mooie, perfecte stad.'

Achterberg: 'Wij zitten hier vrij gunstig. Ipswich of Norwich zijn veel erger, dat is in the middle of nowhere. Manchester is drie kwartier rijden, Chester is vlakbij, je kunt alle kanten op. Behalve op zondag, dan is hier bijna niets te doen. Dan zit iedereen in de pub. In Utrecht zijn dan de winkels tenminste nog vaak open.'

DE PERS

Achterberg: 'Vorig seizoen heb ik in een interview een keer gezegd dat de manager, Aldridge, soms gewoon een week op vakantie gaat. Dat vond hij geloof ik niet zo leuk.

'Voordat we de finale van de League Cup speelden, ging de landelijke pers op zoek naar smeuïge verhalen. Een speler had ergens liggen wippen, dat kwam meteen in de krant.

'Ik speelde goed, dat seizoen. Maar een week voor de finale werd ik uit de ploeg gekegeld. De pers ging op zoek en vond dat interview. Er werden enkele stukjes uitgepakt. Ik zou Aldridge met de grond gelijk hebben gemaakt. Dat was vervelend, maar ze wroeten niet in mijn privéleven. Eigenlijk hebben we hier alleen met lokale kranten te maken en die doen dat niet.'

Westerveld: 'Over mijn privéleven is nog niets gepubliceerd. Ik heb ook nog niets buitensporigs gedaan. Het zou anders zijn als ik mijn vriendin in elkaar zou beuken, dronken in nachtclubs zou rondlopen en vreemd zou gaan. Dan komen er stukjes in de krant. Die dingen kun je dus beter niet doen.'

ALCOHOL

Westerveld: 'Alcohol en voetbal horen hier bij elkaar. Tony Adams, Paul Merson, Stuart Pearce, heel veel spelers hebben drankproblemen gehad. De bewijzen liggen er. De Engelsen zijn opgegroeid in een drankcultuur en sommigen komen daar niet los van.

'Ik vind het best, als ze maar presteren. We hebben ook spelers die dag en nacht lazarus zijn. Maar als je ziet hoe ze trainen... De mentaliteit is hier anders. Beter.'

Achterberg: 'Er wordt een hoop gedronken. De jonge jongens, degenen die niet bij de selectie zitten, gaan op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag uit. En op woensdag ook trouwens.

'Soms merk je dat een speler de vorige avond te veel heeft gedronken. We hebben er zelfs een gehad die regelmatig dronken was. Maar hij ging wel altijd voorop in de strijd.'

FISH & CHIPS

Westerveld: 'Haal ik nooit. Elke dag staat er hier wel een restaurantje in de krant waar weer wat milieuregels zijn overtreden. Ik eet lekker thuis. Tussen de middag moeten de spelers verplicht bij de club eten. Pasta's en zo. De trainer, Houllier, heeft dat ingevoerd. Hij wil zeker weten dat we goed voedsel binnenkrijgen.'

Achterberg: 'Iedere maand wordt ons vetpercentage gecontroleerd. Als je te zwaar bent, krijg je een boete. Drie pond te veel is honderd pond boete, nog meer is managers decision. Er zijn jongens die al meer dan duizend pond boete hebben gekregen.

'Ik moet 14.2 zijn, zo'n 88, 89 kilo. Doordeweeks zit ik meestal op 14.8, 14.9. Als we op maandag worden gecontroleerd, eet ik op zondag niet zoveel. En ik ga twee keer in een heet bad, 's ochtends en 's avonds. En op maandagochtend nog een keer. Dan ben ik precies 14.2 als ik op de weegschaal sta.

'Vlak voor de kerstdagen gingen die klerelijers plotseling op donderdag wegen. En ik had de vorige avond nog laat gegeten. Was ik 14.8. Ik moet de boete nog krijgen.'

DE MANAGER

Westerveld: 'Wij hebben een Fransman, een Europeaan. Voor ons is de training meer dan bezigheidstherapie. Houllier traint op dezelfde manier als ik in Nederland gewend was. Daardoor was de overgang voor mij niet zo moeilijk. We trainen vooral tactisch, met vier, vijf trainers en zeer specifiek, heel wedstrijdgericht en dat kun je niet typisch Engels noemen.'

Achterberg: 'De manager is de baas. Hier wordt niet gediscussieerd, zoals in Nederland. Je krijgt je geld en je moet je mond houden. In Nederland zijn ze een stuk verder. Hier staat de voorstopper soms tijdens de training in de spits. Tactisch getraind wordt er bijna niet.

'Besprekingen duren nooit lang. Als Aldridge klaar is, wordt in de kleedkamer voetvolleybal gespeeld. De hoge rand van het bad is het net. En er wordt muziek gedraaid, keiharde discomuziek, house en zo.'

HET GELD

Westerveld: 'Het is misschien een gekkenhuis, met die salarissen en transfersommen. Maar ja, ik kan er niets mee. De druk wordt groter. Na iedere wedstrijd beginnen mensen over je salaris te praten. Iemand die de Postcodeloterij wint, hoeft er minder voor te doen dan wij hoor. Maar over hen hoor je nooit iemand.'

Achterberg: 'Ik word hier geen miljonair. De jonge spelers krijgen driehonderd, vierhonderd pond per week. De best betaalde krijgt drieduizend. Dat is niet verkeerd. Als ik hier nog drie jaar kan blijven, en dan bij een andere club in Engeland terecht kan...

'Ik heb afgelopen zomer een paar keer gesproken met FC Utrecht, met Frans Adelaar en Van Breukelen. Maar ja, dan had ik meer dan de helft van mijn salaris moeten inleveren. En dan zou ik ook nog maar tweede keeper zijn geweest.

'Als ik terugkom, is mijn huis hypotheekvrij. Ik kan het nog verbouwen ook als ik wil en ik heb twee eigen auto's. Bij FC Utrecht zou ik een goed leven hebben, maar geen klote overhouden. Tja, wat moet je dan?'

DE ONTROERING

Westerveld: 'Met Kerstmis gaan we altijd met de ploeg naar een ziekenhuis. Voordat we gaan heb ik het daar moeilijk mee. Ohh, shit, dat ziekenhuis, wat moet ik tegen die kinderen zeggen. Maar ik ga gewoon en deel teddybeertjes uit.

'Eerst kom je bij de kinderen met een blindedarm, of een gebroken arm, dan is het allemaal leuk en aardig. Hup, jij een teddybeertje, lachen. En dan kom je op een volgende afdeling. Kale kindjes. Kanker. Kinderen die hooguit nog een maand te leven hebben. Daar sta je dan met je teddybeer. Wat moet je dan zeggen?

'Ik blijf meestal het langste zitten. Je ziet de ogen van die kinderen oplichten. Ze denken er even niet meer aan dat ze ziek zijn. Een kindje dat nog maar twee weken te leven had en helemaal vol kanker zat, was het opgewekst. Dan ben ik blij dat ik daar ben geweest. Het ontroert me.'

Achterberg: 'Vorig seizoen, na de League Cup-finale op Wembley, stonden zes, zeven duizend mensen ons op te wachten in de stad. De namen van alle spelers werden genoemd en ik kreeg het meeste applaus. De mensen vonden dat ik die finale had moeten keepen.

'Ik zat op de bank, maar Aldridge had me net zo goed op de tribune kunnen zetten. Die hele wedstrijd interesseerde me niet meer. Het doet me nog steeds zeer. Dat verandert ook niet. Ik heb nog steeds moeite er over te praten.

'Aldridge wilde dat ik voor die wedstrijd een nieuw contract zou tekenen. Ook toen ik dat niet deed, had hij me gewoon kunnen opstellen. Ik had veel belangrijke reddingen in de Cup-wedstrijden verricht. Mede dankzij mijn optreden had de club een schuld van anderhalf miljoen pond kunnen wegwerken.'

Westerveld: 'We kregen laatst een brief van een moeder van een van die kindjes. Het was de mooiste dag van zijn leven geweest, had hij gezegd. Ze schreef dat hij twee weken na ons bezoek was overleden. Iedere dag had hij over ons gepraat. Hij is gelukkig gestorven, schreef ze.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden