Opinie

Waar heeft Stephen Hawking het over? Mijn apparaten doen nooit wat ik wil

Het zal best dat slimme computers in de toekomst een reëel gevaar vormen voor de mensheid. Maar zolang die apparaten alsmaar kapotgaan, zal het zo'n vaart niet lopen, schrijft Dirk-Jan van Baar.

Beeld reuters

Volgens de Britse rolstoelkosmoloog Stephen Hawking worden computers zo snel slimmer dat ze, zodra ze in staat zullen zijn zichzelf op eigen kracht te verbeteren, in de niet al te verre toekomst een reëel gevaar vormen. Aldus de Volkskrant van donderdag. Tegenover de BBC zei hij dat de ontwikkeling van volledige kunstmatige intelligentie het einde van het menselijk ras kan inluiden.

Als zoiets wordt gezegd door de volledig verlamde Hawking, de knapste man ter wereld aan wie alles kunstmatig is behalve zijn intelligentie, moet je dat serieus nemen. Hij zweeft nu al als een superbrein door het heelal en zou als hij niet echt bestond door een sciencefiction-regisseur uit Hollywood kunnen zijn bedacht. Hawking verwijst daar zelf ook naar, naar de film Transcendence, die ik niet ken, maar waarbij ik me gemakkelijk van alles kan voorstellen. Dat is het vreemde van sciencefiction, net als bij het universum van Franz Kafka; je hoeft het niet gezien of gelezen te hebben om toch te weten waarover het gaat.

Big Brother

Intuïtief zijn wij bang voor een Doomsday Machine, waarbij de techniek het overneemt en de mensheid een speelbal is geworden van anonieme krachten waaraan niet valt te ontsnappen. Het is het thema van de twintigste eeuw, dus eigenlijk al van gisteren. De Eerste Wereldoorlog zou op die manier zijn ontstaan, zonder dat iemand het wilde. Kafka liet een wereld zien waarin eenzame individuen door een bestuurlijk monstrum werden verpletterd. De Sovjet-Unie veranderde van een utopisch ideaal in een totalitaire nachtmerrie. In '1984' wordt newspeak gesproken en is Big Brother alomtegenwoordig.

De wereld van George Orwell ligt achter ons en met volledige transparantie hebben we leren leven - als amusement op televisie. We zijn niet alleen cynischer, maar ook goedgeloviger geworden. Edward Snowden, zeker na zijn asiel in Moskou een propaganda-instrument in handen van Poetin, wordt als klokkenluider gevierd. Geen mens lijkt nog bang voor de nucleaire Holocaust, hoewel de kruisrakettenkwestie dertig jaar geleden honderdduizenden demonstranten op de been bracht. Zulke zorgen - no future! - zijn zóó jaren tachtig. Tegenwoordig sms'en twintigers op de fiets en doet iedereen aan internetbankieren. Kruisraketten doen sinds de Eerste Golfoorlog (1991) geruisloos hun werk, net als drones, die ook voor reclamedoeleinden worden ingezet.

De (bijna) meltdown in 2008 was financieel en maakte geen doden. Er is nog wel angst voor de opwarming van de aarde, maar de angst voor de techniek lijkt verdwenen. Overheden mikken op slimme oplossingen en zijn voortdurend bezig ons toekomstbestendig te maken. Het ideaal van de maakbare samenleving is officieel opgegeven, maar wel alledaagse werkelijkheid. Moderne mensen zijn permanent online, waardoor ze altijd bereikbaar zijn en het oude gevoel van tijd en plaats is losgelaten.

Televisie kijken in 1983.Beeld anp

Zelfsturende auto's

Zelf zweef ik nog tussen twee tijdperken in. Ik ben geboren in het Spoetnikjaar (1957), maar sta het liefst met beide benen op de grond. Van vliegreizen zie ik niet af, maar fijn vind ik ze niet (wat vooral door die verschrikkelijke luchthavens komt). Zelfsturende auto's, ik hoop het niet mee te maken. Liever reis ik terug in de tijd. Zo herinner ik me een terugblik op de radio op het jaar 1969 van een ongetwijfeld linkse maatschappijcriticus, die neerbuigend over de eerste maanlanding sprak.

Dat vond ik raar, hoe kon je daar nu zo laatdunkend over doen? Ik zat toen in de auto naast mijn vader, een ingenieur. Zijn broers (mijn ooms) hadden medicijnen gestudeerd, maar Delft, werd mij met een knipoog verteld, was het knapste dat er was. Ik ben dus met eerbied voor wetenschap en techniek opgegroeid en kon mij lang niet voorstellen dat mensen zonder automobiel gelukkig konden zijn.

De vooruitgang (beschaving) begon voor mij in de jaren twintig, toen de T-Ford het straatbeeld ging domineren. Mijn vader (1923) hield overigens meer van stoomtreinen. We waren beiden, realiseer ik me nu, niet van de laatste stand der dingen. Hij speelde het liefst viool en repareerde soms met eindeloos geduld een centrifuge uit de jaren vijftig. Dat vond mijn moeder (1928) lange tijd de beste die er was. Tot de droogtrommel alles veranderde.

Superbrein

Zulke dingen heb ik ook. Mijn CD-speler heet nog pick-up ('laat ik eens een muziekje opzetten'), zoals in mijn studententijd. Mijn versterker is dertig jaar oud en door er eigenhandig een klap op te geven schiet de 'aanknop' in de juiste stand. Mijn televisie dateert van 1997 en floept alleen na lang proberen via het zenuwkastje van UPC aan. Maar zolang hij beeld geeft, blijf ik hem trouw, net als mijn auto, een Frans model. Die is dertien jaar oud en ik vrees de dag dat ik van GroenLinks het centrum van Utrecht niet meer in mag.

Technologische vernieuwing is niet echt aan mij besteed en ik vervloek al die apparaten die zonder paswoord ontoegankelijk zijn en nooit doen wat ik wil of waarvan ik de bediening zonder handleiding niet begrijp. Zelfs de openbare ruimte staat daar vol mee. Zo schreeuwde ik het onlangs uit bij een parkeermeter in een pikdonker Den Haag, die wel het geld van mijn pinpas opeiste, maar de transactie telkens met 'abort' beëindigde (de 'validknop' was onverlicht, waardoor ik op de foute knop drukte). Op zulke momenten verdenk je de overheid van abortus provocatus en wens je dat je nooit geboren was. Zou Stephen Hawking dat nooit hebben?

Dan heb ik het nog niet over computers, die je nooit kunt missen en er zomaar de geest aan geven. De gedachte aan een nieuwe crash van het moederbord of een harde schijf die een dag nodig had om op te starten, maakt me nu al nerveus. Ook heb ik een computer gehad waarbij ik op advies van een helpdesk er eerst de stekker moest uithalen en die het dan na een minuut weer zou doen. Dat bleek na verbreking van de verbinding niet waar te zijn. Dus waar heeft die Hawking het over? Ik heb nog nooit een computer gehad die zich op eigen kracht verbetert en zou er dolgraag een hebben. Het zal best dat computers binnenkort zo slim zijn dat ze als aan elkaar gekoppeld superbrein een reëel gevaar vormen. Ik wil Hawking, een ervaringsdeskundige, ook niet tegenspreken. Maar zolang mijn computerervaring er een is van apparaten die spontaan kapot gaan, zal het met dat menselijk ras dat volautomatisch op de eigen ondergang afkoerst wel loslopen.

Stephen HawkingBeeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden