Waar heeft de Nederlandse politiek zich de afgelopen kwart eeuw teruggetrokken?

Vrij zicht

Nederland doet graag aan onpolitieke politiek. De prijs heet populisme.

Leuk hoor, die Prinsjesdag met rijtoer en een zwaaiende Máxima. Maar hoe kan het dat jullie een half jaar na de verkiezingen nog altijd geen regering hebben, zonder dat er een volksopstand uitbreekt? Twee diplomaten, afkomstig uit serieuze buurlanden, verbaasden zich over de Nederlandse politieke folklore.

Voor het antwoord wees ik op de daverende primeur van collega Frank Hendrickx van maandag. De Kamer had de vaststelling van wat fatsoenlijke ouderenzorg is, overgelaten aan een kwaliteitsinstituut. En vooral de bekostiging, die nu blijkt te kunnen oplopen tot 2 miljard zonder dat de politiek nog wat te zeggen heeft. De reactie van Kamerleden was schaamrood omdat ze was ontgaan wat ze uit handen hadden gegeven. In de krant werd gewezen op de te snelle doorstroming zodat het politici aan kennis van zaken ontbreekt.

Ik denk dat het erger is. Dat het Nederlandse parlement zichzelf buiten haken zet, is net zo'n traditie als Prinsjesdag. Ik zou graag de dissertatie lezen waarin staat waar de Nederlandse politiek zich de afgelopen kwart eeuw heeft terug getrokken. Je zou kunnen beginnen met de zogeheten lump sum in het onderwijs. Dan naar de NS, waarover staatssecretarissen altijd in de Kamer komen vertellen dat ze er helaas niet meer over gaan. En niet te vergeten alle toezichthouders, agentschappen en zbo's die de zegen hebben gekregen omdat het zonder politieke bemoeienis allemaal beter marcheert. We zijn hier gewend dat regeren helemaal zonder handen gaat, zei ik tegen de diplomaten.

Waarom geen opstand...? Foto anp

Als het zo beter werkt, wat kan het schelen, zult u zeggen. Precies daarover sprak ik vorige week met Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde en lid van de WRR. Hij en zijn coauteur Anchrit Wille hebben net de Engelse vertaling van hun belangrijke boek Diplomademocratie (2011) gepubliceerd. Het onderzoek is danig uitgebreid en geactualiseerd, maar de kern van het betoog is onveranderd: hoger opgeleiden overheersen het openbaar bestuur, met als gevolg dat lager opgeleiden in hun opvattingen en belangen slecht worden bediend.

Na het verschijnen van de Nederlandse uitgave ging de belangstelling uit naar de dominantie van de hooggeschoolden in de Tweede Kamer. Een ander aspect van de diplomademocratie kreeg veel minder aandacht: wat onder politicologen 'the rise of the unelected' heet. Officieel hebben we in Nederland lekendemocratie. Iedereen heeft het recht te kiezen en te worden gekozen. In de praktijk hebben de leken steeds meer plaats gemaakt voor hoger opgeleiden. Dat heet vertegenwoordigende democratie en het idee is dat de meeste mensen niet gekwalificeerd zijn om zelf mee te beslissen. Representatie verhoogt de kwaliteit, en de besten nemen de beste besluiten.

Maar de tendens is dat het nog aanzienlijk beter kan. Je moet bijvoorbeeld ambtenaren eens horen over politici: windvanen die niet verder kijken dan de volgende verkiezingen. Het zou beter gaan als échte experts de besluiten nemen. De bemoeienis van niet-gekozenen heeft inderdaad een geweldige vlucht genomen. Wandel maar eens door centrum Den Haag. Politieke partijen zijn bescheiden gehuisvest, wat alles te maken heeft met de verschrompeling van het fenomeen massapartij.

Ministeries kun je niet over het hoofd zien. Maar vooral struikel je over allerlei instellingen die zich met beleid, toezicht en controle bezighouden - rekenkamers, lobby's, kennisinstituten, adviesraden, rechtbanken en goede doelen. Zij hebben allemaal invloed op politieke besluiten en soms nemen ze die zelf, zonder dat er verkiezingen aan te pas komen. De vraag is of de kwaliteit daarvan beter wordt.

Parlementair schaamrood... Foto Foto: Martijn Beekman

De kwaliteit van de representatie in elk geval niet, vindt Mark Bovens. De overheersing van de hoger opgeleiden in de Kamer wordt nog eens gekwadrateerd door de gordel van instellingen om het Binnenhof heen. De verklaring is simpel. Via de stembus hebben lager opgeleiden nog invloed op het Haagse toneel en wat zich daar afspeelt. Hoe meer de politiek aan outsourcing van haar eigen opdracht doet, des te groter de invloed van de hoger opgeleiden die ook al die andere instellingen bevolken, en zich daar van kiezers niets hoeven aantrekken.

In Nederland willen we graag 'het draagvlak verbreden' door zoveel mogelijk instanties bij de besluiten te betrekken. Het middenveld wordt nog altijd gevierd als leerschool van de democratie. De veronderstelling is dat de stem van belangengroepen en verenigingen van onderop komt. Het tegendeel is het geval, als ik Bovens en Wille mag geloven, en dat doe ik. 'Juist belangengroepen versterken de olichargie', schrijven ze.

Zo zijn vrijwilligersorganisaties en goede doelen als Oxfam, Greenpeace of Milieudefensie de afgelopen decennia enorm gegroeid. Zij bemoeien zich volop met de politiek en hebben weliswaar veel leden, maar vertegenwoordigen alles behalve het grote publiek. Het zijn geoliede, zeer professionele organisaties, geleid door advocaten en pr-deskundigen. Hun invloed is groot, juist op de onderwerpen waar de opvattingen van hoger en lager opgeleiden het meest uiteen lopen, Europa, immigratie en klimaat. Gevolg is dat de lager opgeleiden buiten de ouderwetse politieke arena vrijwel alleen staan.

Van oudsher zijn we in Nederland verzot op politiek zonder politici. De prijs ervoor noemen we populisme.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

De stem van de olichargie...
Meer over