Waar en onwaar in Zuid-Afrika

'Het was onwerkelijk, surrealistisch', zegt de Zuid-Afrikaanse oud-majoor Nico Basson. Begin jaren negentig onthulde hij welke dubieuze rol de Zuid-Afrikaanse regering speelde: onderhandelen met het ANC, en tegelijkertijd bloedbaden aanrichten onder de zwarte bevolking....

IN ZIJN FLAT in Alphen aan den Rijn zag oud-majoor Nico Basson op CNN hoe bisschop Desmond Tutu eindelijk het eindrapport van de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika overhandigde aan president Nelson Mandela. Hij zat gekluisterd aan het scherm. Dit was voor hem het grote moment. Hiervoor had hij in 1991 zijn nek uitgestoken, toen hij als eerste Zuid-Afrikaanse militair uit de school klapte over de vuile trucs van de regering van president Frederik de Klerk, in de nadagen van de apartheid. Hiervoor had hij bedreigingen van zijn oud-collega's doorstaan en de argwaan van zijn nieuwe bondgenoten.

Zuid-Afrika, begin jaren negentig. Het apartheidsregime krijgt een nieuwe president, Frederik de Klerk. Die belooft hervormingen, laat tot ieders verbazing Mandela vrij en legaliseert alle verboden partijen (februari 1990). Hij begint onderhandelingen met het Afrikaans Nationaal Congres (ANC). De vreugde onder de zwarte bevolking slaat echter plotseling om. De nieuwe vrijheid gaat gepaard met een raadselachtige golf van geweld.

In de forensentreinen tussen de zwarte woonoorden en het centrum van Johannesburg richten gemaskerde mannen bloedbaden aan. Zulu-arbeiders uit de hostels, de barakkenkampen, veranderen van de ene dag op de andere van buren in vijanden, strijders die de omliggende woonwijken intrekken en dood en verderf zaaien. Waar komt dit geweld opeens vandaan, wie zitten erachter?

Het ANC spreekt weldra van de mysterieuze Derde Kracht, naast het leger en de politie. De regering wijt het geweld van 'zwart tegen zwart' aan onderlinge vijandschap, tussen het ANC en de Zulu-partij Inkatha van Chief Mangosuthu Gatsha Buthelezi, tussen Xhosa's en Zulu's. De bloedbaden in de townships ontregelen de onderhandelingen tussen regering en ANC keer op keer. Het geweld drijft Mandela bij vlagen tot wanhoop. De Klerk ontkent verontwaardigd elke betrokkenheid. Het wemelt van de speculaties en van beschuldigingen, maar het blijft onduidelijk wat er gaande is. Totdat majoor Basson op het toneel verschijnt.

In april 1991 treedt hij naar buiten. Hij vertelt over de campagne van de Zuid-Afrikaanse militaire geheime dienst in Namibië in 1988-1989 om de verkiezingen te beïnvloeden. Hij leidde de propagandamachine van de partijen die het opnamen tegen de bevrijdingsbeweging Swapo. Ondertussen zaaide het leger paniek met een bloedbad onder Swapo-strijders, die een domme inval hadden gedaan vanuit Angola, en met mysterieuze aanslagen. Zo werd de Swapo-advocaat Anton Lubowski vermoord, die volgens Pretoria in het geheim werkte voor het apartheidsbewind - een leugen zegt Basson.

Hij heeft een waarschuwing voor de Zuid-Afrikanen: Namibië was een generale repetitie. De moordpartijen in Zuid-Afrika zijn onderdeel van een welbewuste campagne van de regering om het ANC te ondermijnen. De Klerk onderhandelt en voert ondertussen een geheime oorlog.

Basson noemt de moordenaars: oud-strijders van de Koevoet-eenheid (een terreurgroep van het Zuid-Afrikaanse leger in Namibië), de bushmen battalion, het 32ste bataljon (huurlingen die in Angola hadden gevochten) en de askaris (opgepakte ANC-strijders die nu collaboreerden met het regime), het vijfde verkenningsregiment, 5 Recce, duizend huurlingen uit Mozambique, Angola, Zimbabwe en Namibië, die de overvallen op treinen uitvoeren.

Hij noemt de opleidingsplaatsen: een geheim kamp buiten Johannesburg. Hij vertelt dat Inkatha-strijders zijn opgeleid in de Namibische Caprivi-strook om de terreur in de townships bij Johannesburg te organiseren.

Aanvankelijk gelooft bijna niemand hem. Als militair is hij verdacht voor de onafhankelijke kranten, de regeringsmedia zwijgen hem dood. Alleen de kleine onafhankelijke kranten het Vrye Weekblad en The Namibian publiceren zijn verhaal. Maar Basson weet het ANC te overtuigen van zijn geloofwaardigheid. De vroegere bevrijdingsbeweging ontketent een media-offensief met Basson als bron. Binnen enkele maanden ontstaat een schandaal dat bekend zal worden als 'Inkatha-gate', de geheime samenwerking tussen de geheime diensten en Inkatha bij het opstoken van het geweld in de townships.

De internationale pers en in Zuid-Afrika het Vrye Weekblad en The Weekly Mail storten zich op de zaak. Basson is in het begin de belangrijkste tipgever voor een reeks onthullingen. Hij geeft tientallen interviews, in Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en (georganiseerd door de anti-apartheidsbeweging) in Europa, ook aan de Volkskrant.

'Als ik eraan terugdenk, was het onwerkelijk, surrealistisch', zegt Basson in Alphen aan den Rijn, waar hij sinds 1993 woont. Eerst was er de euforie over de breuk met het regime. 'Ik schreef een open brief aan het volk van Namibië: dit en dit heb ik gedaan, het was verkeerd en het spijt me. Het kwam op tv, het werd afgedrukt in de kranten. Ik had het gevoel dat ik in het reine was gekomen met mijn daden.' Toen was er de koorts rond de onthullingen. 'Er waren tijden dat ik drie, vier interviews per dag gaf. Militairen die mijn voorbeeld wilden volgen, meldden zich bij mij omdat ze niet zelf naar buiten durfden te treden. Ik werd hun woordvoerder.' En weldra kwam de terugslag.

E R DEDEN praatjes de ronde over Basson - als vroegere topfiguur in de public relations van het leger verbaasde hem dat niet. Er groeide argwaan onder zijn contactpersonen bij de pers. Klopten die verhalen van Basson wel? Hij vertelde over een ontvoering van enkele dagen waarvan hij zich niets meer wist te herinneren, kort nadat zijn verhaal voor het eerst in het Vrye Weekblad had gestaan. (Nu nog is het hem een raadsel wat er die dagen is gebeurd.)

Hij vertelde over een moordaanslag en dreigementen. Er was een jaar verstreken tussen zijn breuk met het leger en zijn onthullingen; hij zei te hebben geleden aan een geheimzinnige ziekte, misschien een griepvirus dat hem was ingespoten toen hij kort na de ruzie met het leger in 1989 in Windhoek bewusteloos was geslagen. Nu kwam hij met verhalen van figuren die zelf verborgen wilden blijven. Waren die verhalen te vertrouwen?

'De hele machinerie van desinformatie werd op me losgelaten. De beste mensen in de journalistiek keken me opeens vreemd aan. Mijn geloofwaardigheid was aangetast. Zelfs in de anti-apartheidsbeweging in Europa groeide argwaan, in Noorwegen werd ik aangevallen. Op persconferenties werd op mijn onthullingen gereageerd met: ''Ja, ja dat zal allemaal wel'', en dan kwamen de vragen over mijn geloofwaardigheid. Ik had de middelen niet om mijn naam te zuiveren.'

Er verscheen een spotprent in een regeringsgezinde krant van Basson in een homoseksuele pose. 'Toen die roddel voor het eerst opdook, heb ik meteen gezegd: het is waar, ik heb een homoseksuele relatie. Maar toen kwam het gerucht dat ik een pedofiel ben. Zelfs de hoofdredacteur van The Namibian, met wie ik van het begin af aan een vertrouwensband had, kwam naar me toe en zei: ''Als dat waar is, kunnen we niet langer samenwerken.'' Gelukkig geloofde niemand het verhaal. Maar de psychologische en emotionele druk is enorm. Ik ben daar ernstig ziek van geworden. Ik begon paranoïde te worden. Je verliest het vertrouwen in jezelf. Je voelt je afgewezen, gekleineerd, gedumpt.

'Ik heb iedereen tegen de haren in gestreken. Eerst onthulde ik de mishandelingen van gevangenen door Swapo. Toen de schendingen van de mensenrechten in de guerrillakampen van het ANC in Angola. Daarna die van de apartheid, daarna die van Buthelezi. Toen schreef ik weer een artikel tegen de ANC-top: waarom ondernemen jullie niets tegen de machinaties van De Klerk. Op het laatst word je door iedereen geïsoleerd. Net als Tutu nu.' De Klerk, het ANC én Inkatha hebben het rapport van de Waarheidscommissie fel gekritiseerd. 'Maar Tutu is gelukkig een man met een Nobelprijs, een groot prestige en hij heeft de grondwet achter zich.'

Dat Basson verstrikt raakte in het wantrouwen jegens hem, is niet zo verwonderlijk. Hij had in de hoogste kringen van het apartheidsbewind verkeerd.

Tijdens zijn diensttijd in 1975 (Basson is geboren in 1956) chauffeerde hij generaal Magnus Malan, een nuttig contact voor later. Hij studeerde communicatie en maakte tegelijkertijd carrière als reserveofficier. Hij werkte voor een regeringsgezinde krant en de staatstelevisie. In 1982 nam hij een baan in het leger, eerst als redacteur van het legerblad, weldra als pr-man.

De jonge majoor werd de vertrouweling van generaal Geldenhuys, belast met het bespelen van de publieke opinie. Hij had enorme sommen geld ter beschikking, de beste communicatiewetenschappers, 'mijn kamer was naast die van generaal Geldenhuys en ik had directe toegang tot generaal Malan, de minister van Defensie'.

Het waren eerder de jongensdroom van macht en onbeperkte financiële middelen die hem dreven, dan sympathie voor het regime, zegt hij. 'Ik vond apartheid fout. Ik groeide op op een landgoed en al mijn vriendjes waren zwart. Ik had mijn eerste seksuele contact met een zwarte. Mijn vader, een harde Afrikaner, verstootte mij erom. Maar wij hadden een zeer negatief beeld van het ANC. In zekere zin komt dat beeld van een organisatie die mensenrechten schendt nu ook uit het rapport van de Waarheidscommissie naar voren. In mijn positie kreeg ik ruwe informatie over het ANC, niet de propaganda van het apartheidsbewind, en die was niet erg positief.'

In 1988 begon hij voor zichzelf met een adviesbureau dat het leger als grote klant had. Hij had zijn partner leren kennen, Leo Strijdhorst, een jonge luitenant die hij had uitgekozen voor een panel dienstplichtigen die vragen op tv mochten stellen aan generaal Geldenhuys. Zij werden ook zakenpartners. De grote opdracht kwam snel: het manipuleren van de verkiezingen in Namibië. In dat kader bracht Basson de schandalen in de kampen van Swapo en het ANC aan het licht. Het was waar en Basson gebruikte de onthullingen om Swapo in diskrediet te brengen. Volgens hem beroofde hij Swapo zo van de verwachte tweederde meerderheid bij de verkiezingen.

Basson botste in Namibië met de militaire inlichtingendienst. Het geweld van het leger vond hij een affront voor zijn werk; het deed zijn hele mediacampagne teniet. Hij kapte ermee. De betalingen door het leger stokten, de vroegere vriendschappen bestonden niet meer. Hij en Strijdhorst begonnen in 1991 de organisatie Soldiers of Peace. Een coming-out voor agenten in de vuile oorlog van de apartheid.

H ET KLIMAAT in Zuid-Afrika was door de hervormingen van De Klerk veranderd. Er gloorde een regering van het ANC en de animo met informatie naar buiten te komen, was sterk toegenomen. Maar waren die getuigenissen te vertrouwen? Waren Basson en Strijdhorst in staat de wilde verklaringen na te trekken? Het risico was groot dat de veiligheidsdiensten agenten aantoonbaar foute informatie zouden laten uitlekken als informanten om de geloofwaardigheid van Soldiers of Peace te ondermijnen.

Basson: 'Zo is het waarschijnlijk vaak gegaan. Veel dingen gingen mis. We konden onmogelijk nagaan bij alle contactpersonen of ze foute informatie hebben gegeven. Ik zou geen voorbeeld weten, maar het moet haast wel zijn gebeurd. Als we aarzelingen hadden, deden we er niets mee. Leo is eens met een man helemaal naar Namibië gereisd om bewijsmateriaal op te halen, een zekere Van der Merwe.' Strijdhorst: 'Hij liet een grote doos zien, maar die mocht ik uiteindelijk toch niet hebben. Ik ben maar teruggegaan.'

Soms werden ze er gek van. 'Vooral het Vrye Weekblad werd overstelpt met telefoontjes van idioten met de meest wilde getuigenissen. Daar konden wij ook niets van maken.'

Ze moesten getuigen ook bij de rechtbanken weghouden. Zoals Felix Ndimene, de eerste die van binnenuit getuigde over de betrokkenheid van het leger bij de moordpartijen in de forensentreinen. Basson moest voorkomen, omdat hij Ndimene zou verbergen. 'We hadden een ingewikkeld systeem, waarin hij wel wist hoe hij mij moest bereiken, maar ik niet wist waar hij was. Veel van onze contacten liepen via via. Het was een heel los netwerk van enkele tientallen personen. In die tijd bestond het idee van een brede beweging, dat was niet terecht, maar het heeft wel de sfeer geschapen voor de onthullingen.'

Ze zochten afleiding van de intriges en het geroddel, en een bron van inkomsten buiten het onderzoek naar de Derde Kracht. Een 'oude dame' vroeg hen mede-eigenaar te worden van een flat in de wijk Hillbrow van Johannesburg. Daar gingen de rassen al door elkaar leven voordat de apartheidswetten waren afgeschaft. Het leek hun een goede plek voor het kantoor van Soldiers of Peace. En ze zouden als bemiddelaars kunnen optreden tussen de blanke eigenaren en de meeste zwarte huurders om tot een nieuwe, liberale verstandhouding te komen. 'We wilden ook eens wat positiefs doen, een bijdrage leveren aan de veranderende samenleving.'

Het liep anders. Het actiecomité van huurders in de wijk was uit op een confrontatie. De bemiddeling mislukte aan beide kanten. De eigenaresse van de flat wilde niet toegeven aan de eisen, de zwarte huurders schilderden Basson en Strijdhorst af als blanke uitbuiters die zich voordeden als vrienden van het ANC. Basson: 'Ik vond het racisme.' Strijdhorst: 'Het werd een anti-climax.' Basson: 'Het werd weer een van die dingen die mij controversieel maakten.'

Eind 1993 vonden Basson en Strijdhorst het welletjes. Ze vatten een oud plan op om een tijd in Nederland te gaan wonen, Strijdhorsts geboorteland. Het was geen vlucht, bezweert Basson, geen emigratie, ze hadden rust nodig. Ze hadden alles gezegd wat ze te zeggen hadden, de Waarheidscommissie zou worden geïnstalleerd. Vijf jaar lang leefden ze in de luwte. Geen pers, geen getuigenissen, geen interviews, geen ANC, geen anti-apartheidsbeweging meer. Strijdhorst verdient de kost als datacommunicatietechnicus. Basson werkt aan een boek ('een filosofie over alles, van apartheid tot eenheid'). Eens zouden ze teruggaan.

'We hebben gewacht op het rapport van de Waarheidscommissie. Om onze geloofwaardigheid te herstellen. Om bevestigd te krijgen dat wat wij hebben gezegd, waar was', zegt Basson. Hij vindt dat hij in grote lijnen gelijk heeft gekregen. In de eerste plaats met betrekking tot de ontluistering van De Klerk. 'Het heeft mij altijd gestoken dat de gewone soldaten terecht moeten staan, terwijl de hoge pieten vrijuit gaan. Daarom zouden een paar symbolische processen, tegen figuren als De Klerk en Botha, misschien goed zijn. Maar ach, van de andere kant, zij hebben hun geloofwaardigheid al zo erg verloren. Voor De Klerk is geen rol meer weggelegd bij de verzoening.'

Maar ook na de vijf dikke boeken van Tutu's commissie blijven vragen onbeantwoord. Welke getuigen idioten waren en welke bizarre verhalen misschien toch waar, zal waarschijnlijk altijd een raadsel blijven. Over een tijd vol van leugens en bedrog, vermoedens en verdachtmakingen, en van ongelooflijke gebeurtenissen zal nooit alles bekend worden.

Basson: 'Het rapport geeft niet de hele waarheid weer, maar voldoende waarheid. Het patroon is duidelijk, ik krijg gelijk. We kunnen nu een streep trekken en overgaan tot verzoening. De lijdensweg is voorbij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden