Waar de ongrijpbare Mink K. is, is corruptie

Robert Mink K. (44) is een grote crimineel, zo groot dat het Openbaar Ministerie hem steeds nodig heeft voor deals ....

De naam van Robert Mink K. (44) klonk voor het eerst in Den Haag tijdens de parlementaire enquête naar de IRT-affaire in 1995. De toenmalig baas van het Openbaar Ministerie Arthur Docters van Leeuwen gebruikte de zaak tegen de nog onbekende K. als voorbeeld van succesvol optreden tegen de georganiseerde misdaad.

K. werd dat voorjaar aangehouden op verdenking van de betrokkenheid bij de handel van cocaïne en een grote partij wapens, waaronder semtexachtige explosieven. Docters had tijdens de enquête nooit kunnen vermoeden dat deze zaak zo’n bizarre wending zou krijgen en dat Mink daarna als ongrijpbaar door het leven zou gaan. Toen het Amsterdamse hof hem tot zes jaar cel veroordeelde, zat hij al lang en breed in Spanje, nadat hetzelfde hof hem in een onnavolgbare eerdere uitspraak op vrije voeten had gesteld.

Ook de eerste keer dat Mink K. in beeld kwam, draaide het om wapens. In een onderzoek naar de erven van de in 1991 geliquideerde mafiabaas Klaas Bruinsma, werd K. gesignaleerd bij een opslagloods in Friesland waar wapens en honderd kilo semtex waren gevonden. Indertijd werd K. gezien als een lid van het middenkader van de zogenoemde Delta-organisatie. Met dit Delta-onderzoek begon de IRT-affaire.

In de nasleep van deze affaire, die draaide om de import van hasj met medeweten van politie en justitie, werd K. bekend als de ‘man van 1200 miljoen gulden’. K. zou van het doorlaten van containers hasj hebben gebruikgemaakt om cocaïne te smokkelen: maar liefst 15 duizend kilo met een straatwaarde van 1,2 miljard gulden (zo’n 550 miljoen euro). De commissie-Kalsbeek bracht de smokkel naar buiten toen zij, drie jaar na de IRT-affaire, een evaluatie uitvoerde.

Hoewel de naam van Mink K. in het Kalsbeek-rapport niet voorkomt, wist iedereen dat hij dit huzarenstukje had geleverd. Met medeweten van corrupte overheidsdienaren. Want waar Mink is, daar is corruptie. Of elk geval het vermoeden daarvan. In 1999 kwam Mink K. vol in de schijnwerpers te staan toen hij werd vervolgd voor het bezitten van een enorme voorraad wapens en semtex, die waren gevonden in een onder water gelopen appartement in Amsterdam. Over de betrokkenheid van Mink bestond geen twijfel. Toch ontsprong hij bijna de dans toen een besloten deel van de rechtszaak – per abuis – ook te horen was in de perszaal. Onderwerp van gesprek: een deal die K. zou hebben gesloten met de aanklager Fred Teeven. Deze Amsterdamse crimefighter, die K. in 1995 voor de eerste keer veroordeeld kreeg, stelde dat er geen sprake was van een deal maar van ‘verkennende gesprekken’. Alleen al het feit dat hij een deal met K. wilde sluiten, leidde tot commotie in Den Haag. Teeven die, zo wil de ironie in het licht van de uitgelekte AIVD-stukken, Mink wilde laten getuigen over corruptie, kreeg een berisping.

Mink voer er wel bij. De Hoge Raad kon hem uiteindelijk veroordelen omdat op de vondst van het grootste wapenarsenaal uit de Nederlandse geschiedenis zijn vingerafdrukken zaten.

Vlak voordat hij zijn straf had uitgezeten, werd hij in 2005 opnieuw opgepakt voor de moord op de hasj-handelaar Jaap van der Heijden. Het pikante van deze zaak uit 1993 is dat twee rechercheurs van de Haarlemse criminele inlichtingendienst waren getipt over het plan van deze moord. Deze informatie werd genegeerd door hun baas, Klaas Langendoen. Dezelfde Langendoen die leiding gaf aan het onderzoek naar de Delta-groep waarmee de IRT-affaire begon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden