Waar de enige firma die groeit 'ndrangheta heet

In Calabrië is de crisis veel beter voelbaar dan in het noorden van Italië. Veertig procent van de jongeren is werkloos - of zou het tachtig zijn?

'We leven als honden', zegt Angelo, een jongen van een jaar of 18. Hij staat met drie vrienden op de hoek van de belangrijkste winkelstraat in Reggio di Calabria, een provinciestad in het diepe zuiden van Italië. De anderen knikken. Ze zijn klaar met school, de meesten hebben een beroepsopleiding gedaan, een van hen heeft gestudeerd. En nu staan ze werkloos tegen een muur te leunen. Ze gaan naar buiten, ze hangen tot ze weer naar binnen kunnen. Ze wonen nog bij hun ouders. 'We doen wat honden doen. We eten en slapen, we worden verzorgd. Het is niet slecht. Maar het is geen leven om trots op te zijn.'


Daar staan ze, in hun zwarte jasjes, met hun vette haartjes, een voetzool tegen de muur. Branieschoppers, zo op het eerste gezicht. Maar ze hebben geen geld, geen plannen, geen puf. 'Een baan zoeken? En wat moeten we dan zeggen?'


Even verderop staat een tent uit Brussel op een plein, waar de plaatselijke bevolking informatie kan inwinnen over werken in het buitenland. Dat is de belangrijkste Europese steun vandaag de dag: ga weg, jonge man. 'Maar wat moet ik in Duitsland?' zegt Angelo. 'Ik spreek alleen Italiaans.'


Wie wil zien hoe Italië ervoor staat, moet niet in Rome zijn, niet in het noorden. Wat nou crisis, zei Silvio Berlusconi in zijn laatste week als premier, en wees naar de volle restaurants, de volle winkels. En het klopte nog ook - in Rome, Milaan, Turijn en Florence. Als het daar niet de Italianen zelf zijn die nog lekker eten en dure kleren kopen, zijn het wel de toeristen die met hun geld de steden op de been houden.


Zo niet in Reggio. Hier, in de teen van de laars, zijn geen rijke industriëlen zoals in Milaan, of declarerende politici zoals in Rome, en er zijn nauwelijks toeristen die afkomen op deze stad met zijn rechthoekige stratenrooster en betonnen huizenblokken - met dank aan de aardbeving van 1902 die honderdduizend slachtoffers maakte en de hele stad wegvaagde.


Hier in Reggio was donderdagavond in Re Ruggero, een van de betere restaurants in de stad, welgeteld één tafeltje bezet.


Nicolà, Angelo, Vincenzo, Francesca, de vier rond-de-twintigers tegen het muurtje, zijn de gezichten achter de jammerlijke statistieken van het zuiden van Italië. Zo'n 40 procent van de jongeren tussen 18 en 24 jaar is werkloos. Volgens henzelf is het eerder 80 procent.


De werkloosheid is het resultaat van een giftige cocktail aan structurele Italiaanse problemen, die hier in het zuiden nog veel giftiger is. Te veel bureaucratie, te weinig grote bedrijven, te weinig innovatie, slecht onderwijs, grote verschillen tussen arm en rijk. En dan, daar dwars doorheen geweven, de georganiseerde misdaad.


'Ik weet maar één uitweg', zegt Angelo. 'Roven. Stelen.' En de jongens kijken verlekkerd naar een vriend die op een scooter arriveert ('Dat is onze Robin Hood. Die weet waar je geld kunt halen', zegt Nicolà).


Wat doe je daaraan, Mario Monti?


De nieuwe Italiaanse premier kreeg ook deze week weer complimenten voor zijn plan om het begrotingstekort terug te dringen. Maar vooralsnog is het nog vooral een papieren plan: Monti wil minder bureaucratie, beter onderwijs, betere infrastructuur, meer bedrijvigheid en minder georganiseerde misdaad. 'Die woorden zijn snel gezegd', zegt Nicolà. 'Ik wacht op de daden.'


De brug die er niet is

Op een stenen uitkijkplek bij het strand van Cannitello, even ten noorden van Reggio, staan wat oude mannen bij elkaar - ze kijken uit over de golven van de Straat van Messina, het water tussen Sicilië en het vasteland van Italië. Daar, wijzen ze, daar moet hij komen, de brug. 'Als hij er tenminste ooit komt', zegt Idone Antonino, een 80-jarige voormalige veehandelaar. 'Ze praten er al mijn hele leven over.'


Over een verbinding tussen Sicilië en de rest van Italië wordt al meer dan tweeduizend jaar gedroomd, al meer dan honderd jaar nagedacht, en al meer dan vijftig jaar gerekend. Er zijn ontelbare tekeningen gemaakt, studies gedaan, aannemers aangewezen, deadlines gesteld. Waarna alles, meestal met de komst van een nieuwe regering in Rome, weer in een lade verdween.


Silvio Berlusconi besloot in 2006 dat de brug er nu eindelijk moest komen, waarna zijn opvolger Romani Prodi er een paar maanden later een streep doorheen zette. In 2009 besloot Silvio Berlusconi dat hij er toch moet komen. Dit zou net het stukje infrastructuur worden dat de twee armste regio's van Italië, Calabrië en Sicilië, zou opstoten in de vaart der volkeren. En, niet onbelangrijk, het zou een van Berlusconi's eigen grand projets worden.


Het is een fantastisch plan. De hangbrug moet een overspanning krijgen van drieënhalve kilometer, tussen twee pilonenparen van 380 meter hoog - hoger dan de Eiffeltoren. Er komt een snelweg op en een dubbelspoor, zodat er zesduizend auto's per uur en tweehonderd treinen per dag naar Sicilië kunnen. De Italianen wisten ook de Europese Commissie te overtuigen van het belang van de brug, die ruim 8,5 miljard euro gaat kosten, want volgens Brussel is de verbinding nu een essentieel onderdeel van de as Berlijn-Palermo - een as waarvan niet veel mensen het bestaan kenden.


'Tweehonderd treinen per dag', zegt Antonino. 'Wat moeten al die mensen daar?'


Monti kondigde meteen na zijn aantreden een onderzoek aan naar nut en noodzaak van de miljardenbrug, maar voorlopig gaan de werkzaamheden gewoon door. In Cannitello zijn hijskranen bezig met het verleggen van de rails van een spoorlijn, omdat die precies op de plek ligt waar een piloon moet komen.


Aan de andere kant van de Straat, op Sicilië, zijn honderden onteigeningsprocedures gaande, om de huizen te kunnen slopen die op de plek staan waar de pilaren moeten komen. Langs de bestaande snelwegen worden nieuwe rijstroken gelegd, om de duizenden auto's naar de brug te brengen. 'We wachten de beslissing van de regering-Monti natuurlijk met spanning af', zegt projectleider Pietro Marcheselli van de Milanese aannemer Impregilo. 'Maar intussen gaan we gewoon door met het werk.'


Schoenen met gaten

De grote vraag is of dit nou het soort infrastructuur is waar Calabrië en Sicilië op zitten te wachten, zeggen lokale bestuurders. Volgens hen heeft de economie veel meer aan verbetering van de reguliere wegen en spoorlijnen. 'Wat heb je aan een tijdwinst van een half uur doordat je niet meer met de veerboot hoeft, als je over het stuk naar Palermo nog steeds vijf uur doet, en over het stuk naar Napels nog zes uur?', zegt Antonio Marcianò, in zijn kantoortje in Reggio di Calabria. 'Het is alsof je een duur Ralph Lauren-shirt koopt, maar schoenen met gaten hebt.'


Marcianò is directeur van SOS Impresa in Calabrië, een organisatie die bedrijven probeert bij te staan die worden afgeperst door de maffia. Volgens hem is de brug een ideaal project voor de Siciliaanse en Calabrische maffia. 'Vroeg of laat infiltreren ze in de bouw.'


Zo komen we bij het achterliggende probleem van Zuid-Italië. De maffia. De georganiseerde misdaad is zo alomtegenwoordig, dat het de ontwikkeling van de economie in de weg staat, zegt Marcianò. Volgens cijfers van zijn organisatie wordt 70 procent van de bedrijven afgeperst - niet bepaald een stimulans om door te groeien.


De maffia pakt een percentage van de aanneemsom, 3 procent, of dringt zich op in de klus, met hun bulldozers en hijskranen. De afpersingspraktijken genereren een constante geldstroom, waarmee ze hun andere activiteiten financieren, zoals wapen- en drugssmokkel. 'Als ze dat afgeperste geld in productieve activiteiten zouden steken, zou het economisch gezien niet zo erg zijn', zegt Marcianò. 'Maar het wordt allemaal geïnvesteerd in landen als Colombia, of in consumptiegoederen, of in een zoveelste onafgebouwde villa.'


In Nederland wordt de maffia meestal geassocieerd met de Siciliaanse cosa nostra en de Napolitaanse camorra - maar de grootste bende is de 'ndrangheta (klemtoon op de eerste lettergreep), een verzameling familieclans uit Calabrië. Geschatte jaaromzet: tegen de 44 miljard euro.


Volgens Marciano is de 'ndrangheta een van de weinige firma's die nog groeien, tijdens de crisis. Het is een van de weinige organisaties met geld. Ondernemers kloppen er vrijwillig aan, omdat ze de enige financier zijn, nu de banken de teugels aantrekken. Werklozen zoeken er naar werk. 'De bloei van de 'ndrangetha is zowel oorzaak als gevolg van de economische achterstand hier', zegt Marciano. 'Het is een cirkel die heel lastig te doorbreken is.'


Doorzeefde verkeersborden

Langs de weg naar San Luca vallen allereerst de uitgebrande bushokjes op; het gesmolten plastic hangt levenloos aan de spijlen. Daarna komen de met kogels doorzeefde verkeersborden, en vuilniscontainers waar met een veel groter kaliber gaten in zijn geknald. De lekgeschoten zakken stulpen er als ingewanden uit.


Ga daar niet heen, waarschuwden ze in Reggio. Iemand tekende een rechthoek op de kaart, en schreef daar 'no go' bij. Zelfs de politie zou er niet durven komen. San Luca, Natile Vecchio, Prati - dorpjes aan meestal doodlopende weggetjes aan de oostkant van het schiereiland, waar 90 procent van de mannen lid van de 'ndrangheta zou zijn. Met name San Luca is berucht, als uitvalsbasis van de belangrijkste clans. Hoe ziet het hoofdkwartier van zo'n multinational eruit?


Het stortregent, en uit gaten in het asfalt kolkt het bruine water uit de grond omhoog. De weg wordt steeds slechter naarmate het dorp dichterbij komt. De inwoners willen niets te maken hebben met de autoriteiten, en de autoriteiten vinden het best. Dan komt er maar geen weg.


In de vallei beneden kolkt een caramelkleurige rivier in een wirwar van krakelingen, in een kom van felgroene hellingen. Het doet aan Afghanistan denken, gek genoeg - de natuur, de clans, de papaverteelt op de hellingen. Op de mooiste heuveltoppen staan enorme onvoltooide huizen, grote bakstenen skeletten met ramen als holle ogen en een overvloed aan zuilen. Voor het gebruik als statussymbool hoef je er niet te wonen.


De mannen wonen kennelijk liever in het dorp zelf, een lelijke opeenhoping van betonnen huizen waarop ook vaak een bakstenen opbouw is geplaatst. De vrouwen hebben rokken aan, de mannen kijken norsig maar wijzen wel de weg; velen hebben blauwe ogen. De auto's zijn opvallend klein: veel Fiatjes met vierwielaandrijving, benodigd om bovenin de bergen te komen, bij het heiligdom van San Polsi, waar de grote vergaderingen van de clans worden gehouden.


Al met al ziet het er eigenlijk tamelijk armoedig uit - en toch is dit het hoogst haalbare, voor de jongens die langs de kant van de weg rondhangen. De ene handelt in sap, zegt hij, de ander in mozzarella. Het zijn branches die de schijn van legaliteit hebben maar allebei donkere kantjes hebben: een van de activiteiten van de 'ndrangheta is het plakken van stickertjes 'produtto d'Italia' op goedkoop in China gefabriceerde mozzarella.


'We waren werkloos, we worden zakenlieden', zegt een van hen. 'Dat is de enige manier om door de crisis te komen.'


De Vete van San Luca

Ineens lagen er op 15 augustus 2007 zes geëxecuteerde Italianen in hun auto's voor een pizzeria in het Duitse Duisburg. Daarmee maakte ook het buitenland kennis met de Vete van San Luca - een typisch geval van geschonden eer en de keten van geweld die daaruit kan volgen, in lichtgeraakte gezelschappen - in dit geval leden van verschillende 'ndrangheta-clans uit het Italiaanse dorpje San Luca.

De Vete begon tijdens een carnavalsoptocht in San Luca in 1991, toen een lid van de familie Vottari een ei tegen zijn hoofd kreeg. Diezelfde dag werden de daders, twee jongens van 19 en 20 jaar van de families Nirta en Strangio, door de familie Vottari doodgeschoten. Het was het begin van een jarenlange reeks moorden, die vooral plaatvonden in de nauwe steegjes van San Luca.

Na een wapenstilstand in 2000 ging het op kerstavond 2006 weer mis, en werd mevrouw Maria Strangio vermoord. Dat leidde tot een nieuwe serie moorden, uitmondend in het bloedbad in Duisburg, waar familieleden van Maria de gevluchte dader achterhaalde, en zo nog wat mensen.

Na die schietpartij zetten de Italiaanse en Duitse politie een groot onderzoek op touw, waaruit bleek dat een groot aantal pizzeria's in het Ruhrgebied eigendom waren van de 'ndrangheta. Tientallen maffiosi werden gearresteerd. Als laatste, anderhalf jaar na de schietpartij, werd in Diemen een van de twee hoofddaders gepakt. De schutters werden deze zomer in Italië veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden