Waar blijft Joop, de musical?

Henk van Gelder schreef een prachtig, klassiek verhaal over de volksjongen die tycoon werd.

Henk van Gelder: Joop van den Ende, de biografie

Nijgh & Van Ditmar; 392 pagina's; 24,95.


Op 10 september 2012 ontving Joop van den Ende een eredoctoraat aan de Nyenrode Business Universiteit. Niet slecht, voor een jongen die in 1942 werd geboren in een etagewoning aan de Kramatweg in Amsterdam-Oost en die eigenlijk was voorbestemd om na de ambachtsschool zijn leven te slijten als timmerman.


Henk van Gelder, theaterrecensent van NRC Handelsblad, schreef de biografie van Joop van den Ende, theater-, musical- en televisieproducent, mecenas en miljardair. Het is een prachtig en klassiek from rags to riches-verhaal geworden, een slingerweg langs mislukking en succes, die via een bijna oneindig aantal tussenstations van feestartikelenwinkel Het Masker aan de Oostzanerdijk in Amsterdam-Noord voert naar het Nieuwe DeLaMar aan de Marnixstraat.


Het levensverhaal van Joop van den Ende zit zo boordevol, dat je je al voor hij 40 is geworden, afvraagt waar hij in vredesnaam de energie vandaan haalt en welke innerlijke krachtbron hem drijft. De écht succesvolle en hectische tijden moeten dan nog aanbreken.


Wat maakte Joop van den Ende van kansarm jochie tot tycoon? Van Gelder geeft niet expliciet antwoord op die vraag, vermoedelijk in de veronderstelling dat het impliciet op elke pagina van zijn boek wordt gegeven. Dat is ook zo.


Zelf leert Van den Ende overigens pas wie hij is in 1999. Hij is geveld door hoge bloeddruk, een depressie en een burn-out en gaat in psychoanalyse. Het ging, schrijft Van Gelder, over 'de grote sprongen die hij in zijn leven had gemaakt, zonder die ooit goed te verwerken. Over het feit dat hij altijd twee, drie keer harder werkte dan de meeste anderen, omdat hij altijd bezig was zijn plafond te verhogen, zijn kennis te vergroten, zijn smaak te verbeteren. Over het gebrek aan waardering bij journalisten en omroepen.' Het ging over zijn angst toch weer terug te vallen in 'die wereld van vroeger, in de armoede en de beperkte blik op de wereld'. Over de angst van de eenvoudige jongen in de wereld van tv-bluf en theater-arrogantie - 'de angst om door de mand te vallen'. Erkenning en angst heten de duivels die Joop van den Ende almaar aanvuren.


Hij is nog maar een jaar of 15 als hij bij het Amsterdams Jongeren Toneel voor het eerst op de planken staat, als de reus in De markies van Carabas. Daar ergens wordt zijn liefde voor het toneel geboren. Intuïtief ziet het serieuze jongetje Joop dat de uitweg uit zijn milieu en die uit zijn eigen beperkingen de vorm heeft van een magisch zwart gat, waar elke droom tot leven kan worden gewekt.


De uitweg voert hem als matig cabaretier langs feesten en partijen, hij staat als Batman op het podium en hij richt een theaterbureau op met artiesten als Imca Marina en Anneke Grönloh. De eerste doorbraak volgt als Van den Ende in contact komt met een andere ex-ambachtsschoolleerling die in het theater zijn vluchtroute heeft gevonden: André van Duin. Die heeft al wat dingen op tv gedaan en opgetreden in de Snip & Snap Revue, als Van den Ende Producties in 1970 de revue 'n Lach in de Ruimte opzet - waarin Frans van Dusschoten dan nog de grote man is.


Maar de revue is niet genoeg: Van den Ende wil omhoog, nieuwe werelden veroveren. Daarvoor moet de volksjongen in 1973 Mary Dresselhuys bellen, de grande dame van het toneel. Die wil hij een rol geven in Slippers van Ayckbourn. Hij durft het nauwelijks - de afstand is immens. Maar Dresselhuys wil graag, net als even later Guus Hermus. De koningin is aanwezig bij de première.


In 1972 heeft hij dan inmiddels zijn eerste tv-productie gemaakt, Citroentje met suiker, opvolger van het legendarische 't Schaep met de 5 pooten. In dezelfde jaren zeventig produceert hij films (Spetters van Paul Verhoeven), kindertelevisie (Bassie & Adriaan), helpt hij de TROS te groeien door André van Duin er onder te brengen, maakt hij Dagboek van een Herdershond en doet hij aan cabaret (Sieto Hoving, Gerard Cox). In het seizoen 1977-'78 zijn er zeven Van den Ende-premières en in 1980 begint hij circus Bassie & Adriaan.


Het grote tv-succes met de grote shows moet dan nog komen. Dat wordt geboren in Aalsmeer. Als er in 1983 voor de 1-2-3 Show met Rudi Carrell geen geschikte studio is te vinden, valt Van den Endes oog op een leegstaand veilinggebouw: hij heeft zijn thuisbasis gevonden. De productie van de show wordt geleid door de jonge Janine Klijberg, later zijn tweede vrouw en de drijvende kracht achter Van den Endes transformatie tot cultuurmecenas.


Het is eigenlijk wonderlijk dat het tot 1988 duurt voor Van den Ende met Barnum de eerste schreden op het musicalpad zet: van alle theatervormen staat de musical hem het meest nabij. Maar Nederland is nog geen musicalland; de transformatie onder leiding van Van den Ende moet nog gestalte krijgen.


Er mislukken ook genoeg dingen en soms zijn de mislukkingen zo groot, dat ze Van den Endes bedrijf aan de rand van de afgrond brengen: als minister Brinkman eind 1989 TV 10 verbiedt, wankelt Van den Ende Producties. Het lijkt er even op dat diens bedrijf zal worden gered door de publieke omroep, maar Marcel van Dam van de VARA ligt dwars: die wil wachten tot de prijs nog wat verder zakt. Even later zit Van den Ende bij de nieuwe commerciële zender RTL, die hij binnen een jaar tot de best bekeken tv-zender maakt.


Het tempo blijft hoog. Anderhalve week na de uitzending van zijn eerste productie op RTL kondigt hij Les Misérables aan: acht maanden in Carré. In Aalsmeer beginnen de opnames van de eerste Nederlandse soap: Goede Tijden Slechte Tijden. Met Phantom of the Opera opent in 1993 Van den Endes eigen Circustheater. In dat jaar gaat de volksjongen met de musical Cyrano naar Broadway en valt daar plat op de bek: 16 miljoen gulden verlies. Een van de investeerders die niets terugziet van zijn kwart miljoen heet John de Mol. Ergens off-Broadway benutten Van den Ende en De Mol de gelegenheid om over een fusie van hun productiebedrijven te praten. Endemol wordt geboren op 1 januari 1994.


Televisie maakt Van den Ende niet echt gelukkig. Het is vooral het medium waarmee hij het geld verdient. Hij deinst er niet voor terug Call tv te maken: als het maar schuift. Geld geeft hem de mogelijkheid risico's te nemen op de planken én het is zijn verdedigingslinie tegen het verleden.


Maar in 1999 geeft Van den Ende een opzienbarend interview aan de Volkskrant. De krant drukt het op 8 september af op de voorpagina. Joop van den Ende, in Volkskrant-kringen toch vooral gezien als producent van bagger, houdt een pleidooi 'tegen de verpaupering van het programma-aanbod' bij de commerciële zenders. Het is het begin van het einde van zijn bemoeienis met tv: hij is er klaar mee.


Nog niet helemaal overigens: ook in 1999 komt John de Mol met het idee een groep onbekenden in een huis vol camera's te zetten. Van den Ende ziet er niets in, maar gaat niettemin akkoord. Acht dagen na het Volkskrant-interview komt bij Veronica de eerste aflevering van Big Brother op het scherm. Van den Ende maakte de gigantische hype maar zijdelings mee: hij is lichamelijk en geestelijk op en loopt apathisch door de Indische buurt, de wijk van zijn jeugd. Bij het woord televisie moet hij spontaan braken.


Op 13 maart 2000 wordt Endemol, nu vooral bedenker van de wereldwijde hit Big Brother, overgenomen door het Spaanse Telefónica en is Joop van den Ende 1,4 miljard euro rijker. Hij is geen televisieproducent meer en kan zich richten op zijn theaterbedrijf, dat hij in 1998 van Endemol heeft losgemaakt. Hij is terug waar zijn hart ligt: op, achter, voor of opzij van de bühne.


Alsof hij nog alles heeft te bewijzen, stort Van den Ende zich erop. Stage Holding Duitsland wordt uitgebouwd tot de grootste musicalproducent van dat land, met elf eigen theaters. In Nederland opent koningin Beatrix in november 2010 het Nieuwe DeLaMar Theater en beheren Janine en Joop van den Ende hun foundation, die miljoenen doneert ten behoeve van cultureel ondernemerschap.


Van Gelder schetst het leven van de jongen uit de Indische buurt als een fascinerende voorstelling. Als een lang, complex en nooit eindigend verzoek om erkenning. Er is altijd nog meer te veroveren, er zijn altijd werelden waarin ze het jongetje van de Kramatweg niet zien staan en daar moet iets aan worden gedaan.


Vreemd is dat. Want eigenlijk, denk je als bent uitgestapt uit de kolkende achtbaan waarin je met Henk van Gelder door het leven van Joop van den Ende bent geraasd, ontbreekt er aan diens bestaan nog maar één ding: Joop, de musical.


JOOP NAM ZELF HET INITIATIEF

Joop van den Ende werd al vaker benaderd om zijn medewerking aan een biografie te verlenen. Hij vond dat te vroeg. Maar nu werd het tijd om zijn ervaringen aan jongere generaties door te geven, schrijft Henk van Gelder in zijn verantwoording. 'Op het eerste gezicht leek zijn carrière een chaotische aaneenschakeling van activiteiten, maar in werkelijkheid wist hij meestal welke volgende stap hij wilde nemen - al deden zich ook veelvuldig grillige zijwegen voor die blijkbaar niet overgeslagen konden worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden