Waar blijft die toekomst nou?

Door

Het is eigenlijk wel best dat het erop zit, het eerste decennium van de nieuwe eeuw. De jaren nul. Na de jaren tachtig en negentig klinkt het toch een beetje als een anticlimax. En dat is het ook.


Zoveel heeft u op wetenschapsgebied de afgelopen tien jaar namelijk niet gemist. O zeker: op Mars vond men sporen van water, natuurkundigen ontwierpen het ene nieuwe materiaal na het andere en genetici brachten van tientallen diersoorten, honderden mensen en zelfs van een Neanderthaler het dna in kaart. Telefoons en computers krompen, onderzoekssatellieten en deeltjesversnellers floepten aan en het internet begon ons te omhullen. Maar de knallers die ze ons hadden beloofd, die bleven achterwege. Er kwam geen maanbasis zoals in Space: 1999 en geen reis naar Jupiter zoals in 2001: A Space Odyssey. De spaceshuttle kreeg geen opvolger, donkere materie bleef onverklaard en hoewel er hier en daar een windpark verrees, bleef de CO2-uitstoot gewoon stijgen. We kregen Google en Twitter maar ook Sarah Palin en Char, en intussen doe ik gewoon nog hetzelfde als tien jaar geleden: ziek worden, in de file staan en me afvragen waarom mijn printer het opeens niet meer doet.


Dat geeft te denken. In de jaren negentig heette het nog dat we, eenmaal voorbij de millenniumwende, een duizelingwekkend nieuw tijdperk zouden induikelen. Op de eeuw van de natuurkunde zou de tijd van de moleculaire biologie volgen. De honger zou verdwijnen, er zouden gentherapieën komen en stamcellen zouden elk aangetast weefsel vernieuwen.


In 1982 wijdde het techniekblad Popular Science een themanummer aan de verwachtingen voor de jaren nul. Dat leverde een enkele voorspelling op die is uitgekomen (een waterbesparende douchekop!) maar vooral heel veel loze. We hadden natuurlijk allang huizen op zonne-energie moeten hebben, auto's op waterstof en krachtcentrales op kernfusie. Het waren geen malloten die het zeiden, maar wetenschappers, experts in hun veld.


Het pakte anders uit. In plaats van intelligente robots en zelfsturende auto's kregen we Roomba de stofzuiger. Ze toonden ons wel muizen met genetisch opgewekt kapsel, maar intussen werd ik gewoon kaler; ze beloofden ons een aidsvaccin maar gaven ons Viagra. Toen er eind vorig jaar zowaar een aidspatiënt met stamcellen werd genezen, bleek het te gaan om een vergissing, een bijwerking van de leukemiebehandeling die de stakker onderging.


Het begint op te vallen dat de toekomst is verdampt. Toen onderzoeker Mark Nunnaly vorig najaar bekeek wat er was geworden van allerlei sensationele medische technieken die men had beloofd, moest hij concluderen dat de meeste er niet zijn gekomen. In Griekenland blikte de arts John Ioannidis terug op tientallen medische bevindingen uit de jaren negentig: zeker de helft bleek achteraf niet te kloppen, of was minder waar dan men destijds beweerde.


Met de technologie is het niet anders. Amerikaanse onderzoekers kwamen kort na de eeuwwisseling op het idee om 69 hightech-uitvindingen te volgen die destijds werden bestempeld als baanbrekend en vernieuwend. Na enkele jaren moesten ze noteren dat de vindingen in kwestie al na enkele jaren in vergetelheid waren geraakt. Jonathan Huebner, een fysicus werkzaam bij het Pentagon, ging er intussen toe over om 7.200 sleutelinnovaties en duizenden patenten uit te zetten in een grafiek. Van wat hij zag, schrok hij toch een beetje: het tempo van vernieuwing blijkt al decennialang te dalen. Alsof de echt belangrijke uitvindingen wel zo'n beetje zijn gedaan, en we nu vooral bezig zijn het al bestaande uit te breiden: nog snellere computers, nog kekkere telefoons, een nog zuiniger wasmachine. Maar wie verzint er een totaal nieuwe manier om wasgoed te reinigen?


Ja maar! De gang der wetenschappen ligt bezaaid met geldzorgen, regeltjes en presidenten die opeens je stamcelonderzoek stilleggen. Maar dat is niet helemaal eerlijk. Minstens zo belangrijk is dat wetenschappers zelf graag lekker hard van stapel lopen. Wie de mooiste belofte doet en de zonnigste toekomst schetst, krijgt het onderzoeksgeld, de media-aandacht en het meisje; wie dwarsligt is een mopperkont die kennelijk alles bij het oude wil laten.


Intussen leert de praktijk dat de meeste prille vindingen sneuvelen als pasgeboren krabbetjes op weg naar de zeelijn. Vlak voor de kerst nog ontdekten medici dat cellen waarop artsen in het lab al jaren nieuwe behandelingen tegen suikerziekte uitproberen, heel anders werken dan in het lichaam. En in maart wezen wetenschappers uit onder meer Utrecht erop dat behandelingen die aanslaan bij muizen, zich slechts zelden laten vertalen naar de mens. 'Optimisme en speculatie hebben tegenwicht nodig', schreef Nunally in zijn artikel over niet ingeloste medische beloftes. Het vervelende is alleen dat niemand er belang bij heeft om dat tegenwicht te bieden.


Zo wordt de toekomst een wortel aan een stok, een horizon die aldoor wijkt. Toen Richard Nixon in 1971 zijn 'war on cancer' aankondigde, zou het nog een jaar of tien duren voordat de ziekte was bedwongen. En met welke boodschap haalde celbioloog Judah Folkman in het jaar nuldrie het nieuws? Precies. Nog een jaar of tien, zei Folkman, en kanker is een chronische ziekte geworden waaraan we niet meer overlijden. Zo zijn er meer verwachtingen die ons steeds ontglippen. Een maanbasis is er altijd over een jaar of twintig, kernfusie wordt altijd over ongeveer dertig jaar rendabel. Dat dacht men al in de jaren tachtig, en dat denken we nu nog steeds.


Kom wetenschap, het is 2011, het wordt nu toch tijd: de Millenniumdoelen lopen 30 miljoen ondervoede kinderen achter op schema, één op de vijf mensen leeft onder de armoedegrens en het aantal aidsdoden bedroeg vorig jaar 1,8 miljoen. Ik heb het heus niet over onderwatersteden of een driesterrenhotel op de maan; wat nieuwe geneesmiddelen en hier en daar een spontaan weer aangroeiende zenuw of arm, en ik ben al dik tevreden.


Want broeien doet het wel degelijk, daar achter de dikke, steriele muren van de laboratoria. Ergens halverwege de jaren nul - ook alweer zo'n ontluistering, om je 'halverwege nul' te bevinden - bezocht ik een voordracht van Wim de Ridder, hoogleraar toekomstonderzoek uit Twente. Hij beloofde: rond 2020 gaat het gebeuren. De tijd van oogsten breekt dan aan. Nanotechnologie, gentechnologie en nog zowat technologieën komen dan samen, het wordt een big bang van vernieuwing, overal om ons heen. Nog even wachten dus. Een jaar of tien. Dan wordt het weer leuk, krijgen we alsnog huisrobots en doet mijn printer het weer.


Het enige probleem is dat in een 'assessment' van het statige Amerikaanse adviesorgaan het Office of Technology begin jaren tachtig hetzelfde stond. Rond de millenniumwende, zo heette het toen, zouden de 'convergerende technologische ontwikkelingen onze levens compleet veranderen'. De technologische oerknal is kennelijk ook iets dat we altijd over twintig jaar verwachten.


Terwijl ik dit stuk schreef, gebeurde er iets geks: mijn printer ging het weer doen. Zomaar, ik weet ook niet waarom. Misschien komt de toekomst wel net zo op gang. Eerst komen de mooie verwachtingen, dan een hele poos niets, en tegen de tijd dat je de hoop zo'n beetje hebt opgegeven, blijkt de toekomst opeens al te zijn begonnen.


We zullen zien, over een jaar of tien. Of twintig.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden