Waar blijft die luierrecycling?

Glas, papier, plastic, gft - als het op afvalscheiden aankomt is veel mogelijk. Alleen met het recyclen van luiers schiet het niet op.

Beeld Han Hoogerbrugge

Olaf Prinsen en zijn vrouw deden mee aan experimenten in Apeldoorn om de hoeveelheid afval te verminderen. En met succes. Slechts twee keer per jaar zetten ze de grijze container met restafval aan de straat.

Maar sinds twee maanden is daar verandering in gekomen. De voormalige wethouder voor duurzaamheidszaken in Apeldoorn, thans directeur van afvalbrancheorganisatie NVRD en zijn vrouw hebben een klein Prinsje. En dat mannetje poept menige luier vol. 'Ik ben niet het type jonge vader die katoenen luiers wast en strijkt', zegt Prinsen. Omdat in Apeldoorn wordt betaald voor de hoeveelheid afval die aan de straat wordt gezet, zal zijn gezin het aan het einde van het jaar merken in hun portemonnee.

'Maar dat vind ik het minst belangrijke', zegt Prinsen. Afgezien van stank en ongemak, heeft hij bij de wegwerpluier hetzelfde nare gevoel als hij op vakantie bij gebrek aan een glasbak noodgedwongen een lege fles bij het restafval moet gooien. 'De luiers zijn te recyclen en ze maken tegenwoordig 5 procent van de afvalberg uit.'

Naar schatting komt er in Nederland jaarlijks 200 duizend ton luierafval vrij, vijf luiers per dag per kind en dat gedurende drie jaar. Dat kost per kind vijf bomen en een flinke partij plastic (olie). Verzorgingshuizen, ziekenhuizen en steeds meer senioren thuis zijn samen goed voor nog eens 200 duizend ton.

Luiers bestaan voor 20 tot 30 procent uit papier, 5 tot 10 procent uit kunststof (polypropeen en polyethyleen) en voor 2 procent uit de super absorberende korrels (SAP) die de billetjes drooghouden. De grootste en zwaarste fractie (65-70 procent) beslaat poep en pies.

Recycling

Recycling van wegwerpluiers is nuttig. Met een pulpproces zijn de papiervezels terug te winnen waarop gemakkelijk deze zaterdagkrant kan worden gedrukt. De plastics zijn uit de brij te scheppen om terug te keren als vuilniszak, emmer of bouwmateriaal en SAP (met daarin vaak medicijnresten) wordt gecentrifugeerd en verbrand. De uitwerpselen worden vergist tot biogas, waarop bijvoorbeeld auto's kunnen rijden.

Rond de eeuwwisseling verwerkte de Canadese multinational Knowaste in Arnhem luiers op basis van een door een wakkere huisvrouw bedacht proces. In 2007 was het plotseling afgelopen. 'De fabriek was onder meer te groot uitgelegd, we kregen de capaciteit maar half gevuld', blikt Mark Donders terug. Daarnaast gingen in 2007 de verbrandingstarieven van de afvalovens fors omlaag door overcapaciteit. Het verbranden van de luiers werd daardoor veel goedkoper.
Tegenwoordig is Donders zelfstandig milieu- en afvaladviseur en heeft hij zijn oude vrienden van Knowaste weer benaderd. 'Knowaste opent in 2017 in Londen en omgeving twee fabrieken met een capaciteit van 36 duizend ton luiers, op basis van een verbeterd proces. Als we harde contracten met gemeenten of gemeentelijke afvaldiensten voor voldoende kilo's luierafval kunnen krijgen, zetten ze zo weer een fabriek in Nederland neer', claimt Donders.

Dat moet niet moeilijk zijn, op de voorwaarde dat de 20 duizend aanmeldingen serieus zijn die Stichting Luierrecycling Nederland dit voorjaar verzamelde. De stichting bepleit een snelle, gemakkelijke en hygiënische inzameling, bijvoorbeeld om de poepluiers tegelijk met de kleine in het kinderdagverblijf in te leveren.

Reken maar even mee. Een baby verbruikt per dag vijf luiers, die samen ongeveer 1,2 kilogram wegen. Elke baby is dus goed voor 438 kilogram luierafval per jaar. De 20 duizend aangemelde baby's vullen dus met gemak een kwart van de capaciteit van een Knowaste fabriek.

Er lijkt een veel grotere markt mogelijk. Veel gemeenten schakelen over op het betalen voor de hoeveelheid restafval (diftar). Ze kunnen niet wachten op het moment waarop zij hun burgers de relatief zware en riekende afvalfractie uit handen nemen.

Daarom denken nog minstens drie ander afvalverwerkers en adviseurs over luierrecycling. Van Gansewinkel en Suez/SITA houden hun kaarten nog tegen de borst. Elsinga Beleidsplanning en Innovatie wil volgend jaar een fabriek bouwen in de regio Nijmegen. Sinds mei draait een proefinstallatie op volle toeren. Woensdag 7 september houdt een aantal van hen een presentatie op een luierbijeenkomst voor gemeenten.

De organisatie is in handen van de afvalbranche, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en Rijkswaterstaat. In opdracht van deze clubs werkt Geert Cuperus al bijna twee jaar aan het Ketenproject luiers. Als iedereen luierrecycling wil, waarom duurt het dan zo lang? En waarom wordt de financiering niet op dezelfde manier geregeld als de plastic verpakkingen, die met groot succes gescheiden worden aangeleverd, namelijk op kosten van de producenten? Twee kwartjes op een pak Pampers en de boel is geregeld. Toch?

'Dat is niet de route die wij voorstaan', reageert Cuperus. 'Wij werken met de hele luierketen samen, dus van de producenten tot en met de gemeenten en recyclingsbedrijven. Het sluiten van de keten, ook financieel, omvat niet alleen recycling maar bijvoorbeeld ook beter ontwerp van de luiers (eco-design). We willen het probleem met de hele keten oplossen. Heus, de luierrecycling komt er.'

Vragen over milieuvriendelijk gedrag of tips voor deze rubriek?

Mail naar groen@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden