Waar blijft die Griekse groei?

Griekenland moest doorbijten, dan zou het uit de crisis komen. Het is tijd te erkennen dat deze aanpak niet kan werken, vindt Koen Haegens.

Beeld Gees Voorhees

De mooie woorden sterven als laatste. De jongste versie van het contract tussen Griekenland en zijn schuldeisers staat er bol van. Er wordt gesproken over 'duurzame groei, banen creëren, ongelijkheid terugdringen' en 'groei, concurrentiekracht en investeringen'. De corruptie behoort binnen afzienbare tijd tot het verleden, het staatsapparaat wordt lean and mean, de wijdverbreide belastingontduiking uitgeroeid, net als de macht van de oligarchen.

Om die beloften kracht bij te zetten, zijn er net als voorgaande jaren hoopgevende cijferreeksen. Over de economische groei die nu echt gaat aantrekken, bijvoorbeeld. Of het Griekse begrotingsoverschot, los van de rente op de staatsschuld: in 2016 bedraagt dat slechts 0,5 procent, om daarna vlot op te lopen naar 1,75 procent in 2017 en zelfs 3,5 procent in 2018.

De boodschap is nog even helder en optimistisch als zeven jaar terug, aan het begin van de Griekse crisis. Aan de zonovergoten kusten aan de zuidkant van Europa gebeurt Iets Groots. Op de ruïnes van de eurocrisis verrijst een modeleconomie. Een soort Nederland aan de Egeïsche Zee.

Je zou het bijna vergeten, te midden van al het nieuws over vluchtelingenstromen, Brexit en straks weer perikelen in Italië. Toch is de Griekse crisis allerminst voorbij. Als een nauwelijks zichtbare ontsteking in de Europese onderbuik ettert zij door, nu en dan hevig opvlammend.

Na zeven jaar aanmodderen is het patroon bekend. Onlangs weer verschenen de berichten over de eurolanden die dreigen leningen op te schorten. De reden is altijd hetzelfde: Griekenland heeft niet voldoende hervormd. En de reacties zijn net zo voorspelbaar: het ene kamp zucht over die trage Grieken die er zelf een potje van hebben gemaakt, het andere hamert op de voortgaande humanitaire crisis - een kwart van de Griekse beroepsbevolking is nog altijd werkloos, van de jongeren bijna de helft.

Privatiseringen

Maar laten we die hele vastgeroeste discussie eens anders voeren. Ervan uitgaande dat de ambities om Griekenland op een hoger plan te brengen oprecht zijn, en voor even accepterend dat zeven magere jaren een acceptabele prijs kunnen zijn: wat is er dan terechtgekomen van de beloften van de trojka van Europese Commissie, ECB en IMF? Hoe effectief zijn hun maatregelen geweest in economisch opzicht, volgens hun eigen maatstaven? En aan wie ligt dat?

Misschien wel het heetste hangijzer in de Griekse crisis zijn de privatiseringen. Kroonjuwelen in overvloed. Griekenland verkoopt grote delen van zijn energiesector, (lucht)havens, vastgoed, spoorwegen, een stuk snelweg en natuurlijk veel eilanden.

Voetballer Cristiano Ronaldo gaf er al eentje cadeau aan een medewerker. Keuze genoeg, getuige websites als privateislandsonline.com/areas/greece. Wat te denken van het fraaie Kardiotissa, ruim 113 hectare groot? 'Dit onbeschilderde doek in de schitterende Egeïsche Zee wacht slechts op een geïnspireerde kunstenaar', aldus de reclametekst. Voor 6,5 miljoen euro kun je je hier een Odysseus wanen.

Driekwart van de opbrengst van deze operatie moet gebruikt worden voor de rente en aflossing van schulden. Maar Europa verwacht er veel meer van dan geld alleen. In officiële documenten spreekt de Europese Commissie van 'privatiseren om efficiëntie in de economie te vergroten'. Of zoals een Duitse consultant het eerder aanprees: een drastische privatiseringsoperatie zal 'corruptie uitroeien en zorgen voor langetermijngroei en investeringen'.

Een eigen inventarisatie levert twee conclusies op. Ten eerste: veel vaart zit er niet in. Ten tweede, en dat is opvallender: de meerderheid van het Griekse staatsbezit dat wél verkocht is, wordt helemaal niet geprivatiseerd. Bij 57 procent van de grotere deals is de nieuwe eigenaar namelijk nog altijd een overheid. Het verschil: de kopers zijn buitenlandse staatsbedrijven.

Neem het gastnetwerk, Desfa. Dat wordt overgenomen door het staatsoliebedrijf van Azerbeidzjan. De haven van Piraeus is in handen van Cosco, een scheepvaartgigant die formeel eigendom is van de communistische Volksrepubliek China. Deze zomer nog werden de Griekse spoorwegen voor 45 miljoen euro gekocht door een Italiaanse onderneming. Inderdaad: een staatsbedrijf.

Daarmee is niet gezegd dat deze concerns slecht functioneren. Integendeel, over de efficiëntie van een bedrijf als Cosco is in diverse media hoog opgegeven. Maar het botst volledig met de economische ideologie van de hervormers. Zij beloofden immers dat de Griekse economie sterker zou worden door de invloed van de staat terug te dringen ten gunste van de private sector.

Tot een Grexit is het nooit gekomen. Beeld anp

Het lijkt er meer op dat andere mogendheden, zoals China, de Griekse doldwaze dagen gebruiken om hun strategische invloed te vergroten. In de minderheid van de gevallen waarin de kopers wel private investeerders zijn, is dat trouwens evenmin reden tot juichen. Neem het terrein van de voormalige Atheense luchthaven Hellinikon: opgekocht door een telg uit de Griekse oligarchie. Uitgerekend de oude, verstikkende machten die Europa zegt te willen terugdringen.

In de Griekse crisis is niets wat het lijkt. Dat geldt net zo goed voor de rest van de belofte van een economie die de 21ste eeuw in gekatapulteerd zou worden. Anders dan gedacht ligt dat in veel gevallen niet aan een gebrek aan hervormingsdrang bij de Grieken zelf.

In een uitgebreid rapport wees de OESO dit jaar op een paradox. De loonkosten zijn enorm gedaald. Met andere woorden: de Grieken, voor zover ze nog werk hebben, zijn veel minder gaan verdienen. Ook als het gaat om ontslagbescherming loopt het land allang niet meer voorop in Europa. Die luie, inflexibele, dik betaalde Griek die het zich laat aanleunen is nog meer dan vroeger een mythe. Een fabeltje, waarmee wij in Noord-Europa ons bezwaarde gemoed sussen.

Instituties

Desondanks is de export niet toegenomen. Integendeel, die is zij aan zij met de loonkosten gedaald. Dat betekent dat Griekenland op papier concurrerender wordt. Precies zoals de trojka van Europese Commissie, ECB en IMF het voorspiegelde. Maar in de praktijk komt daar niets van terecht.

Hoe dat kan? Elders in haar rapport geeft de OESO een aanwijzing. Griekenland heeft de arbeidsmarkt stevig hervormd, constateren de onderzoekers. 'Maar de vooruitgang is minder als het erom gaat de macht van de oligarchie terug te dringen, de regeldruk en de zwakke plekken in de bureaucratie.' Nog altijd kost het jaren om een contract nageleefd te krijgen via een Griekse rechter. De belastingontduiking is springlevend. En die moderne, innovatieve economie? Geen Europees land besteedt zo weinig middelen aan onderzoek.

Dat valt amper te verklaren vanuit een specifieke Griekse mentaliteit of 'een prestatievijandige cultuur', zoals het Duitse weekblad Die Zeit vorig jaar schreef. Het toverwoord is: instituties. Ondanks hervormingen op de arbeidsmarkt die zo radicaal zijn dat in Nederland geen politicus ermee zou wegkomen, ondanks miljardenbezuinigingen, ondanks het feit dat Griekenland in veel opzichten meer bij de derde wereld is gaan horen dan bij de eerste - ondanks dat alles zijn zowel de overheid als de concurrentiepositie nog altijd zwak.

Beeld epa

Het Noord-Europese bezwaar ligt voor de hand: die Grieken hervormen wel een beetje, op sommige punten, maar lang niet genoeg. Eigen schuld dikke bult. Maar in die argumentatie worden steeds grotere gaten geschoten. Want als er na zeven jaar nog steeds geen schot in zit, een periode waarin de Griekse economie met een kwart gekrompen is, ligt dat dan ook niet aan de recepten van de trojka?

Het zijn niet alleen vooraanstaande economen als Joseph Stiglitz en Thomas Piketty die dat suggereren. Ook het Internationaal Monetair Fonds, nota bene onderdeel van de trojka, komt tot die conclusie. Eerder bekritiseerde de geldschieter al zijn functioneren, dat zou worden gekenmerkt door een 'hoge mate van groepsdenken' en 'intellectuele vooringenomenheid'. Deze zomer gooide het eigen Internal Evaluation Office daar nog een schepje bovenop in een vernietigende evaluatie van zijn rol in de Griekse crisis.

Het IMF had nooit mogen instemmen met de door Europese politici gewenste aanpak: een politiek van austerity waar, anders dan gebruikelijk, geen schuldverlichting aan voorafging. Het gevolg was dat Griekenland jaar in jaar uit heeft moeten bezuinigen, zonder dat tegenover dat zuur het zoet stond van een verbeterende financiële situatie. Tel daarbij op de relatief gesloten Griekse economie, waarin de verlaging van lonen, pensioenen en werkloosheidsuitkeringen veel negatievere gevolgen had dan voorspeld, en je hebt een recept voor permanente crisis.

Investeringen

De onderliggende vraag, zo laat ook het IMF doorschemeren, is of het liberale medicijn van bezuinigingen, een kleinere staat en terugdringen van sociale rechten wel kán werken in een land als Griekenland. Het is dezelfde fout die het IMF in het verleden maakte bij de aanpak van crises in ontwikkelingslanden. 'We maken de overheid kleiner. Dat geeft zuurstof', zei premier Mark Rutte over Nederland. Maar veel van de problemen waarmee een land als Griekenland kampt, los je daarmee niet op.

Van het ontbrekende kadaster tot de machteloze belastingdienst, van het gebrek aan innovatie tot de tergend langzame rechtspraak: de aanpak daarvan vereist misschien geen uitgedijde, maar wel een krachtige, slagvaardige overheid. En dat vraagt om investeringen.

Nogmaals: instituties. Die bouw je niet op met een afbraakprogramma.

'Gekte', zo haalt politiek econoom Mark Blyth in zijn boek Austerity een uitspraak aan van Albert Einstein, 'is keer op keer hetzelfde doen, en toch een ander resultaat verwachten.' Zo bezien grenst de aanpak van de Griekse crisis aan krankzinnigheid.

Volgens peilingen vinden vier op de vijf Grieken dat hun land in economisch opzicht de verkeerde kant op gaat. Ze hebben gelijk. Niet omdat ze vasthouden aan oude zekerheden, maar omdat de hervormers zelfs hun eigen ideologische pretenties niet kunnen waarmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden