Waar blijft de inburgeringswet?

Weer heeft het wetsvoorstel over de inburgering van migranten in Nederland (‘oudkomers’) vertraging opgelopen. Vier vragen over het zorgenkind van minister Verdonk voor Integratie....

Michiel Kruijt

Wat hebben de coalitiepartijen in 2003 hierover afgesproken?

‘Nader af te bakenen groepen oudkomers, in ieder geval zij die onvoldoende Nederlands beheersen en afhankelijk zijn van een uitkering, moeten alsnog een inburgeringsexamen halen’, staat in het hoofdlijnenakkoord.

Waarom is die wet er nog niet?

Verdonk wilde een veel ruimere inburgeringsplicht invoeren. Zij was van plan 800 duizend oudkomers examen te laten doen omdat zij slecht Nederlands zouden spreken. Volgens haar is het toegestaan alleen de buitenlanders in ons land tot inburgering te dwingen.

De Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) oordeelde echter dat haar plan juridisch niet houdbaar is omdat er onderscheid wordt gemaakt naar afkomst. Bovendien mogen migranten die een Nederlands paspoort hebben gekregen er volgens het adviesorgaan op vertrouwen dat zij door hun naturalisatie zijn gelijkgesteld aan autochtone Nederlanders, die geen examen hoeven te doen.

De ACVZ stelde voor de inburgeringsplicht op te leggen aan inwoners die niet gedurende tenminste acht jaar van de leerplichtige leeftijd in Nederland hebben gewoond. Wie niet in ons land naar school is gegaan, spreekt vermoedelijk niet goed Nederlands. Dan is gedwongen inburgering verdedigbaar. Onderscheid naar groepen wordt met dit criterium niet gemaakt. De minister nam het over.

Vervolgens ontdekte de Raad van State nog meer discriminatie: autochtonen kunnen onder de wet vallen (als zij tijdens hun jeugd in het buitenland verbleven) maar burgers van andere EU-lidstaten zijn van inburgering uitgesloten. Dat kan niet, aldus de raad.

Verdonk paste opnieuw haar wetsvoorstel aan, maar liet de inburgeringsplicht voor drie groepen van genaturaliseerde Nederlanders in stand. De Kamer voorziet juridische problemen en dreigt nu de wet te beperken tot 250 duizend vreemdelingen in ons land (plus de buitenlanders die zich nog in de toekomst hier gaan vestigen).

Was de vertraging te voorzien?

Uit het vorige antwoord blijkt wel dat het een ingewikkelde materie is. Verdonk is echter vanaf het begin voor dit juridische mijnenveld gewaarschuwd. Toch ging zij voor een ambitieuze wet.

De Kamer heeft ook boter op het hoofd. Toen de ACVZ een oplossing aandroeg, oordeelden alle partijen – op de VVD na – dat het politiek gezien niet aanvaardbaar is dat autochtonen moeten inburgeren. Zij droegen de minister op Nederlanders van geboorte vrij te stellen van de examenplicht. Een niet-discriminerend criterium werd daarmee om zeep geholpen.

Nu wil de Kamer ook nog genaturaliseerde Nederlanders uit de wet halen, waardoor alleen de vreemdelingen overblijven. Actuele vraag: dan wordt toch weer ongeoorloofd onderscheid gemaakt?

Hoe nu verder?

De tijd dringt voor Verdonk, die haar voorstel nog voor de verkiezingen door de Kamer moet loodsen. Een Kamermeerderheid dreigt het te vertimmeren. De minister kan daar niets tegen doen. CDA, VVD en D66 moeten aan de andere kant een goed excuus hebben om af te zien van de afspraak in het regeerakkoord. Als de wet wordt beperkt tot de enige groep die daarin wordt genoemd – oudkomers met een taalprobleem én een uitkering – lijdt Verdonk prestigeverlies. Bovendien is de PvdA ook voor verplichte inburgering van migranten. Een compromis ligt voor de hand.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden