Column

'W.F. Hermans was geen collaborateur, hij was een briljante meeloper'

'Met name oud-verzetsstrijders vormden het doelwit van Hermans' vlijmscherpe pen. Die waren volgens Hermans lang niet zo dapper geweest als zij zich voordeden', schrijft Meindert Fennema. Zelf was Hermans een meeloper geweest. 'Iedereen die dat niet was geweest kon op zijn verschroeiende haat rekenen.'

W.F. Hermans Beeld anp

Het was een magistraal vuurwerk, door Max Pam op 20 november ontstoken met een vernietigende bespreking van de Hermans biografie van Willem Otterspeer, die hij net (niet helemaal?) gelezen had. Pam had wel met wat mensen gesproken die nauw betrokken waren bij het archiefonderzoek van de biograaf. Zij waren zeer kritisch. En dan de reactie van Willem Otterspeer, direct op dezelfde pagina van de Volkskrant met als kop: 'Max Pams te vroeg verschoten zaad bestaat uit één deel rancune en twee delen roddel'

In die reactie probeert Otterspeer W.F. Hermans na te doen: hij maakt zijn tegenstander belachelijk door hem Pammetje Pet te noemen. Het stuk begint als volgt 'Het is opmerkelijk hoe de Hermans-kunde vaak ontsierd wordt door schoolfrikkerij', schreef ik in de inleiding van mijn biografie, 'een eigenschap die de grootmeester zichzelf ook permitteerde, maar die had het excuus van zijn talent.' Dat excuus heeft Max Pam niet. Zijn te vroeg verschoten zaad is samengesteld uit één deel rancune en twee delen roddel.' Twee medewerkers van het Huijgensinstituut die hem geholpen hebben bij zijn onderzoek voor dit deel van de biografie en zich uiteindelijk van het manuscript distantiëren noemt hij 'schapen'. 'Ik houd mijn kruit wat de beide heren betreft droog. Ik ben geen Pammetje Praecox.'

 
Otterspeer maakt zijn tegenstander belachelijk door hem Pammetje Pet te noemen

Operettefiguur
Door het stuk van Otterspeer moest ik denken aan de tijd dat ik in de redactie zat van het Utrechts Studentenblad Trophonios, een broertje van het veel beroemdere Prpria Cures. Wij hadden er lol in elkaar de loef af te steken met beledigende polemieken en onfatsoenlijke illustraties in de hoop dat het blad in beslag genomen zou worden en wij beroemd. Ook Raymond Benders, die later directeur van het Hermans Instituut zou worden, schreef wel eens in Trophonios. Hij wordt in het stuk van Otterspeer een 'operettefiguur' genoemd. Ik herinner mijn hem als een man met een martiale snor, die je je voorstelt op een rubberplantage in Nederlands-Indië. Otterspeer citeert uit een oude brief aan Hermans, waaruit Benders zich idolaat toont van de schrijver. Een perfect karaktermoord van Otterspeer, dat wel, maar wat zegt dat nu eigenlijk?

Wij waren in 1967 allemaal idolaat van Hermans: hoe hij autoriteiten kon afmaken, daar kon iedereen een puntje aan zuigen. Zijn devies was: speel eerst de man en pas dan de bal. Dat vond veel navolging in studentensociëteiten en andere would be literaire kringen. Ik heb mij daar zelf ook aan bezondigd en doe dat nog wel eens.

 
Hermans' devies was: speel eerst de man en pas dan de bal.

Oud-verzetsstrijders
Met name oud-verzetsstrijders vormden het doelwit van Hermans' vlijmscherpe pen. Die waren volgens Hermans lang niet zo dapper geweest als zij zich voordeden. Wij wisten toen niet dat Hermans zich tijdens de bezetting aangemeld had bij de Kultuurkamer.

Hermans was geen collaborateur, hij was een meeloper. Iedereen die dat niet was geweest kon op zijn verschroeiende haat rekenen. Een van zijn eerste slachtoffers was W.H. Nagel, oud-verzetsman die beter bekend werd onder zijn schrijversnaam J.B. Charles. In zijn Mandarijnen op zwavelzuur suggereert Hermans dat Nagel tijdens de bezetting had gecollaboreerd. Hermans deed dat op grond van het feit dat Nagel ambtenaar voor de Tuchtrechtspraak was geweest. Het tuchtrecht in die dagen kon volgens Hermans gezien worden 'als een begin van typisch nationaal-socialistische rechtsverkrachting'. In zijn biografie van W.H. Nagel rekent Kees Schuyt vakkundig af met deze laster, die heel lang is blijven hangen in kringen van meelopers.

In de zaak-Weinreb bleek Hermans daarentegen gelijk te hebben. Weinreb was geen onbaatzuchtige mensenredder, zoals hij zelf zei, maar iemand die veel geld verdiend had aan andermans nood. In beide gevallen was het motief van Hermans de ontmaskering van oorlogshelden. Dat thema wordt in zijn boeken verbreed tot heldendom in het algemeen. In de boeken van Hermans bestaan geen helden. Heldendom is zinloos.

 
In de boeken van Hermans bestaan geen helden. Heldendom is zinloos.

Briljante apologie
Dat was in het naoorlogse Nederland, waar vrijwel iedereen verzuimd had iets voor de Joden te doen gefundenes Fressen. De Donkere Kamer van Damocles was een briljante apologie van het wegkijken toen ze afgevoerd werden.

Blijft de vraag waarom Hermans in Nederland zo kritiekloos vereerd wordt. In het buitenland is hij nauwelijks bekend geworden, maar dat lag volgens W.F. Hermans natuurlijk aan de vertalers.

Zou het kunnen zijn dat zijn boeken daarom zo populair zijn omdat zijn boodschap met het inktzwarte mensbeeld de existentiële pijn heeft verzacht voor al die andere meelopers die ons land rijk is? Of is het eerder zijn agressieve stijl die een contrapunt vormt in de cultuur van schikken en plooien, zo kenmerkend voor Nederland?

Ps. De meeste Hermans adepten zijn het er over eens dat niet Hermans' eigen passiviteit tijdens de bezetting, maar de zelfmoord van zijn zuster Corrie de basis vormt van zijn unieke schrijversschap. In Nieuwsuur van afgelopen woensdagavond laat de biograaf zich interviewen op de plek waar dat gebeurd zou zijn. In Het Parool van gisteren laat Hans Renders zien dat die zelfmoord hoogst onwaarschijnlijk is. Corrie Hermans is vrijwel zeker vermoord door haar labiele minnaar, die vervolgens ook zichzelf van het leven beroofde.
Het vreemde is dat Willem Ottespeer, noch enig ander lid van het gezelschap Hermansvereerders het zelfmoordverhaal ooit in twijfel heeft getrokken. En dat terwijl Hermans zichzelf als schrijver bij de irrationele fantasten indeelt.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar en columnist voor Volkskrant.nl. Onlangs verscheen zijn eerste roman Het slachthuis.

 
Zou het kunnen zijn dat zijn boeken daarom zo populair zijn omdat zijn boodschap met het inktzwarte mensbeeld de existentiële pijn heeft verzacht voor al die andere meelopers die ons land rijk is?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.