VWS komt nu 70 procent van toezeggingen na

Bijna vier jaar geleden beloofde minister Borst het ambtenarenapparaat op haar ministerie grondig te reorganiseren. Dat was hard nodig ook....

REORGANISATIE is een vies woord geworden op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Vanaf 1991 hebben de ambtenaren, inmiddels vijfduizend, de ene na de andere veranderingsgolf over zich heen gekregen. De top werd volledig vernieuwd, goed ingewerkte ambtenaren vertrokken en de achterblijvers raakten zwaar gedemotiveerd.

Op 1 januari ondergaat VWS de laatste verandering. 'Reshuffle', zeggen ze op het departement bescheiden, al was het maar om de beladen term van reorganisatie te vermijden. Want de jarenlange onrust deed het departement geen goed. Kritiek was er op het beleid, op de organisatie en op de mensen. VWS deed er niet meer toe. Of zoals een verzekeraar het uitdrukt: 'Op recepties en congressen kun je het zien: daar waar het klontert, ligt de macht. Vroeger dromde iedereen samen rond de VWS-ambtenaren, nu niet meer.'

De Tweede Kamer riep minister Els Borst in het voorjaar van 1997 op het matje. Er lag een stapel rampendossiers, zoals dat van de thuiszorg. De chaos was groot, mede door het gebrekkig functioneren van VWS-ambtenaren. Borst, toen al drie jaar minister, beloofde plechtig de zaken binnen vier maanden weer 'op rolletjes' te laten lopen.

Maar Borst moest al snel toegeven dat ze veel te optimistisch was geweest. Het is inmiddels ruim vier jaar later. Deze week bespreekt de Tweede Kamer de laatste begroting van Borst. Geld is er in overvloed, maar hoe is het met het departement gesteld? Hoe laat Borst haar ambtenaren achter?

'Beter', zeggen ze op en rond het ministerie. Maar van harte gaat het nog niet. 'Het komt minder vaak voor dat er helemaal niks meer gebeurt met dossiers', zegt de één. En een ander: 'Tijdens een overleg zitten er nu geen twintig ambtenaren meer aan tafel, maar vijftien.'

'We komen nu 70 procent van onze toezeggingen na', becijfert R. Bekker, secretaris-generaal. Hij is de hoogste ambtenaar op het ministerie. 'Vorig jaar was dat nog 30 procent en daarvoor nul.'

Bekker werd in 1998 binnengehaald met als expliciete opdracht: orde op zaken stellen op het departement. Hij haalde direct een bezem door het personeel, lang niet altijd tot genoegen van ziekenhuizen of verzekeraars die ook zaken doen met het departement. 'Weet een ambtenaar eindelijk waar je het over hebt, zit er de volgende keer een ander en kun je weer van voren af aan beginnen.'

Binnen het departement wil het met de nieuwe verhoudingen ook niet altijd vlotten. Het moderne beleid zegt dat patiënten zelf steeds vaker bepalen welke zorg ze willen. Dat vereist verregaande samenwerking, maar daarvan is op het ministerie nog weinig te merken.

De territoriumdrift is groot, zeggen insiders. De afdelingen zijn uitgegroeid tot pausdommetjes. Ze hebben hun eigen budget en ze zijn doodsbenauwd dat kwijt te raken als ze moeten samenwerken. De directies hebben van elkaar geen idee wat ze doen.

Buiten het departement weten slimme veldpartijen precies hoe ze iets gedaan moeten krijgen. Ze bedenken een plan, leggen dat voor aan twee verschillende afdelingen en kijken welk antwoord het beste bevalt. Met die afdeling gaan ze vervolgens in zee.

Het grootst zijn de problemen op de directie Volksgezondheid, die jarenlang leiding ontbeerde. De in 1999 benoemde directeur-generaal H. Schneider werd kort na zijn aantreden ziek en zijn plaatsvervanger N. Oudendijk kreeg nooit een vaste benoeming. De 'reshuffling' moet hier uitkomst bieden in de persoon van P. van Lieshout, die Volksgezondheid onder zich krijgt. Van Lieshout werd in 1999 aangetrokken en wordt alom gezien als coming man.

Een beetje laat, die reshuffling, vinden velen. Borst had veel eerder met haar vuist op tafel moeten slaan. 'Zij is een goede analytica, maar ze mist het vermogen om greep te krijgen op haar departement', zegt een oude rot uit de zorgsector. 'Els is heel relativerend. Dat is haar charme en haar absolute zwakte. Het ontbreekt haar aan een intrinsieke overtuiging', is de diagnose van een ziekenhuisdirecteur.

Liet ze zich maar wat minder opjagen door de in haar nek hijgende politici. Die weten vaak niet waarover ze het hebben, maar dwingen haar wel tot toezeggingen die haar ambtenaren niet kunnen waarmaken, meent een ander.

Ook tegenover de partijen in de zorgsector mag Borst wel wat vaker een vuist maken, vinden betrokkenen. 'Het veld' heeft behoorlijk wat boter op het hoofd. Als er iets misgaat, wijzen ze naar het ministerie, terwijl ze zelf graag de regie willen over de zorg.

Een ziekenhuisdirecteur zegt: 'De contacten tussen ons en het ministerie zouden wat warmer mogen zijn. Wij worden beschouwd als noodzakelijk kwaad, niet als bondgenoot.' Hij erkent ook: 'Zolang wij zwak en verdeeld zijn, dicteren de ambtenaren wat er gebeurt. Het veld krijgt het departement dat het verdient.'

Staatssecretaris Vliegenthart, verantwoordelijk voor het ouderenbeleid, kan op meer goedkeuring rekenen dan Borst. 'Een krachtig bestuurder met een grote dossierkennis, die doorzet wat ze in haar hoofd heeft', vindt de directeur van een verzorgingshuis. 'Maar het probleem is wát zij in haar hoofd heeft.' 'Een super-ambtenaar die haar beleidsnota's het liefst zelf schrijft', stelt een financieel expert.

Het gaat nog steeds niet zoals het zou horen, erkent R. Bekker, de man die de organisatie op orde moet brengen. 'VWS is een complexe organisatie, en we moeten veranderen terwijl de verkoop doorgaat. Het zou verrassend zijn als ik zou zeggen: de zaak loopt op rolletjes. Toen ik aantrad wist ik al: daar is vijf jaar voor nodig. Die zijn nog niet voorbij.'

Kort na zijn aantreden stelde Bekker een lijst op van prioriteiten en bijbehorende afspraken, te ondertekenen door de bewindslieden en de belangrijkste beleidsambtenaren. 'Het heeft een beetje orde gebracht', zegt hij. 'Wat er niet in staat, gebeurt niet. Daar hebben de directeuren erg aan moeten wennen.'

Het lijkt erop dat onder de ambtenaren iets meer rust is gekomen. Bekker stuurde iedereen op cursus. Samen met de OR van VWS begon hij het project Doen!, waarin medewerkers worden gestimuleerd meer voor hun mening uit te komen.

Een verzekeraar legt uit hoe het moet worden. 'De mensen moeten weer in de houding springen als ze horen dat je bij VWS werkt. Je moet er op verjaarspartijtjes weer voor uit durven te komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden