VVD-middel erger dan de kwaal

'Zwarte' scholen kampen vaak met onderwijsachterstanden. De VVD wil om die reden islamitisch onderwijs ontmoedigen en leerlingen gedwongen spreiden. Een onzinnig voorstel, menen Ab Klink en Maxime Verhagen....

Ab Klink en Maxime Verhagen

Het debat over de onderwijsbegroting stond de afgelopen week in het teken van de integratieproblematiek. Voorstellen buitelden over elkaar heen: gedwongen spreiding, extra controle op bijzondere scholen en het ontmoedigen van islamitisch onderwijs. De buitelingen zorgden voor verlies aan onderscheidend vermogen. Want bij het integratiedebat is het zinvol te onderscheiden tussen twee zaken.

Aan de ene kant is er de bestrijding van onderwijsachterstanden: taalproblemen en jaren achtereen achterblijvende onderwijsprestaties. Aan de andere kant is er de vraag naar de verhouding tussen de islamitische school en de kernwaarden van de rechtsstaat. Die twee zaken gaan pas door elkaar heen lopen voor wie denkt dat spreiding van leerlingen goed is om achterstanden in te lopen of te vermijden.

Leidt islamitisch onderwijs tot lacunes in het onderwijs? Het antwoord is: neen. Sterker nog, de islamitische scholen doen het betrekkelijk goed. We zeggen bewust betrekkelijk goed. Want het is maar waar je de onderwijsprestaties mee vergelijkt. Islamitische scholen doen het slechter dan scholen zonder achterstandskinderen. Maar, zij doen het weer beter dan de gemiddelde school die te maken heeft met een achterstandsproblematiek.

Dat laatste is ook wel logisch. Moslimouders voelen zich verwant met de school. Er heerst eenstemmigheid van opvattingen. Dat alles bevordert de cohesie en wellicht ook de prestaties van leerlingen. Maar ook dan blijft het een feit dat de scholen met veel allochtonen en kinderen met achterstanden gemiddeld lager scoren. Is het tegen die achtergrond zinvol om te gaan werken met een afgedwongen spreiding van leerlingen, zoals de VVD en de SP willen?

Het middel is volgens ons veel erger dan de kwaal. Het zou erop neerkomen dat scholen niet meer dan een x percentage aan leerlingen met (taal-)achterstanden zouden mogen opnemen. De gevolgen van zo'n beleid zijn natuurlijk dramatisch. Hele wijken in onze grote steden zouden zonder scholen komen te zitten. Waar halen zij immers de zeg 80 procent autochtonen dan wel niet-achterstandskinderen vandaan? Van het platteland?

Die jongeren die weer wel in de grote steden wonen, zouden vervolgens dagelijks over de randgemeenten en de dorpen in de polder verspreid moeten worden. Duizenden busjes trekken kris kras door het polderlandschap om leerlingen gedwongen af te leveren bij dorpsscholen. Om de onzinnigheid van zo'n voorstel in te zien, is het daarom echt niet nodig artikel 23 van de Grondwet boven tafel te toveren.

Wat moet er dan wel gebeuren? Want de onderwijsachterstanden zijn een feit, evenals de zogenoemde witte vlucht. Het CDA heeft voorstellen gedaan: zorgen dat in het ouderlijk huis van allochtonen beide ouders het Nederlands beheersen is er eén van. Daarnaast wil het CDA zogenoemde schakelklassen een impuls geven. Voordat leerlingen het regulier onderwijs instromen, zorgendie schakelklassen er gericht voor dat de kinderen het Nederlands goed onder de knie hebben. Pas daarna kan men naar het reguliere onderwijs. Taalachterstanden blijven leerlingen anders tot in lengte van dagen achtervolgen.

Maar niet alleen dat: ook de school loopt anders voortdurend op tegen achterstanden die nauwelijks meer zijn in te halen. Dat bezorgt scholen een slechte naam qua prestaties. Die reputatie leidt vervolgens tot de witte vlucht en een nog grotere achterstandsproblematiek. Via schakelklassen doe je gericht iets aan achterstanden. Dat is veel effectiever en zinvoller dan de waanidee van gedwongen spreiding van leerlingen.

Dan de verhouding tussen kernwaarden van de rechtsstaat en het islamitisch onderwijs. Het onderwijs dient te sporen met de waarden die besloten liggen in onder meer onze Grondwet. Het CDA pleitte er al eerder voor om het onderwijs op dat punt door de inspectie te laten toetsen, ook al riep dat toen veel protest op.

In het rapport Investeren in integratie van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA werd uitdrukkelijk stil gestaan bij de vraag wat die kernwaarden dan wel zijn. Onlangs heeft de inspectie het onderwijs, met een gedegen aanpak, op precies deze waarden onderzocht. Islamitisch onderwijs beweegt zich, volgens de inspectie, niet buiten de grenzen van die waarden. De inspectie zal in de toekomst op dit punt een vinger aan de pols blijven houden.

De inspectie heeft dus al de mogelijkheid om scholen die over de schreef gaan door bijvoorbeeld aan te zetten tot haat, aan te pakken. Scholen die oproepen tot geweld en segregatie dienen gesloten te worden. Iedere onderwijsinstelling dient zich per slot van rekening te houden aan de normen van de Nederlandse rechtstaat. Met het islamitisch onderwijs blijkt per saldo echter gelukkig helemaal niets mis te zijn. Voor verdachtmakingen is wat ons betreft geen plaats.

Dat neemt aan de andere kant niet weg dat de islamitische gemeenschap (nog) niet echt een traditie kent van democratie en rechtstaat. De heer Sini, voorman van de islamitische gemeenschap gaf dat onlangs tijdens een discussie-avond van de AEL en het CDA terecht aan. Het heeft geen zin daar schimmig over te doen of dat feit te verdoezelen door een overmaat van welwillendheid jegens de nieuwe medelanders. Sterker nog: verdoezeling voedt alleen maar het wantrouwen bij anderen.

Om die reden heeft de inspectie de zaak, ook in het jongste onderzoek naar islamitische scholen, op één onderdeel nu weer niet echt een dienst bewezen. Zij stelt namelijk dat veel meer dan de helft van deze scholen nota bene extra aandacht geeft aan de waarden van de rechtsstaat. De inspectie is kennelijk wel heel snel tevreden.

Deze conclusie is te zwaar aangezet en een beetje een slag in de lucht. Immers, de school die zegge en schrijven eén keer begrip vroeg voor het dansen door meisjes of waar zegge en schrijven één keer gemeld werd dat Abraham ook de vader van joodse mensen is, gaf kennelijk al extra aandacht aan de waarden van de rechtsstaat. Dat is natuurlijk zwaar overdreven.

Wat is tegen deze achtergrond dan zinvol? Islamitische scholen verbieden of ontmoedigen? Nog strenger controleren? Achterdocht laten voortbestaan? Volgens ons is dat onzinnig. Het is veel beter om een andere weg te kiezen. Dat kan door ervoor te zorgen dat scholen bewust een brug gaan slaan tussen hun identiteit en de rechtsstaat. Juist dat is voor de toekomst van de democratie van belang. De traditie die Sini mist, kan dan gaandeweg wel ontstaan. Die brug tussen islam en rechtsstaat is van wezenlijk belang, ook al gezien het groeiende aantal moslims in ons land.

Juist dan is het goed ons te realiseren dat het uitbannen van de islam uit het publieke leven averechts werkt. Dan wordt die brug namelijk nooit geslagen en ontstaat er nooit een bewuste traditie op dit punt: zonder eigen instellingen en instituties zal dit immers nooit gaan lukken. Maar de keerzijde is wel dat we ook deze instituties expliciet vragen om hiermee aan de slag te gaan.

In het onderwijs kan dat door het vak burgerschapskunde verplicht te stellen (zoals het CDA, maar ook de Onderwijsraad bepleitte). Dan zijn scholen gehouden op een duidelijke en positieve manier die brug tussen hun identiteit en de kernwaarden van de rechtsstaat te slaan. Voor burgerschap, voor de identificatie met onze vrijheidsrechten en de democratie is dat wezenlijk.

Overigens is dat voor alle scholen van belang. Democratie vergt onderhoud en vergt kennis van haar historie en culturele achtergronden. Voor openbare of christelijke scholen is dat in een vluchtig, digitaal tijdperk zeker niet minder wezenlijk als voor islamitische scholen. Een vak als burgerschap verstevigt bovendien de publieke verantwoording over de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs.

Kortom, met onder meer schakelklassen en het vak burgerschapskunde kan op een positieve, maar wel veeleisende manier aan integratie worden gewerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden