InterviewsVuurwerk als bijverdienste

Vuurwerkverkopers: ‘Politici moeten zich niet laten leiden door de waan van de dag’

De vuurwerkverkoop is vaak een bijverdienste van middenstanders. Zij hebben fors moeten investeren in veiligheid en dreigen bij een verbod inkomsten mis te lopen. Wat zien zij als de oplossing?

Beeld Eva Faché

Evelien Arler (50), verhuurder van tenten en vuurwerkverkoper in Eemnes

‘Ik haal zo’n 70 procent van mijn jaaromzet uit de vuurwerkverkoop. Als dat verboden wordt, houdt het voor mij op. Ik denk dat veel mensen zich daarin ontiegelijk vergissen. De tentenverhuur ligt al jaren op zijn kont: door de crisis, omdat mensen online zelf goedkoop partytenten kunnen kopen, omdat het weer warmer wordt en je dan geen tent nodig hebt. Jaarlijks zet ik enkele honderdduizenden euro’s om met vuurwerk. In drie dagen krijg ik vijfduizend mensen over de vloer, en ik heb ruim anderhalve ton moeten investeren in veiligheid.

‘Veel van wat je hoort over vuurwerk, is gewoon niet waar. Erik Akerboom (korpschef van de Nationale Politie, red.) en burgemeesters weten niet waarover ze praten en vertikken het om zich erin te verdiepen. Als ik bij Jinek de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb hoor zeggen dat iemand een stuk schedel is kwijtgeraakt door een scherf van een vuurwerkbom, dan denk ik: vreselijk. Maar met het vuurwerk wat ik verkoop, kán dat helemaal niet. Daarmee kun je helemaal geen bushokjes opblazen of lantaarnpalen omver halen.

‘Het probleem zit hem in het illegale vuurwerk. Er komt jaarlijks een tot 2 miljoen kilo illegaal vuurwerk het land in (dat is een schatting van de politie uit 2012, red.). Daarvan haalt de politie ruim 50 duizend kilo van de straat. Dan doet Akerboom zijn werk niet goed. Als je knalvuurwerk gaat verbieden, dan halen mensen massaal zwaarder knalvuurwerk illegaal uit het buitenland en halen ze bij ons alleen nog het siervuurwerk. Dat is onze zorg. Voor de omzet maken die rotjes niet zoveel uit, mensen kopen die toch steeds minder.

‘Wat ons betreft gaat de leeftijdsgrens voor de aanschaf van vuurwerk omhoog van 16 naar 18 jaar. Dan krijgen we in de winkel contact met de vaders in plaats van de pubers, dan kunnen we voorlichten. Liefst zien we dan ook nog verplicht iemand van minimaal 21 jaar oud aanwezig bij het afsteken. Die paar uur per jaar moet dan toch kunnen? Anders kunnen we Koningsdag en voetbal ook wel verbieden.’

Beeld Eva Faché

Koos van Maarseveen (60), keurslager en vuurwerkverkoper in Maarssen

‘De vuurwerkverkoop is voor mijn bedrijf een extraatje. Als het ophoudt is het jammer, maar niet meer dan dat. Toen we zes jaar geleden begonnen met de vuurwerkverkoop, hebben we wel flink geïnvesteerd in de veiligheid: een blusinstallatie en bunkers om vuurwerk in op te slaan. Dat kostte 25 duizend euro, een bedrag dat ik in tien jaar afschrijf. Wat dat betreft ben ik niet blij als het ophoudt.

‘Ik verlang van politici dat ze zich verdiepen in een kwestie en besluiten nemen op basis van deskundigheid, niet op basis van de waan van de dag. In het verleden hebben we gezien dat het niet altijd zo gebeurt, ook niet als het gaat om vuurwerk. In 2013 bijvoorbeeld wilde het kabinet de verkoop beperken tot twee dagen in plaats van tot de laatste drie dagen van het jaar. Daar kwamen ze snel van terug, ook uit vrees dat daardoor grotere hoeveelheden vuurwerk zouden moeten worden opgeslagen. Daarmee zou de regering haar eigen veiligheidsfilosofie, compartimentaliseren in kleine hoeveelheden, om zeep hebben geholpen.

‘Ik vraag me ook af of Den Haag het probleem met een verbod niet verplaatst. Kijk maar naar de vreugdevuren: je schaft het af en dat leidt tot andere problemen. Het meeste harde knalwerk komt uit het buitenland, en daar doe je met een verbod in Nederland niets aan. Het kan dan zelfs erger worden.

‘De trend is al aan het veranderen. In mijn winkel verkoop ik drie dozen knalvuurwerk en een paar honderd dozen siervuurwerk. Waarom verbieden we niet bepaalde soorten vuurwerk en houden we de soorten waar mensen vreugde aan beleven? Daar gaat het uiteindelijk toch om?’

Beeld Eva Faché

Rob van Oosterhout (52), eigenaar rijwielhandel en vuurwerkverkoper in Oosterhout

‘Ik heb vier zaken en tien man in dienst, maar ik verkoop een seizoensproduct. De fietsverkoop loopt vanaf oktober, november fors terug; om de omzet in de winterperiode op peil te houden en personeel te kunnen blijven betalen, is de vuurwerkverkoop belangrijk.

‘Maar laat ik eerlijk zijn: als ondernemer moet je voortdurend schakelen, de crisis hebben we ook overleefd. Als vuurwerk wegvalt, moeten we kijken waar andere ondernemingskansen liggen. Dan moeten we wel duidelijkheid hebben en de kans om ons als branche voor te bereiden. Ik heb enorme voorraden liggen, daar kun je een paar voetbalvelden mee vullen. Die staan ook op de balans. Dat is Nederlands vuurwerk, met Nederlandse gebruiksaanwijzing, dat kan ik niet verkopen in Duitsland. En ik wil de vuilverbrander nog zien die het in de oven gooit.

‘Als je het mij vraagt, moeten wij als branche met de politiek en andere belanghebbenden gewoon eens aan tafel zitten: hoe houden we dit feestje overeind op een acceptabele manier? Veiligheid gaat voor alles, en alle geweld tegen hulpverleners is volstrekt onacceptabel. Ik ben gewoon ondernemer, ik wil geen product verkopen met een smet. Als retailer ben ik best bereid om bepaalde productcategorieën eruit te doen, zoals knalvuurwerk en single shots (knalvuurpijlen, red.). Bij ons in de buurt, landelijk Breda met een hoger dan gemiddeld inkomen, koopt men dat nauwelijks nog. Mensen kopen mooie potten siervuurwerk, en geven daar best wat geld aan uit. 

Het frustreert me wel. De raddraaiers, de ernstige verwondingen, dat heeft bijna allemaal te maken met zwaar illegaal vuurwerk uit het buitenland. Daardoor krijgen traditionele vuurwerkliefhebbers nu het deksel op de neus. We moeten het in de discussie wel bij de feiten houden.’

Een eigen, lokaal vuurwerkverbod: bijna de hele Amsterdamse raad wil het, burgemeester Halsema niet
Niet vaak toonde de Amsterdamse gemeenteraad zich zo eensgezind. Afgezien van Forum voor Democratie spraken VVD, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SP en D66 donderdag hun steun uit voor een lokaal vuurwerkverbod. Maar die politieke verbroedering overtuigde burgemeester Femke Halsema niet. 

Hoe verliep de jaarwisseling in Vlaanderen, waar voor het eerst een vuurwerkverbod gold?
De burgemeester van Leuven komt geregeld tijdens de nieuwjaarsnacht in Nederland, en telkens schrikt hij van de hoeveelheid vuurwerk die er wordt afgestoken. ‘Het knalt maar door – zo hard, en zoveel, en dat urenlang!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden