Vuurwerk nu ook de Zwarte Piet

De roep om een vuurwerkverbod vindt steeds meer weerklank. De vuurwerkhandel is niet bezorgd.

HAARLEM - 'Er wordt nu stemming gemaakt tegen het vuurwerk om het over een paar jaar te kunnen verbieden.' Vooralsnog lijkt deze prognose de Haarlemse vuurwerkverkoper Chiel van der Goes niet te verontrusten. Op een partytafel zijn oliebollen en appelbeignets klaargelegd voor de klanten. Die zijn op deze eerste dag van de legale vuurwerkverkoop niet erg talrijk. Morgen, op Oudjaarsdag, zal het storm lopen, weet Van der Goes uit ervaring. Volgend jaar zal het niet anders zijn. Want ze verkopen goed spul, in de waterbeddenzaak aan de Noorder Emmakade die eens per jaar een andere bestemming krijgt.

Om het veeleisende publiek te behagen, wordt het vuurwerk elk jaar een beetje spectaculairder. Zo doen de doorlontdozen het goed: zes gebundelde cakes met 500 gram kruit met één lont. Ze kosten een paar centen - tot 175 euro per doos - maar dan heb je ook wat. Voor wie zich een dergelijke uitgave niet kan veroorloven is er, aldus Van der Goes, de 'B-lijn': vuurwerk dat weliswaar nog altijd iets duurder is dan de rommel die ze in Beverwijk schijnen te verkopen, maar dat bij deskundig gebruik zo goed als risicovrij is.

Over dat deskundig gebruik worden de klanten - gevraagd en ongevraagd - uitentreuren geïnformeerd, zegt winkeleigenaar André Tertsch. Hij noemt dat 'een langetermijninvestering', een poging om netjes te blijven in een sector die door toedoen van importeurs en doorverkopers van illegaal vuurwerk met een imagoprobleem kampt.

Tertsch baalt van elke te vroege of te harde knal. 'Maar van de ongelukken kun je het vuurwerk niet de schuld geven, zoals je ook het voetbal niet de schuld kunt geven van supportersgeweld.' Het laatste is evident, het eerste is dat niet - getuige de stemmen die opgaan voor een vuurwerkverbod voor particulieren.

Rotjongens

Tertsch ziet als handelaar uiteraard niets in een verbod. 'Stel dat in Haarlem vier plekken worden aangewezen voor een geregisseerde vuurwerkshow. Vier plekken voor ruim 150 duizend mensen: daar komen toch ongelukken van?'

Zijn klanten menen getuige of slachtoffer te zijn van de oude wet dat de goeden onder de kwaden moeten lijden. 'In Schalkwijk en de Amsterdamse buurt waren die rotjongens met hun bontkraagjes al in november met hun clusterbommen en Cobra's 6 in de weer', zegt de afnemer van een setje vuurpijlen. 'De politie kan daar kennelijk weinig tegen uitrichten. Een algeheel verbod is makkelijker af te dwingen, maar dat is natuurlijk wel de weg van de minste weerstand.'

Anderen zien een parallel met de Zwarte Piet-discussie, die even onverhoeds losbarstte en ook met oneigenlijke argumenten zou zijn gevoerd. Zij vrezen dat beide discussies zullen resulteren in het einde van een geliefde traditie.

Als de vuurwerkorgie rondom de jaarwisseling al een traditie kan worden genoemd, is ze van vrij recente datum. Pas in de late jaren zeventig had ze zich dermate gevestigd dat de overheid - met de Vuurwerkwet - meende regelend te moeten optreden. De zogenoemde strijkers werden verboden en de hoeveelheid kruit in siervuurwerk werd teruggebracht.

Eerder al werd door de burgemeester van Lisse een vuurwerkverbod in zijn gemeente uitgevaardigd. Dat werd massaal en met grote overgave genegeerd, vooral ter hoogte van de ambtswoning van de burgemeester. De ontsteking van vuurwerk werd als een legitieme expressievorm van vrije burgers gezien. Bezwaren tegen een overmaat aan herrie werden in verband gebracht met de benepenheid en bedilzucht van een benauwd verleden.

Veiligheidsutopie

Al is het aantal vuurwerkslachtoffers de laatste jaren niet exponentieel gestegen, de tolerantie tegenover het geknal neemt gestaag af. De burger blijkt bereid vrijheid in te leveren ten behoeve van veiligheid - zoals ook blijkt uit de betrekkelijke onverschilligheid jegens het verlies aan privacy.

In de vuurwerkwinkel van André Tertsch uit de 'veiligheidsutopie' - een door sociaal-psycholoog Hans Boutellier gemunt begrip - zich in meerdere bezoeken per dag van een inspecteur. Iedere keer monstert hij de waren die over de toonbank gaan en bekijkt hij in het luchtdichte magazijn of Tertsch de maximale stapelhoogte voor vuurwerk (1,60 meter) niet overschrijdt. Zolang deze regelzucht het bestaansrecht van zijn branche ten goede komt, heeft Tertsch er geen problemen mee. 'Regels zijn regels, zolang ze maar eerlijk zijn.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden