Vurige kracht

'Het genie en de gratie'heet de tentoonstelling in Turijn die het werk laat zien van vrouwelijke Italiaanse schilders uit de zeventiende en achttiende eeuw....

Vrouwen kunnen niet dirigeren, niet schaken en niet logisch redeneren. Op de redacties van de diverse damesemancipatie-vakbladen en bij de vakgroepen vrouwenstudies aan de universiteiten denken ze dat dat komt doordat mannen hen dat steevast verboden hebben of, erger nog, dat dat, net als oorlogvoeren, naargeestige masculiene bezigheden zijn waar vrouwen zich vanuit een generiek hoogstaande moraal verre van houden. De suggestieve verwijzing naar de dirigeerstok, de toren en de modus ponens is snel gemaakt.

Maar vrouwen blijken wel degelijk inzetbaar aan het front en er is geen mens die ze het dirigeren, schaken of logisch redeneren nog wenst te beletten. Integendeel, menig man zou er een moord voor doen, voor enige bedrevenheid in de logica bij zijn vrouw of vriendin.

Het curieuze is, dat, nu alle studierichtingen en beroepen in beginsel ook voor vrouwen open staan, en er weliswaar wereldwijd precies twee dirigentes, twee schaaksters en enkele vrouwelijke logici zijn, er nog altijd voor vrouwen iets ongerijmds in sommige vakken blijkt te zitten. Ze zijn er, die dirigentes, schaaksters en logicae, hoe schaars ook, maar het blijft een beetje, zoals die oude filosoof zei, als een hond die op zijn achterpoten kan lopen: knap, maar het is duidelijk niet de bedoeling.

Met schrijven is het altijd anders geweest en vandaag de dag zijn er vermoedelijk meer schrijfsters dan schrijvers, maar hoe zit het met schilderen en schilderessen? Tegenwoordig zal het niet veel schelen, de hoeveelheid schilders tegenover de hoeveelheid schilderessen, dus aan het vak op zichzelf kan het niet liggen. Waar zijn ze dan, de schilderessen uit het verleden: hebben ze zich inderdaad zo in de luren laten leggen als de militante vrouwenemancipatie ons heeft willen doen geloven? Is het allemaal een kwestie van sociale regels, hoe sterk de aandrang, de ambitie en het talent ook aanwezig waren?

In de Fondazione Pietro Accorsi in Turijn - een somptueus ingericht palazzo, dat gewoonlijk het museum voor toegepaste kunst is - hangen ze bij tientallen, de schilderijen van vrouwelijke Italiaanse schilders uit de zeventiende en achttiende eeuw. De tentoonstelling Il genio e la grazia, 'Het genie en de gratie', probeert twee vliegen in een klap te slaan: én te laten zien wat en hoe vrouwen in Italië in die beide eeuwen geschilderd hebben, én te tonen hoe ze geschilderd werden. Vrouw en vrouwbeeld worden er kennelijk complementair geacht - en dat is weliswaar recht tegen de leer in, maar het is wel een goed idee.

Zoals Nederland Judith Leyster heeft, heeft Italië Artemisia Gentileschi: een groot schilderes uit een glorieuze eeuw, de zeventiende in beide gevallen, een ogenschijnlijk betrekkelijke eenling temidden van haar mannelijke collega's. Alsof aan de zoom van een woud vol reuzen, de beroemde mannen uit hetzelfde tijdvak in beide landen, ineens een andersoortige plant is opgekomen: kijk aan, een schilderes tussen de schilders, de witte raaf tussen de zwarte.

In Turijn wordt dat beeld meteen naar het rijk der fabelen verwezen, want het werk van Artemisia Gentileschi hangt hier vrolijk tussen dat van Elisabetta Sirani, Maria Felice Tibaldi Subleyras, Teresa del Po, Giulia Lama, Lavinia Fontana, Lucrina Fetti, Maria Luigia Raggi, Margharita Caffi, Catarina della Sante, Elena Recco, Elisabetta Marchioni, Orsola Maddalena Caccia, Giovanna Garzoni, Angela Maria Pittetti, Maria Giovanna Battista Clementi, Marianna Carlevarijs en Rosalba Carriera. Wie beweerde dat vrouwen niet schilderen konden of dat niet mochten heeft haar huiswerk niet gedaan, doch slechts een lomp vooroordeel verdedigd. De historische werkelijkheid is complexer en gecompliceerder.

Bovendien hangen de werken van al deze meesteressen in Turijn temidden van mannelijke tijdgenoten en collega's. Dat maakt de vergelijking aantrekkelijk en interessant, een vergelijking naar techniek, vaardigheid, oorspronkelijkheid en thematiek. En ook die vergelijking is nog niet zo eenvoudig. Zijn er opmerkelijke verschillen en als ze er zijn, wat zeggen ze dan?

Verleden voorjaar is er in Rome een grote tentoonstelling geweest - die even later ook naar de Verenigde Staten is gegaan - gewijd aan het werk van Artemisia Gentileschi en haar vader, Orazio. Dat was nog niet eerder gedaan, ook al is Artemisia Gentileschi in de laatste decennia een boegbeeld van de vrouwenbeweging geworden, ongeveer zoals bij ons in de literatuur Belle van Zuylen (ze worden beiden ook, heel denigrerend, liefst alleen bij hun voornaam genoemd, 'Artemisia'en 'Belle'). Die tentoonstelling was een openbaring: de dochter was onmiskenbaar een veel beter schilder dan haar vader en zij hield er een thematiek op na waaruit je zonder dralen een soevereine geest aflas.

Alle grote vrouwengeschiedenissen van de antieke en de bijbelse traditie leek ze geschilderd te hebben, van Lucretia tot Cleopatra, van 'Susanna en de Ouden'tot 'Judith en Holofernes', van de Aankondiging aan Maria tot de Boetedoening van Maria Magdalena. Goeddeels zijn dat motieven die ook wel door mannen geschilderd zijn, zij het lang niet in die mate en niet met die vurige kracht en consistentie. Er waren er bovendien onder die zelden of nooit door mannen zijn geschilderd, het verhaal van de heroïsche Esther, bijvoorbeeld, uit het gelijknamige oudtestamentische bijbelboek, die in haar eentje een heel volk redde, of dat van Jaël die de legerleider Sisera te grazen nam. Waren haar thema's vertrouwd, dan was haar aanpak origineel. Hier stond een vrouw achter de schildersezel die veel te zeggen had, die haar voorbeelden kende en die zich van geen man wat aantrok.

En die buitengewoon goed kon schilderen.

Ook in Turijn hangt weer een Jaël en Sisera, helaas van een man, Pier Dandini, een bijnatijdgenoot van Artemisia Gentileschi. Het is bovendien jammer dat de hare er niet naast hangt, want dan waren beeld en verbeelding volledig tot hun recht gekomen. Het verhaal is immers het meest feministische van het Oude Testament: de legerleider Sisera slaat, nadat zijn troepen verslagen zijn, op de vlucht, en meldt zich bij de tent van Jaël. Hij vraagt om een beker water, maar zij herkent hem en geeft hem melk. Hij vraagt om een steen om zijn vermoeide hoofd op te rusten te leggen, maar zij maakt een bed voor hem op. Zodra hij in slaap is gevallen neemt zij echter een haring van haar tent en timmert die door zijn slaap heen - en gaat triomfantelijk naar buiten om bekend te maken dat zij slaagde waar het leger faalde.

Dandini schildert haar triomf, een bijna naïeve, schuldeloze vrouw, die zonder bekommernis gehandeld heeft. Bij Artemisia Gentileschi zien we de handeling zelf, een vrouw die zich mooi heeft aangekleed, het hoofd van de man tussen haar knieën heeft genomen - en een hamer in de ene hand heeft, een joekel van een spijker in de andere. Daar openbaart zich precies het verschil tussen beeld en verbeelding, schuldeloosheid versus initiatief.

Turijn heeft Artemisia Gentileschi's al even weergaloze Cleopatra opgehangen, de staatsvrouw die keizers tartte. Dat is geen vingerwijzing meer, dat is een uitdaging, een uitdaging om te kijken naar wat zij schilderden, de schilderessen van de zeventiende en achttiende eeuw, hoe gedwee en volgzaam ze waren.

Subleyras is een beroemde naam in de kunstgeschiedenis, maar dan gaat het niet om Maria Felice Tibaldi. Toch is haar Avondmaal in het huis van een farizeeër een groots schilderij. Het is er een rommeltje en een hele consternatie: de Heiland ligt er op een divan en laat zijn voeten masseren. De actie op het doek, met redetwistende schriftgeleerden en heen en weer lopende diensters, is dynamisch, maar de aandacht wordt getrokken door deze liefdevolle scène ter linkerzijde. Onderworpenheid? Geen sprake van. Zowel de uitvoering, als de ordening, als ook de wijze waarop het belangrijkste tafereel is geschilderd verraden grote autonomie. Niet voor niets kwam dit schilderij al zeer vroeg in een publieke collectie terecht.

Het zijn de welsprekendste voorbeelden, misschien samen met het genrestuk van Angela Maria Pittetti. Daar is, in een Romeinse ruïne, een marktvrouw op te zien, met haar fruitmanden, terwijl aan de andere kant van het beeld een kermisattractie bezichtigd wordt. Een vrolijk, ongedwongen schilderij, beduidend losser dan veel vergelijkbare schilderijen van mannelijke collega's.

Bij de stillevens en de portretten wordt het een stuk moeilijker. Rosalba Carriera schilderde een aantal voorname vrouwen en het verschil met die van haar achttiende-eeuwse mannelijke collega's lijkt me denkbeeldig. Zacht geschilderde, vrouwelijke vrouwen, kennelijk geportretteerd vanuit een artistieke conventie. In het fruitstilleven van Orsola Maddalena Caccia zit weliswaar ook nog een wielewaal, die vrolijke voorjaarsfluiter, maar dat is niet opmerkelijk. En de boeketten van Elisabetta Marchioni zijn eerder stijver en braver dan die van haar mannelijke tijdgenoten.

Iets dergelijks speelt zich af op de Annunciatie van Lucrina Fetti: vertrouwde handelingen, vertrouwde reacties. Hooguit lijkt Maria wat minder verrast door het bericht van de angelieke predictor dat zij zwanger is. Vrouwen onder elkaar, Maria en haar schilders, ben je geneigd te denken. Ook de Madonna met kinderen van Elisabetta Sirani verraadt geen specifieke moederlijke invalshoek.

Het opmerkelijkste schilderij is de trompe l'oeil van Catarina della Santa, los drukwerk op een eikenhouten tafelblad. Het is perfect geschilderd en overtuigend in zijn fopperij.

Geleidelijk aan dringt zich een beeld op, een beeld dat noopt tot revisionisme. Het probleem van de vrouwelijke schilderessen is er niet een van techniek of louter schaarste, maar hooguit een van historiografische aard. Het gaat niet om het ontbreken van talent of de matige aanwezigheid daarvan. De lijst schilderessen is lang genoeg en verscheidene van hun werken doorstaan gemakkelijk de vergelijking. Genie genoeg en of het daarbij om gratie gaat, staat nog te bezien - de gratie wordt in Turijn eerder zichtbaar op de schilderijen van mannen. Het initiatief is een gegeven, de schuldeloosheid een wens of een projectie, maar dat is, opnieuw, een historiografische kwestie en geen feitelijke. Er is door vrouwen geschilderd en goed ook. Slechts bij de uitzonderlijk begaafden had dat gevolgen voor de gekozen thematiek, maar dat geldt voor schilders evenzeer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden