Vulkaankater

De legendarische Haroun Tazieff zou volgende week 100 zijn geworden. Zijn boeken en films maakten vulkaanonderzoek (en hemzelf) ongekend populair, maar de academische wereld sloot hem uit. Een verhaal over haat & nijd in de wetenschap, van W.F. Hermans-achtige proporties.

Aanplakborden in het dorp Gigean in Zuid-Frankrijk zijn ermee behangen: affiches in geel en oranje van vuurspuwende kraters. Ze doen vermoeden dat er een circus met vuurvreters op komst is. Maar de aankondiging betreft de Journées Haroun Tazieff met als hoofdact een optreden van 'de zoon van Tazieff'.


Frédéric Lavachery (door Tazieff sr. in 1945 verwekt) zal met een uitklapbare tentoonstelling over zijn biologische vader neerstrijken in de gymzaal tegenover de brandweerkazerne.


Tazieff: wetenschapper of avonturier? is de titel van de lezing die Tazieff jr. gaat houden. Het is de moeder aller vragen. Een bewogen leven lang bevocht Haroun Tazieff de universitaire bastions, de Sorbonne voorop. Vergeefs.


Wereldomvattende faam vestigde Tazieff door zich in Belgisch Congo aan een takelmechaniek in een werkende vulkaan te laten zakken. Gekleed in een aluminium pak bungelde hij in een tuigje boven het lavameer van de Nyiragongo, al fílmend.


Les Rendez-vous du diable heette zijn prijswinnende documentaire uit 1959. Heel Frankrijk kreeg hij ermee plat. Heel Frankrijk? Nee, vanuit hun studeerkamers bleven de academici zich tegen hem afzetten. Bij Tazieffs dood in 1998 (op 83-jarige leeftijd) veinsde een Sorbonne-hoogleraar nog nooit van Tazieff te hebben gehoord. 'Aah, u doelt op die cineast', sneerde hij tegenover een journalist die het had gewaagd Tazieff een 'vulkanoloog' te noemen.


Met zijn afstaande linkeroor en gekromde houding lijkt Tazieff jr. gebukt te gaan onder de gelijkenissen met zijn vader. Pas in 2006, toen Frédéric Lavachery 60 werd, is hij voor het eerst naar buiten getreden als de nimmer erkende 'zoon-van', met als enige bewijs zijn fysionomie.


'Ik kon niets goed doen in zijn ogen', vertelt hij over zijn gevierde vader. 'Ik deugde niet.' Het onderwijzend personeel van de Haroun Tazieff-school van Gigean luistert mee - de plaatselijke pizzeria serveert eendenborst met cranberrysaus. Hoewel Frédéric opgroeide in het gezin van zijn moeder, bemoeide Tazieff zich als 'een vriend van de familie' met zijn opvoeding. 'Mijn moeder Betty stierf in 1964. Ik was 18. Ik hield zielsveel van haar, maar ik durfde niet te huilen. Ik dacht: als ik nu ga huilen, vindt Tazieff me een slappeling. Een weekdier.'


's Avonds bij de lezing verzamelen zich een vijftigtal toehoorders in de gymzaal. Pijnlijke anekdotes blijven uit: de publieksvoordracht van Frédéric is ophemelend op het hagiografische af. Met losse schouders doorloopt Tazieff junior de loopbaan van zijn vader. Hij toont foto's van Tazieff als rugbyspeler, Tazieff als wielrenner, Tazieff als staatssecretaris Rampenbestrijding...


'Hoe betrad Tazieff een werkende vulkaan?' Frédéric werpt de vraag op als een jongleerstaf. Twee tellen later vangt hij hem zelf weer op: 'Precies zo als hij de boksring betrad. Krijg je een klap, sluit nooit je ogen. Wat er ook gebeurt, blijf kijken!'


Wie afgaat op Tazieffs autobiografie Ma vie (verschenen in 1991) zou denken dat Frédéric niet eens bestaat: Tazieff en zijn wettige echtgenote zijn altijd kinderloos gebleven. Punt. Evenmin maakt Tazieff sr. een woord vuil aan zijn eigen, jong gestorven vader Mohamed Taziev, een telg uit een adellijk islamitisch geslacht uit Tasjkent.


Haroun groeit op bij zijn moeder, de Pools-Russische communiste Zenitta. Via Petrograd, Tblisi en Parijs belanden ze in de jaren twintig in Brussel, waar 'Garouk' op school wordt gepest met zijn Russische accent.


Tijdens de oorlog is Luik zijn uitvalsbasis, waar Tazieff zich inschrijft bij de Mijnbouwschool. Zijn studie is een dekmantel voor nachtelijke sabotagedaden. Als verzetsman duikt hij geregeld onder bij Betty Limbosch, bij wie hij in de bevrijdingsmaanden zijn enige zoon Frédéric verwekt. Tussen de bedrijven door schrijft hij een scriptie over de landschapsgenese bij Dinant.


Mogelijk heeft Tazieff met dit werk de interesse gewekt van Willem Frederik Hermans, die in 1955 promoveerde op de ontstaansgeschiedenis van het nabijgelegen Ösling-gebied in Noord-Luxemburg. Hoe het ook zij, in 1954 vertaalde Hermans het populaire, van bravoure doorregen debuut van Tazieff: Kraters in lichterlaaie.


Het lijkt een constante: Tazieff kijkt liever in een vulkaankrater dan dat hij een introspectieve blik werpt op zijn eigen drijfveren. Op zijn 18de was hij voor het eerst een keer witheet geworden, en daarna nog eens op zijn 24ste. 'Maar tegenwoordig', schrijft hij in 1991, 'gaat er geen dag voorbij of ik word bezocht door woedeaanvallen.'


Wat maakt hem kwaad? Miskenning. Niet door het grote publiek (dat draagt hem op handen), maar door de academische wereld. Zelf ziet hij zich als de grondlegger van de moderne vulkanologie. Met zijn inzichten in de plaattektoniek van de Rift Vallei haalt hij begin jaren zeventig de kolommen van Science en Nature. Maar de reactie van vakgenoten is onderkoeld.


Als titelloze autodidact vertegenwoordigt Tazieff geen enkel instituut. Hij is de aanvoerder van een eigen equipe van volgelingen die wel academisch zijn geschoold, maar die toch als 'Tazieffs sherpa's' worden weggezet door hun vakgenoten aan de universiteiten.


Alle frustratie hierover komt tot uitbarsting tijdens de Soufrière-crisis in 1976, vernoemd naar de grommende Soufrière-vulkaan op Guadeloupe. Tazieff ziet die zomer geen noodzaak voor de evacuatie van zestigduizend Franse onderdanen waartoe de gevestigde vulkanologen oproepen. Hun superieur, Claude Allègre, maakt Tazieff uit voor de 'Madam Soleil van de vulkanologie' wiens enige meetinstrument 'zijn natte vinger is'. Wanneer echter de voorspelde magmatische eruptie uitblijft en de bevolking na maanden terug mag naar de ongeschonden huizen, keren Tazieffs kansen.


Eind 1989 in een Penthouse-interview slaat hij terug: Tazieff noemt zijn aartsrivaal van destijds 'Claude the Fraude'. En ook: een 'directe afstammeling van Stalins favoriete geneticus Lysenko', doelend op de Sovjet-bioloog Trofim Lysenko die met zijn ontkenning van het bestaan van het gen ('een verzinsel van de bourgeoisie') doorgaat voor de grootste wetenschappelijke oplichter van de 20ste eeuw.


Middelmatigheid en incompetentie verdraagt hij niet langer. Gaven, stelt Tazieff, evengoed als gebreken, zijn verdeeld volgens de Gauss-kromme, de grafiek met de contouren van een kerkklok ('the bell curve'). In het bolle, dikste gedeelte verdringt zich de middelmaat; in de uiteinden huizen de genieën, de gekken en de moedigen - ten opzichte van de grijze massa zijn die dun gezaaid. Wie durft er een minderheidsstandpunt in te nemen? Slechts een uiterst kleine minderheid!


Ma vie doet denken aan Onder professoren. Tazieff ziet universiteiten als besloten inrichtingen waar oorspronkelijk denken wordt gesmoord. De traditie van benoemingen werkt arrivisme in de hand; wie erbij hoort, geeft zijn positie nooit meer op. Tazieff gruwt van 'het intellectuele dedain' en de 'vermeende superioriteit' van professoren - daar strooien ze mee ter verhulling van hun eigen luiheid en onkunde. Tot vervelens toe melken ze hun miezerige onderzoekjes uit om godbetert hun aantal publicaties op te voeren.


Hoogleraren zijn beroepsconformisten, ze praten elkaar na, dekken elkaar zodra iemand hun gezag uitdaagt. 'Tropisme', noemt hij hun gedrag, de term voor het neigen van zonnebloemen naar een en dezelfde lichtbron.


Gevestigde academici, Tazieff is nog niet klaar, zijn bang voor onafhankelijke onderzoekers die uit zijn op de naakte waarheid. Zulke lieden, hij kan erover meepraten, worden uit alle macht geweerd.


Tazieff noemt zichzelf 'licht misantroop', toch blijft zijn missie altijd gericht op het vooruithelpen van de mensheid. Het komt zijn populariteit ten goede: in de jaren negentig haalt hij jaar in jaar uit de top tien van 'meest geliefde levende Fransen' van Le Journal de Dimanche. In 1985 krijgt hij als staatssecretaris Rampenbestrijding onder Mitterrand een eigen wassen beeld: in de pose van De Denker van Rodin.


Dan voltrekt zich de Nyos-ramp: op een avond in augustus 1986 vallen bijna tweeduizend mensen en zesduizend koeien dood neer op de bodem van een afgelegen vallei in Kameroen, terwijl er geen spoor van verwoesting is. Tazieff jaagt de wereldwijde gemeenschap der vulkanologen in de gordijnen door als eerste, nog in Parijs, de oorzaak te verkondigen: mens en dier zijn gestikt in een wolk CO2 die bij een stoomeruptie uit het nabijgelegen Nyos-kratermeer is gebarsten.


Het is het begin van de slepende Nyos-affaire waarbij Tazieff het uiteindelijk moet afleggen tegen de IJslander Haraldur Sigurdsson, op wiens theorie (wel CO2, geen vulkanische eruptie) nu al meer dan 25 jaar in letterlijke zin wordt voortgebouwd: met ingenieuze ontgassingspijpen die als een ventiel opgelost koolzuurgas uit de diepe waterlagen laten ontsnappen.


Na een barrage aan uithalen in woord en geschrift gooit Tazieff de handdoek in de ring: vanaf 1990 boycot hij alle discussies over de Nyos-ramp. Zijn devies: de geschiedenis zal mij in één klap alsnog gelijk geven zodra zich een nieuwe uitbarsting van de Nyos-vulkaan voordoet.


Wanneer Tazieff zich in de loop van de jaren negentig terugtrekt uit de vuurlinie van de vulkanologie, verdampt ook zijn laatste restje gezag in academische kringen. In talkshows op televisie zoekt hij steevast de controverse, waardoor zijn ster (vooral vrouwen zien hem als 'een man uit één stuk') blijft rijzen.


De familieverhalen van zijn zoon Frédéric Lavachery doen dan ook bij de onderwijzers van de Haroun-Tazieffschool in Gigean barsten springen in hun beeld van de grote 'Dompteur van het Vuur'.


's Avonds tijdens de voordracht geeft Tazieff jr. echter geen antwoord op de vraag 'Tazieff: wetenschapper of avonturier?' Wie dit oordeel al wel heeft geveld is het Franse postbedrijf: Tazieffs verweerde gelaat siert een postzegel (uitgegeven in 2000) in de serie Grands aventuriers Français.


Bij het afbreken van de tentoonstelling de volgende middag vertelt Frédéric dat hij een nieuwe biografie zal publiceren rond de 100ste geboortedag van zijn vader, op 11 mei 2014. Hij twijfelt alleen nog over de titel: 'Deze vulkaan, mijn vader', of: 'Een vulkaan genaamd Tazieff'. Wie vooraf intekent krijgt niet alleen korting, maar ook de tekst als pdf-bestand, voorafgaand aan de verschijning.


Frédéric krijgt hulp bij het vastsjorren van de tentoonstellingskisten op zijn aanhangwagen. Er zit een maquette bij van het Nyos-kratermeer met de uitleg dat in augustus 1986 in het belendende dal meer dan 1.700 mensen en talloze dieren dood zijn aangetroffen. Het bijschrift gewaagt van een eruptie waarbij uitsluitend dodelijke vulkaangassen zijn vrijgekomen. 'Een verschijnsel dat bij niemand bekend was behalve bij Haroun Tazieff.'


Het hoofd van de Tazieff-school en de lerares aardrijkskunde zwaaien Frédéric uit wanneer hij de dorpsstraat van Gigean uitrijdt. Maanden later bij het openen van de toegestuurde pdf komt de titel tevoorschijn: Un volcan nommé Haroun Tazieff. Het voorwoord is van de hand van een toneelschrijver die een dramastuk heeft geschreven: De seksualiteit der vulkanen; een eruptieve hommage aan Haroun Tazieff.


Op de vraag waarom dit voorwoord niet door een vulkanoloog is geschreven, laat Frédéric weten: 'Niet een van de wetenschappers die ik met dat verzoek heb benaderd, heeft zich zelfs maar verwaardigd om te reageren.'

Frank Westerman

Frank Westerman is oud-correspondent van de Volkskrant en schrijver van onder meer Stikvallei over de tegenstrijdige visies op de Nyos-ramp, waarin ook de verguizing van Tazieff wordt gedocumenteerd.


Onder de titel Het schandaal van de Stikvallei bezorgt KRO Brandpunt Tazieff morgenavond enig eerherstel: in de uitzending geeft hoogleraar geologie Salomon Kroonenberg van de TU Delft hem postuum gelijk inzake de Nyos-affaire.


KRO Brandpunt: 22.35 uur, Ned 2.

'HIJ HAD GEWOON GELIJK'

Werd de autodidact-vulkanoloog Haroun Tazieff door de academische wereld terecht niet serieus genomen of was hij toch, achteraf gezien, een miskende held? Salomon Kroonenberg, geoloog en emeritus hoogleraar van de TU Delft, kiest voor het laatste: 'Ik heb hem nooit persoonlijk gesproken, maar het lijkt me een man met een goede intuïtie.' Volgens Kroonenberg is Tazieff een bijzonder geval: hoewel nooit formeel opgeleid, kwam hij met veel nieuwe, afwijkende ideeën. Zoals in het geval van de Nyos-ramp, waar Tazieff beweerde dat de verstikkende CO2-wolk kwam door een eruptie. Kroonenberg: 'Hij had gewoon gelijk.' Maar ja, Tazieff was toen al 77. 'Hij heeft het er toen maar bij laten zitten. De geschiedenis zou hem wel gelijk geven.' Wat Kroonenberg betreft is dat dus ook zo.


Ook de Duitse vulkanoloog Ulrich Knittel van de universiteit van Aken vindt dat Tazieff 'overduidelijk een heel goede en ervaren vulkanoloog' was. 'Wat mensen ook over hem zeggen', zegt Knittel, 'hij bleek uiteindelijk in veel gevallen gelijk te hebben.' Knittel ziet Tazieff, net als Tazieff zelf deed, als een van de vaders van de moderne vulkanologie.


De Utrechtse geoloog en emeritus hoogleraar Olaf Schuiling zegt over Tazieff: 'Ik werkte in die tijd niet erg met vulkanische gesteenten, maar het feit dat ik zijn naam onmiddellijk herkende toen ik die tegenkwam bewijst wel dat hij een beroemdheid was in de vulkanologie.'


Geofysicus Manuel Sintubin, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, zegt dat Tazieff grote indruk op hem heeft gemaakt en dat zijn boeken en documentaires er mogelijk voor zorgden dat hij voor geologie koos - terwijl de naam Tazieff zijn studenten niets zegt. Sintubin: 'Tazieff was een wetenschapscommunicator 'avant la lettre'. Hij was een van de eersten die zich inspande om de schoonheid van de geologie naar het brede publiek te brengen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden