Vuile kolen voor Nederland

Moordaanslagen, landonteigening, luchtvervuiling: Colombianen lijden onder de winning van steenkool die in Nederlandse centrales wordt verbrand.

MARJOLEIN VAN DE WATER

Elke middag tussen twaalf en twee trilt de aarde in El Hatillo, een klein dorp in het noorden van Colombia. De dagelijkse explosies in de naastgelegen steenkoolmijnen doen de huisjes op hun grondvesten schudden en veroorzaken scheuren in de lemen muren. Opwaaiend steengruis kleurt de gezichten van de inwoners grijs.

El Hatillo ligt in Cesar, een van de armere departementen van Colombia. Het dorp is ingeklemd tussen de openluchtmijnen van multinationals Drummond, Goldman Sachs, en Glencore. De helft van de steenkool die Nederlandse energiebedrijven stoken in hun centrales, komt uit deze regio.

Grijze bergen van steenafval omringen het gehucht. Als het waait, daalt een zwart laagje steenkool neer op de ongeplaveide straten. Beveiligers van de mijnen kijken vanuit hun hooggelegen controleposten toe hoe de dorpsbewoners, bij gebrek aan stromend water, hun behoefte doen in de struiken. 'Die bedrijven verdienen miljarden', zegt Carlos Ciprillan (28) verbitterd. 'En wij leven hier als vertrapte insecten.'

Met een groepje mannen zit Ciprillan op een houten plank voor het dorpswinkeltje. Ze vertellen over hun zieke familieleden, over hoe ze vroeger konden leven van de landbouw en visserij, en over de valse beloften van de bedrijven. 'We gaan hier langzaam dood', zegt Ciprillan. 'En we hebben geen geld om aan een dokter te vragen waaraan.'

Even verderop is de ingang van Pribbenow, de grootste mijn van Drummond. Het bedrijf heeft zo'n dertigduizend hectares land in bezit en produceert 850 ton steenkool per dag. Onderin de 250 meter diepe mijn dampen zwarte wolken op. Reusachtige vrachtwagens rijden 24 uur per dag af en aan met de steenkool, en dumpen het steenafval naast El Hatillo.

Het ministerie van Milieu besloot al in 2010 dat El Hatillo en twee nabijgelegen dorpen ontruimd moesten worden vanwege de ontoelaatbare luchtvervuiling en de daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico's. De mijnbouwbedrijven moeten elders adequate huisvesting verzorgen voor de inwoners, maar ondanks eerdere beloften is dat niet gebeurd.

'De Colombiaanse regering omarmt mijnbouw als motor van economische ontwikkeling, maar de lokale bevolking heeft er weinig profijt van', zegt Omar Contreras, ombudsman van Cesar. 'Landbouw is onmogelijk geworden en kinderprostitutie en geslachtsziektes nemen exponentieel toe in de dorpen waar de mijnwerkers verblijven', zegt hij. 'Ook is er veel longkanker door luchtvervuiling.'

En dat is niet de enige smet op de steenkool die Nederlandse energiebedrijven in hun centrales verbranden. In december kreeg Drummond een boete van 2,5 miljoen euro vanwege de vervuiling van de haven van Santa Marta. Sinds half januari heeft Drummond bovendien een exportverbod, omdat het bedrijf te laat is met het implementeren van een milieuvriendelijker laadsysteem in de haven.

En dan zijn er de schaduwen uit het verleden. In 2009 begonnen bijna zeshonderd Colombianen een rechtszaak tegen Drummond. Ze beschuldigen het bedrijf van het financieren van het JAA front van de paramilitaire groep AUC, die tussen 1996 en 2006 dood en verderf zaaide in de regio.

Het AUC werd in de jaren negentig opgericht om de politieke en economische elite te beschermen tegen aanvallen en ontvoeringen van linkse guerrillabewegingen als de FARC. De paramilitairen beschermden de bezittingen van grootgrondbezitters en multinationals, en terroriseerden boeren die mogelijk sympathiseerden met de guerrilla. Daarnaast moordden ze dorpen uit waar olie of steenkool in de grond zat, of joegen de bevolking zoveel angst aan dat ze uit zichzelf vertrokken.

Uit een later deze maand te verschijnen onderzoeksrapport van de Nederlandse ngo PAX, blijkt dat het JAA front tussen 1996 en 2006 tenminste drieduizend mensen heeft vermoord in het mijnbouwgebied. Zeker 59 duizend personen zijn er door het paramilitaire geweld van hun land verdreven.

Na de demobilisatie van paramilitaire groepen in 2006, hebben verschillende oud-leden onder ede verklaard betaald te zijn door de mijnbouwbedrijven. In de laatste jaren zouden ze 100 duizend dollar (73 duizend euro) per maand hebben ontvangen. Drummond en Prodeco (eigendom van Glencore) deelden de kosten, zo blijkt uit de bekentenissen.

De bedrijven zelf ontkennen iedere betrokkenheid. 'Wij hebben nooit een cent betaald aan welke gewapende groep dan ook', zegt Juan Carlos Lopez, juridisch manager van Drummond Colombia. 'Die paramilitairen liegen. Ze hopen op strafvermindering door valse bekentenissen te doen.'

Josefina Silgado (62) woonde destijds in Mechoacán, een kleine gemeenschap van zelfvoorzienende boeren. 'In 1998 kwamen de gemaskerde mannen', vertelt ze. 'Ze drongen onze huizen binnen, sloegen ons met hun wapens en zeiden dat we weg moesten omdat er olie en steenkool in de grond zat.' Silgado was doodsbang en vertrok nog diezelfde dag.

Nadat alle bewoners waren vertrokken, kocht Drummond het land van de nieuwe 'eigenaars'. In 2011 besloot een rechter dat de tussenpersonen het land op illegale wijze hadden verkregen, onder meer door handtekeningen van dode personen te vervalsen. Ook het landhervormingsinstituut bleek betrokken bij de fraude. De rechter kende de eigendomsrechten weer toe aan de oorspronkelijke bewoners.

Drummond ziet echter geen reden om de slachtoffers compensatie te betalen. 'We wisten niet dat het land illegaal was verkregen', zegt Lopez. 'Bovendien, als wij geld zouden geven aan deze mensen die zichzelf slachtoffers noemen, staan er morgen vijfhonderdduizend anderen voor de deur die ook geld willen. In Colombia zijn helaas heel veel mensen die een slaatje willen slaan uit het verleden.'

Volgens Ludys Pedraza, advocate van de slachtoffers, is het ondenkbaar dat Drummond niet af wist van de illegale landonteigening. Ook omdat een aantal van de tussenpersonen medewerkers waren van het bedrijf. 'Drummond moet de slachtoffers betalen', zegt ze vastberaden. 'Of hun land teruggeven.'

Sinds ze deze zaak op zich nam, wordt Pedraza door onbekenden met de dood bedreigd. 'Ik ben een simpele advocaat en neem het op tegen een miljardenbedrijf met duizenden advocaten', zegt ze. 'Ik ben bang. Ze hebben de macht om alles in de doofpot te stoppen.'

Niet alleen Pedraza, ook journalisten, vakbondsleden, en de aanklagers in de rechtszaak tegen Drummond ontvangen doodsbedreigingen. Vakbondsleider en Drummond-medewerker Ruben Morón kreeg vorig jaar na een mislukte moordaanslag asiel in Frankrijk. De afzenders van de dreigementen zijn 'Los Rastrojos', of 'Los Urabeños', criminele organisaties die zijn voortgekomen uit de in 2006 opgeheven AUC.

'Het is duidelijk dat paramilitaire groepen destijds betaald zijn door de multinationals', zegt ombudsman Contreras. 'De huidige criminele bendes voeren dezelfde taken uit. Het probleem is dat de staat geen onderzoek doet naar de financiering van gewapende groepen', zegt hij. 'Zowel politici als rechters laten zich omkopen. Die bedrijven staan volledig boven de wet.'

'Ik blijf zoeken naar het lichaam van mijn man'

De man van Claudia Balcero (40) verdween in 2001, samen met zes andere forensisch medewerkers van het Openbaar Ministerie. 'Het OM was volledig geïnfiltreerd door de paramilitairen', vertelt Balcero. 'Mijn man weigerde naar hun pijpen te dansen.'

Toen Balcero op zoek ging naar de verantwoordelijken voor de verdwijning, schoten paramilitairen alle ramen van haar huis kapot. 'Ze bedreigden me en zeiden dat ik de zaak moest laten rusten.'

Dat weigerde ze. Balcero werd leider van de slachtofferbeweging en belangrijk aanjager van het proces tegen Drummond. 'Ik zeg niet dat Drummond mijn man heeft vermoord.' Haar felgroene ogen schieten vuur: 'Maar vanwege hun financiële steun konden de paramilitairen die misdaden begaan.'

Balcero wordt voortdurend achtervolgd, geïntimideerd en bedreigd. Vorige week dinsdag is ze met haar vier kinderen naar de VS gevlucht. 'De situatie is voor mijn kinderen niet langer houdbaar', zegt de emotioneel gebroken vrouw enkele dagen voor haar vlucht. 'Maar ik zal blijven zoeken naar het lichaam van mijn man.'

'De para's hadden zijn ledematen afgesneden'

Met gebroken stem vertelt Milton Hernandez (32) over de terreur in zijn dorp Santa Fe. 'In 1994 sleepten de paramilitairen mijn opa uit bed en schoten hem voor het huis dood. Een paar jaar later kwamen ze terug en vermoordden mijn oom en tante.'

Na een lange stilte gaat hij verder. 'Mijn 16-jarige neef hebben ze gemarteld voordat ze hem afmaakten. Ze wilden informatie over een andere oom, die zat bij de guerrilla.'

Als hij vertelt over een bevriende leraar, kan hij zijn tranen niet langer bedwingen. 'Ik vond zijn lichaam bij hem thuis', vertelt hij. 'De para's hadden zijn ledematen afgesneden en zijn uitgetrokken vingernagels in zijn borst gestoken. Zijn hoofd lag enkele meters verderop.'

Die dag besloot Hernandez te vertrekken. Nu woont hij met zijn vrouw en zoontje in het verderop gelegen Bosconia. In Santa Fe woont niemand meer, het terrein is in bezit van mijnbouwbedrijf Glencore, dat het als afvalplaats gebruikt.

'Ik weiger te buigen voor de dreigementen'

'Ik zal jou en je klote familie afmaken, gore guerrillero', zo luidt de laatste bedreiging die Wilder Martínez (45) ontving. Martínez, vader van twee jonge kinderen, is actief voor mijnwerkersvakbond Sintramienergetica. Hij pleit onder meer voor een vast maandsalaris voor mijnwerkers, in plaats van de huidige nulurencontracten.

Het kantoor van de vakbond in Valledupar heeft dikke loden deuren, de ramen zijn van kogelvrij glas. Martínez heeft anderhalve maand geleden twee bewapende bodyguards, toegewezen gekregen van een rechter. 'Het is levensgevaarlijk lid te zijn van de vakbond, maar ik weiger te buigen voor de dreigementen.'

De vakbondsman wil niet dat Nederland stopt met het importeren van steenkool. 'Dan raken heel veel mensen hun baan kwijt.' Nederland zou in plaats daarvan moeten aandringen op andere bedrijfsvoering: 'We zijn niet tegen multinationals, we willen alleen dat de bedrijven de milieu- en arbeidsnormen respecteren.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden