Vuile campagne biedt hoop voor 'schertskandidaad' Donald Trump

Vrij vertaald naar Nederland, lijkt hij op een voetbaltrainer van een eerste elftal uit de hoofdklasse amateurs. Kijkt altijd een beetje bozig en dreigend terwijl zijn haar net iets te lang is in zijn nek. En als hij zijn mond opendoet, zakt hij af naar de kelder van de onderbond, met zijn wat platte tongval en agressieve toon.

VAN ONZE CORRESPONDENT ARIE ELSHOUT

NEW YORK - Maar in de peilingen stijgt de steenrijke vastgoedmagnaat Donald Trump. Hij doet het beter dan andere mogelijke Republikeinse uitdagers van Obama in 2012.

Trump zegt in juni te zullen besluiten of hij gaat meedoen aan de strijd om het presidentschap, maar hij lijkt zich al volop warm te lopen. Deze week bezoekt hij New Hampshire en Nevada, staten waar de eerste voorverkiezingen zijn. Ook heeft hij Obama volop in het vizier.

Maandag suggereerde Trump in een interview met persbureau AP dat de president in zijn jonge jaren een ondermaatse student was die nooit had mogen worden toegelaten op de elite-universiteiten. 'Ik hoorde dat hij een allerbelabberdste student was, allerbelabberdst. Hoe komt een slechte student terecht op Columbia en daarna Harvard? Laat hem zijn papieren tonen.'

Obama studeerde in 1983 af in de politieke wetenschappen aan Columbia University in New York. Daarna ging hij naar Harvard Law School, waar hij in 1991 magna cum laude afstuurde in de rechten. In de campagne van 2008 werden zijn studieresultaten niet openbaar gemaakt.

Volgens Trump is die geheimzinnigheid onderdeel van een patroon, waarbij de president informatie over zichzelf achterhoudt. 'We weten niets over deze kerel.'

Eerder trok Trump al de aandacht door zich aan de zijde te scharen van de zogeheten 'birthers'. Deze uiterst-rechtse beweging trekt in twijfel of Obama wel Amerikaan is en president mag zijn, omdat hij buiten de Verenigde Staten zou zijn geboren uit een Amerikaanse moeder en Keniaanse vader. Trump is hierop blijven hameren, ook al is er een officieel geboortebewijs uit Hawaii.

Maar tot hoeveel plaatsvervangende schaamte deze discussie ook leidt, Trump kan het niets schelen. Hij ziet zijn stijgende populariteit als een bewijs dat er genoeg Amerikanen zijn die het goed vinden dat hij dit soort zaken aan de orde stelt.

Recht-voor-zijn-raap - dat is Trumps handelsmerk. Velen zien hem als een schertskandidaat. Ze verwachten niet dat hij zich echt zal opwerpen voor het presidentschap. Mocht hij dat toch doen, gaat ie af, denken ze. Hij zou alleen aandacht willen.

Ook David Brooks, columnist van The New York Times, moet niet veel van Trump hebben, maar begrijpt wel waarom hij bij sommige Amerikanen populair is, met name bij mensen uit de lagere middenklasse en immigranten. Hij is hun voorbeeld: de verpersoonlijking van het Evangelie van Succes. De man die het helemaal zelf heeft gemaakt, die diep is gevallen, zich weer heeft opgericht en niet schijnheilig doet over zijn rijkdom.

Met zijn vastgoedprojecten heeft Trump letterlijk het aangezicht van steden als New York, Chicago en Las Vegas veranderd. Die bijna fysieke prestatie heeft hem het zelfvertrouwen gegeven van de mannetjesputter. Zijn rijkdom verleent hem de vrijheid zich te gedragen als de lefgozer die niemand naar de ogen hoeft te kijken. Volgens Brooks is hij een product van de Amerikaanse cultuur en stilt hij de honger van de modale Amerikaan naar een succesvolle, onverschrokken doener die hem door deze donkere tijden zal leiden.

Het is duidelijk op wie Trump zich richt. Hij is ultraconservatief, maar kritiseert de Republikein Ryan vanwege diens plan om de Medicare-steun voor bejaarden aan te pakken. Ook is hij tegen hulp aan het buitenland en wil hij een eind maken aan de peperdure oorlogen in Afghanistan en Irak. Dat geld kan beter besteed worden aan de Amerikanen zelf. Verder gunt hij de Amerikaan zijn wapen, is hij tegen het homohuwelijk, wil hij abortus verbieden en belooft hij Obama's zorgwet ongedaan te zullen maken.

Hij is de gewone jongen die zich namens de gewone man boos maakt over de sterk stijgende benzineprijs. In een interview met ABC was hij er duidelijk over hoe hij de olielanden zou benaderen als ze de olieproductie niet opvoeren. 'Ik zou ze in de ogen kijken en zeggen: vrienden, stop, jullie hebben je lolletje gehad, het feest is voorbij.'

En wat zou hij dan doen? 'We vie.len Irak binnen. We gaven daar 1500 miljard dollar uit. Van dat geld hadden we half Amerika weer kunnen opbouwen. Vroeger viel je een land binnen en nam je als overwinnaar wat je toekwam. Dat is geen stelen, dat is het terughalen van die 1.500 miljard. Zie het als een schadeloosstelling.'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden