Vughtenaren over Kamp Vught

Nauwgezet en levendig beschrijft de jonge historicus Boyd van Dijk hoe Vughtenaren in 1943 en 1944 reageerden op het concentratiekamp op de hei. Hij stuit op een gevoel van machteloosheid en passiviteit.

ANET BLEICH

Boyd van Dijk: Leven naast het kamp - Kamp Vught en de Vughtenaren, 1942-1944

****

Met inleiding van Ad van Liempt en Yfke Nijland.

Spectrum; 319 pagina's; euro 19,99.

Is het waar dat tijdens de Duitse bezetting heel Vught klaarstond om 'het andere Vught' te hulp te komen? Het andere Vught, dat is het SS Konzentrationslager Herzogenbusch, oftewel Kamp Vught, waar tussen 13 januari 1943 en september 1944 31 duizend gevangenen hebben verbleven, voordat ze stierven (750 gevangenen), werden vrijgelaten of werden doorgestuurd naar Duitse kampen of naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor (de Joodse gevangenen). Wat voor impact had de aanwezigheid van deze 'dodelijke vierkante kilometer' op de Vughtse Heide? Wat deden de omstanders?

Over die omstanders, mensen dus die noch als dader noch als slachtoffer rechtstreeks betrokken waren bij de verrichtingen van het naziregime, is veel te doen. Ze maakten zich indirect schuldig, meende Ies Vuijsje in zijn boek Tegen beter weten in. Nee, weersprak Bart van der Boom in Wij weten niets van hun lot: ze leefden voor het overgrote deel juist mee met de afgevoerde Joden, maar ze konden niet geloven in de Holocaust.

Een belangrijke discussie, maar ook oeverloos, want 'de omstanders' zijn een veel te grove en algemene categorie. Vandaar dat het is toe te juichen dat in twee recent verschenen boeken een poging wordt gedaan om de problematiek van de omstanders op een concreter niveau te belichten.

De jonge historicus Boyd van Dijk kreeg in 2012 terecht de Erik Hazelhoff Jong Talentprijs voor zijn studie naar de reacties van de Vughtenaren op Kamp Vught. Op die scriptie is het zojuist verschenen Leven naast het kamp gebaseerd. Van Dijk beschrijft nauwgezet en levendig hoe diverse groepen uit de Vughtse samenleving met het in hun midden verrezen concentratiekamp omgingen. De politie bijvoorbeeld die aan het kamp een lang verbeide uitbreiding te danken had.

De agenten hielpen bij het begeleiden van groepen gevangenen van en naar het kamp, dwars door het dorp. Ze werden ingezet bij het van huis halen van Vughtse Joden, zoals Vogeltje Trompetter en haar twee kinderen. Maar politiechef Offermans (tot juni 1943 toen hij door een SS'er werd vervangen) redde ook één 7-jarig Joods meisje het leven en was betrokken bij het uit en in het kamp smokkelen van brieven. Frans Goedhart van het verzetsblad Het Parool kon met hulp van twee agenten uit het kamp ontsnappen; triest genoeg was een van die politiemannen juist weer verantwoordelijk voor de dood van een Februaristaker.

Een verwarrend beeld. Dat geldt minder voor de Vughtse collaborateurs en de kampbewaarders (m/v) die deels ook uit de Vughtse bevolking werden gerekruteerd en van wie het bestaan na de oorlog werd doodgezwegen. Maar weer wel voor de hulpverleners (een beperkte groep vrouwen en notabelen die al vóór de oorlog liefdadigheidswerk deden, zeker niet 'heel Vught') die de gevangenen in het kamp met extra levensmiddelen verzorgden en als ze toestemming kregen ook in de deportatietreinen voedsel en water uitdeelden. Ze hielpen het lot van de gevangenen wat te verlichten, maar werden zelf ook onderdeel van het systeem. En vooral: ze stonden machteloos tegenover de vreselijke dingen waarvan ze getuige waren.

Zo laat Van Dijk een hulpverleenster aan het woord die in de trein die op het punt stond naar Auschwitz te vertrekken, stuitte op een moeder met een stervende baby in haar armen. 'Waarom is dat toch?', zei de vrouw steeds weer, 'Ik heb toch nooit iemand kwaad gedaan?' Machteloosheid, of in elk geval een gevoel van machteloosheid, is het sleutelbegrip bij Van Dijk ,die ook knap analyseert welke factoren aan de vrij passieve en steeds passiever wordende houding van de Vughtse bevolking hebben bijgedragen.

Ook Udo Klausa, de hoofdpersoon uit Een kleine stad bij Auschwitz, kenmerkte zich volgens schrijfster Mary Fulbrook door 'een combinatie van innerlijke ambivalentie en uiterlijke conformiteit'. Klausa was van begin 1941 tot eind 1942 de hoogste Duitse burgerlijke bestuurder, de Landrat, van het district Bedzin in Opper- Silezië. De stad Bedzin, op veertig kilometer van Auschwitz, met een half Poolse, half Joodse bevolking, moest tijdens Klausa's bewind worden 'gegermaniseerd', ontdaan van haar Joodse bevolking, terwijl ook zo veel mogelijk Polen zouden moeten plaatsmaken voor Duitsers.

In zijn naoorloogse memoires schildert Klausa zichzelf af als een 'gewone nazi', die alleen bestuurswerk deed en zodra hij ontdekte dat Hitler misdadige plannen met de Joden had zijn functie opgaf en zijn toevlucht zocht in de Wehrmacht. Fulbrook gaat minutieus na wat er van deze redenering overeind blijft, terwijl ze ook de lotgevallen van de verdwenen Joodse helft van de bevolking van Bedzin schetst.

De schrijfster staat in een bijzondere relatie tot haar hoofdpersoon, omdat haar moeder, die nazi-Duitsland in 1935 verliet, een jeugdvriendin was van Klausa's echtgenote Alexandra. Fulbrook vergelijkt de latere uitlatingen van de Landrat met de oorspronkelijke bronnen - nazi-archieven, brieven van Alexandra - en constateert dat hij inderdaad last van zijn geweten kreeg.

Al gebeurde dat pas toen hij doorkreeg dat het wat de Joden betreft niet zou blijven bij onderwerpen en uitbuiten (daar had hij weinig bezwaar tegen), maar dat uitroeien de bedoeling was. Bovendien wist hij zijn bedenkingen zo goed voor zich te houden dat niemand er iets van merkte.

Fulbrooks oordeel is hard maar onontkoombaar: 'Wat je in de praktijk doet, heeft historische gevolgen, niet je goed verborgen ambivalente gevoel.'

Mary Fulbrook: Een kleine stad bij Auschwitz - Gewone nazi's en de Holocaust

.

****

Uit het Engels vertaald door Pon Ruiter.

De Bezige Bij; 464 pagina's; euro 29,90.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden