VS weten niet meer wie hier hun vriend is

Analyse -- Obama's dilemma's

Ingrijpen of niet? In de VS houden ze van heldere keuzen, maar de strijd in Irak en Syrië kent vele scheidslijnen.

President Obama is niet bang voor complexiteit. 'I am comfortable with complexity', zei hij begin dit jaar tegen The New Yorker. Het was de goden verzoeken: vijf maanden later trakteren zij hem op een snel escalerende oorlog in het Midden-Oosten. Daarin vecht iedereen tegen iedereen, zijn vriend en vijand nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden, wordt achter de schermen net zo hard gestreden als aan het front en vormen de vele scheidslijnen een onontwarbare kluwen.


Eigenlijk is dit geen conflict voor Amerikanen. Obama mag zich op zijn gemak voelen bij een ingewikkeld probleem, zijn volk niet. Dat houdt van overzichtelijkheid, vanaf het moment dat Amerika zich als jonge natie met de wereld ging bemoeien. Een Hitler, een Stalin, een Saddam - tegen zulke dictators laat het zich met enig politiek massagewerk wel mobiliseren. Als de oorlog maar kan worden teruggebracht tot een heldere tegenstelling: vrijheid en democratie versus dictatuur en onderdrukking. Zodra het iets minder helder wordt, zoals in Vietnam, wordt het moeilijker.


Voor dat probleem staat Obama nu in Irak, tot in het kwadraat. De strijd daar, en in Syrië, gaat tussen soennieten en sjiieten. Daar valt niet tussen te kiezen. Beide bevolkingsgroepen hebben aangetoond dat als zij de macht hebben, zij die positie gebruiken om de ander achter te stellen dan wel uit te moorden. En dat op grond van een religieus geschil dat teruggaat tot het jaar 632 na Christus. Moderne referentiekaders zijn op de strijdende partijen niet van toepassing. Ze vallen niet in te delen in democraten of anti-democraten, niet in good guys of bad guys, wat Amerikanen het liefst doen.


President George W. Bush dacht in 2003 dat een spoedcursus democratie en moderniteit kon helpen. Het haalde zo weinig uit dat Obama nu een tweede poging doet. De Iraakse premier Nouri al-Maliki, een sjiiet, kan alleen op militaire steun rekenen tegen de oprukkende soennitische extremisten van de 'Islamitische Staat in Irak en de Levant' (ISIS), als hij gaat samenwerken met soennieten en Koerden. 'Elke actie die we ondernemen, moet samengaan met een serieuze en oprechte poging van de Iraakse leiders om op een niet-sektarische manier te regeren teneinde stabiliteit en eenheid onder de diverse Iraakse bevolking te bevorderen', zegt een Witte-Huiswoordvoerder.

Hardleers

Maar de Irakezen, met Maliki voorop, zijn hardleers. Kenneth Pollack, Irak-kenner van het progressieve Brookingsinstituut, wijst op de angst die Koerden, soennieten en sjiieten voor elkaar voelen. 'Elke groep denkt dat de ander erop uit is hen te onderdrukken, zo niet af te slachten, en dat zal doen als ze daartoe ook maar half de kans krijgen.' Geopperd wordt dat Obama zich meer moet richten op de gematigde krachten, maar die gedijen slecht in alle Arabische landen waar de dictator omvergeworpen is, of het nu Irak, Egypte of Libië is.


Militair ingrijpen blijft een optie. De president heeft oorlogsschepen met vliegtuigen en kruisraketten in stelling gebracht. Maar de lat voor luchtacties ligt hoog, zeggen medewerkers. Veel hangt af van de vraag hoe acuut de bedreiging van ISIS voor Bagdad kan worden. Gideon Rachman schrijft in de Financial Times dat Amerika 'bescheidenheid' past als het gaat om militair ingrijpen. Het heeft eerder getoond dat het op het slagveld de sterkste is, maar minder succesvol bij het afdwingen van een duurzame politieke regeling. Obama schijnt die les te hebben geleerd, zijn opponenten niet, aldus Rachman.


Met die constatering is het probleem niet opgelost. Rachman zegt ook dat de jihadisten van ISIS moeten worden verslagen en het geweld beperkt. Hoe? De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zei maandag dat de Verenigde Staten openstaan voor overleg met Iran over Irak. Het was vloeken in de kerk.


Enerzijds klinkt het logisch. ISIS is een gemeenschappelijke vijand. Anderzijds zien de Amerikanen Iran als de grootste strategische dreiging in het Midden-Oosten, vanwege zijn nucleaire programma en steun aan de Syrische leider Assad. Hoe gemakkelijk laat een vijand zich omtoveren tot een - al of niet tijdelijke - vriend? Zou dit betekenen dat Assad niet alleen mag blijven van de VS maar ook een partner wordt in de strijd tegen ISIS? En hoe groot is de kans dat Iran onder het mom van samenwerking zijn sjiitische agenda voor Irak en Syrië verwezenlijkt of concessies binnenhaalt voor zijn kernprogramma?


Ondertussen waren er dinsdag berichten dat Amerika's bondgenoot Saoedi-Arabië de soennitische broeders van ISIS geld geeft. Hier dreigt een omgekeerd scenario: een vriend die in het geniep verandert in een vijand. Hoe ingewikkeld kan het worden?


Al beseft Obama de beperkingen van zijn macht en houdt hij van complexiteit, het gevaar bestaat dat Amerika straks niet alleen worstelt met de vraag wat voor supermogendheid het wil zijn, maar ook niet goed meer weet wie vriend is en wie vijand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.