VS wekken wrevel bij vriend en weerstand bij vijand

De VS is de enige overgebleven en machtigste supermacht. Maar William Pfaff constateert dat die macht weinig vermag tegen vijanden en daarentegen vrienden van Amerika intimideert....

BIJ een gesprekje tijdens een huwelijksfeest zei een Argentijnse zakenman enkele dagen geleden tegen mij dat 'het verbazingwekkend is dat in mijn land niets kan gebeuren zonder toestemming van de VS.' En dat, zei hij, 'is nog erger geworden sinds de Sovjet-Unie in elkaar is gestort' en het gaat op voor heel Zuid-Amerika.

Een andere gast wierp tegen, 'kijk eens naar Hugo Chavez in Venezuela.' De Argentijn, die zoals later bleek geen vriend was van het links-populisme van de Venezolaanse president, haalde zijn schouders op en antwoordde: 'Chavez stelt niks voor. Als hij een probleem wordt, zullen de VS hem vermorzelen.'

Als Amerikaan vond ik dat een huiveringwekkend commentaar, hoewel er niet veel tegen in te brengen is met het oog op de lange geschiedenis van inmenging door Washington in Zuid-Amerika. Fidel Castro zit er nog, maar God weet dat de VS hemel en aarde hebben bewogen om hem te vernietigen, zelfs door een contract met de maffia te sluiten.

Onlangs hoorde ik een opmerking van een functionaris die voor een van de Europese militaire organisaties werkt. Hij zei dat de VS zo'n grote militaire macht zijn dat zelfs als de Europeanen op de grond beter waren dan de Amerikanen - hij had het over de operaties in Bosnië en Kosovo - dat geen verschil maakte. De VS kregen wat ze wilden door iedereen opzij te duwen.

Toch spoort dit beeld van de VS als almachtige supermacht niet helemaal met de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Sinds de jaren zestig is Washington nauw betrokken bij Israël en tracht het zijn betrekkingen met de Arabieren te verbeteren wier vriendschap en olie Washington ook nodig heeft. Sinds de Egyptische president Sadat in 1977 naar Israël vloog om vrede te sluiten, hebben de VS een hoeveelheid hulp gegeven die alleen door die aan Israël wordt overtroffen.

Sinds de Oslo-akkoorden in 1993 hebben de VS zich ook opgeworpen als sponsor van de Palestijnen en deelgenomen in de onderhandelingen met Israël. Desalniettemin is het resultaat van al die inspanningen een chaotische en gewelddadige impasse in de regio. Minister van Buitenlandse Zaken Albright en president Clinton hebben Israël en de Palestijnen opgeroepen de onderhandelingen te hervatten, terwijl zij weten dat het maximum dat elke partij kan geven - dat wil zeggen politiek in staat is te geven - minder is dan wat de andere partij politiek kan accepteren.

Dat is het geval omdat beide partijen een akkoord nastreven - op hun eigen termen natuurlijk - en beide zwaar geïnvesteerd hebben in de betrekkingen met Amerika. Zij waren ervan overtuigd dat de VS de andere partij wel zou kunnen overreden, maar daar was Amerika niet toe in staat.

In andere gevallen wordt Amerikaanse druk op staten die zich als een vijand van de VS beschouwen ongestraft weerstaan. Washington noemt hen 'schurkenstaten' (hoewel ze onlangs werden gepromoveerd tot 'staten van zorg'), stelt sancties en boycots in, voert economische en politieke oorlogen tegen ze, en gaat in sommige gevallen over tot een echte oorlog, zoals in het geval van Irak en Servië (en indirect Cuba.) En toch overleven ze.

De Iraakse leider Saddam Hussein heeft zijn vijand George Bush politiek overleefd, ondanks de Golfoorlog en de VN-sancties die de bevolking, maar niet de elite, zwaar treffen. En ondanks de straf die de Irakezen hebben moeten incasseren in de vorm van Amerikaanse en Britse bombardementen tijdens de tweede regering-Clinton (die daar mee doorgaat omdat niemand in Washington of Londen een argument kan verzinnen om ermee te stoppen), zal Saddam het presidentschap van Clinton overleven. En misschien ook wel de volgende Amerikaanse regering.

Washington knarst met zijn tanden sinds de Iraanse revolutie van 1979. Intussen zijn de ayatollahs nog aan de macht. Gematigde krachten zijn al tien jaar bezig aan invloed te winnen, het land is uit zijn isolement aan het kruipen en de internationale betrekkingen worden langzaam hersteld. In feite komt het erop neer dat de VS inzake Iran geïsoleerd raakt.

De VS zijn ver uit de machtigste staat op aarde, maar die macht is niet overal toepasbaar en niet altijd even gemakkelijk te gebruiken in gevallen waarin Washington dat wil. Dat machtsgebruik intimideert de vrienden van Washington, maar de vijanden niet.

Dit alles zou betrokken moeten worden in de uitkomst van het tweede debat tussen George W. Bush en Albert Gore, die het eens werden dat de VS zijn macht 'bescheiden' moet inzetten. Dat is een nogal schijnheilige manier van uitdrukken, maar ik denk dat Bush gelijk heeft als hij zegt dat Amerikanen hun impuls moeten onderdrukken om zich steeds met andermans zaken te bemoeien. Het is niet alleen gevaarlijk, maar ook niet zo praktisch als interventionisten denken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden