VS 'toevluchtsoord' nazi's

New York Functionarissen van de Amerikaanse geheime dienst maakten de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog tot een 'veilig toevluchtsoord' voor nazi's en hun collaborateurs. Dat blijkt uit een geheim rapport van het ministerie van Justitie in Washington. The New York Times wist de hand te leggen op het document en publiceerde er zondag over.

Bekend was dat de CIA in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie oud-nazi's inzette bij zijn inlichtingenwerk. In vroegere regeringsstukken was dat al erkend. Het belang van het nu uitgelekte rapport is dat het nieuw feitenmateriaal verschaft over de mate van samenwerking met de nazi's.


Het stuk stelt dat sommige nazi's 'willens en wetens' toegang werd verleend tot de Verenigde Staten, hoewel regeringsfunctionarissen 'zich bewust waren van hun verleden'. 'Amerika, dat er prat op ging een veilig toevluchtsoord te zijn voor de vervolgden, werd - in bescheiden mate - een veilig toevluchtsoord voor de vervolgers', concludeert het rapport.


Het document bevat verder een macaber verhaal over de wrede kamparts Josef Mengele, de 'Engel des Doods' van Auschwitz. Een justitieambtenaar blijkt jarenlang een stukje van de hoofdhuid van Mengele in een la van zijn bureau te hebben bewaard. De ambtenaar was directeur van het Office of Special Investigations (OSI), de in 1979 opgerichte afdeling van het ministerie van Justitie die belast was met het uitzetten van ex-nazi's.


Aanvankelijk had de ambtenaar alleen nog het vermoeden dat het stukje huid van Mengele was. Hij hield het in zijn la in de hoop dat hiermee ooit bewezen kon worden dat de voormalige kamparts dood was. De Brazilianen hadden het gegeven. De Amerikanen waren midden jaren tachtig druk bezig uit te zoeken of Mengele niet naar de VS was gevlucht en nog in leven was. Pas na de ontwikkeling van de dna-test werd aan de hand van het stukje hoofdhuid vastgesteld dat Mengele naar Brazilië was uitgeweken en daar rond 1979 was overleden zonder in de VS te zijn geweest, aldus het rapport.


Als het gaat om de hulp die de CIA verleende aan ex-nazi's noemt het document verscheidene voorbeelden. Een daarvan is dat van Otto von Bolschwing. Hij was een medewerker van Adolf Eichmann en hielp bij het opzetten van de allereerste plannen om Duitsland te zuiveren van de Joden. Hij werkte later voor de CIA.


Ook is er het verhaal van Arthur L. Rudolph, een nazi-wetenschapper die in 1945 naar Amerika werd gehaald vanwege zijn kennis van rakettechnologie. Toen de OSI Rudolph, die werd onderscheiden door NASA en geldt als de vader van de Saturnus V-raket, hem in 1983 wilde uitzetten, kwam er verzet van de inlichtingendiensten.


Het geheime rapport werd na zes jaar van onderzoek voltooid in 2006, maar vier jaar lang weigerde het ministerie van Justitie het openbaar te maken. Pas onder dreiging van een proces gaf het een gedeeltelijke versie vrij aan een particuliere onderzoeksgroep. The New York Times kreeg uiteindelijk het hele rapport in handen. Daarbij bleek dat onder meer een passage over Zwitserland was geschrapt.


Daarin stond dat de Amerikaanse justitie in 1997 het 'definitieve bewijs' vond dat Zwitserland goud had gekocht van de nazi's, dat afkomstig was van Joodse Holocaust-slachtoffers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden