Column

VS-strategie tegen IS op dood spoor

Vlnr: Amerikaanse minister van defensie Ashton Carter, Vicepresident Joseph Biden, President Barack Obama en Generaal Joseph Dunford. Beeld epa

Toen Barack Obama nog kandidaat en geen president was, betitelde hij de oorlog in Afghanistan als een 'war of necessity' en de oorlog in Irak als een 'war of choice'. De eerste moest gevoerd worden, al was het tegen wil en dank; de tweede was een nodeloze - en onzalige - onderneming, die zo snel mogelijk moest worden gestaakt.

Aldus geschiedde. Hoewel met merkbare tegenzin voerde hij de troepensterkte in Afghanistan op; en ook nu het Afghaanse leger sterk genoeg wordt geacht om de Taliban te weerstaan, blijft er voorlopig een Amerikaanse troepenmacht van zo'n tienduizend man. Daarentegen werd de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak eind 2011 volledig beëindigd.

Je vraagt je af: hoe zou Obama nu de militaire operatie tegen Islamitische Staat typeren? Amerikaanse grondtroepen zijn uit den boze, dus van heuse oorlogvoering kan niet worden gesproken. Maar het gevaar van het kalifaat - als bron van verdere ontwrichting van het Midden-Oosten en als uitvalsbasis van internationaal terrorisme - wordt wel serieus genoeg geacht voor een forse militaire inspanning, waarbij de Verenigde Staten optreden als luchtmacht en soms ook als instructeur van diverse strijders te land: Koerdische peshmerga's, het Iraakse leger, Iraakse sjiitische milities die niet al te nauwe banden hebben met Iran, 'gematigde' Syrische rebellen.

Met het opsommen van dit allegaartje zijn meteen ook de beperkingen van de operatie benoemd. Tot nu toe konden die nog enigszins met de mantel der liefde worden bedekt. Er kon immers op enkele succesjes worden gewezen. De IS-opmars richting Iraaks Koerdistan werd gestuit. De Syrisch-Koerdische grensstad Kobani werd na wekenlange strijd ontzet. De machtswisseling in Bagdad bood uitzicht op een minder sektarische opstelling van het Iraakse bewind en betere kansen op een toenadering met soennitische stammen die niet veel moeten hebben van het kalifaat, maar anderzijds sjiitische overheersing vrezen.

Maar afgelopen week werd de illusie dat IS met de huidige militaire middelen langzaam maar zeker kan worden opgerold, wreed verstoord. Zowel aan het Iraakse front (Ramadi) als aan het Syrische (Palmyra) boekte IS een spectaculaire triomf. Daarmee is nog niet gezegd dat de stootkracht van het kalifaat zoveel groter is dan werd aangenomen. Maar in elk geval wel dat de weerbaarheid van het tegenkamp zwaar tekortschiet. Volgens Amerikaanse bronnen heeft IS Ramadi ingenomen met 400 à 500 man.

Terug naar de vraag hoe president Obama de operatie zou betitelen. Een term is niet direct voorhanden, maar de filosofie erachter laat zich niet moeilijk achterhalen. Die heeft hij vorig jaar duidelijk uiteengezet in zijn toespraak tot de kadetten van de militaire academie van West Point. Die toespraak was een scherpe kritiek op het unilateralisme. Amerika's grootste vergissingen komen niet door gebrek aan daadkracht, maar door de neiging zich te snel in militaire avonturen te storten, zei hij. Als militair optreden toch noodzakelijk is, ligt in het vinden van actieve partners de sleutel tot succes. Ook in de strijd tegen het terrorisme. Dan moeten de VS 'samen optrekken met landen waar terroristische netwerken voet aan de grond proberen te krijgen'.

Zeker na alle ellende die is gevolgd op de interventie in Irak, klinkt dat als een verstandig uitgangspunt. Maar werkt het ook? Of is Obama's 'levantisering' eenzelfde droevig lot beschoren als Richard Nixons vietnamisering? Het antwoord moet helaas zijn: daar lijkt het erg op. De Arabische partners in de strijd tegen IS presteren zowel militair als politiek ondermaats. Ondertussen schrikken de Amerikanen (en de Europeanen) ook nog eens terug voor een tijdelijke alliantie met het ene kwaad teneinde het andere (nog grotere) kwaad te verslaan.

Ik wil hiermee niet betogen dat er niets anders op zit dan a) Assad in de armen te sluiten en b) halsoverkop grondtroepen in te zetten. Maar het Witte Huis ontkomt niet aan een bezinning op de gevolgde strategie. Met lastige vragen als: wat is de logica achter het feit dat er wel een substantiële troepenmacht in Afghanistan wordt gehandhaafd, maar dat Irak een no-go-area is?

Eenvoudig zal zo'n bezinning niet zijn, al is het maar omdat er altijd een sterke neiging is om de lessen uit de vorige oorlog te verabsoluteren. Zo is de Brits-Franse knieval voor Hitler in München decennialang te pas en te onpas opgevoerd als afschrikwekkend voorbeeld. Op zijn beurt lijkt de oorlog in Irak hét argument voor non-interventie te zijn geworden, ook in situaties die echt van een andere orde zijn.

Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden