VS prediken hoge dollar, maar zijn stiekem blij met lage koers

VS houden vol dat sterke dollar in hun belang is...

AMSTERDAM De eerste zin die iedere Amerikaanse minister van Financiën na zijn aantreden uit zijn hoofd moet leren: een sterke dollar is in het belang van de Verenigde Staten.

Sommigen kunnen die zin ook nog geloofwaardig uitspreken. Zoals Lawrence Summers, de minister van Financiën onder Bill Clinton. In zijn tijd was de dollar ook echt sterk. Zo bereikte de euro twee jaar na invoering een dieptepunt ten opzichte van de Amerikaanse munt van 0,82 dollar (de euro ‘kostte’ in 1999 bij de invoering 1,18 dollar). En de Amerikaanse economie, toen nog uiterst vitaal vanwege de nieuwe economie, kon de dure dollar trekken.

Sindsdien is de koers van de Amerikaanse munt bijna gehalveerd. Gisteren bereikte de dollar ten opzichte van de euro een dieptepunt van 1,512 dollar. Niettemin houdt Henry Paulson, de huidige minister van Financiën, vol dat een sterke dollar het landsbelang dient.

Irreëel, vinden economen, en ook nog eens huichelachtig. Irreëel omdat een zwakke dollar bij de huidige verhoudingen in de wereldeconomie hoort. Dominique Strauss-Kahn, de nieuwe directeur van het Internationaal Monetair Fonds, vindt de dollar nog altijd overgewaardeerd.

Het IMF hamert er sinds jaar en dag op dat de wereldeconomie uit balans is. Dat komt vooral doordat de VS op te grote voet leven, en daardoor meer goederen importeren dan ze exporteren. Om dat bestedingspatroon te financieren, is een permanente instroom van buitenlands kapitaal nodig. Onhoudbaar, oordeelt Strauss-Kahn, en vele economen geven hem gelijk. Een goedkopere dollar moet de wereld weer in balans brengen.

Huichelachtig is het mantra bovendien, omdat een sterke dollar de Amerikaanse export afremt. En dat is, nu de Verenigde Staten in een recessie schieten, wel het laatste wat het land kan gebruiken.

Lees het Economische Rapport van de President, dat George Bush’ belangrijkste adviseurs eerder deze maand uitbrachten, er maar op na. Een heel hoofdstuk is gewijd aan de Amerikaanse export, die in 2007 met 8 procent steeg. Met dank aan de zwakke dollar, die Amerikaanse exporteurs een voorsprong geeft op hun buitenlandse concurrenten, schrijven Bush’ adviseurs.

Sterker nog: de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, legt de zwakke dollar met een reeks fikse renteverlagingen geen strobreed in de weg. En ook uit de notulen van de Fed – de enige glimp die buitenwereld gegund wordt in de hoofden van de centrale bankiers – blijkt nergens dat zij met de val van de dollar in hun maag zitten.

De eerste vergelijkingen met de jaren dertig, toen landen ook hun munten devalueerden om hun exportsector te beschermen, worden al getrokken. ‘Breng je buurman tot de bedelstaf’, luidde toen het devies. De gevolgen waren toen desastreus: alle landen trokken zich terug in hun schulp, handel werd voornamelijk nog gedreven met buren die dezelfde munt voerden.

Waarom dan toch vasthouden aan dat sterke dollarmantra? Simpelweg omdat Paulson geen andere keus heeft. De financiële markten zijn er zo aan gewend geraakt, dat zij in paniek zouden raken als de minister van Financiën opeens iets anders zou zeggen. Zeker nu de Amerikaanse economie wankelt, kan de dollar dan in een duikvlucht komen. En dat is inderdaad niet in het landsbelang.

Maar wat Paulson eigenlijk wil zeggen is: ‘We vinden het helemaal niet erg als de dollar langzaam afglijdt, zolang de wereld nog maar wat vertrouwen houdt in onze munt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden