VS moeten kiezen tussen twee Pakistans

WANNEER Hillary Clinton vandaag in Islamabad arriveert, zal zij zich mogelijk afvragen in welk land zij zojuist is geland...

In Pakistan ja, dat punt is gauw verdiend, maar in welk Pakistan? In een land van sektarisch geweld, vol islamitische scholen waar jonge mannen worden opgeleid voor de jihad? Een land waar politici in volkswijken zich toejuichingen kunnen verwerven door het westers imperialisme te vervloeken? Een land dat moslim-terroristen in andere landen steunt en binnen twee weken een atoombom in elkaar kan sleutelen?

Gastvrouw Benazir Bhutto zal ongetwijfeld alleen het àndere Pakistan hebben opgenomen in haar programma voor de first lady, die komt praten over het bezoek dat Bhutto zelf vanaf 5 april aan Washington gaat brengen.

Rodham-Clinton zal vandaag het Pakistan ontmoeten met gematigde, democratische leiders die net zo min als de VS iets op hebben met fundamentalisme. Het Pakistan van de charmante zakenlieden die maar al te graag zaken willen doen met westerse investeerders.

Om dat imago niet te beschadigen, kan Hillary zich in een aantal gebieden maar beter niet vertonen. In Pakistaans Kashmir bijvoorbeeld, uitvalsbasis voor de militanten die aan de andere kant van de grens hun geloofsgenoten in Indiaas Kashmir helpen in de strijd.

Of in Peshawar, pleisterplaats van alles wat radicaal is, in bezit van een kalasjnikov, opgeleid in de Afghaanse oorlog en bereid overal ter wereld te vechten waar de heilige oorlog dat vereist: Algerije, Bosnië, Tadzjikistan of zelfs New York, welks World Trade Center doelwit was van snode plannen.

En al helemaal niet in de havenstad Karachi, sinds daar begin deze maand twee medewerkers van het Amerikaanse consulaat werden vermoord. Karachi is het toneel van elkaar overlappende benden-oorlogen met politieke, etnische en religieuze achtergrond. Ook in maart overschrijdt het dodental ruimschoots de honderd.

Vandaag gaat het zakenleven van de miljoenenstad in staking. De beurs van Karachi vertoont een zorgelijk dalende curve. De captains of industry vinden dat de regering in gebrek blijft bij de bestrijding van het geweld.

Ook premier Benazir Bhutto zal straks in Washington vooral het éne Pakistan over het voetlicht brengen, maar zal niet verbloemen welke gevaren haar land bedreigen. Tegenover Amerikaanse journalisten noemde zij Pakistan deze week 'een oude vriend van Amerika, een bondgenoot, een staat in de vuurlinie van de strijd tegen extremisme, terrorisme en de drugshandel'. Deze staat nu wordt ondermijnd, zei de premier. 'Moeten de Verenigde Staten daarom niet hun beleid herzien teneinde een gematigd Pakistan te versterken?'

Bhutto hoopt op ten minste een deel van de voorrechten die Pakistan genoot toen het land fungeerde als voorpost van de strijd tegen het tot in Afghanistan oprukkende Sovjet-communisme.

Toen het Rode Leger zich had teruggetrokken verloren de Amerikanen hun belangstelling. President Bush ontdekte opeens dat het land beschikte over alle technologie om een atoombom te maken, en staakte daarom de economische en militaire hulp. Ternauwernood werd in 1993 voorkomen dat Pakistan een plaats verwierf op Washingtons lijst van 'terroristische staten' (vanwege de steun aan de opstand in Kashmir).

Nog steeds weigeren de VS 72 F-16's te leveren die Pakistan in 1990 bestelde. Ook de 658 miljoen dollar die Islamabad al heeft aanbetaald wordt niet teruggegeven.

Bhutto doet haar uiterste best weer bij Washington in de gunst te komen. In januari kondigde zij scherpe maatregelen af tegen de drugshandel. Zij maakte het mogelijk dat op 7 februari agenten van CIA en FBI samen met Pakistaanse collega's Ramzi Ahmed Yousef in Islamabad arresteerden, de hoofdverdachte van de verijdelde aanslag op het WTC. Deze week werden in Peshawar nog eens zes medeplichtigen opgepakt en naar de VS uitgewezen.

Of deze gebaren voldoende zullen zijn om Clinton te bewegen de sancties tegen Pakistan te beëindigen is twijfelachtig. En al zou hij het overwegen (wat het geval lijkt te zijn), dan nog is het Congres tegen.

Waarna Bhutto thuis zal komen van een reis die haar geen eclatant succes heeft gebracht, integendeel, een bevestiging van de vernedering die de VS Pakistan nu al vijf jaar aandoen.

Het anti-westers, voor moslim-radicalisme vatbaar sentiment in de Pakistaanse samenleving gaat dieper dan de schamele 3 procent kiezersaanhang van de fundamentalisten doet vermoeden. De omvang en de felheid van de sympathie die Saddam Hussein tijdens de Golfoorlog genoot, verraste iedereen in Pakistan.

De Pakistani's weten niet goed wat ze met Amerika aanmoeten. Ook de regering is er sinds het eind van de Koude Oorlog nog niet toe gekomen iets van een buitenlands beleid uit te stippelen, laat staan dat duidelijk is welke plaats de VS daarin innemen. Sterker, het staat niet eens vast wie over het buitenlands beleid gaat: de regering, het leger of de machtige geheime dienst ISI.

En van hun kant weten de Verenigde Staten niet goed wat ze aanmoeten met Pakistan, met de twee Pakistans waarvan Hillary Clinton er vandaag maar één te zien krijgt. Misschien kunnen de Amerikanen maar het best hun zegeningen tellen en koesteren. Anders moeten ze straks - zoals vele keren eerder - vaststellen dat ze 'een oude vriend, een bondgenoot, een staat in de vuurlinie van de strijd tegen extremisme' in de armen van de vijand hebben gejaagd.

Rob Vreeken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.