VS in spanning over orakel inzake homohuwelijk

De argumenten zijn deze week gehoord. Wat besluiten de negen hoogste rechters van Amerika?

NEW YORK - Is Amerika op weg naar een nieuwe historische mijlpaal en wordt het homohuwelijk binnenkort voor het hele land gelegaliseerd? Of zal het nog niet zo ver komen? Dat is de spannende vraag, nadat het Hooggerechtshof deze week de voor- en tegenstanders heeft gehoord.


Elk woord van de negen rechters wordt nu gewogen alsof het boodschappen van een Grieks orakel zijn. Maar ook na de hoorzittingen valt moeilijk te voorspellen hoe de uitspraak er deze zomer zal uitzien.


Eén ding is ook deze week steeds duidelijker geworden: het homohuwelijk is onder de Amerikanen aan zo'n krachtige opmars bezig dat het niet meer de vraag lijkt óf het landelijk ingang zal vinden, maar wanneer. Zelfs twee mannen die normaal hun voet vol op het gaspedaal van het rechtse volksgevoel in Amerika hebben staan, lijken dat te vinden.


De conservatieve radiopresentator Rush Limbaugh erkent dat aanvaarding van het homohuwelijk 'onvermijdelijk' is. Zijn rechtse Fox-collega Bill O'Reilly zegt het standpunt van homostellen overtuigend te vinden. 'Zij zeggen: wij zijn Amerikanen. We willen gewoon behandeld worden als ieder ander. Dat is een dwingend argument. Om dat te weerleggen, moet de tegenpartij met een goed verhaal komen. Maar het enige wat zij doen is op de Bijbel hameren.'


Het geeft aan dat het conservatieve afwijzingsfront aan het afbrokkelen is onder druk van de moderne tijd. Een groeiend aantal Amerikanen herkent zich niet langer in het angstbeeld van de tegenstanders dat het huwelijk tussen hetero's zal worden ondermijnd als homo's en lesbiennes wordt toegestaan met elkaar te trouwen. Kom daar niet mee aan bij mij, zei een Fox-presentatrice.


Ook de bekende waarschuwing voor een hellend vlak wordt door steeds minder mensen serieus genomen. Zij weigeren te geloven dat na het homohuwelijk straks polygamie en pedofilie aan de beurt zullen zijn om te worden gelegaliseerd.


Meer indruk maken tegenwoordig de verhalen over het leed dat homo's en lesbiennes wordt aangedaan als hun geliefde overlijdt en zij voor de wet niet worden erkend als partner. Zo vertelde de 83-jarige Edith Windsor de rechters woensdag hoe zij de bezittingen erfde van haar overleden vriendin Thea en over die erfenis een belastingaanslag kreeg die veel hoger was dan als Thea, zo zei ze, Theo zou zijn geweest.


Ook was er het voorbeeld van de partners van gesneuvelde homoseksuele militairen die door de strijdkrachten niet op de hoogte worden gebracht van de dood van de geliefde.


Maar wat kunnen en willen de rechters van het Hooggerechtshof hier op dit moment aan doen? Ze zouden als een deus ex machina in één grootse beweging van bovenaf het homohuwelijk aan het land kunnen opleggen. Ze zouden zich daarbij kunnen beroepen op de Grondwet, die uitgaat van de gelijkheid van alle burgers en hen beschermt tegen discriminatie. Maar dat wordt door veel commentatoren onwaarschijnlijk geacht, gelet op wat zelfs progressieve leden van het Hof naar voren brachten.


Rechters Sonia Sotomayor vroeg zich af of dit wel het goede moment was voor het Hof om zich in deze zaak te mengen. Misschien is het beter de maatschappij, lees de staten, eerst meer te laten experimenteren, zeker nu de maatschappelijke opvattingen zo snel aan het veranderen zijn.


Op de achtergrond van deze aarzeling spelen de ervaring met de rechtszaak 'Roe versus Wade' mee, met de historische uitspraak uit 1973 waarmee het Hooggerechtshof voor heel de Verenigde Staten abortus legaliseerde. Hoewel de zittende rechter Ruth Bader Ginsburg het eens is met die legalisering, betwijfelt ze of het achteraf verstandig was dat negen niet-gekozen rechters op de stoel van de politiek gingen zitten. Misschien was het beter geweest dat het eerst uitgevochten was door de politiek in de staten. Dan zou er een democratisch draagvlak zijn geweest en waren de verbitterde achterhoedegevechten die tot op de dag van vandaag doorgaan, er mogelijk niet geweest.


De rechters staan dus voor de keuze: moeten wij de kwestie van het homohuwelijk á la 'Roe versus Wade' van bovenaf regelen, met een gerechtelijk besluit? Of moet dat van onderop door de staten gebeuren, democratisch gelegitimeerd? Op dit moment zijn er negen staten die het homohuwelijk hebben gelegaliseerd. Veertig andere staten hebben dat niet gedaan, sommigen zelfs expliciet.


Zo staan de rechters van diverse kanten onder druk. Aan de ene kant is er de zorg om de democratie en de rechten van de staten.


Maar aan de andere kant is er de historie. Die leert dat van sommige maatschappelijke veranderingen, zoals het opheffen van het verbod op huwelijken van mensen van verschillend ras of het opheffen van rassenscheiding op scholen met de zaak 'Brown vs Board of Education', achteraf niet te begrijpen valt waarom dat zo lang duurde voor het politiek en juridisch werd gesanctioneerd.


Edith Windsorklaagde de staat aan omdat zij 363 duizend dollar belasting moest betalen over de erfenis van haar overleden partner


Roe versus Wade


In 1973 besloot het Hooggerechtshof dat Amerikaanse vrouwen het recht op abortus hebben. Het hof baseerde zich op het grondwettelijke recht op privacy, wat impliceert dat vrouwen zelf mogen beslissen of ze een zwangerschap willen beëindigen. De zaak was aangespannen door Jane Roe, een schuilnaam voor een alleenstaande vrouw uit Dallas. Zij vocht de anti-abortuswetten in haar staat Texas aan. De tegenpartij was Henry Wade, de openbare aanklager van Dallas. Door de uitspraak van het Hooggerechtshof werd abortus in heel Amerika gelegaliseerd. De grens werd gelegd bij 24 tot 28 weken. Maar ook na veertig jaar zet rechts de politieke strijd voort. De staten North Dakota en Arkansas namen recentelijk wetten aan die zwangerschapsonderbreking strafbaar stelden na zes weken. Volgens critici is die termijn absurd, omdat vrouwen na zes weken vaak niet eens weten of ze zwanger zijn.


Brown versus Board of Education


In 1954 bepaalde het Hooggerechtshof dat rassenscheiding op openbare scholen in strijd was met de Grondwet. Die bepaalt in het 14de amendement dat iedereen recht heeft op gelijke bescherming. De negen rechters van het hof waren unaniem in hun oordeel over de zaak die ging tussen het schoolbestuur van Topeka in Kansas en Linda Brown, een zwarte scholiere die niet naar een blanke school vlak bij haar huis mocht.


De uitspraak was een grote overwinning voor de zwarte burgerrechtenbeweging. Maar het zou nog tien jaar duren voor de Wet op de Burgerrechten werd aangenomen onder president Lyndon B. Johnson. Vanaf dat moment mochten zwarten bijvoorbeeld ook niet meer worden geweigerd in wegrestaurants. De gelijke burgerrechten zijn niet omstreden meer. Het land heeft inmiddels ook zijn eerste zwarte president.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden